IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] dapper 2 dapperheid 1 dat 264 de 816 debatteren 1 december 2 declamatie 1 | Frequency [« »] ----- ----- ----- 816 de 655 een 543 en 404 ik | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances de |
Part
1 Inl| gelezen, herinnert zich de onvergetelijke figuur van 2 Inl| Daar Petronius in hoge mate de sympathie en het vertrouwen 3 Inl| sympathie en het vertrouwen van de keizer genoot, wekte hij 4 Inl| keizer genoot, wekte hij de afgunst van de machtige 5 Inl| wekte hij de afgunst van de machtige Tigellinus op, 6 Inl| voor een der deelnemers aan de tegen Nero gerichte samenzwering 7 Inl| hij alle schanddaden van de wrede tyran nauwkeurig opsomde. 8 Inl| tyran nauwkeurig opsomde. De grote Romeinse geschiedschrijver 9 Inl| Petronius nagelaten, die ik de lezer niet mag onthouden:~ ,, 10 Inl| C. Petronius bracht de dag met slapen door, en 11 Inl| dag met slapen door, en de nacht met de plichten en 12 Inl| slapen door, en de nacht met de plichten en genietingen 13 Inl| verkwister beschouwd, zoals de meesten, die hun vermogen 14 Inl| of wel omdat hij daarvan de schijn aannam, werd hij 15 Inl| schijn aannam, werd hij in de kleine kring van Nero's 16 Inl| vrienden opgenomen als ,,maître de plaisir'', daar de keizer 17 Inl| maître de plaisir'', daar de keizer in zijn geblaseerdheid 18 Inl| aanbevolen.''~ Deze Petronius is de geniale schrijver van een 19 Inl| gehele werk, Satyrae geheten; de ons bewaarde fragmenten 20 Inl| tot het 15de en 16de boek. De eerste uitgave van Petronius, 21 Inl| heftige discussies over de echtheid van dit handschrift 22 Inl| was, zodat men nu volgens de uitgever een volledige Petronius 23 Inl| zoals o.a. door Breugière de Barante (1670-1745), een 24 Inl| fragmenten te lezen. Alleen de Cena Trimalchionis, ,,Het 25 Inl| een half-Griekse stad aan de golf van Napels, waarschijnlijk 26 Inl| het hedendaagse Pozzuoli.~ De optredende personen zijn 27 Inl| optredende personen zijn door de hand van een meester getekend; 28 Inl| vooral het karakter van de hoofdpersoon Trimalchio 29 Inl| is wel 't hoogste, dat in de wereldliteratuur op 't gebied 30 Inl| één lijn heeft gesteld.~ De gehele geschiedenis, zoals 31 Inl| geschiedenis, zoals die in de ons bewaarde delen der Satyrae 32 Inl| naam dragen: Encolpius, de verteller, wiens naam betekent: ,, 33 Inl| boezem rust'', Ascyltos, ,,de onvermoeibare'', en Giton, ,, 34 Inl| gastvrijheid te genieten. Zoals uit de eerste hoofdstukken blijkt, 35 Inl| Agamemnon, een leraar in de welsprekendheid. Nadat zij 36 Inl| Agamemnon er zijn meester en de drie jongelui aan herinneren, 37 Inl| nu begint het verhaal van de maaltijd ten huize van de 38 Inl| de maaltijd ten huize van de vrijgelatene Trimalchio, 39 I| Reeds was de derde dag aangebroken, en 40 I| beraadslaagden, hoe wij de dreigende storm zouden kunnen 41 I| staan en een trompetter, die de opdracht heeft na afloop 42 I| graag op zich nam, ons naar de badinrichting te begeleiden.~ 43 I| waren echter niet zozeer de knapen, hoewel ook zij de 44 I| de knapen, hoewel ook zij de moeite waard waren, die 45 I| belangstelling trokken als de heer des huizes zelf, die 46 I| wierp. Viel er een bal op de grond, dan raapte hij die 47 I| deelde nieuwe ballen aan de spelers uit. Wij merkten 48 I| stonden ieder aan een kant van de speelplaats, de een met 49 I| kant van de speelplaats, de een met een zilveren pot 50 I| een met een zilveren pot de chambre; de andere telde 51 I| zilveren pot de chambre; de andere telde de ballen, 52 I| chambre; de andere telde de ballen, niet die, welke 53 I| welke bij het kaatsen tussen de handen der spelers heen 54 I| vlogen, maar die, welke op de grond vielen. Toen wij al 55 I| toelopen en zei: "Dit is nu de man, bij wie jullie gaat 56 I| hier reeds 't voorspel van de maaltijd". Menelaus was 57 I| spreken, toen Trimalchio met de vingers knipte, op welk 58 I| vingers knipte, op welk teken de eunuch de pot de chambre 59 I| op welk teken de eunuch de pot de chambre onder hem 60 I| welk teken de eunuch de pot de chambre onder hem hield, 61 I| zijn vochtige vingers aan de lokken van een bediende 62 I| gewoon linnen, maar met de fijnste wollen handdoeken. 63 I| al twistend het meeste op de grond morsten, zei Trimalchio, 64 I| oor fluisterde, floot hij de hele weg door. Reeds verzadigd 65 I| tezamen met Agamemnon aan de deur, op de posten waarvan 66 I| Agamemnon aan de deur, op de posten waarvan een plakkaat 67 I| toestemming van zijn meester de deur uitgaat, krijgt honderd 68 I| honderd slagen". Vlak bij de ingang stond een in het 69 I| zilveren schotel. Boven de drempel hing een gouden 70 I| met een bonte ekster, die de binnentredenden begroette. 71 I| bewonderde; want links van de ingang, niet ver van 't 72 I| ver van 't kamertje van de portier, was een reusachtige 73 I| hond aan een ketting ... op de muur geschilderd, waarboven 74 I| lachten, maar zodra ik van de schrik bekomen was, hield 75 I| hield ik niet op, vóór ik de hele muur bekeken had. Het 76 I| en een Mercuriusstaf in de hand, terwijl Minerva hem 77 I| Minerva hem leidde. Verder had de scherp-waarnemende schilder 78 I| galerij hief Minerva hem bij de kin op een hoge stellage. 79 I| hoorn des overvloeds, en de drie Schikgodinnen, die 80 I| spinnen. Ook viel mijn oog in de zuilengang op een aantal 81 I| waarin - zoo vertelde men - de eerste baard van de gastheer 82 I| men - de eerste baard van de gastheer werd bewaard.~ 83 I| werd bewaard.~ Ik vroeg de opzichter van het atrium 84 I| schilderijen in het midden waren. ,,De Ilias en de Odyssee'', zei 85 I| midden waren. ,,De Ilias en de Odyssee'', zei hij, ,,en 86 I| bekijken.~ Wij waren reeds de eetzaal genaderd, bij de 87 I| de eetzaal genaderd, bij de ingang waarvan de rentmeester 88 I| genaderd, bij de ingang waarvan de rentmeester rekeningen in 89 I| frappeerde, was dat aan de deurposten van de eetzaal 90 I| dat aan de deurposten van de eetzaal roedenbundels met 91 I| Sevir der Augustalen, van de rentmeester Cinnamus''. 92 I| dubbele lamp voorzien, die aan de zoldering hing en aan de 93 I| de zoldering hing en aan de beide deurposten waren twee 94 I| buitenshuis''. Op het andere waren de loop van de maan en de voorstelling 95 I| andere waren de loop van de maan en de voorstelling 96 I| waren de loop van de maan en de voorstelling der zeven planeten 97 I| planeten geschilderd, terwijl de gunstige en ongunstige dagen 98 I| al dat moois verzadigd, de eetzaal wilden binnentreden, 99 I| dit opgedragen was: ,,Met de rechtervoet". Om de waarheid 100 I| Met de rechtervoet". Om de waarheid te zeggen, waren 101 I| ons tegen het bevel met de verkeerde voet naar binnen 102 I| Toen wij allen tegelijk met de rechtervoet binnen getreden 103 I| want in het bad waren hem de kleren van de rentmeester 104 I| waren hem de kleren van de rentmeester ontstolen, die 105 I| weer terug en verzochten de rentmeester, die in het 106 I| atrium goudstukken telde, om de slaaf zijn straf kwijt te 107 I| verlies ergert mij, als wel de onoplettendheid van die 108 I| er toe? Op uw verzoek zal de schurk genade hebben''. 