Part

 1   I|        Laenas.'' Wij hadden echter geen gelegenheid alles nauwkeurig
 2   I|               Ik had eigenlijk nog geen lust aan tafel te komen,
 3  II|           Met je permissie, je zou geen stuk brood uit haar handen
 4  II|        Deksels! Ik geloof, dat nog geen tiende deel van hen hun
 5  II|   muildieren aangaat, hij heeft er geen enkel, dat niet van een
 6  II|           ge al die kussens; er is geen een, dat niet met purperen
 7  II|        Daarom heb ik al lange tijd geen spijzen op dit teken laten
 8  II|          vraag te stellen, die mij geen rust liet. Deze zeide: ,,
 9  II|      kunnen vertellen; want dit is geen raadsel, maar iets heel
10  II|          was, maakten de gasten er geen gebruik van; daarom keert
11  II|    verwenste mijn domheid, en deed geen enkele vraag meer, om niet
12  II|           hem gegaan zijn, als hij geen dieet gehouden had. Vijf
13  II|          Vijf dagen lang heeft hij geen druppel water in de mond
14  II|          water in de mond genomen, geen kruimeltje brood. En toch
15  II|           roofvogels. Je moet voor geen enkele goed zijn; je werpt
16  II|       halve stuiver, en hij zou er geen bezwaar tegen gehad hebben,
17  II|            praatte te veel, 't was geen man, maar één stuk onverdraagzaamheid.
18  II|          warm. Waarachtig, hij zou geen hond in huis met rust hebben
19  II|         praat daar over dingen die geen mens ter wereld interesseren,
20  II|          vandaag, zo waar ik leef, geen mondvol brood kunnen machtig
21  II|           oude triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste peper.
22  II|      hebben we ook een aediel, die geen drie vijgen waard is en
23  II|         werk is van de goden. Want geen mens gelooft meer, dat de
24  II|      eenmaal. Bij Hercules, er zou geen betere stad bestaan, als
25  II|            lang met de feestdagen: geen troep beroepsgladiatoren,
26  II|         halve maatregelen. Hij zal geen houten zwaarden laten gebruiken,
27  II|          ijzeren; van vluchten zal geen sprake zijn, maar 't wordt
28  II|          die Glycon een kerel, die geen dubbeltje waard is, zijn
29  II|           gaf ons gladiatoren, die geen sestertius waard waren,
30  II|          spreken zo goed verstaat, geen mond open doet. U staat
31  II|          een pedante kerel is, die geen voet bij stuk houdt, en
32  II|           hij nu genoeg. Heeft hij geen zin in de rechten , dan
33  II|       gekocht, of hier geboren?" ,,Geen van beide," antwoordde de
34  II|           gehouden? Want al ben ik geen advocaat, ik heb toch wat
35  II|   werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om over te debatteren,
36  II|           mengsel ontstaan: het is geen vlees en geen vis. Jullie
37  II|     ontstaan: het is geen vlees en geen vis. Jullie zult het mij
38  II|         zoals glas nu is, heeft 't geen waarde. Er was echter een
39  II|          zou mijn kunstgevoel voor geen geld willen verkopen."~
40  II|            wil dansen? Gelooft me. Geen mens danst zo mooi de cancan
41  II|           sestertiën, omdat men er geen bestemming voor had. Diezelfde
42  II|            fluitist moest voor mij geen andere dan Latijnse liedjes
43  IV|            jij het zo druk, dat je geen tijd hebt, om eens achter
44  IV|         wij. Jij melkmuil, je zegt geen boe of ba, je bent een hol
45  IV|           inhouden, en toch ben ik geen driftkop, maar wanneer ik
46  IV|            ik zelfs om mijn moeder geen twee duiten. Maar ik beloof '
47  IV|           haren en je meester, die geen 2 duiten waard is, je geen
48  IV|         geen 2 duiten waard is, je geen zier helpen. Enfin, ik zal
49  IV|          leren gehoorzamen. Ik heb geen wiskunde, geen kritiek en
50  IV| gehoorzamen. Ik heb geen wiskunde, geen kritiek en andere dwaasheid
51  IV|         allemaal jongens van niks; geen een is twee duiten waard.
52  IV|         medevrijgelatene:,,Kom, nu geen gekibbel meer. Laten wij
53  IV|          waarom je zo stil bent en geen mond opendoet. Vertel ons
54  IV|        geslacht. Maat hij heeft er geen plezier van gehad, al is
55  IV|         Toen ik dat hoorde, kon ik geen oog meer dicht doen, maar
56  IV|         van dat ogenblik af kon ik geen stukje brood meer met hem
57  IV|            zei Trimalchio:,,Ik wil geen kwaad zeggen van je verhaal,
58  IV|         omdat ik weet, dat Niceros geen leugens vertelt, want hij
59  IV|         want hij is betrouwbaar en geen kletser. Maar ik zal jullie
60  IV|           een bundel stro. Hij had geen hart, geen ingewanden, niets;
61  IV|           stro. Hij had geen hart, geen ingewanden, niets; de vampiers
62  IV|           hij zeide, dat de kippen geen beentjes meer hadden.~ Ondertussen
63  IV|        heeft verdeeld, dan wil zij geen druppel water in de mond
64  IV|        oren afsnijden. Wanneer wij geen vrouwen hadden, zou alles
65  IV|          Er zou aan deze verveling geen einde zijn gekomen, als
66  IV|        varkensvlees gemaakt. Er is geen onbetaalbaarder kerel op
67  IV|         straatzangeres heeft zeker geen geheugen. Ik heb haar van
68  IV|     kikvors in de fabel, en vreest geen ogenblik, haar geluk weer
69  IV|    verliezen. 't Is een stuk hout, geen vrouw. Maar wie in een bordeel
70  IV|            zijn nu eenmaal mensen, geen goden." Scintilla zei met
71  IV|          van mijn heer. 't Is toch geen schande te doen, wat de
72  IV|   voldoende voor een senator. Maar geen mens heeft ooit genoeg,
73  IV|           leden schipbreuk; het is geen praatje, maar de volle waarheid.
74  IV|          Stichus, pas op, dat daar geen muizen en motten aan komen;
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License