Part

 1 Inl|     daden, hoe ongegeneerder zij waren, hoe meer onverschilligheid
 2   I|         dan te blijven, waar wij waren. Toen wij nu treurig gestemd
 3   I|       het balspel beoefende. Het waren echter niet zozeer de knapen,
 4   I|          ook zij de moeite waard waren, die onze belangstelling
 5   I|         Schikgodinnen, die bezig waren gouden draden te spinnen.
 6   I|       schilderijen in het midden waren. ,,De Ilias en de Odyssee'',
 7   I|     nauwkeurig te bekijken.~ Wij waren reeds de eetzaal genaderd,
 8   I|         roedenbundels met bijlen waren bevestigd, die aan 't uiteinde
 9   I|          aan de beide deurposten waren twee bordjes aangebracht:
10   I|     buitenshuis''. Op het andere waren de loop van de maan en de
11   I|   verschillend gekleurde knopjes waren aangegeven.~ Toen wij, door
12   I|        Om de waarheid te zeggen, waren wij een ogenblik bang, dat
13   I|      rechtervoet binnen getreden waren, viel ons een geheel ontklede
14   I|         zei hij; want in het bad waren hem de kleren van de rentmeester
15   I|         deze heerlijke gerechten waren wij juist bezig, toen Trimalchio
16   I|         met 't voorgerecht bezig waren, werd een bord met een korf
17   I|    eieren open, die uit dik meel waren toebereid. Bijna had ik
18   I|         op wier halzen etiketten waren bevestigd met 't opschrift:
19   I|       Opimius. Terwijl wij bezig waren de opschriften te lezen,
20   I| ledematen en de wervels buigzaam waren en naar alle kanten konden
21  II|          dierenriem in een kring waren getekend; op ieder daarvan
22  II|         in een vrolijke stemming waren geraakt, lieten zich de
23  II|         bij hem vergeleken niets waren, tot ten slotte slaven kwamen,
24  II|       legden, waarop jachtnetten waren geborduurd en jagers met
25  II|         slaven alsof het orakels waren, en die hebben hem verkeerde
26  II|         hele wereld was blij, al waren de mensen ook zo nat als
27  II|        die geen sestertius waard waren, oude afgeleefde kereltjes;
28  II|        er tegenaan geblazen had, waren zij omgevallen. Neen, dan
29  II|         die Norbanus liet doden, waren niet veel groter, dan de
30  II|      Geeft hun er van langs". 't Waren echte wezels. ,,Toch heb
31  II|            Dergelijke gesprekken waren aan de gang, toen Trimalchio
32  II|        dat wij eerst halverwegen waren. Want zodra de tafel onder
33  II|        eerst dat er kunstemakers waren binnen gekomen en dat de
34  II|            Een arme en rijke man waren vijanden," vroeg Trimalchio: ,,
35  IV|          er geruimen tijd om. Er waren honderden andere dergelijke
36  IV|          hoofd tot de voeten. Er waren mensen in huis, die mij
37  IV|        welk stuk ze opvoeren? Er waren eens twee broers, Diomedes
38  IV|       die niet minder verwonderd waren dan ik, rekten hun halzen
39  IV|         te rapen, maar ziet, die waren versteend. Als ooit iemand
40  IV|         waar de kleren versteend waren, vond ik niets dan bloed.
41  IV|       allen ten hoogste verbaasd waren, zei Trimalchio:,,Ik wil
42  IV|        vrouwen, die aangeschoten waren, tegen elkaar, kusten elkander
43  IV|          had binnengebracht. Het waren lijsters, van fijn tarwemeel
44  IV|          proberen, hoe scherp ze waren.~ Plotseling kwamen twee
45  IV|         fontein aan het krakelen waren geweest; ze hadden ieder
46  IV|  twistenden recht gesproken had, waren ze met zijn uitspraak ontevreden,
47  IV|     alsof zij bij een begrafenis waren genodigd. Ook mijn tranen
48  IV|       Daar wij het hierover eens waren, kwamen wij, terwijl Giton
49  IV|         soort doolhof ingesloten waren, en voor wie het bad al
50  IV|    hierin rechtop. Maar ook hier waren wij gedwongen zijn onuitstaanbare
51  IV|  opmerkte, die geheel van zilver waren gemaakt, vergulde bekers
52  IV|         vroegere meester geweest waren. Ik liet een huis bouwen,
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License