109 I| onze dank, en, toen wij de eetzaal binnentraden, liep 110 I| die weldaad bewezen hebt. De wijn van de meester is de 111 I| bewezen hebt. De wijn van de meester is de dank van de 112 I| De wijn van de meester is de dank van de schenker."~ 113 I| de meester is de dank van de schenker."~ Eindelijk gingen 114 I| goten ons sneeuwwater over de handen; daarna kwamen anderen, 115 I| buitengewone voorzichtigheid de stroopnagels van onze tenen. 116 I| een theater was tijdens de opvoering van een pantomime 117 I| met zang inplaats van in de eetkamer van een particulier.~ 118 I| zelf, voor wie men volgens de nieuwste mode de ereplaats 119 I| volgens de nieuwste mode de ereplaats bewaarde. Er stond 120 I| met een knapzak, die aan de ene kant lichtgroene, aan 121 I| ene kant lichtgroene, aan de andere zwarte olijven bevatte. 122 I| bevatte. Aan weerszijden van de ezel stonden twee schalen, 123 I| twee schalen, op wier rand de naam Trimalchio en het gewicht 124 I| vastgesoldeerde bordjes in de vorm van bruggetjes lagen 125 I| rokende braadworsten, en onder de rooster damastpruimen met 126 I| zijn hals, die geheel door de mantel was bedekt, had hij 127 I| afhingen. Ook droeg hij aan de pink van de linkerhand een 128 I| droeg hij aan de pink van de linkerhand een grote, vergulden 129 I| aan het laatste lid van de volgende vinger een kleinere, 130 I| laten zien, ontblootte hij de rechterarm, versierd met 131 I| aangename bezigheden maar in de steek gelaten. Maar u zult 132 I| Terwijl hij onder 't spelen de taal van werklui van 't 133 I| en verdeelden die onder de gasten. Trimalchio keerde 134 I| en daarmee maakten wij de eieren open, die uit dik 135 I| orkest een teken gegeven en de gerechten werden door een 136 I| drukte een schoteltje op de grond gevallen was en een 137 I| Trimalchio, die dit bemerkte, de knaap een oorvijg geven 138 I| geven en beval het weer op de grond te werpen. Dadelijk 139 I| moest zorgen, en veegde de zilveren schotel met de 140 I| de zilveren schotel met de overblijfselen van de maaltijd 141 I| met de overblijfselen van de maaltijd bij 't vuilnis. 142 I| niet aangeboden. Toen wij de gastheer onze ingenomenheid 143 I| Terwijl wij bezig waren de opschriften te lezen, klapte 144 I| lezen, klapte Trimalchio in de handen en sprak: ,,Ach, 145 I| sprak: ,,Ach, zo leeft dan de wijn langer dan een mensenkind. 146 I| kunstig vervaardigd was, dat de ledematen en de wervels 147 I| was, dat de ledematen en de wervels buigzaam waren en 148 I| dit skelet enige malen op de tafel heen en weer geworpen 149 I| geworpen had en het door de beweegbare verbinding verschillende 150 I| het leven, zolang als u de tijd wordt gegund."~ ~ 151 II| dienbak binnengebracht, waarop de twaalf tekens van de dierenriem 152 II| waarop de twaalf tekens van de dierenriem in een kring 153 II| getekend; op ieder daarvan had de slaaf, die de spijzen op 154 II| daarvan had de slaaf, die de spijzen op de schotels moest 155 II| slaaf, die de spijzen op de schotels moest ordenen, 156 II| dat er bij paste: b.v. op de ram ramserwten, op de stier 157 II| op de ram ramserwten, op de stier een stuk rundvlees, 158 II| stier een stuk rundvlees, op de tweelingen testikels en 159 II| testikels en nieren, op de kreeft een krans, op de 160 II| de kreeft een krans, op de leeuw een Afrikaanse vijg, 161 II| een Afrikaanse vijg, op de maagd de baarmoeder van 162 II| Afrikaanse vijg, op de maagd de baarmoeder van een zeug, 163 II| niet geworpen heeft, op de weegschaal een echte weegschaal 164 II| weegschaal met een taart in de ene schaal en een koek in 165 II| ene schaal en een koek in de andere, op de schorpioen 166 II| een koek in de andere, op de schorpioen een kleine zeevis, 167 II| schorpioen een kleine zeevis, op de schutter een haas, op de 168 II| de schutter een haas, op de steenbok een zeekreeft, 169 II| steenbok een zeekreeft, op de waterman een gans, op de 170 II| de waterman een gans, op de vissen twee barbelen. In 171 II| afschuwelijke stem een liedje uit de pantomime ,,De silphiumverkoper''. 172 II| liedje uit de pantomime ,,De silphiumverkoper''. Toen 173 II| daarop 't bovenste deel van de dienbak. Nu zagen wij in 174 II| dienbak. Nu zagen wij in de onderste afdeling vetgemest 175 II| voorstellen. Ook merkten wij bij de hoeken van de dienbak vier 176 II| merkten wij bij de hoeken van de dienbak vier saters op, 177 II| een gepeperde saus over de vissen stroomde, die als 178 II| zwommen. Hierop klapten wij in de handen (waartoe de slaven ' 179 II| wij in de handen (waartoe de slaven 't sein gaven) en 180 II| gaven) en vielen lachend op de uitgelezen lekkernijen aan. 181 II| Deelman!'' Dadelijk trad de voorsnijder naar de tafel 182 II| trad de voorsnijder naar de tafel en sneed onder rhythmische 183 II| rhythmische bewegingen op de maat der muziek de spijzen 184 II| bewegingen op de maat der muziek de spijzen op zulk een wijze, 185 II| wijze, dat men hem voor de wagenstrijder zou gehouden 186 II| gehouden hebben, die onder de begeleiding van een waterorgel 187 II| Zie je die slaaf, die de spijzen aan het verdelen 188 II| Deelman" roept, noemt hij de naam van de voorsnijder 189 II| roept, noemt hij de naam van de voorsnijder en geeft hem 190 II| op en neer liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio" zeide 191 II| zij - hoe en waarom weten de Goden - als in de hemel 192 II| weten de Goden - als in de hemel en Trimalchio's rechterhand. 193 II| heeft landerijen, zover als de wouwen maar vliegen kunnen, 194 II| vinden. Om kort te gaan, de wol, die zijn schapen hem 195 II| halen; zo zullen bovendien de inlandse door de Griekse 196 II| bovendien de inlandse door de Griekse nog wat veredeld 197 II| je die man, die daar als de laatste op de laatste divan 198 II| die daar als de laatste op de laatste divan aanligt; hij 199 II| hals sjouwde. Maar zoals de mensen zeggen - ik weet ' 200 II| Ik misgun niemand, wat de hemel hem gegeven heeft. 