Part

 1   I|          een bediende af. Het zou mij te lang geduurd hebben,
 2   I|  rekeningen in ontvangst nam. Wat mij 't meest frappeerde, was
 3   I|          op het ene stond, als ik mij goed herinner: ,,30 en 31
 4   I|         zozeer het verlies ergert mij, als wel de onoplettendheid
 5   I|         die een van mijn cliënten mij op mijn verjaardag geschonken
 6   I|        oogwenk bediende een slaaf mij onder een niet minder snerpend
 7   I|          vinger een kleinere, die mij geheel van goud scheen,
 8   I|        steek gelaten. Maar u zult mij toestaan, dat ik mijn spel
 9  II|         verband stond en schaamde mij niet, mijn buurman daar
10  II|         niets meer eten en wendde mij dus tot mijn buurman, om
11  II|           ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt heeft.
12  II|       mens gemaakt heeft. Men kan mij dan ook niets laten zien,
13  II|           ik 't mijn buurman, die mij reeds over allerlei had
14  II|          de vraag te stellen, die mij geen rust liet. Deze zeide: ,,
15  II|           kou gehad! 't Bad heeft mij niet warm gemaakt. Maar
16  II|        Nog kort geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog met
17  II|           hart sloeg. Ik herinner mij nog altijd die aediel Safinius;
18  II|   aanbieden, en twee denaren voor mij en mijn vrienden. Als hij
19  II|   antwoordde de kok:,,Pansa heeft mij aan U bij testament vermaakt." ,,
20  II|        kunnen varen.~ Maar vertel mij eens, Agamemnon, over welk
21  II|        Trimalchio voort: ,,Vertel mij eens, waarde vriend Agamemnon,
22  II|     streng en onbarmhartig en kon mij niet inhouden maar fluisterde
23  II|         geen vis. Jullie zult het mij niet kwalijk nemen, als
24  II|          sprak: ,,Waarom smeek je mij, alsof ik je wat doen wil.
25  II|         dat Pompejaanse park voor mij gekocht?" ,,Het vorige jaar
26  II|          en sprak: ,,Wanneer voor mij land gekocht is, waar ook,
27  II|          dan wil ik niet, dat het mij in rekening wordt gebracht."
28  II|       Griekse fluitist moest voor mij geen andere dan Latijnse
29 III|         Agamemnon zeide: ,,Vertel mij eens, professor, welk verschil
30  IV|       niet kan uitstaan, omdat ze mij zo dikwijls anijswater voorschrijven;
31  IV|      degene, die een plaats boven mij aan tafel had. ,,Waarom
32  IV|     beschermgodin van deze plaats mij genadig moge zijn, zo waar
33  IV|         zul je zeggen. Doordat ik mij zelf vrijwillig in slavernij
34  IV|          heeft op het Forum tegen mij gezegd:,,Betaal wat je schuldig
35  IV|           benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost. Ik
36  IV| omstandigheden te sterven, dat ik mij na mijn dood niet behoef
37  IV|           In één woord, wie heeft mij ooit hoeven te manen? Veertig
38  IV|         waren mensen in huis, die mij nu en dan beentje wilden
39  IV|        zijn Beschermgeest wist ik mij boven water te houden. Dat
40  IV|        gestolen hebt? Moge Occupo mij genadig zijn. Laten wij
41  IV|       eenvoudige ijzeren ring van mij crediet heeft. Een mooi
42  IV|           je beleefd hebt, als je mij een genoegen wilt doen."
43  IV|      omdat je zo vriendelijk voor mij bent. Laten wij ons daarom
44  IV|      geleerde mensen bang, dat ze mij zullen uitlachen. Maar laat
45  IV|       vertellen, want wat schaadt mij zoo'n lacher? 't Is beter
46  IV|           dan dat men er een over mij vertelt." ,,Toen hij dat
47  IV|          beurs, en nooit heeft ze mij een stuiver te kort gedaan.
48  IV|       gast, die wij hadden, over, mij tot de 5de mijlpaal te vergezellen.
49  IV|          mag jullie beschermgeest mij straffen."~ Toen allen ten
50  IV|        keren.~ Onderwijl kwam het mij voor, dat er meer lampen
51  IV|          hele huis houdt meer van mij dan deze hond."~ Daar de
52  IV|         walging terugdenk, als je mij geloven wilt. Want inplaats
53  IV|        ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets ontbroken," zeide
54  IV|         daar herinnert mijn vrouw mij aan iets. Als hoofdschotel
55  IV|        onaangeroerd.~ Maar vertel mij eens, waarom is Fortunata
56  IV|        bij, zodat zelfs Vergilius mij toen voor het eerst van
57  IV|          gezond verstand vertelde mij onmiddellijk, wat het was,
58  IV|        wat het was, en terwijl ik mij tot Agamemnon wendde, zei
59  IV|          wendde, zei ik: ,,Ik zou mij niet verwonderen, als dat
60  IV|    afschuwelijke stem.~ Ik schaam mij haast te vertellen, wat
61  IV|       beslag genomen. Ik herinner mij tenminste nog goed, dat
62  IV|         bekend, opdat mijn slaven mij nu reeds liefhebben, alsof
63  IV|           jou, de herinnering aan mij na mijn dood moge voortleven;
64  IV|            Wat vind je ervan? Wat mij betreft, als ik het bad
65  IV|      Zowaar als m'n beschermgeest mij genadig moge zijn, ik zal
66  IV|          parfumerieën levert, nam mij eens ter zijde en sprak: ,,
67  IV|      enfin, ik zal zorgen, dat je mij nog eens met je eigen vingers
68  IV|          het graf wilt graven, om mij vergiffenis te vragen. En
69  IV|       zetten, wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als ik dood
70  IV|        als ik onrecht gedaan heb, mij in het gezicht te spuwen.
71  IV|       Kort gezegd, ik was gewoon, mij iedere dag aan hem te meten,
72  IV|        woord gezegd, hij benoemde mij tezamen met de keizer tot
73  IV|    schepen bouwen, zodat iedereen mij een ondernemend man noemde.
74  IV|          al haar kleren en stelde mij 100 goudstukken ter hand.
75  IV|       moet het uit zijn." Ik trok mij uit de handel terug en leende
76  IV|         raad der Goden te zitten, mij over, om in de handel te
77  IV|         blijven. Die man vertelde mij allerlei dingen, die ik
78  IV|           allerlei dingen, die ik mij zelf niet meer herinnerde;
79  IV|        meer herinnerde; hij zette mij alles van a tot z uiteen;
80  IV|       keek, om zo te zeggen, door mij heen; het ontbrak er nog
81  IV|          er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat ik de vorige
82  IV|           hij zijn hele leven met mij samengewoond had. Was jij
83  IV|           bij, Habinnas, toen hij mij vertelde: Je hebt je vrouw
84  IV|          meedelen, hij voorspelde mij ook, dat ik nog 30 jaar,
85  IV|           mijn horoscoop. Als het mij nog lukt mijn bezittingen
86  IV|          u zal laten zien. Geloof mij: heb je maar een stuiver,
87  IV|      grote meneer. Stichus, breng mij mijn doodskleren eens, waarin
88  IV|     worden, en het hele volk moet mij zegenen." Toen opende hij
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License