1878-paard | paars-zwier
bold = Main text
Part grey = Comment text
501 I | wangen kleine netwerken van paarse aderen zichtbaar waren,
502 II | omstandigheden had hij over dat goede pak niet de blauwe boezeroen
503 III | die in de kast lag. Hij pakte haar aan, herkende haar,
504 I | op. Allen deden als hij, pakten hun geweren uit de hoeken,
505 I | gronde! Zie je, verzegeld papier, laat je er niet toe verleiden,
506 II | portret, de grote foto die in Parijs was gemaakt in het jaar
507 I | uitstaken, vertrok met rustige pas en daalde af in de geul,
508 III | volgende week donderdag, past u dat?'~'Ja, mamzel Donet.'~'
509 I | notaris niet en tegen de pastoor evenmin. Het gebeurt, dat
510 II | bij zaken stilstaan, laste pauzes in, gaf af en toe overwegingen
511 II | tegenover haar, at een schotel pens die hing te spetteren in
512 I | vrienden en zijn knielende personeel, zonder dat een enkele beweging
513 III | gunsten die hij voor haar in petto had wilde terugbetalen.
514 I | buitenplaats, zo'n gemengde plattelandsbouw, bijna een heerlijkheid,
515 I | weizakken volgden. Het was dat plechtige ogenblik waarop je het eerste
516 II | onaangebroken. Dat was de plek van zijn vader, met de rug
517 II | des Trois-Mares, omhelsde plichtmatig de baas, de bazin en hun
518 II | en zag aan de muur, zijn portret, de grote foto die in Parijs
519 II | plotseling ontwaakte het praktisch instinct van huisvrouw,
520 III | rokend tegenover elkaar, pratend over paarden, koeien of
521 III | hij, 'ik wens u nog een prettige avond en ik ben blij dat
522 II | deed afwijzen, die ze hem probeerden op te dringen omdat ze wisten
523 III | was, maar toch wel met een prop in zijn keel, zitten. Juffrouw
524 I | op de lage gronden van de Puysatier.'~'En waar beginnen we?'
525 II | worden gezet.' ~Geschrokken raadde Cesar het daarop en stamelde: '
526 I | winden. Bovendien is dit niet raadselachtiger dan wij het zelf willen
527 III | verwachtte nog steeds aan de rand van een vlakte de hoge,
528 I | lopen, vader Hautot aan de rechterkant, zoon Hautot aan de linkerkant,
529 II | toevallig de tweede straat rechts. ~Daarop aarzelde hij. Tot
530 I | slechte kwaliteit, die om die reden ook onbebouwd was gebleven,
531 II | wagen bent gesprongen. ~Hij reed Rouaan binnen toen het tien
532 III | om dat alles met haar te regelen. En verder hinderde hem
533 II | zullen nu een onderlinge regeling moeten treffen overeenkomstig
534 I | ongelok gebeurd.' ~Allen renden naderbij en doken tussen
535 I | opgewonden jager begon te rennen, sprong, bleef hangen aan
536 III | en haar tweeduizend frank rente te bezorgen, waarbij het
537 I | alles in het honderd... dat richt iedereen te gronde! Zie
538 III | been en liet hem paardje rijden terwijl zij de tafel afruimde
539 II | vertrek opklonk deed hem de rillingen over de rug lopen. De deur
540 I | slingerende beddingen van rivieren op landkaarten, vroeg: '
541 I | klopt.'~De vader begon te rochelen. Doodsbleek en met een vertrokken
542 II | eerlijkheid van boer, dat alles roerde zich in hem, hield hem tegen,
543 II | was zo getroffen dat ze roerloos bleef zitten. Na enkele
544 III | zij gezamenlijk door, pijp rokend tegenover elkaar, pratend
545 III | Cesar alleen. Hij zwierf rond onder de werkzaamheden van
546 I | een dikkertje op wiens ronde wangen kleine netwerken
547 III | haar aan, herkende haar, rook eraan, verkondigde met ontroerde