201 II| gekocht." En die daar, die op de plaats van de vrijgelatene 202 II| daar, die op de plaats van de vrijgelatene ligt, hoeveel 203 II| zijn schuld niet; hij is de beste kerel van de wereld; 204 II| hij is de beste kerel van de wereld; maar die vervloekte 205 II| wel; vele koks bederven de pap, en begint de zaak scheef 206 II| bederven de pap, en begint de zaak scheef te gaan, dan 207 II| scheef te gaan, dan zijn de vrienden gevlogen. En wat 208 II| en wild, ja, hij hield er de nodige koks en pasteibakkers 209 II| een sprookje. Maar toen de zaken misliepen en hij bang 210 II| misliepen en hij bang werd, dat de schuldeisers zouden denken, 211 II| genoegelijke gesprekken; want de dienbak was al weer weggedragen; 212 II| was al weer weggedragen; de gasten, die in een vrolijke 213 II| waren geraakt, lieten zich de wijn goed smaken en het 214 II| tevreden ben, dat jullie op de deksel van de dienbak gezien 215 II| jullie op de deksel van de dienbak gezien hebt? Staat 216 II| heeft. Deze hemel, waarin de twaalf Goden wonen, kan 217 II| geboren." Wij bewonderden de geestigheid van onze sterrenwichelaar, 218 II| ging voort: ,,Daarna komt de hele hemel onder de stier; 219 II| komt de hele hemel onder de stier; daar worden dan de 220 II| de stier; daar worden dan de mensen geboren, die achteruit 221 II| onderhoud zorgen. Onder de tweelingen ontstaan de tweespannen, 222 II| Onder de tweelingen ontstaan de tweespannen, ossen, de testikels 223 II| ontstaan de tweespannen, ossen, de testikels en mensen, die 224 II| twee wallen eten. Onder de Kreeft ben ik zelf geboren. 225 II| te land en ter zee; want de kreeft voelt zich op 't 226 II| horoscoop zou bederven. Onder de Leeuw worden veelvraten 227 II| geboren en heerszuchtigen. In de Maagd vrouwen en weggelopen 228 II| en geboeide slaven; onder de Weegschaal slagers, handelaars 229 II| die wat afwegen. Onder de Schorpioen giftmengers en 230 II| giftmengers en moordenaars; onder de Schutter scheelkijkers, 231 II| scheelkijkers, die naar de groente kijken en 't spek 232 II| t spek meepakken; onder de Steenbok arbeiders, die 233 II| krijgen door 't harde werk; in de Waterman kroegbazen en domkoppen; 234 II| kroegbazen en domkoppen; onder de Vissen koks en professoren 235 II| Vissen koks en professoren in de redenaarskunst. Zo draait 236 II| redenaarskunst. Zo draait de wereld als een molensteen 237 II| niets zonder reden, want de aarde, onze moeder, rond 238 II| alle goede dingen, waarvan de honing 't zinnebeeld is.~ ,, 239 II| terwijl wij onze handen naar de zondering hieven, zwoeren 240 II| slotte slaven kwamen, die op de rustbanken kleden legden, 241 II| betekenen had, toen er buiten de eetzaal een verschrikkelijk 242 II| Spartaanse honden rondom de tafel begonnen te lopen. 243 II| vrijheidsmuts op zijn kop. Aan de slagtanden van 't dier hingen 244 II| gemaakt, die als 't ware de borsten drukten, waardoor 245 II| Ook deze biggetjes mochten de gasten als geschenk meenemen. 246 II| verscheen voor 't aansnijden van de ever niet Deelman, die de 247 II| de ever niet Deelman, die de vogels had gesneden, maar 248 II| trok een jachtmes en gaf de ever een flinke stoot in 249 II| ever een flinke stoot in de zijde: en ziet, uit de wonde 250 II| in de zijde: en ziet, uit de wonde vlogen lijsters te 251 II| ogenblik terwijl ze door de zaal rondfladderden. Toen 252 II| Onmiddellijk gingen slaven naar de mandjes, die aan de slagtanden 253 II| naar de mandjes, die aan de slagtanden hingen, en verdeelden 254 II| slagtanden hingen, en verdeelden de verse en gedroogde dadels 255 II| dadels nauwkeurig onder de gasten.~ Ondertussen dacht 256 II| had, voortdurend na over de vraag, waarom de ever met 257 II| na over de vraag, waarom de ever met een vrijheidsmuts 258 II| allerlei had ingelicht, de vraag te stellen, die mij 259 II| hoofdgerecht bestemd was, maakten de gasten er geen gebruik van; 260 II| enkele vraag meer, om niet de indruk te maken, dat ik 261 II| klimop bekransd, die nu eens de luidruchtige dan weer de 262 II| de luidruchtige dan weer de van zorgenbevrijdende of 263 II| van zorgenbevrijdende of de jubelende Bacchus voorstelde, 264 II| zult vrij zijn." Daarop nam de knaap de muts van de ever 265 II| zijn." Daarop nam de knaap de muts van de ever af, en 266 II| nam de knaap de muts van de ever af, en zette hem op 267 II| deze woordspeling en kusten de knaap, die bij alle gasten 268 II| even. Daar wij ons nu door de afwezigheid van onze gastheer 269 II| vrijer voelden, begonnen wij de gasten aan het praten te 270 II| praten te brengen. Dama was de eerste, die, toen hij om 271 II| beker gevraagd had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij. 272 II| ik ben er soeserig van. De wijn is me naar m'n hoofd 273 II| honingwijn gedronken heb, dan kan de koude me niet bommen. Vandaag 274 II| nog met hem praat. Helaas, de mens gaat door 't leven 275 II| hij geen druppel water in de mond genomen, geen kruimeltje 276 II| allemaal naar toe moeten. De dokters hebben hem doodgemaakt, 277 II| goed behandeld had. Maar de vrouwen, de een zo goed 278 II| behandeld had. Maar de vrouwen, de een zo goed als de andere, 279 II| vrouwen, de een zo goed als de andere, zijn echte roofvogels. 280 II| liefde houdt je vast, als de scharen van een kreeft."~ 281 II| scharen van een kreeft."~ De spreker begon vervelend 282 II| riep: ,,Laat ons toch over de levenden spreken. De man 283 II| over de levenden spreken. De man heeft gekregen, waarop 284 II| begin had hij ,,pech", maar de eerste wijnoogst bracht 285 II| Maar wat hem pas flink op de been hielp, dat was, dat 286 II| broer, zijn vermogen aan de een of andere onbekende 287 II| geloven jullie, dat hij achter de rug had? Meer dan zeventig. 288 II| zwart als een raaf. Ik kende de man jaren lang, en tot het 289 II| niemand denkt eens over de hoge korenprijzen, die ons 290 II| kunnen voor mijn part naar de hel lopen; zij spelen met 291 II| hel lopen; zij spelen met de bakkers onder één hoedje. 292 II| bakkers onder één hoedje. De ene hand wast de andere. 293 II| hoedje. De ene hand wast de andere. Daarom hebben wij 294 II| het zo slecht; want voor de voorname kaken is 't iedere 295 II| die snuiters eens flink de oren, dat hun angst om ' 296 II| toen ik nog jong was, bij de oude triomfboog. Dat was 297 II| maar je reinste peper. De grond werd warm onder zijn 298 II| hij ze daar stuk voor stuk de waarheid; hij sprak niet 299 II| spreken, net zo min als de Perzen. En wat beantwoordde 300 II| noemde ons allemaal bij de naam, alsof hij een der 301 II| opkrijgen. Maar nu zijn de broden nog kleiner dan een 302 II| koeienoog. En 't wordt met de dag slechter. De stad gaat ,, 303 II| wordt met de dag slechter. De stad gaat ,,te gronde" alsof 304 II| dat alles het werk is van de goden. Want geen mens gelooft 305 II| geen mens gelooft meer, dat de hemel de hemel is. Niemand 306 II| gelooft meer, dat de hemel de hemel is. Niemand houdt 307 II| hun geld. Vroeger gingen de dames barrevoets naar het 308 II| regen te bidden; en dan viel de regen dadelijk met bakken 309 II| dadelijk met bakken uit de hemel, (want als 't dan 310 II| dan regende het nooit), en de hele wereld was blij, al 311 II| wereld was blij, al waren de mensen ook zo nat als verdronken 312 II| verdronken muizen. Ik zeg 't je: de goden willen niet naar ons 313 II| wij niet vroom meer zijn. De velden liggen woest ..."