Part

 1   I|        onder muzikale begeleiding, haar nest te doorzoeken, haalden
 2  II|         zij heet Fortunata en meet haar geld met schepels. En kort
 3  II|            zou geen stuk brood uit haar handen hebben willen aannemen.
 4  II|        alles en is overal, waar je haar niet zou zoeken. Zij drinkt
 5  II|            die mag ze niet lijden. Haar man heeft landerijen, zover
 6  II|          Ik geloof, dat niet ieder haar van zijn hoofd van hem zelf
 7  II|         wel gedaan hebben, als hij haar niet zo goed behandeld had.
 8  II|        zijn leeftijd met ere; zijn haar was nog zo zwart als een
 9  II|   afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje. Maar Glycon heeft
10  II|         voorgesteld, hoe Cassandra haar zonen vermoordt. En de dode
11  II|           Fortunata met loshangend haar, en een drinkbeker in de
12 III|          Uw stad, Romein, gaat aan haar weeldezucht te loor.~ Voor
13 III|          met die zeegeschenken aan haar hals~ In hartstocht schaamt'
14 III|  hartstocht schaamt'loos liggen in haar minnaars bed?~ Wat baat
15  IV|     vrijgekocht, opdat niemand aan haar kleed zijn handen zou kunnen
16  IV|            nog een jongen met lang haar, toen ik hier in de stad
17  IV|           Helena. Agamemnon roofde haar en bood in haar plaats aan
18  IV|   Agamemnon roofde haar en bood in haar plaats aan Diana een hinde
19  IV| kroeghouder Terentius; jullie hebt haar wel gekend, Melissa, dat
20  IV|       dikkertje. Maar ik hield van haar niet om haar schoonheid,
21  IV|          ik hield van haar niet om haar schoonheid, of uit wellust,
22  IV|       karakter had. Wat ik ook aan haar vroeg, nooit zei ze ,,neen";
23  IV|            wat ik spaarde, ging in haar beurs, en nooit heeft ze
24  IV|       zette ik alle zeilen bij, om haar te bezoeken, want in 't
25  IV|          de moeder het lichaam van haar overleden zoontje wilde
26  IV|          schitterend lijkmaal voor haar overleden slaaf gegeven,
27  IV|          zij zo hevig vomeren, dat haar ingewanden er bijna uitkwamen.
28  IV|          niet aan tafel?" ,,Ken je haar  slecht?" zei Trimalchio. ,,
29  IV|    geroepen. Zij kwam dus, terwijl haar bovenkleed door middel van
30  IV|          tevoorschijn kwam, en ook haar gedraaide beenringen en
31  IV|       muiltjes. Daarop droogde zij haar handen aan een doek, die
32  IV|       handen aan een doek, die aan haar hals hing, af en nam plaats
33  IV|           het zover, dat Fortunata haar armbanden van haar geweldig
34  IV|       Fortunata haar armbanden van haar geweldig dikke armen afnam
35  IV|           ontdeed zij zich ook van haar beenringen en van haar gouden
36  IV|         van haar beenringen en van haar gouden haarnetje, waarvan
37  IV|   Trimalchio bemerkte dit, liet al haar juwelen brengen en sprak: ,,
38  IV|            en een half pond moeten haar sieraden wegen. Toch heb
39  IV|        blufferig, want zij nam van haar hals een gouden doosje,
40  IV|         een gouden doosje, dat zij haar talisman noemde. Vervolgens
41  IV|           tevoorschijn, gaf die op haar beurt aan Fortunata om ze
42  IV|            een dochter had, zou ik haar de oren afsnijden. Wanneer
43  IV|     dronkenheid, terwijl de een op haar ijver als huisvrouw blufte,
44  IV|           de onverschilligheid van haar man klaagde.~ En terwijl
45  IV|            Fortunata beet en wierp haar achterover op de sofa. ,,
46  IV|               O,o," riep zij, toen haar onderkleed boven haar knieën
47  IV|         toen haar onderkleed boven haar knieën wegschoof. Daarop
48  IV|      Scintilla's borst, en verborg haar blozend gezicht in haar
49  IV|            haar blozend gezicht in haar zakdoek.~ Enige ogenblikken
50  IV|            te praten, niets dan in haar handen klappen, toen Trimalchio
51  IV|   schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden is;
52  IV|           gebracht, waar Fortunata haar kunstvoorwerpen zo had geplaatst,
53  IV|    Trimalchio, op zijn beurt, door haar scheldwoorden beledigd,
54  IV|      scheldwoorden beledigd, wierp haar een beker in het gezicht.
55  IV|         oog verloren had, en hield haar bevende handen voor haar
56  IV|           haar bevende handen voor haar gelaat. Ook Scintilla was
57  IV|            was ontsteld en bedekte haar zenuwachtige vriendin met
58  IV|          vriendin met een deel van haar bovenkleed. Ook hield het
59  IV|      slaafje een koele kruik tegen haar wang, waarop zij wenend
60  IV|      waarop zij wenend en steunend haar gezicht legde. Maar Trimalchio
61  IV|        zeker geen geheugen. Ik heb haar van de stellage op de slavenmarkt
62  IV|          slavenmarkt afgehaald, en haar tot een dame gemaakt. Maar
63  IV|           en vreest geen ogenblik, haar geluk weer te verliezen. '
64  IV|      Habinnas, ik wil niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument
65  IV|           ik niet na mijn dood nog haar gekrakeel heb te verdragen.
66  IV|            verdragen. En verder om haar te laten zien, dat ik 't
67  IV|           te laten zien, dat ik 't haar betaald kan zetten, wil
68  IV|       edelmoedigs; zij verkocht al haar gouden sieraden en al haar
69  IV|         haar gouden sieraden en al haar kleren en stelde mij 100
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License