548 III | koffie had genomen vroeg ze: 'Rookt u?'~'Ja... ik heb mijn pijp
549 III | voor haar toe, voor haar rouw. ~Toen hij zijn koffie had
550 III | was vastbesloten de zaken ruimharig aan te pakken en haar tweeduizend
551 I | gewrichten uitstaken, vertrok met rustige pas en daalde af in de geul,
552 III | handdruk die zij elkaar 's morgens gaven, leek de uitwisseling
553 II | zijn kin bevuild had met saus.~En toen hij opstond om
554 I | dijk zet, zodat ze haar schaapjes op het droge heeft. Je begrijpt
555 III | vader geleefd, als diens schaduw, hem gevolgd naar de akkers,
556 II | hem tegen, deed hem zich schamen en blozen. ~Maar hij dacht:
557 III | over paarden, koeien of schapen, en de handdruk die zij
558 II | toen een tweede, vond het schellekoord en trok eraan. ~Het geklingel
559 II | slaan, begon nu tegen zijn schenen te schoppen. ~Toen hij bij
560 II | vanaf catechismus over de schepsels van het slechte leven, de
561 I | bascule, stampvoetend om hun schoeisel goed aan te krijgen dat
562 II | overjas geborsteld en zijn schoenen opgewreven, ging hij op
563 I | middernacht, na vier uur schokken die op vreselijk lijden
564 I | derde klas middelbaar laten schoolgaan, om hem iets te leren, en
565 II | nu tegen zijn schenen te schoppen. ~Toen hij bij het ogenblik
566 II | tegenover haar, at een schotel pens die hing te spetteren
567 I | die appelkarren op hun schouders nemen. Half boer, half heer,
568 III | aan. Toen zette hij Emile schrijlings op zijn been en liet hem
569 I | Toen de dokter binnenkwam, schudde hij ernstig met zijn hoofd
570 I | overlijden, ben ik haar wat schuldig, maar iets wat zoden aan
571 II | toe staan, het bord, het servet, de glazen, de fles rode
572 III | hart, uitgeruster dan hij sinds het ongeluk nog was geweest. ~
573 III | Maar... als u dat wilt, dat sla ik niet af.'~'Dat is dan
574 II | twee vuisten in steken,' slaakte zij een soort kreet, en
575 II | Wereldtentoonstelling1, dezelfde die in de slaapkamer in Ainville boven het bed
576 I | waarop het hart wat sneller slaat, terwijl de vinger zenuwachtig
577 II | de dag. De nacht daarop sliep hij amper en hij voelde
578 I | zoals zijriviertjes en slingerende beddingen van rivieren op
579 II | hij binnen kon komen. Hij sloot de deur en volgde haar.~
580 II | Alle moraal die nog in ons sluimert, achter in onze gevoelens
581 I | verzoek je dringend, ik smeek je, zoon, vergeet het niet.
582 I | op alles wat hij bezat, sneed op voorhand op over het
583 I | losmakend uit een troep die snel wegvloog, en in een geul
584 I | verwacht, waarop het hart wat sneller slaat, terwijl de vinger
585 II | gezicht terwijl ze begon te snikken. ~Toen draaide het jochie
586 I | nog tijd heb.'~Zoon Hautot snotterde in weerwil van zichzelf
587 II | die hij verhaalde, schrok soms op van gruwel en zei dan: '
588 II | Graindorge voor de tilbury te spannen en vertrok hij op de draf
589 II | vijf met een kat zitten spelen, op de grond voor een fornuis
590 II | schotel pens die hing te spetteren in de oven en dronk een
591 I | buikje, en gehesen in een spiksplinternieuw jachtkostuum, vorige week
592 I | naar de vlakte, en daar sporen we ze dan wel op.'~Vader
593 I | opgewonden jager begon te rennen, sprong, bleef hangen aan bramen
594 II | soort kreet, en de tranen sprongen weer in haar ogen. Daarop,