~ ,, 314 II| zo somber," zei Echion, de lompenkoopman. ,,Nu eens 315 II| eens zus, dan weer zo, zei de boer, die zijn bonte varken 316 II| betere stad bestaan, als de mensen maar verstand hadden. 317 II| slecht mee, maar 't is niet de enige stad, die 't moeilijk 318 II| zou je zeggen, dat hier de gebraden varkens maar zo 319 II| gladiatorengevecht, drie dagen lang met de feestdagen: geen troep beroepsgladiatoren, 320 II| een wagen zal vechten en de rentmeester van Glycon, 321 II| publiek bijwonen tussen de jaloerse echtgenoten en 322 II| jaloerse echtgenoten en de minnaars. Maar dat die Glycon 323 II| is, zijn rentmeester voor de wilde dieren gebracht heeft! 324 II| waterpot eerder om door de stier op de hoorns te worden 325 II| eerder om door de stier op de hoorns te worden genomen. 326 II| Glycon geloven, dat het met de spruit van Hermogenes goed 327 II| Hermogenes goed zou aflopen? De vader kon een vliegende 328 II| Glycon heeft zijn familie aan de kaak gesteld; zo lang hij 329 II| gebrandmerkt, en alleen de Hades kan hem daarvan af 330 II| wel flinkere kerels met de wilde dieren zien vechten. 331 II| wilde dieren zien vechten. De ruiters, die Norbanus liet 332 II| waren niet veel groter, dan de figuurtjes, die je soms 333 II| hanen hebben kunnen houden; de een was een oude knol, de 334 II| de een was een oude knol, de ander had een horrelvoet, 335 II| ander had een horrelvoet, de derde, die de plaats innam 336 II| horrelvoet, de derde, die de plaats innam van de man, 337 II| die de plaats innam van de man, die in het eerste tweegevecht 338 II| veel meer dan een lijk, dat de plaats van een ander lijk 339 II| terug dan ik zelf kreeg. De ene dienst is de andere 340 II| kreeg. De ene dienst is de andere waard."~ ,,U kijkt 341 II| leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst van spreken zo goed 342 II| slechte weer dit jaar alles in de war geschopt. Maar we zullen 343 II| les kan nemen. Hij kent de tafel van 4 al; als hij ' 344 II| al drie van zijn putters de nek omgedraaid, en hem verteld, 345 II| omgedraaid, en hem verteld, dat de wezel ze opgegeten had. 346 II| kennis, maar plezier om met de jongen te werken heeft hij 347 II| hij ook wat thuis raakt in de wet: dat komt de familie 348 II| raakt in de wet: dat komt de familie te stade. In kennis 349 II| te stade. In kennis van de wet zit een broodje. Want 350 II| zit een broodje. Want van de letterkunde weet hij nu 351 II| genoeg. Heeft hij geen zin in de rechten , dan heb ik besloten 352 II| hem afnemen, dan alleen de onderwereld. Daarom herhaal 353 II| Dergelijke gesprekken waren aan de gang, toen Trimalchio weer 354 II| mijn buik niet in orde. Ook de dokters weten niet, wat 355 II| houd je me daardoor uit de slaap. Zelfs aan tafel verbied 356 II| klaar, water, stilletje en de andere kleinigheden. Gelooft 357 II| kleinigheden. Gelooft me de gassen stijgen naar het 358 II| omdat ze niet ronduit voor de waarheid wilden uitkomen." 359 II| lang niet, zoals men zegt, de hoogste top der genietingen 360 II| halverwegen waren. Want zodra de tafel onder orkestbegeleiding 361 II| en belletjes voorzien, in de zaal binnengebracht. ,,Een 362 II| Een daarvan," zoo vertelde de slaaf, die de namen der 363 II| zoo vertelde de slaaf, die de namen der spijzen moest 364 II| waren binnen gekomen en dat de varkentjes, zoals men dat 365 II| verwachting teleur door de vraag: ,,Welk van die varkens 366 II| onmiddellijk toebereid zien voor de maaltijd? Want een kip, 367 II| dergelijke wissewasjes kan de eerste de beste boer ook 368 II| wissewasjes kan de eerste de beste boer ook klaar maken. 369 II| toen hij antwoordde: ,,Tot de 40ste," zei Trimalchio: '' 370 II| Geen van beide," antwoordde de kok:,,Pansa heeft mij aan 371 II| Zorg er dan voor, dat je de spijzen netjes opdient," 372 II| of ik verlaag je tot de afdeling loopjongens."~ 373 II| afdeling loopjongens."~ De kok, die op deze wijze aan 374 II| kok, die op deze wijze aan de macht van zijn meester was 375 II| aanstaande gerecht naar de keuken. Trimalchio keek 376 II| naar ons, en zei: ,,Als de wijn jullie niet bevalt, 377 II| hem eer aandoen. Dank zij de Goden hoef ik nooit wijn 378 II| vooral niet, dat ik voor de studie mijn neus heb opgetrokken; 379 II| Agamemnon, en vertelde hem de korte inhoud van zijn rede. 380 II| andere geestigheden met de meest enthousiaste loftuitingen 381 II| Agamemnon, herinner je je de twaalf werken van Hercules, 382 II| geschiedenis van Ulysses, hoe de Cycloop hem met een nijptang 383 II| Cycloop hem met een nijptang de duim omdraaide? Toen ik 384 II| En ik zag met eigen ogen de Sibylle in een flesje hangen, 385 II| hangen, en telkens wanneer de kinderen vroegen: ,,Sibylle, 386 II| het enorm grote zwijn nam de tafel in beslag. Wij spraken 387 II| onze bewondering uit over de vlugheid van de kok, en 388 II| uit over de vlugheid van de kok, en zwoeren, dat zelfs 389 II| hij eindelijk: ,,Wat! Zijn de ingewanden er niet uitgenomen? 390 II| bij Hercules! Roep gauw de kok hier." Toen de kok treurig 391 II| gauw de kok hier." Toen de kok treurig bij de tafel 392 II| Toen de kok treurig bij de tafel kwam staan en zeide 393 II| zeide dat hij vergeten had de ingewanden er uit te nemen, 394 II| Vergeten! Je zou denken, dat de kerel alleen maar vergeten 395 II| geschied. Bedroefd stond de kok tussen twee geselslaven. 396 II| zeide men, ,,kom, scheld hem de straf kwijt; als hij het 397 II| zijn; wie kan nu vergeten de ingewanden uit een zwijn 398 II| geheugen hebt, doe er dan hier de ingewanden maar uit." De 399 II| de ingewanden maar uit." De kok trok zijn kleren dus 400 II| sneed met voorzichtige hand de buik van 't zwijn hier en 401 II| duurde niet lang, of uit de openingen, die door de druk 402 II| uit de openingen, die door de druk van 't gewicht nog 403 II| saucijsjes en bloedworsten. De slaven begonnen bij 't zien 404 II| t zien van dit wonder in de handen te klappen en wensten 405 II| en wensten Gaius geluk. De kok werd niet alleen met 406 II| metaal.