Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Guy de Maupassant
Vader en zoon Hautot

IntraText CT - Text

  • III
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

III

De week leek Cesar Hautot lang. Nog nooit was hij alleen geweest en het isolement leek hem bijna onverdraaglijk. Tot dan toe had hij naast zijn vader geleefd, als diens schaduw, hem gevolgd naar de akkers, naar de velden, de uitvoering van zijn opdrachten overzien, en als hij hem enige tijd had verlaten, kwam hij bij het eten altijd weer terug. De avonden brachten zij gezamenlijk door, pijp rokend tegenover elkaar, pratend over paarden, koeien of schapen, en de handdruk die zij elkaar 's morgens gaven, leek de uitwisseling van een familiale en diepe aanhankelijkheid.

En nu was Cesar alleen. Hij zwierf rond onder de werkzaamheden van de herfst, verwachtte nog steeds aan de rand van een vlakte de hoge, gebarende gestalte van zijn vader te zullen zien. Om de tijd te doden ging hij naar de buren, vertelde het ongeluk aan allen die het nog niet hadden gehoord, en herhaalde het nog een paar keer tegenover de rest. Toen hij vervolgens geen bezigheden en geen gedachten meer had, ging hij langs een weg zitten en vroeg zich af of dat leven nog lang zo zou voortgaan.

Vaak dacht hij aan juffrouw Donet. Ze was hem bevallen. Hij had haar netjes gevonden, een lieve, brave meid, zoals zijn vader gezegd had. Ja, als je het hebt over een brave meid, dan was dat zeker een brave meid. Hij was vastbesloten de zaken ruimharig aan te pakken en haar tweeduizend frank rente te bezorgen, waarbij het kapitaal dan vastgelegd zou worden op naam van het kind. Hij voelde zelfs een zeker genoegen bij de gedachte dat hij haar de volgende donderdag zou terugzien, om dat alles met haar te regelen. En verder hinderde hem het denkbeeld aan die broer, dat mannetje van vijf, die de zoon van zijn vader was, hem een beetje, maar het bezielde hem tegelijkertijd. Het was een soort gezin dat hij daar had, in die onwettige dreumes die zich nooit Hautot zou noemen, een gezin dat hij naar eigen inzicht kon aannemen of niet, maar dat hem aan zijn vader deed denken.

Toen hij donderdagochtend dan ook op weg naar Rouaan was, meegevoerd door de welklinkende draf van Graindorge, voelde hij zich een stuk lichter van hart, uitgeruster dan hij sinds het ongeluk nog was geweest.

Toen hij het appartement van juffrouw Donet betrad, zag hij de tafel gedekt zoals die donderdag daarvoor, met het enige verschil dat de korst van het brood niet was afgesneden.

Hij gaf de jonge vrouw een hand, kuste Emile op de wangen en ging een beetje alsof hij thuis was, maar toch wel met een prop in zijn keel, zitten. Juffrouw Donet leek hem een beetje vermagerd, wat bleker. Ze had vast vreselijk zitten huilen. Nu deed ze gegeneerd tegenover hem, alsof ze had begrepen wat ze de vorige week nog niet had gevoeld onder de eerste schok van het ongeluk, en zij behandelde hem nu met overdreven omzichtigheid, met pijnlijke nederigheid, met treffende zorgen alsof ze hem in aandacht en in toewijding de gunsten die hij voor haar in petto had wilde terugbetalen. Zij aten lang, en spraken over de zaak waarvoor hij kwam. Zoveel geld wilde zij niet. Dat was te veel, veel te veel. Ze verdiende genoeg om te leven, ze wilde alleen dat Emile wat geld zou hebben als hij groot zou worden. Cesar hield voet bij stuk, en voegde zelfs een cadeau van duizend frank voor haar toe, voor haar rouw.

Toen hij zijn koffie had genomen vroeg ze: 'Rookt u?'

'Ja... ik heb mijn pijp bij me.'

Hij tastte in zijn zak. Verdorie, hij had haar vergeten! Hij wilde zich net verontschuldigen toen ze hem een pijp van zijn vader aanbood, die in de kast lag. Hij pakte haar aan, herkende haar, rook eraan, verkondigde met ontroerde stem wat voor kwaliteit het was, vulde haar met tabak en stak haar aan. Toen zette hij Emile schrijlings op zijn been en liet hem paardje rijden terwijl zij de tafel afruimde en de vuile vaat onder in het buffet wegborg om die te wassen als hij weg zou zijn.

Tegen drie uur stond hij met tegenzin op, want hij voelde helemaal geen lust om weg te gaan.

'Wel! Mamzel Donet,' zei hij, 'ik wens u nog een prettige avond en ik ben blij dat ik u in goede gezondheid heb kunnen aantreffen.'

Ze bleef voor hem staan, blozend, zeer getroffen, en ze bekeek hem terwijl ze aan die ander dacht.

'Zien we elkaar nu niet meer terug?' vroeg ze.

Hij antwoordde eenvoudigweg: 'Maar natuurlijk wel, mamzel, als dat u genoegen doet.'

'Nou en of, meneer Cesar. Dus, volgende week donderdag, past u dat?'

'Ja, mamzel Donet.'

'U komt dan zeker weer eten?'

'Maar... als u dat wilt, dat sla ik niet af.'

'Dat is dan afgesproken, meneer Cesar, volgende week donderdag, om twaalf uur, net als vandaag.'

'Donderdag om twaalf uur, mamzel Donet!'




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License