595 I | zoon, vergeet het niet. Ik sta erop.'~'Nee vader.'~'Je
596 II | duwde hij de op een kier staande deur open van het huis waarop
597 III | vulde haar met tabak en stak haar aan. Toen zette hij
598 I | hoeken, bekeken de bascule, stampvoetend om hun schoeisel goed aan
599 II | Hij hoefde geen honderd stappen meer te doen, het was toevallig
600 II | kon er wel twee vuisten in steken,' slaakte zij een soort
601 II | zijn broer in verwarde, sterke en pijnlijke ontroering.~
602 I | laatste oliesel. ~Maar de stervende had de ogen gesloten, en
603 I | dat hij nog leefde. ~Hij stierf tegen middernacht, na vier
604 II | uitgebreid, bleef bij zaken stilstaan, laste pauzes in, gaf af
605 II | goed beschermt tegen het stof van de weg en de vlekken,
606 II | frisse teint, die hem met stomverbaasde ogen aankeek. ~Hij wist
607 II | nog steeds de gerechten stonden te sudderen, nam Emile op
608 II | was toevallig de tweede straat rechts. ~Daarop aarzelde
609 I | leren, en had hij daar een streep onder die studies gezet,
610 I | verscheurde linnen jas heen, lange stroompjes bloed op het gras liepen.
611 I | geul vallen, onder dicht struikgewas. De opgewonden jager begon
612 I | daar een streep onder die studies gezet, uit angst dat zijn
613 I | afgegaan en zijn darmen had stukgeschoten. Hij werd uit de geul getrokken,
614 I | erfgenamen... en verder stuurt het alles in het honderd...
615 II | de gerechten stonden te sudderen, nam Emile op haar knie'
616 I | verscheen, in een witte superplie, met het laatste oliesel. ~
617 I | gewoon een paar dagen rust, 't is niks.'~Hautot antwoordde: '
618 III | het was, vulde haar met tabak en stak haar aan. Toen zette
619 I | blikken gericht op die hoop takken waardoorheen niets te zien
620 II | zijn gedachten, niet echt talrijk, kwam hij weer terug bij
621 II | afgesneden vanwege de slechte tanden van Hautot. Hij keek op
622 III | heb mijn pijp bij me.'~Hij tastte in zijn zak. Verdorie, hij
623 III | beetje, maar het bezielde hem tegelijkertijd. Het was een soort gezin
624 I | heerlijkheid, en waarin tegenwoordig herenboeren wonen, blaften
625 III | Tegen drie uur stond hij met tegenzin op, want hij voelde helemaal
626 II | brunette met een frisse teint, die hem met stomverbaasde
627 I | weigerde om ook maar door een teken aan te geven dat hij nog
628 II | altijd halt bij het H(tm)tel des Bons-Enfants in de Rue
629 I | gezuiverd, geabsolveerd, temidden van zijn vrienden en zijn
630 I | is zo gebeurd, dan heb ik tenminste rust. En jullie daar, ŽŽn
631 I | een grote glooiing in het terrein, met grond van slechte kwaliteit,
632 III | haar in petto had wilde terugbetalen. Zij aten lang, en spraken
633 II | Wanneer wilt u dat ik terugkom om het te hebben over de
634 III | de volgende donderdag zou terugzien, om dat alles met haar te
635 II | huilde Cesar Hautot, eenmaal thuisgekomen, de rest van de dag. De
636 II | reed Rouaan binnen toen het tien uur sloeg, hield als altijd
637 II | opdracht Graindorge voor de tilbury te spannen en vertrok hij
638 II | als altijd halt bij het H(tm)tel des Bons-Enfants in
639 I | is geweest, liefhebbend, toegewijd, een echte vrouw, kortom.
640 II | stappen meer te doen, het was toevallig de tweede straat rechts. ~
641 III | ze hem in aandacht en in toewijding de gunsten die hij voor
642 II | denken, zozeer werden zijn tong en zijn geest bezeten door