~ Toen Agamemnon de beker nader bekeek, zeide 407 II| zeide Trimalchio: ,,Ik ben de enige, die echt Corinthisch 408 II| zal het je zeggen: omdat de koopman, van wie ik het 409 II| brand steken. Toen smolten de verschillende metalen tot 410 II| samen. Van dit mengsel namen de goudsmeden wat af en maakten 411 II| ook met het geschenk bij de keizer toe; vervolgens deed 412 II| vervolgens deed hij alsof hij de beker aan de keizer in handen 413 II| hij alsof hij de beker aan de keizer in handen gaf en 414 II| handen gaf en liet hem op de grond vallen. De keizer 415 II| hem op de grond vallen. De keizer ontstelde hevig, 416 II| ontstelde hevig, maar toen de kunstenaar de beker opraapte, 417 II| maar toen de kunstenaar de beker opraapte, was hij 418 II| brons was. Daarna haalde de man een hamertje uit zijn 419 II| uit zijn kleedplooi en gaf de beker op zijn gemak weer 420 II| op zijn gemak weer netjes de oude gedaante terug. Toen 421 II| oude gedaante terug. Toen de glasbewerker dat gedaan 422 II| gedaan had, geloofde hij, dat de Olympus zich voor hem zou 423 II| zou openen, vooral toen de keizer sprak: ,,Is er nog 424 II| maken, denk eens na." Toen de kunstenaar hem ontkennend 425 II| ontkennend geantwoord had, liet de keizer hem onthoofden, omdat 426 II| haar zonen vermoordt. En de dode kinderen liggen zó 427 II| paard opsloot. Ook staan de gevechten van Hermeros en 428 II| Terwijl hij dit vertelde, liet de dienaar een beker vallen. 429 II| lomp bent." Dadelijk trok de knaap een lip en smeekte 430 II| schonk hij hem op ons verzoek de straf en de slaaf, die vergiffenis 431 II| ons verzoek de straf en de slaaf, die vergiffenis gekregen 432 II| gekregen had, liep rondom de tafel ... Daarop riep Trimalchio:,, 433 II| wijn erin." Wij prezen de aardigheid zeer, en vooral 434 II| Geen mens danst zo mooi de cancan als zij." Hij zelf 435 II| boven 't hoofd en bootste de pantomimendanser Syrus na, 436 II| werd plotseling geremd door de komst van een secretaris, 437 II| knaapjes, 40 meisjes. Van de dorsvloer naar de graanzolder 438 II| meisjes. Van de dorsvloer naar de graanzolder gebracht 500.000 439 II| gespannen. Diezelfde dag: de slaaf Mithridates aan 't 440 II| kruis geslagen, omdat hij de beschermgod van onze meester 441 II| belasterd. Diezelfde dag, in de geldkist gelegd 10.000.000 442 II| uitgebroken, die ontstond in de woning van de opzichter 443 II| ontstond in de woning van de opzichter Nasta." ,,Wat," 444 II| vorige jaar mijnheer," zei de secretaris; ,,daarom is 445 II| speciaal codicil buiten de erfenis was gehouden; dan 446 II| erfenis was gehouden; dan de namen van de opzichters, 447 II| gehouden; dan de namen van de opzichters, die van een 448 II| omdat zij betrapt was in de kamer van een badmeester, 449 II| kamerdienaars.~ Eindelijk kwamen de koorddansers. Een buitengewoon 450 II| op, en liet een knaap op de sporten en op 't hoogste 451 II| en op 't hoogste punt van de ladder dansen en zingen; 452 II| te houden. Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes 453 II| maar van twee dingen op de wereld, van koorddansers 454 II| toen hij dit zei, viel de knaap van de ladder boven 455 II| dit zei, viel de knaap van de ladder boven op Trimalchio' 456 II| boven op Trimalchio's arm. De bedienden schreeuwden van 457 II| schreeuwden van angst, en de gasten niet minder, niet 458 II| haar, en een drinkbeker in de hand, terwijl zij uitriep:,, 459 II| er ellendig aan toe!" Wat de knaap betreft, die van de 460 II| de knaap betreft, die van de ladder gevallen was, deze 461 II| ik was dat gevalletje met de kok nog niet vergeten, die 462 II| vergeten, die verzuimd had de ingewanden uit 't zwijn 463 II| te halen. Daarom keek ik de hele eetzaal rond, of de 464 II| de hele eetzaal rond, of de wand zich nog niet opende, 465 II| brengen, vooral toen men de slaaf begon te geselen, 466 II| slaaf begon te geselen, die de gekneusde arm van zijn geer 467 II| bevel van Trimalchio, om de knaap vrij te laten, opdat 468 II| daad, en babbelden over de wisselvalligheid van 't 469 II| denken af te tobben, las hij de volgende verzen voor:~ ~ 470 III| gebeuren,~ Vaak beschikt de Fortuin buiten ons om wat 471 III| epigram kwam 't gesprek op de dichters en lange tijd werd 472 III| dichters en lange tijd werd de eerste rang aan Mopsus uit 473 III| en Publilius?Ik vind dat de eerste meer welsprekend 474 III| welsprekend was, en dat de laatste meer levenslessen 475 III| úwe tongen mest men vet de gulden pauw,~ Wiens vederdos 476 III| sterft d'Afrikaanse kip en de kapoen;~ Ja zelfs de kindervriend, 477 III| en de kapoen;~ Ja zelfs de kindervriend, d'uitheemse 478 III| s winters wegtrekt, en de zoele lente brengt -~ Vindt 479 III| gij toch aan paarlen uit de Rode zee?~ Is 't soms, dat 480 IV| dunkt u het moeilijkst na de letteren? Ik geloof, dat 481 IV| letteren? Ik geloof, dat de dokter en de geldwisselaar 482 IV| geloof, dat de dokter en de geldwisselaar het lastigste 483 IV| lastigste vak uitoefenen: de dokter, omdat hij weet, 484 IV| dokter, omdat hij weet, wat de mensen van binnen achter 485 IV| ribben hebben en wanneer de koorts op komst is, hoewel 486 IV| koorts op komst is, hoewel ik de geneesheren niet kan uitstaan, 487 IV| anijswater voorschrijven; de geldwisselaar, omdat hij 488 IV| geldwisselaar, omdat hij door de zilveren laag het koper 489 IV| vee betreft, vind ik dat de ossen en de schapen het 490 IV| vind ik dat de ossen en de schapen het meest arbeidzaam 491 IV| het meest arbeidzaam zijn: de ossen omdat wij aan hun 492 IV| danken, dat wij brood eten, de schapen omdat zij maken, 493 IV| een wollen tunica. Maar de bijen vind ik hemelse dieren, 494 IV| Reeds was hij op het punt de wijsgeren onder de duiven 495 IV| punt de wijsgeren onder de duiven te schieten, toen 496 IV| een daartoe bestemde slaaf de lijst van geschenken voorlas, 497 IV| geschenken voorlas, die de gasten mee naar huis mochten 498 IV| schrijfgereedschap. ,,Iets voor de hond en voor de voet": de 499 IV| Iets voor de hond en voor de voet": de gast kreeg een 500 IV| de hond en voor de voet": de gast kreeg een haas en een 501 IV| lachte, tot hij tranen in de ogen kreeg, werd een van 502 IV| schaapskop?" zei hij . ,,Valt de verfijnde luxe van mijn 503 IV| Zo waar als ik hoop, dat de beschermgodin van deze plaats 504 IV| vlees slap wordt, dan komen de wormen. Hij lacht maar. 505 IV| schuldig; ben nog nooit voor de rechtbank geweest; niemand 506 IV| bij een ander maar niet de schapenluis bij jezelf. 507 IV| schapenluis bij jezelf. Jij bent de enige die ons belachelijk 508 IV| lang haar, toen ik hier in de stad kwam; de basilica was 509 IV| ik hier in de stad kwam; de basilica was nog niet gebouwd. 