IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] onvoorzichtigen 1 onwaarheid 1 onweer 1 onze 38 onzen 1 onzer 1 onzinnig 1 | Frequency [« »] 42 zei 40 zeide 39 of 38 onze 37 slaaf 37 zal 35 hadden | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances onze |
Part
1 I| heeft.'' Wij vergaten dus al onze ongelukken, kleedden ons 2 I| moeite waard waren, die onze belangstelling trokken als 3 I| 30 en 31 December dineert onze heer Gaius buitenshuis''. 4 I| sestertiën kostten. Wij trokken onze rechtervoet dus weer terug 5 I| voor deze grote goedheid onze dank, en, toen wij de eetzaal 6 I| en overstelpte ons tot onze verbazing met een lawine 7 I| kussen, terwijl hij ons voor onze menslievendheid bedankte. ,, 8 I| daarna kwamen anderen, om onze voeten te behandelen, en 9 I| voorzichtigheid de stroopnagels van onze tenen. En zelfs bij dit 10 I| strooit, en goten wijn over onze handen, want water werd 11 I| aangeboden. Toen wij de gastheer onze ingenomenheid met deze fijne 12 II| een gerecht, dat niet aan onze verwachting beantwoordde; 13 II| begon algemeen te worden. Onze gastheer leunde op zijn 14 II| bewonderden de geestigheid van onze sterrenwichelaar, en hij 15 II| zonder reden, want de aarde, onze moeder, rond als een ei, 16 II| tegelijkertijd en terwijl wij onze handen naar de zondering 17 II| door de afwezigheid van onze gastheer vrijer voelden, 18 II| beantwoordde hij vriendelijk onze groet; hij noemde ons allemaal 19 II| als goden noch mensen met onze stad medelijden hebben? 20 II| merendeel vrijgelatene. En onze vriend Titus is in alles 21 II| zullen wel wat vinden, om onze buik mee te vullen. En mijn 22 II| roepen, en gebood hem, zonder onze keuze af te wachten, het 23 II| Wij spraken natuurlijk onze bewondering uit over de 24 II| omdat hij de beschermgod van onze meester had belasterd. Diezelfde 25 II| was, deze wierp zich voor onze voeten en bad om vergiffenis. 26 II| gewond was.~ Wij betuigden onze instemming met deze daad, 27 IV| droeg. Wij strekten begerig onze handen naar deze lekkernijen 28 IV| vruchten grepen, vulden ook wij onze servetten: vooral ik zelf, 29 IV| een gegeven ogenblik liep onze weg dwars door een begraafplaats; 30 IV| hij ons ontvlucht; want onze slaaf heeft zijn hals met 31 IV| hij ons toe, om eens aan onze wangen te proberen, hoe 32 IV| kwajongens ontsteld, richtten wij onze blikken naar de vechtersbazen 33 IV| zeggen, wij werden bijna van onze sofa's verdreven: zo geheel 34 IV| te brengen, en nadat wij onze kleren uitgetrokken hadden, 35 IV| stoom gevuld had.~ Toen onze dronkenschap voorbij was, 36 IV| aardewerk, en wijn, die voor onze ogen door een zak vloeide. 37 IV| Gegroet Gaius."~ Hierop werd onze vrolijkheid voor de eerste 38 IV| een nieuwe marteling voor onze oren - dat de horenblazers