Part
1 I | gezag, had hij zijn zoon, Cesar Hautot, tot de derde klas
2 I | voeling met zijn grond. ~Cesar Hautot, bijna net zo lang
3 I | antwoordde niet. Toen wendde Cesar zich tot de jachtopziener
4 II | hebben gebracht, huilde Cesar Hautot, eenmaal thuisgekomen,
5 II | hem allang kende: 'Meneer Cesar?'~'Ja...'~'En wat wilt u ?...'~'
6 II | herhaalde: 'Wel, meneer Cesar?'~Hij keek haar aan. Bezorgdheid
7 II | onbekende, en wierp zich op Cesar, greep met een handje zijn
8 II | macht tegen zijn dij. En Cesar bleef ontsteld en vertederd
9 II | gekalmeerd, was opgehouden met Cesar te slaan om de hand van
10 II | onderbrak hem meteen.~'O meneer Cesar, meneer Cesar, niet vandaag.
11 II | O meneer Cesar, meneer Cesar, niet vandaag. Mijn hart
12 II | gezet.' ~Geschrokken raadde Cesar het daarop en stamelde: '
13 II | weer te huilen, vervolgde Cesar, zwaar gegeneerd: 'Wel dan,
14 II | wat een ellende, meneer Cesar! Hier, gaat u toch zitten.
15 II | de hele week deed.' ~En Cesar ging zitten, gewend als
16 II | op haar knie'n, en vroeg Cesar duizend dingen over zijn
17 II | aanstekelijkheid ervan, begon ook Cesar te huilen, en aangezien
18 II | hij wees.'~'Ik ook,' zei Cesar.~En ze spraken niet verder.~
19 II | nog niet gegeten, meneer Cesar?'~'Nee, mamzel.'~'Ach, dan
20 II | volgende week donderdag, meneer Cesar. Zo hoef ik dan geen tijd
21 III| III~De week leek Cesar Hautot lang. Nog nooit was
22 III| aanhankelijkheid. ~En nu was Cesar alleen. Hij zwierf rond
23 III| als hij groot zou worden. Cesar hield voet bij stuk, en
24 III| doet.'~'Nou en of, meneer Cesar. Dus, volgende week donderdag,
25 III| dan afgesproken, meneer Cesar, volgende week donderdag,
|