Part

 1   I|       laten wij eens proberen of ze nog te eten zijn."~ Ieder
 2  II|          matig en niet dom, maar ze heeft een kwade tong, 't
 3  II|        zij graag mag, daar houdt ze van, en aan wie ze 't land
 4  II|         houdt ze van, en aan wie ze 't land heeft, die mag ze
 5  II|        ze 't land heeft, die mag ze niet lijden. Haar man heeft
 6  II|         Tarente komen en kruiste ze met zijn eigen moederschapen.
 7  II|      lijmroeden gereed en vingen ze in een ogenblik terwijl
 8  II|          in een ogenblik terwijl ze door de zaal rondfladderden.
 9  II|         niet erg om hem. Wat zou ze wel gedaan hebben, als hij
10  II|          t raadhuis, wat zei hij ze daar stuk voor stuk de waarheid;
11  II|          gaat ,,te gronde" alsof ze een kalfsstaart was. Maar
12  II|    lampen ziet afgebeeld; je zou ze voor hanen hebben kunnen
13  II|        hem verteld, dat de wezel ze opgegeten had. Maar toen
14  II|          dokters weten niet, wat ze er aan moeten doen. Toch
15  II|     manier gestorven zijn, omdat ze niet ronduit voor de waarheid
16  II|     liggen  natuurlijk, dat je ze voor levend zou houden.
17  II|        op te voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse klucht
18  IV|         niet kan uitstaan, omdat ze mij zo dikwijls anijswater
19  IV|         hij: ,,Weet ge welk stuk ze opvoeren? Er waren eens
20  IV|        geleerde mensen bang, dat ze mij zullen uitlachen. Maar
21  IV|      zullen uitlachen. Maar laat ze hun gang maar gaan; ik zal
22  IV|         wellust, maar meer omdat ze zo'n goed karakter had.
23  IV|        aan haar vroeg, nooit zei ze ,,neen"; als zij een as
24  IV|       haar beurs, en nooit heeft ze mij een stuiver te kort
25  IV|          met hem eten, al hadden ze me ook halfdood geslagen.
26  IV|        anderen er van denken wat ze willen; maar als ik onwaarheid
27  IV| belastingen moeten betalen; want ze taxeerden de overledene
28  IV|         meegenomen; ziet, ik heb ze in mijn servet gerold, want
29  IV|       klapte, een kus gaf, zeide ze: ,,Krijg ik je eindelijk
30  IV|    geweldig dikke armen afnam en ze aan Scintilla toonde, die
31  IV|      haar beurt aan Fortunata om ze te bekijken, en zeide: ,,
32  IV|         man klaagde.~ En terwijl ze elkaar zo omstrengelden,
33  IV|          tafels weg en vervingen ze door anderen; vervolgens
34  IV|  geschenk meegebracht." Hij liet ze dadelijk halen en bekeek
35  IV|         dadelijk halen en bekeek ze met bewondering. Ook stond
36  IV|          te proberen, hoe scherp ze waren.~ Plotseling kwamen
37  IV|          krakelen waren geweest; ze hadden ieder nog een kruik
38  IV|       recht gesproken had, waren ze met zijn uitspraak ontevreden,
39  IV|          vriendin Menophila, dat ze ook mee mag eten."~ Om het
40  IV|    mannen. Kort en goed, ik maak ze in mijn testament allen
41  IV|         erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden toe. Dit alles
42  IV|         zetten, wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als ik
43  IV|          en kocht lastdieren, om ze weer met winst te verkopen:
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License