Part

 1   I|         een slaaf naar ons toe en zeide: ,,Weet u niet, bij wie
 2   I|       tandenstoker had gereinigd, zeide hij: ,,Ik had eigenlijk
 3   I|          zich naar dit gerecht en zeide: ,,Vrienden, ik heb pauweneieren
 4   I|         hadden te kennen gegeven, zeide hij: ,,Mars houdt van gelijke
 5  II|          maaltijd.'' Toen hij dit zeide, snelde een viertal dienaren
 6  II|          toneeltjes bijgewoond en zeide: ,,Zie je die slaaf, die
 7  II|          de vrouw van Trimalchio" zeide hij; ,,zij heet Fortunata
 8  II|          vogel had laten brengen, zeide hij: ,,Let nu eens op, wat
 9  II|          mij geen rust liet. Deze zeide: ,,Dat zou zelfs je slaaf
10  II|       grotere beker gevraagd had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik
11  II|        bij de tafel kwam staan en zeide dat hij vergeten had de
12  II|       Zoiets komt wel meer voor," zeide men, ,,kom, scheld hem de
13  II|      Trimalchio deed dit niet, en zeide, toen zijn gelaat weer vrolijk
14  II|  Agamemnon de beker nader bekeek, zeide Trimalchio: ,,Ik ben de
15  II|         hij maakte het beter. Hij zeide: ,,Misschien verlang je
16  II|         Trimalchio zag hem aan en zeide: ,,Vooruit, gauw geef jezelf
17 III|  Trimalchio op eens tot Agamemnon zeide: ,,Vertel mij eens, professor,
18  IV|                     Welke kunst," zeide Trimalchio, ,,dunkt u het
19  IV|      scheldwoorden tegen Giton en zeide: ,,Begin jij ook al te lachen,
20  IV|    Trimalchio zich tot Niceros en zeide: ,,Gewoonlijk ben je vrolijker
21  IV|    veranderd was, toen Trimalchio zeide: ,,Zeg eens, Plocamus, vertel
22  IV|        deuntje, waarvan hij later zeide, dat het een Grieks liedje
23  IV|        zijn bewoners ", zoals hij zeide. Onmiddellijk werd een reusachtige
24  IV|         laten opeten, terwijl hij zeide, dat de kippen geen beentjes
25  IV|         mij aan niets ontbroken," zeide hij, ,,alleen miste ik jou,
26  IV|       handen klapte, een kus gaf, zeide ze: ,,Krijg ik je eindelijk
27  IV|     gouden haarnetje, waarvan zij zeide, dat het zuiver goud was.
28  IV|   Fortunata om ze te bekijken, en zeide: ,,Dank zij mijn man heeft
29  IV|   moscovisch glas. Tegelijkertijd zeide Trimalchio: ,,Ik had met
30  IV|          spreken, toen Trimalchio zeide: ,,Zo waar als ik in kapitaal,
31  IV|    Trimalchio tot een paar slaven zeide: ,,Ik sta je toe, Philargyrus,
32  IV|        naar buiten te laten gaan, zeide deze: ,,Je vergist je, als
33  IV| kletspraat aan te horen; want hij zeide, dat niets prettiger was
34  IV|        licht wordt." Toen hij dat zeide, kraaide een haan. Door
35  IV|           hem aan zijn rechter en zeide: ,,Deze trompetter heeft
36  IV|         tot 't dienstpersoneel en zeide: ,,Hoe staat het met jullie?
37  IV|    gezicht legde. Maar Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres
38  IV|         niet langer bedwingen, en zeide: ,,Habinnas, zowaar als
39  IV|     bestreek ons allen daarmee en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie
40  IV|          de rand van zijn sofa en zeide: ,,Neemt nu eens aan, dat
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License