IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] onoplettendheid 1 onrecht 1 onrust 1 ons 80 ontblootte 1 ontbrak 1 ontbroken 1 | Frequency [« »] 94 zo 93 heeft 88 mij 80 ons 78 nu 77 nog 74 geen | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances ons |
Part
1 Inl| geschiedschrijver Tacitus heeft ons in het 18de hoofdstuk van 2 Inl| werk, Satyrae geheten; de ons bewaarde fragmenten behoorden 3 Inl| geschiedenis, zoals die in de ons bewaarde delen der Satyrae 4 I| ontgaan, kwam een slaaf naar ons toe en zeide: ,,Weet u niet, 5 I| onze ongelukken, kleedden ons met zorg aan, en verzochten 6 I| slavendienst graag op zich nam, ons naar de badinrichting te 7 I| te begeleiden.~ Nadat wij ons aangekleed hadden, begonnen 8 I| wat moppen te tappen, en ons bij groepjes van andere 9 I| bewonderden, kwam Menelaus op ons toelopen en zei: "Dit is 10 I| ogenblik bang, dat iemand van ons tegen het bevel met de verkeerde 11 I| binnen getreden waren, viel ons een geheel ontklede slaaf 12 I| ontklede slaaf te voet, die ons smeekte hem van zijn straf 13 I| eetzaal binnentraden, liep ons dezelfde slaaf tegemoet, 14 I| gesmeekt hadden, en overstelpte ons tot onze verbazing met een 15 I| van kussen, terwijl hij ons voor onze menslievendheid 16 I| Alexandrijnse slaven goten ons sneeuwwater over de handen; 17 I| te eten zijn."~ Ieder van ons kreeg nu een lepel, die 18 I| Daarom heb ik voor ieder van ons een eigen tafel laten neerzetten. 19 I| die stinkende slaven ' t ons ook minder benauwd maken, 20 I| zij in grote menigte om ons heen lopen." Tegelijkertijd 21 I| dan een mensenkind. Laat ons daarom drinken, vrienden. 22 I| hoe kort is 't leven van ons rampzalige mensen.~ Aldus 23 I| zullen wij zijn, zodra w' ons bevinden bij Pluto.~ Geniet 24 II| en deze beweging brengt ons altijd enig onheil, hetzij 25 II| verwijderde zich even. Daar wij ons nu door de afwezigheid van 26 II| t heeft tanden, die aan ons lichaam knagen. Maar wanneer 27 II| en Phileros riep: ,,Laat ons toch over de levenden spreken. 28 II| de hoge korenprijzen, die ons knijpen. Ik heb vandaag, 29 II| vriendelijk onze groet; hij noemde ons allemaal bij de naam, alsof 30 II| verdient, dan dat hij zich om ons leven bekommert. Daarom 31 II| de goden willen niet naar ons luisteren, omdat wij niet 32 II| heb zo'n idee, dat Mammaea ons een maaltijd zal aanbieden, 33 II| Norbanus nu eigenlijk voor ons gedaan! Hij gaf ons gladiatoren, 34 II| voor ons gedaan! Hij gaf ons gladiatoren, die geen sestertius 35 II| U staat in stand boven ons, en daarom lacht u om die 36 II| lacht u om die verhalen van ons, eenvoudige luidjes. Wij 37 II| gewoonlijk op feestdagen bij ons aan huis, en is tevreden 38 II| te schamen. Niemand onder ons is van hout. Ik geloof niet, 39 II| en onderdrukten telkens ons lachen door een teug wijn. 40 II| met vriendelijke blik naar ons, en zei: ,,Als de wijn jullie 41 II| kopen, maar ieder merk, dat ons nu zo lekker smaakt, groeit 42 II| eens doet, zal niemand van ons voor hem genade vragen."~ 43 II| Eindelijk schonk hij hem op ons verzoek de straf en de slaaf, 44 III| beschikt de Fortuin buiten ons om wat zij wil.~ Daarom 45 III| wat zij wil.~ Daarom geef ons, knaap, fijne Falernische 46 IV| jezelf. Jij bent de enige die ons belachelijk vindt. Daar 47 IV| barstte Giton , die achter ons stond, zeer ongepast in 48 IV| verder: ,,Welk deel van ons beweegt zich en komt toch 49 IV| zijn plaats, welk deel van ons groeit en wordt kleiner". 50 IV| gekibbel meer. Laten wij ons liever amuseren, en jij, 51 IV| verstand had je niet. Laat ons daarom, wat veel beter is, 52 IV| flesjes odeur. Terwijl men ons verzocht deze als geschenken 53 IV| onaangename vloeistof kwam ons zelfs in de mond. In de 54 IV| deze huldiging enigen van ons naar de vruchten grepen, 55 IV| rond en riep: ,,Goden, zijt ons genadig." Trimalchio vertelde 56 IV| genadig." Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, 57 IV| kuste, waagden wij 't niet, ons aan deze plicht te onttrekken.~ 58 IV| geen mond opendoet. Vertel ons eens dat avontuur, dat je 59 IV| voor mij bent. Laten wij ons daarom eens echt amuseren, 60 IV| was gekomen, dan had je ons tenminste kunnen helpen; 61 IV| plezier van gehad, al is hij ons ontvlucht; want onze slaaf 62 IV| niet eens wat?Amuseer jij ons niet eens? Anders was je 63 IV| inplaats van lijsters zette men ons vetgemeste kippen voor, 64 IV| capuchon", die Trimalchio ons met alle geweld wilde laten 65 IV| een vrouw: zo halen zij ons arme sukkels het vel over 66 IV| bewondering. Ook stond hij ons toe, om eens aan onze wangen 67 IV| gebeurde: want volgens een in ons land ongebruikelijke gewoonte 68 IV| kwamen wij, terwijl Giton ons door de zuilengang leidde, 69 IV| waar de hond aan de ketting ons met zulk een vervaarlijk 70 IV| hond tot bedaren bracht en ons, bibberend van koude, op 71 IV| aan de portier vroegen, om ons door de deur naar buiten 72 IV| zelf aan de portier, om ons naar het bad te brengen, 73 IV| kruimeltje bewaart. Laat ons daarom drinken, en aan tafel 74 IV| de buurt. De hemel beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet 75 IV| Agatho, die de dame naast ons parfumerieën levert, nam 76 IV| boos te zijn. ,,Niemand van ons," zei hij, ,,is zonder fouten. 77 IV| vastgenageld. Maar laat ons om het heden denken. Ik 78 IV| Het verstand alleen maakt ons tot mensen, al het andere 79 IV| sterrenwichelaar, die juist in ons stadje was gekomen, een 80 IV| fles nardusolie, bestreek ons allen daarmee en zeide: ,,