510 IV| kon, om het mijn heer naar de zin te maken, een hooggeëerd 511 IV| dan jij van het hoofd tot de voeten. Er waren mensen 512 IV| verdienste, want als vrij man op de wereld te komen is net zo 513 IV| zal er voor zorgen, dat je de toorn van Juppiter eens 514 IV| die man, die je niet onder de duim houdt.~ Zo waar als 515 IV| die lui, die je niet onder de duim houden, zijn nonsenskerels. ' 516 IV| t spreekwoord zegt: zo de heer, zo de knecht. Ik kan 517 IV| spreekwoord zegt: zo de heer, zo de knecht. Ik kan me haast 518 IV| hard, dat Juppiter het op de Olympus kan horen. Ik zal 519 IV| godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin Athene 't jou betaald 520 IV| lichaamsdeel ben ik, ik ga in de lengte, ik ga in de breedte"; 521 IV| ga in de lengte, ik ga in de breedte"; los dit raadsel 522 IV| omstandigheden doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis 523 IV| rondgluren, past op,dat je de grote mensen niet bespot." 524 IV| je me hier ziet; ik dank de goden voor alles wat ik 525 IV| Trimalchio sprak, verheugd over de welsprekendheid van zijn 526 IV| In deze soort dingen is de overwonnene de eigenlijke 527 IV| dingen is de overwonnene de eigenlijke overwinnaar. 528 IV| vrolijk zijn en eens naar de Homeristen kijken." Tegelijkertijd 529 IV| Trojanen binnen, die met de lansen tegen hun schilden 530 IV| een kussen zitten, en toen de Homeristen een dialoog van 531 IV| Homerus vertelt nu, hoe de Trojanen en Parentijnen 532 IV| krankzinnig; hij zal u dadelijk de inhoud van 't stuk verduidelijken." 533 IV| Trimalchio dat gezegd had, hieven de Homeristen een geschreeuw 534 IV| geschreeuw aan, en midden tussen de door elkaar lopende slaven 535 IV| terwijl hij nu eens met de punt, dan weer met de platte 536 IV| met de punt, dan weer met de platte kant van zijn zwaard 537 IV| zich heen sloeg, prikte hij de stukken vlees aan de punt 538 IV| hij de stukken vlees aan de punt en verdeelde het kalf 539 IV| verdeelde het kalf onder de verbaasde gasten.~ Wij hadden 540 IV| gasten.~ Wij hadden niet lang de tijd om deze smaakvolle 541 IV| bewonderen; want plotseling begon de zoldering te kraken en de 542 IV| de zoldering te kraken en de hele zaal dreunde. Ontsteld 543 IV| naar beneden zou dalen. Ook de overige gasten, die niet 544 IV| spanning naar het nieuws, dat de hemel hun zou verkondigen. 545 IV| nemen, keek ik weer naar de tafel. Daarop was al weer 546 IV| het midden stond een door de bakker vervaardigde Priapus, 547 IV| koeken en vruchten spoot bij de geringste aanraking safraan, 548 IV| vloeistof kwam ons zelfs in de mond. In de mening, dat 549 IV| ons zelfs in de mond. In de mening, dat dit gerecht, 550 IV| stonden wij op en zeiden: ,,De keizer, de vader des vaderlands, 551 IV| en zeiden: ,,De keizer, de vader des vaderlands, heil." 552 IV| huldiging enigen van ons naar de vruchten grepen, vulden 553 IV| twee hunner plaatsten op de tafel Larenbeeldjes met 554 IV| met gouden medailles om de hals; de derde gaf een schaal 555 IV| gouden medailles om de hals; de derde gaf een schaal wijn 556 IV| Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, de tweede 557 IV| dat de een Profijtman, de tweede Geluksman, en de 558 IV| de tweede Geluksman, en de derde Winstman heette. Daarop 559 IV| Gewoonlijk ben je vrolijker aan de maaltijd dan nu; ik weet 560 IV| Daarop zei Niceros, door de hartelijkheid van zijn vriend 561 IV| hun gang maar gaan; ik zal de geschiedenis toch vertellen, 562 IV| Gavilla. Daar werd ik (zoals de goden dat soms willen) verliefd 563 IV| soms willen) verliefd op de vrouw van de kroeghouder 564 IV| verliefd op de vrouw van de kroeghouder Terentius; jullie 565 IV| verdiende, dan kreeg ik er de helft van; wat ik spaarde, 566 IV| stuiver te kort gedaan. De man van deze vrouw nu, kwam 567 IV| verkopen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik, en 568 IV| wij hadden, over, mij tot de 5de mijlpaal te vergezellen. 569 IV| een militair, sterk als de hel. Omstreeks de tijd, 570 IV| sterk als de hel. Omstreeks de tijd, dat de hanen beginnen 571 IV| Omstreeks de tijd, dat de hanen beginnen te kraaien, 572 IV| kraaien, gingen we op weg; de maan scheen zo helder als 573 IV| maan scheen zo helder als de zon tegen de middag. Op 574 IV| helder als de zon tegen de middag. Op een gegeven ogenblik 575 IV| metgezel verwijderde zich in de richting van de zerken; 576 IV| zich in de richting van de zerken; ik zat een deuntje 577 IV| deuntje te neuriën en telde de grafstenen. Toen ik weer 578 IV| uitkleedde en al zijn kleren aan de kant van de weg legde. Het 579 IV| zijn kleren aan de kant van de weg legde. Het hart klopte 580 IV| legde. Het hart klopte me in de keel; ik stond er als een 581 IV| wat ik zeggen zou, toen de man een wolf geworden was, 582 IV| Toch trok ik mijn dolk, en de hele weg langs, sloeg ik 583 IV| maar bij het aanbreken van de dag rende ik als een bestolen 584 IV| Gaius terug. Aangekomen op de plaats, waar de kleren versteend 585 IV| Aangekomen op de plaats, waar de kleren versteend waren, 586 IV| bij mijn thuiskomst lag de soldaat in zijn bed als 587 IV| hals. Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was, en 588 IV| merkwaardig als dat van de ezel, die op het dak geklommen 589 IV| als een weeldepop), stierf de lievelingsslaaf van mijn 590 IV| een groot aantal onzer aan de rouw deelnamen, begonnen 591 IV| lange, sterke slaaf, die de dapperheid zelf was. Hij 592 IV| maar (ik wil niet liegen) de vampiers zelf zagen wij 593 IV| zelf zagen wij niet. Toen de stumper terug was, wierp 594 IV| hij afgeranseld was, omdat de boze hand hem had aangeraakt. 595 IV| aangeraakt. Daarop sloten wij de huisdeur weer en gingen 596 IV| gingen aan het wek, maar toen de moeder het lichaam van haar 597 IV| geen ingewanden, niets; de vampiers hadden de knaap 598 IV| niets; de vampiers hadden de knaap geroofd en er een 599 IV| een strooien pop voor in de plaats gelegd. Jullie moet 600 IV| bestaan heksen: dat zijn de vampiers van de nacht, en 601 IV| dat zijn de vampiers van de nacht, en zij keren alles 602 IV| goedgelovig aan, en terwijl wij de tafel kusten, baden wij 603 IV| tafel kusten, baden wij tot de vampiers, thuis te blijven 604 IV| thuis te blijven gedurende de tijd, dat wij van de maaltijd 605 IV| gedurende de tijd, dat wij van de maaltijd terug zouden keren.~ 606 IV| brandden dan eerst en dat de aanblik van de gehele zaal 607 IV| eerst en dat de aanblik van de gehele zaal veranderd was, 608 IV| nog jong was, had ik bijna de tering gekregen door 't 609 IV| voordragen en imiteren van de gesprekken in een kapperszaak! 610 IV| bracht hij zijn hand aan de mond en floot een afschuwelijk 611 IV| liedje was.