643 II | 18 stond, zag een donkere trap, beklom drie verdiepingen,
644 II | onderlinge regeling moeten treffen overeenkomstig zijn wens.
645 III | pijnlijke nederigheid, met treffende zorgen alsof ze hem in aandacht
646 I | zenuwachtig om de haverklap de trekker betast. ~Plotseling klonk
647 II | waren op de hoogte van het trieste nieuws, waarna hij verslag
648 II | zij wachtte, haar handen trillend van angst.~Toen vatte hij
649 I | toen zijn ogen, keek met troebele, verwilderde blik om zich
650 I | zich losmakend uit een troep die snel wegvloog, en in
651 II | Bons-Enfants in de Rue des Trois-Mares, omhelsde plichtmatig de
652 I | opening. ~Vader Hautot, trots op alles wat hij bezat,
653 II | in zich draagt, zelfs al trouwt hij er met een, zijn hele
654 II | zijn buik, je kon er wel twee vuisten in steken,' slaakte
655 III | ruimharig aan te pakken en haar tweeduizend frank rente te bezorgen,
656 II | Hij vertelde alles, uitgebreid, bleef bij zaken stilstaan,
657 III | een stuk lichter van hart, uitgeruster dan hij sinds het ongeluk
658 I | wel zien wat zij je zal uitleggen. Ik kan je niet meer vertellen.
659 II | Donet?' ~'Als u het niet uitmaakt graag volgende week donderdag,
660 I | bij wie alle gewrichten uitstaken, vertrok met rustige pas
661 I | met geulen vol varens, een uitstekend wildreservaat. ~De jagers
662 II | vlekken, en die je meteen uittrekt zodra je aankomt, zodra
663 III | akkers, naar de velden, de uitvoering van zijn opdrachten overzien,
664 III | s morgens gaven, leek de uitwisseling van een familiale en diepe
665 III | lang zo zou voortgaan. ~Vaak dacht hij aan juffrouw Donet.
666 I | goed, mijn zoon. Omhels me. Vaarwel. Ik ga de pijp aan Maarten
667 III | tafel afruimde en de vuile vaat onder in het buffet wegborg
668 I | gronden. Die bestonden uit een valleitje, of liever een grote glooiing
669 II | alles wat hij had geleerd vanaf catechismus over de schepsels
670 I | doorkruist met geulen vol varens, een uitstekend wildreservaat. ~
671 I | Maar de vader sprak met vastberaden stem: 'Hou op met janken,
672 III | een brave meid. Hij was vastbesloten de zaken ruimharig aan te
673 I | blaften en jankten de honden, vastgebonden aan de appelaars op de hof,
674 III | waarbij het kapitaal dan vastgelegd zou worden op naam van het
675 I | want je moet de dingen niet vastleggen... dat soort dingen niet...
676 II | trillend van angst.~Toen vatte hij moed.~'Wel, mamzel,
677 II | opengetrokken. ~Een paar keer veegde hij de mond van de kleine
678 III | naar de akkers, naar de velden, de uitvoering van zijn
679 I | magere, knokige boom van een vent, bij wie alle gewrichten
680 I | best uit.' ~Maar toen het verband was gelegd, bewoog de gewonde
681 II | Bezorgdheid had haar doen verbleken, en zij wachtte, haar handen
682 I | kwaad als het ging hadden verbonden, droegen ze hem naar huis
683 II | dat kind dat zijn moeder verdedigde. Hij voelde zich overstelpt
684 III | te veel, veel te veel. Ze verdiende genoeg om te leven, ze wilde
685 II | donkere trap, beklom drie verdiepingen, ontdekte een deur, toen
686 III | Hij tastte in zijn zak. Verdorie, hij had haar vergeten!
687 II | amper en hij voelde zich zo verdrietig toen hij wakker werd dat
688 I | bramen die hem hinderden en verdween op zijn beurt in de geul,
689 II | hij het volgde. ~Toen het verhaal afgelopen was herhaalde
