Part
1 I | bloed, en daarop vertrokken zij. De honden kwamen overeind
2 I | Vader Hautot was op zijn zij gevallen en buiten bewustzijn,
3 I | getrokken, ontkleed, en zij zagen een vieze wond waaruit
4 I | en zorg er dan voor dat zij zich over mijn nagedachtenis
5 I | je zult wel zien wat zij je zal uitleggen. Ik kan
6 II | en hun vijf zonen, want zij waren op de hoogte van het
7 II | hij haar moest zeggen, en zij, niets vermoedend, verwachtte
8 II | aankijken. Ten slotte vroeg zij: 'Wat wenst u, meneer?' ~
9 II | sprak ze.~Hij ging zitten... Zij vroeg: 'Wel?'~Hij durfde
10 II | haar doen verbleken, en zij wachtte, haar handen trillend
11 II | tranen in haar ogen, hief zij haar handen op en bedekte
12 II | En hij vertelde, alsof zij luisterde, zonder een detail
13 II | haar had gesproken, hoorde zij haar naam, keek op en vroeg: '
14 II | overwegingen van zichzelf. Zij luisterde gretig, nam met
15 II | De kleine, die meende dat zij was gekalmeerd, was opgehouden
16 II | beklagen zult hebben...' ~Maar zij onderbrak hem meteen.~'O
17 II | kleine?'~'Ja natuurlijk,' zei zij.~En zoon Hautot bekeek zijn
18 II | hij was om te gehoorzamen.~Zij trok voor zichzelf een andere
19 II | hoeven nadenken merkte dat zij met haar hele arme vrouwenhart
20 II | vuisten in steken,' slaakte zij een soort kreet, en de tranen
21 II | ik word te zeer gekweld.'~Zij antwoordde: 'Ondanks de
22 III| terug. De avonden brachten zij gezamenlijk door, pijp rokend
23 III| schapen, en de handdruk die zij elkaar 's morgens gaven,
24 III| schok van het ongeluk, en zij behandelde hem nu met overdreven
25 III| had wilde terugbetalen. Zij aten lang, en spraken over
26 III| kwam. Zoveel geld wilde zij niet. Dat was te veel, veel
27 III| hem paardje rijden terwijl zij de tafel afruimde en de
|