~ Toen Trimalchio de trompetblazers had nagedaan, 612 IV| legde hij een half brood op de rustbank en voerde het dier, 613 IV| beval Scylax te halen ,,de beschermer van het huis 614 IV| binnengebracht; er door een trap van de portier aan herinnerd, dat 615 IV| liggen, strekte hij zich vóór de tafel uit. Daarop wierp 616 IV| mij dan deze hond."~ Daar de jongen zich ergerde, dat 617 IV| zette hij zijn hondje op de grond, en hitste het op, 618 IV| vulde naar hondengewoonte de zaal met een afschuwelijk 619 IV| Parel" bijna in stukken. En de storing bleef niet bij deze 620 IV| kandelaar omgeworpen, die op de tafel viel, alle kristallen 621 IV| kokende olie bespatte. Om niet de indruk te maken, dat hij 622 IV| maken, dat hij boos was over de aangerichte schade, gaf 623 IV| aangerichte schade, gaf Trimalchio de knaap een kus en liet hem 624 IV| hem op zijn rug klimmen. De jongen gebruikte zonder 625 IV| meermalen met platte hand op de schouders en riep lachend: ,, 626 IV| ieder der slaven, die voor de voeten der gasten zaten, 627 IV| dronk aan te bieden met de bepaling: ,,Wanneer een 628 IV| wil drinken, giet hem dan de wijn over zijn hoofd. Overdag 629 IV| terwijl hij zeide, dat de kippen geen beentjes meer 630 IV| Ondertussen klopte een lictor aan de deur van de zaal, en een 631 IV| een lictor aan de deur van de zaal, en een in 't wit geklede 632 IV| en mijn blote voeten op de grond te zetten. Maar Agamemnon 633 IV| Habinnas maar, een lid van de commissie der zesmannen, 634 IV| steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de beste 635 IV| die de naam heeft, dat hij de beste grafmonumenten levert."~ 636 IV| weer aanliggen, terwijl ik de binnentredende met grote 637 IV| steunde met zijn handen op de schouders van zijn vrouw; 638 IV| van zijn voorhoofd tot in de ogen. Habinnas ging op de 639 IV| de ogen. Habinnas ging op de ereplaats zitten en vroeg 640 IV| een aardig sommetje aan de ontvanger der belastingen 641 IV| betalen; want ze taxeerden de overledene op 50.000 sestertiën. 642 IV| ofschoon wij uitgenodigd werden de helft van hetgeen dat wij 643 IV| honing was gegoten. Van de taart at ik niets, maar 644 IV| taart at ik niets, maar aan de honing deed ik me duchtig 645 IV| brutaalweg drie handen vol namen. De ham lieten wij maar onaangeroerd.~ 646 IV| niet opgeborgen heeft, en de kliekjes niet onder de slaven 647 IV| en de kliekjes niet onder de slaven heeft verdeeld, dan 648 IV| zij geen druppel water in de mond nemen." ,,Maar", zei 649 IV| hing, af en nam plaats op de sofa, waarop Scintilla, 650 IV| sofa, waarop Scintilla, de vrouw van Habinnas lag, 651 IV| deze, die van plezier in de handen klapte, een kus gaf, 652 IV| en sprak: ,,Dat zijn nu de kluisters van een vrouw: 653 IV| arme sukkels het vel over de oren. Zes en een half pond 654 IV| goud vervaardigd is als de duizendste penning voor 655 IV| weegschaal halen en rondgeven, om de juistheid van het genoemde 656 IV| dochter had, zou ik haar de oren afsnijden. Wanneer 657 IV| krijgt."~ Ondertussen lachten de vrouwen, die aangeschoten 658 IV| hun dronkenheid, terwijl de een op haar ijver als huisvrouw 659 IV| als huisvrouw blufte, en de andere over de nukken en 660 IV| blufte, en de andere over de nukken en de onverschilligheid 661 IV| andere over de nukken en de onverschilligheid van haar 662 IV| Habinnas ongemerkt op, pakte de voeten van Fortunata beet 663 IV| wierp haar achterover op de sofa. ,,O,o," riep zij, 664 IV| had laten brengen, namen de slaven alle tafels weg en 665 IV| vermiljoen gekleurd was, op de vloer en, wat ik nog nooit 666 IV| kwam een ander amusement. De slaaf, die aan Habinnas' 667 IV| intussen Aeneas~ 't Diep van de zee met zijn schepen."~ 668 IV| leven tegenstond. Maar, toen de slaaf ophield, klapte Habinnas 669 IV| ophield, klapte Habinnas in de handen, en zei: ,,Hij is 670 IV| Hierop viel Scintilla de spreker in de rede met de 671 IV| Scintilla de spreker in de rede met de woorden: ,,Je 672 IV| de spreker in de rede met de woorden: ,,Je hebt nog lang 673 IV| Je hebt nog lang niet al de kunsten van die deugniet 674 IV| Scintilla. Geloof me, ik ken de vrouwen ook. Zo waar ik 675 IV| mag blijven, ik had ook de gewoonte om de vrouw van 676 IV| ik had ook de gewoonte om de vrouw van mijn meester wat 677 IV| wat op te vrijen, zodat de baas er zelfs iets van merkte. 678 IV| mond, dan krijg je brood."~ De schavuit haalde nu, alsof 679 IV| begeleidde, terwijl hij de benedenlip met zijn hand 680 IV| omlaag trok. Tenslotte ging de knaap naar het midden van 681 IV| knaap naar het midden van de zaal en imiteerde nu eens 682 IV| eens met gespleten rietjes de koorfluitisten, dan weer 683 IV| een koetsiersmantel, met de zweep in de hand, taferelen 684 IV| koetsiersmantel, met de zweep in de hand, taferelen uit het 685 IV| kuste en te drinken gaf met de woorden: ,,Bravo, Massa, 686 IV| onbetaalbaarder kerel op de wereld. Je behoeft maar 687 IV| twee slaven binnen, die bij de fontein aan het krakelen 688 IV| Toen Trimalchio tussen de twistenden recht gesproken 689 IV| beiden sloeg met zijn stok de kruik van de ander in stukken. 690 IV| met zijn stok de kruik van de ander in stukken. Door de 691 IV| de ander in stukken. Door de brutaliteit van deze dronken 692 IV| richtten wij onze blikken naar de vechtersbazen en bemerkten 693 IV| en bemerkten nu, dat uit de buik der kruiken oesters 694 IV| een schaal presenteerde. De talentvolle kok wilde bij 695 IV| binnen, en wreven daarmede de voeten der aanliggenden, 696 IV| aanliggenden, nadat zij eerst de benen en de enkels der gasten 697 IV| nadat zij eerst de benen en de enkels der gasten met kransjes 698 IV| olie in het wijnvat en in de lampen.~ Reeds begon Fortuna 699 IV| verdreven: zo geheel werd de zaal door de slaven in beslag 700 IV| geheel werd de zaal door de slaven in beslag genomen. 701 IV| tenminste nog goed, dat de kok, die de gans uit varkensvlees 702 IV| nog goed, dat de kok, die de gans uit varkensvlees had 703 IV| aanlag; ik herkende hem aan de lucht van pekel en saus, 704 IV| was, begon hij dadelijk de toneelspeler Ephesus na 705 IV| zijn meester wedden, dat de ,,Groenen" bij de aanstaande 706 IV| wedden, dat de ,,Groenen" bij de aanstaande wedrennen de 707 IV| de aanstaande wedrennen de eerste prijs zouden winnen.~ 708 IV| een huis, om te verhuren, de 5 procent en een bed met 709 IV| onder het gezucht van heel de slavenstoet voorlas.~ Daarop 710 IV| ieder geval, dat je aan de voeten van mijn beeld mijn 711 IV| Petraites, opdat, dank zij jou, de herinnering aan mij na mijn 712 IV| bovendien moet 't monument aan de voorkant 100 voet lang zijn 713 IV| inricht, maar niet zorgt voor de woning, waarin men veel 714 IV| Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn monument 715 IV| waarin het hele volk zich aan de spijzen te goed doet. Aan 716 IV| plaatsen met een duif in de hand; zij moet ook een schoothondje 717 IV| met gips gesloten, opdat de wijn er niet uit kan vloeien. 