690 II | gebeurtenissen in zich op die hij verhaalde, schrok soms op van gruwel
691 III | herkende haar, rook eraan, verkondigde met ontroerde stem wat voor
692 III | als hij hem enige tijd had verlaten, kwam hij bij het eten altijd
693 I | papier, laat je er niet toe verleiden, maak er nooit gebruik van.
694 II | hoef ik dan geen tijd te verliezen. Ik heb altijd op donderdag
695 III | Donet leek hem een beetje vermagerd, wat bleker. Ze had vast
696 II | detail over te slaan, onder vermelding, met boerenprecisie, van
697 II | moest zeggen, en zij, niets vermoedend, verwachtte een ander, en
698 II | angst te worden herkend en vermoedens te wekken. ~Maar omdat hij
699 II | diep getroffen, verward, vernederd bij het denkbeeld dat hij
700 III | vergeten! Hij wilde zich net verontschuldigen toen ze hem een pijp van
701 I | beweging van zijn gezicht verried dat hij nog leefde. ~Hij
702 I | deur open, en de priester verscheen, in een witte superplie,
703 II | En toen, plotseling, verschenen er tranen in haar ogen,
704 I | door zijn door de hagel verscheurde linnen jas heen, lange stroompjes
705 III | daarvoor, met het enige verschil dat de korst van het brood
706 II | trieste nieuws, waarna hij verslag moest doen van het ongeluk,
707 I | nogal hard was, nog niet versoepeld door de warmte van het bloed,
708 II | Cesar bleef ontsteld en vertederd zitten tussen die vrouw
709 I | ken, mijn zoon. Die dingen vertel je niet in het openbaar,
710 II | En toen hij opstond om te vertrekken vroeg hij: 'Wanneer wilt
711 II | een priester die hij zag, vertrouwend op het beroepsgeheim van
712 II | hij zich diep getroffen, verward, vernederd bij het denkbeeld
713 II | Hautot bekeek zijn broer in verwarde, sterke en pijnlijke ontroering.~
714 I | ogen, keek met troebele, verwilderde blik om zich heen, leek
715 II | altijd de vezels van het hart verzachten, boog hij zich voorover
716 I | iedereen te gronde! Zie je, verzegeld papier, laat je er niet
717 I | zweert het?'~'Ja vader.'~'Ik verzoek je dringend, ik smeek je,
718 II | aangezien tranen altijd de vezels van het hart verzachten,
719 I | stierf tegen middernacht, na vier uur schokken die op vreselijk
720 I | Luister zoon, je bent vierentwintig, ik hoef er bij jou geen
721 I | ontkleed, en zij zagen een vieze wond waaruit zijn darmen
722 I | dat ik niet ouder ben dan vijfenveertig, ik, omdat ik op mijn negentiende
723 II | weten... als u het niet erg vindt het opnieuw te vertellen?' ~
724 I | sneller slaat, terwijl de vinger zenuwachtig om de haverklap
725 I | bewoog de gewonde zijn vingers, deed zijn mond open, toen
726 II | zag, dat hij daar herkende vlak naast de vork, want de korst
727 I | spreken. Ga daar zitten, vlakbij, het is zo gebeurd, dan
728 II | het stof van de weg en de vlekken, en die je meteen uittrekt
729 III | hield voet bij stuk, en voegde zelfs een cadeau van duizend
730 I | buik is naar de haaien! Ik voel het wel.'~En plotseling: '
731 I | een heer zou worden zonder voeling met zijn grond. ~Cesar Hautot,
732 II | zijn benen zijn broek met voetbanden en gezien de omstandigheden
733 I | dragers van de weizakken volgden. Het was dat plechtige ogenblik
734 I | vrouw, kortom. Kun je het volgen, beste jongen?' ~'Ja vader.'~'
735 I | maar vervolgens, nog altijd volgzaam, deed hij de deur open,
736 I | magerder, was een goede, volgzame zoon, overal blij mee, vol
