Part

 1 Inl|           daden, hoe ongegeneerder zij waren, hoe meer onverschilligheid
 2 Inl|         hoe meer onverschilligheid zij verrieden, des te gretiger
 3 Inl|            metgezel van Encolpius. Zij combineren het vak van rondtrekkende
 4 Inl|        hoofdstukken blijkt, hebben zij kennis gemaakt met een zekere
 5 Inl|          de welsprekendheid. Nadat zij allerlei avonturen hebben
 6 Inl|       Trimalchio te gaan, waarvoor zij alle vier een uitnodiging
 7   I|       zozeer de knapen, hoewel ook zij de moeite waard waren, die
 8   I|         ogen Falernerwijn en, daar zij al twistend het meeste op
 9   I|       morsten, zei Trimalchio, dat zij op zijn gezondheid gedronken
10   I|            onaangename werk zwegen zij niet, maar zongen er voortdurend
11   I|         vleugels uitbreidde, alsof zij eieren uitbroedde. Tegelijkertijd
12   I|          ik ben warempel bang, dat zij reeds bebroed zijn! Maar
13   I|         benauwd maken, dan wanneer zij in grote menigte om ons
14  II|           Trimalchio" zeide hij; ,,zij heet Fortunata en meet haar
15  II|           En kort geleden, wat was zij toen nog? Met je permissie,
16  II|      hebben willen aannemen. Nu is zij - hoe en waarom weten de
17  II|  rechterhand. Om kort te gaan, als zij hem op klaarlichten dag
18  II|           je haar niet zou zoeken. Zij drinkt niet, is matig en
19  II|         een echte sofa-ekster: die zij graag mag, daar houdt ze
20  II|           tafel begonnen te lopen. Zij werden gevolgd door een
21  II|            part naar de hel lopen; zij spelen met de bakkers onder
22  II|          kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters eens flink
23  II|       tegenaan geblazen had, waren zij omgevallen. Neen, dan heb
24  II|         moet hem eer aandoen. Dank zij de Goden hoef ik nooit wijn
25  II|            wat wil je?" antwoordde zij: ,,Ik wil sterven."~ Hij
26  II|        danst zo mooi de cancan als zij." Hij zelf hief nu zijn
27  II|             t oor gefluisterd had; zij zal hem wel gezegd hebben,
28  II|    nachtwacht verstoten was, omdat zij betrapt was in de kamer
29  II|       pummel van een gastheer, die zij gaarne zijn nek hadden zien
30  II|           einde kon hebben, en dat zij misschien gedwongen zouden
31  II|     drinkbeker in de hand, terwijl zij uitriep:,,O, wat ben ik
32 III|          Fortuin buiten ons om wat zij wil.~ Daarom geef ons, knaap,
33 III|         doorschijnend kleed,~ Moet zij naakt te zien zijn door
34  IV|       brood eten, de schapen omdat zij maken, dat wij met hun wol
35  IV|           ik hemelse dieren, omdat zij honing spuwen, al zegt men
36  IV|       spuwen, al zegt men ook, dat zij die honing van Juppiter
37  IV|          van Juppiter krijgen. Dat zij steken, vindt hierin zijn
38  IV|      Griekse verzen hielden, zoals zij dat met veel bombarie plegen
39  IV|          nooit zei ze ,,neen"; als zij een as verdiende, dan kreeg
40  IV|         zoontje wilde omarmen, zag zij al tastende een bundel stro.
41  IV|          vampiers van de nacht, en zij keren alles ondersteboven.
42  IV|       overleden slaaf gegeven, die zij, toen hij gestorven was,
43  IV|            vrij verklaard had. Ja, zij zal nog een aardig sommetje
44  IV|          daarvan te proeven, moest zij zo hevig vomeren, dat haar
45  IV|              zei Trimalchio. ,,Als zij het tafelzilver niet opgeborgen
46  IV|            heeft verdeeld, dan wil zij geen druppel water in de
47  IV|         Maar", zei Habinnas, ,,als zij niet aan tafel komt, ga
48  IV|         dan viermaal was geroepen. Zij kwam dus, terwijl haar bovenkleed
49  IV|           muiltjes. Daarop droogde zij haar handen aan een doek,
50  IV|           Habinnas lag, en terwijl zij deze, die van plezier in
51  IV| bewondering was. Tenslotte ontdeed zij zich ook van haar beenringen
52  IV|          gouden haarnetje, waarvan zij zeide, dat het zuiver goud
53  IV|            van een vrouw: zo halen zij ons arme sukkels het vel
54  IV|            al even blufferig, want zij nam van haar hals een gouden
55  IV|        hals een gouden doosje, dat zij haar talisman noemde. Vervolgens
56  IV|          noemde. Vervolgens haalde zij daaruit twee oorbelletjes
57  IV|         bekijken, en zeide: ,,Dank zij mijn man heeft niemand mooiere." ,,
58  IV|           op de sofa. ,,O,o," riep zij, toen haar onderkleed boven
59  IV|            wegschoof. Daarop wierp zij zich aan Scintilla's borst,
60  IV|      anderen; vervolgens strooiden zij zaagsel, dat met saffraan
61  IV|            der aanliggenden, nadat zij eerst de benen en de enkels
62  IV|       slaven zijn toch ook mensen; zij hebben dezelfde melk gedronken
63  IV|            ook omlaag geduwd. Maar zij zullen nog tijdens mijn
64  IV|         van Petraites, opdat, dank zij jou, de herinnering aan
65  IV|           met een duif in de hand; zij moet ook een schoothondje
66  IV|         hele zaal weerklonk, alsof zij bij een begrafenis waren
67  IV|          achterover te buigen, dat zij 't uiterste puntje van hun
68  IV|          een beker in het gezicht. Zij schreeuwde, alsof zij een
69  IV|     gezicht. Zij schreeuwde, alsof zij een oog verloren had, en
70  IV|            tegen haar wang, waarop zij wenend en steunend haar
71  IV|         tot een dame gemaakt. Maar zij blaast zich op, als de kikvors
72  IV|            ogen hetzelfde, terwijl zij Trimalchio bij zijn voornaam
73  IV|        Fortunata iets edelmoedigs; zij verkocht al haar gouden
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License