718 IV| zonneuurwerk, opdat ieder, die de tijd moet weten, vanzelf 719 IV| van wier jammerklachten de hele zaal weerklonk, alsof 720 IV| voorbeeld volgen, en terwijl de anderen naar het bad gaan, 721 IV| naar het bad gaan, er in de drukte tussenuit knijpen."~ 722 IV| terwijl Giton ons door de zuilengang leidde, bij de 723 IV| de zuilengang leidde, bij de deur, waar de hond aan de 724 IV| leidde, bij de deur, waar de hond aan de ketting ons 725 IV| de deur, waar de hond aan de ketting ons met zulk een 726 IV| En ook ik, die al voor de geschilderde hond op de 727 IV| de geschilderde hond op de loop was gegaan, werd in 728 IV| dronkenheid, doordat ik de zwemmer te hulp wilde komen, 729 IV| Maar wij werden gered door de portier, die door zijn russenkomst 730 IV| die door zijn russenkomst de hond tot bedaren bracht 731 IV| wijze goede vriendjes met de hond geworden; hij had n.l. 732 IV| n.l. alles, wat wij hem van de maaltijd gegeven hadden, 733 IV| blaffende ondier toegeworpen, en de hond, door de lekkere beetjes 734 IV| toegeworpen, en de hond, door de lekkere beetjes afgeleid, 735 IV| toen wij nog huiverig aan de portier vroegen, om ons 736 IV| portier vroegen, om ons door de deur naar buiten te laten 737 IV| Nog nooit is een gast door de deur, waardoor hij binnentrad, 738 IV| binnentrad, uitgelaten; door de ene deur komt men binnen, 739 IV| deur komt men binnen, door de andere gaat men er uit."~ 740 IV| verzochten dus zelf aan de portier, om ons naar het 741 IV| uitgetrokken hadden, die Giton bij de ingang begon te drogen, 742 IV| begon te drogen, traden wij de badkamer binnen; deze was 743 IV| door het weergalmen van de badkamer tot zingen genodigd, 744 IV| aan het plafond en begon de liedjes van Menecrates te 745 IV| Menecrates te mishandelen, zoals de mensen vertelden, die zijn 746 IV| gezang konden verstaan. De overige gasten liepen hand 747 IV| brulden van het lachen; de andere trachtten met op 748 IV| andere trachtten met op de rug gevouwen handen, door 749 IV| van hun tanden ringen van de grond te rapen of spanden 750 IV| daalden intussen, terwijl de anderen zich op deze wijze 751 IV| deze wijze amuseerden, in de badkamer af, die men voor 752 IV| liet Trimalchio wijn onder de tafel gieten en ook de lamp 753 IV| onder de tafel gieten en ook de lamp met ongemengde wijn 754 IV| Hij nam ook zijn ring van de linkerhand en deed hem aan 755 IV| zijn of een sterfgeval in de buurt. De hemel beware ons 756 IV| sterfgeval in de buurt. De hemel beware ons ervoor. 757 IV| Nauwelijks had hij dit gezegd, of de haan uit de omgeving werd 758 IV| dit gezegd, of de haan uit de omgeving werd binnengebracht. 759 IV| een ketel te laten koken. De knappe kok, die kort te 760 IV| stukken en wierp hem in de ketel; en terwijl Daedalus 761 IV| ketel; en terwijl Daedalus de kokende bouillon in een 762 IV| dan kunnen anderen aan de beurt komen." Een nieuwe 763 IV| volgde hen dus op, terwijl de vertrekkende slaven riepen: ,, 764 IV| riepen: ,,Vaarwel, Gaius," en de binnentredende: ,,Gegroet 765 IV| werd onze vrolijkheid voor de eerste maal verstoord; toen 766 IV| voegde hem tenslotte zelfs de woorden: ,,Jou hond van 767 IV| geheugen. Ik heb haar van de stellage op de slavenmarkt 768 IV| haar van de stellage op de slavenmarkt afgehaald, en 769 IV| zij blaast zich op, als de kikvors in de fabel, en 770 IV| zich op, als de kikvors in de fabel, en vreest geen ogenblik, 771 IV| ik niet lieg. Agatho, die de dame naast ons parfumerieën 772 IV| zijde en sprak: ,,Ik geef je de raad, je geslacht niet te 773 IV| schijnen en dreef me zelf de bijl in mijn been. Maar 774 IV| Scintilla zei met tranen in de ogen hetzelfde, terwijl 775 IV| zo braaf is : hij kent al de tafel van 10, hij leest 776 IV| schepsel? Nou, ik geef je de raad, eens goed over je 777 IV| Veertien jaar lang was ik de lieveling van mijn heer. ' 778 IV| geen schande te doen, wat de patroon beveelt. Ondertussen 779 IV| het ook mijn meesters naar de zin. Jullie begrijpt, wat 780 IV| opsnijden. Daarop werd ik, door de wil der goden, zelf baas 781 IV| benoemde mij tezamen met de keizer tot erfgenaam; ik 782 IV| toen goud waard) en zond de schepen naar Rome. Men zou 783 IV| het is geen praatje, maar de volle waarheid. Op één dag 784 IV| Geloven jullie, dat ik de moed verloor? Neen, bij 785 IV| noemde. Gij weet, hoe groter de schepen zijn, hoe sterker. 786 IV| voor mijn vermogen. Wat de goden willen, gebeurt spoedig. 787 IV| maar ter hand nam, ging in de hoogte alsof er gist in 788 IV| uit zijn." Ik trok mij uit de handel terug en leende geld 789 IV| ik mijn zaken reeds aan de kant wilde doen, haalde 790 IV| naam) knap genoeg om in de raad der Goden te zitten, 791 IV| zitten, mij over, om in de handel te blijven. Die man 792 IV| hij mij opnoemde, wat ik de vorige dag gegeten had. 793 IV| vertelde: Je hebt je vrouw uit de goot opgehaald, je bent 794 IV| je bent niet gelukkig in de keuze van je vrienden. Niemand 795 IV| Ondertussen heb ik onder de bescherming van Mercurius 796 IV| daar, een goede kamer voor de portier, en logeerkamers 797 IV| portier, en logeerkamers voor de gasten.~ Toen mijn vriend 798 IV| heb je naam. Vroeger was de spreker een armzalige kikvors, 799 IV| begraven wil worden. Haal ook de zalf en een proefje uit 800 IV| toga met purperen zoom in de eetzaal. Wij moesten daarop 801 IV| lijkplechtigheid zijt uitgenodigd." De geschiedenis werd intussen 802 IV| geschiedenis werd intussen in de hoogste graad onuitstaanbaar, 803 IV| marteling voor onze oren - dat de horenblazers in de eetzaal 804 IV| dat de horenblazers in de eetzaal moesten komen. Hij 805 IV| zijn volle lengte tot over de rand van zijn sofa en zeide: ,, 806 IV| en zegt nu wat roerends." De horenblazers speelden nu 807 IV| treurmarsen. Vooral één van hen, de slaaf van die begrafenis-ondernemer, 808 IV| die in dit gezelschap tot de deftigste mensen behoorde, 809 IV| een fortissimo, dat hij de hele buurt wekte. Daarom 810 IV| wekte. Daarom geloofden de brandweermannen, die in 811 IV| brandweermannen, die in de omtrek de wacht hielden, 812 IV| brandweermannen, die in de omtrek de wacht hielden, dat Trimalchio' 813 IV| brand stond, braken snel de deuren open en begonnen 814 IV| gebruik, lieten Agamemnon in de steek en gingen aan de haal, 815 IV| in de steek en gingen aan de haal, alsof het huis werkelijk 816 IV| brand stond.~ ~Hier eindigt de Cena Trimalchionis, het