737 I | antwoordde: 'Zoveel je maar wilt, vooral op de lage gronden van de
738 I | wat hij bezat, sneed op voorhand op over het wild dat zijn
739 II | voorover naar Emile, wiens voorhoofd in het bereik van zijn mond
740 II | verzachten, boog hij zich voorover naar Emile, wiens voorhoofd
741 I | hevig terwijl ze met de voorpoten door de lucht maaiden. ~
742 III | dat leven nog lang zo zou voortgaan. ~Vaak dacht hij aan juffrouw
743 II | hebt u ook meer tijd.'~'Ja, vooruit. Om twaalf uur dan.'~En
744 II | daar herkende vlak naast de vork, want de korst was er afgesneden
745 I | de omzichtigheid van een vos. Toen riep hij meteen: '
746 I | vertellen en je dan zou vragen om dat vrouwtje niet te
747 I | noodzakelijk is. Dus, geen vreemden in het geheim, niemand die
748 I | bent niet hebzuchtig, niet vrekkig, kortom. Ik dacht bij mezelf
749 I | geabsolveerd, temidden van zijn vrienden en zijn knielende personeel,
750 II | heb altijd op donderdag vrij.' ~'Wat mij betreft dan,
751 II | luisterde gretig, nam met haar vrouwelijke fijngevoeligheid alle gebeurtenissen
752 II | dat zij met haar hele arme vrouwenhart van Hautot gehouden had. ~
753 III | de tafel afruimde en de vuile vaat onder in het buffet
754 II | buik, je kon er wel twee vuisten in steken,' slaakte zij
755 III | voor kwaliteit het was, vulde haar met tabak en stak haar
756 III | frank rente te bezorgen, waarbij het kapitaal dan vastgelegd
757 I | gericht op die hoop takken waardoorheen niets te zien was.~De notaris
758 II | van het trieste nieuws, waarna hij verslag moest doen van
759 I | wilde ook in vrede sterven. Waarom zou hij moeten biechten
760 III | en spraken over de zaak waarvoor hij kwam. Zoveel geld wilde
761 II | haar doen verbleken, en zij wachtte, haar handen trillend van
762 I | droegen ze hem naar huis en wachtten op de dokter die ze hadden
763 II | aankomt, zodra je van de wagen bent gesprongen. ~Hij reed
764 II | zich zo verdrietig toen hij wakker werd dat hij zich afvroeg
765 I | voor hem lag, had hij het wapen laten vallen, waarvan het
766 I | Normandi'r, zo'n krachtige, warmbloedige, donkere man, die appelkarren
767 II | fornuis waarvan een geur van warmgehouden gerechten opsteeg. ~'Gaat
768 I | niet versoepeld door de warmte van het bloed, en daarop
769 III | buffet wegborg om die te wassen als hij weg zou zijn. ~Tegen
770 II | Hij zwichtte, na nog wat weerstand, ging met zijn rug naar
771 I | Zoon Hautot snotterde in weerwil van zichzelf en herhaalde
772 II | mompelde: 'Arm kind, nu is hij wees.'~'Ik ook,' zei Cesar.~En
773 III | vaat onder in het buffet wegborg om die te wassen als hij
774 II | achter in onze gevoelens weggestopt door eeuwen onderwijs van
775 I | losmakend uit een troep die snel wegvloog, en in een geul vallen,
776 II | doorleven, u mag mij dit niet weigeren. En bovendien zult u dan
777 I | hof, bij het zien van de weitassen, gedragen door de jachtopziener
778 I | jachtopziener en de dragers van de weizakken volgden. Het was dat plechtige
779 II | herkend en vermoedens te wekken. ~Maar omdat hij het niet
780 II | emotie, tranen van verdriet welden op, en om zich een figuur
781 III | was, meegevoerd door de welklinkende draf van Graindorge, voelde
782 II | Ten slotte vroeg zij: 'Wat wenst u, meneer?' ~Hij mompelde: '
783 II | dan ook te denken, zozeer werden zijn tong en zijn geest
784 I | week is ze niet thuis. Ze werkt bij mevrouw Moreau, Rue
785 III | Hij zwierf rond onder de werkzaamheden van de herfst, verwachtte
786 II | maar ik zou graag willen weten... als u het niet erg vindt
787 I | is veel te lastig voor de wettige erfgenamen... en verder
788 II | had met die onbekende, en wierp zich op Cesar, greep met
789 I | vol varens, een uitstekend wildreservaat. ~De jagers gingen op afstand
790 II | willen aantrekken die in de wind opbolt, die het goed beschermt
791 I | geen doekjes meer om te winden. Bovendien is dit niet raadselachtiger
792 II | stomverbaasde ogen aankeek. ~Hij wist niet wat hij haar moest
793 II | probeerden op te dringen omdat ze wisten dat hij rijk was, en weigerde
794 I | en zij zagen een vieze wond waaruit zijn darmen kwamen.
795 I | tegenwoordig herenboeren wonen, blaften en jankten de honden,
796 II | in de Rue de l'Eperlan 18 woonde, op de derde verdieping,
797 II | geest bezeten door die paar woorden. ~Dus de volgende dag, tegen
798 II | ik heb geen honger, ik word te zeer gekweld.'~Zij antwoordde: '
799 II(1)| Bedoeld wordt de Wereldtentoonstelling
800 III | lang, en spraken over de zaak waarvoor hij kwam. Zoveel
801 II | een ontelbaar aantal keren zachtjes herhaald, zoals je een gebed
802 III | me.'~Hij tastte in zijn zak. Verdorie, hij had haar
803 II | om het te hebben over de zakelijke kant, mamzel Donet?' ~'Als
804 I | Hautot die op een stoel zat te huilen. 'Arme jongen,'
805 I | slaat, terwijl de vinger zenuwachtig om de haverklap de trekker
806 I | me. Dat is mijn dag, al zes jaar. Arm kleintje, wat
807 I | iets wat zoden aan de dijk zet, zodat ze haar schaapjes
808 I | gaten waar hij zijn voet kon zetten, met de omzichtigheid van
809 I | ik kan natuurlijk op zijn zevenendertigste geen weduwnaar blijven,
810 I | netwerken van paarse aderen zichtbaar waren, zoals zijriviertjes
811 I | richt iedereen te gronde! Zie je, verzegeld papier, laat
812 I | Arme jongen,' zei hij, 'het ziet er niet zo best uit.' ~Maar
813 II | zwarte overjas, had zijn hoge zijden op het hoofd, aan zijn benen
814 II | een andere stoel bij de zijne, voor het fornuis waarop
815 I | aderen zichtbaar waren, zoals zijriviertjes en slingerende beddingen
816 I | te geven dat hij nog bij zinnen was. ~Hij had genoeg gesproken,
817 I | schuldig, maar iets wat zoden aan de dijk zet, zodat ze
818 I | toen in zijn geheugen te zoeken, zich iets te herinneren,
819 II | baas, de bazin en hun vijf zonen, want zij waren op de hoogte
820 II | niemand meer, behalve mijn zoontje. Ach wat een ellende, wat
821 I | ik er niet meer ben - en zorg er dan voor dat zij zich
822 I | Ik wil dat je voor alles zorgt.'~'Ja vader.'~'En verder
823 I | genodigden op zijn gronden zouden aantreffen. Hij was een
824 II | aan wat dan ook te denken, zozeer werden zijn tong en zijn
825 I | Ja vader.'~'En verder zul je wel zien.... je zult
826 II | huilen, vervolgde Cesar, zwaar gegeneerd: 'Wel dan, mamzel
827 II | hij op de draf van zijn zware Normandische paard over
828 II | naar Rouaan. Hij droeg zijn zwarte overjas, had zijn hoge zijden
829 II | mij... nee, nee, nee, ik zweer het u. Dan is het voor de
830 I | belooft het?'~'Ja vader.'~'Je zweert het?'~'Ja vader.'~'Ik verzoek
831 II | wat ik moet doen.' ~Hij zwichtte, na nog wat weerstand, ging
832 III | nu was Cesar alleen. Hij zwierf rond onder de werkzaamheden
|