Part

  1 Inl|               hem van vriendschap voor een der deelnemers aan de tegen
  2 Inl|          bereiken, maar maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij
  3 Inl|           veroorloofde zich echter nog een echt-Petroniaanse geestigheid.
  4 Inl|              nl., alvorens te sterven, een verzegeld geschrift aan
  5 Inl|               16de boek zijner Annalen een hoogst merkwaardige karakterschets
  6 Inl|                 toch werd hij niet als een slemper of een verkwister
  7 Inl|                niet als een slemper of een verkwister beschouwd, zoals
  8 Inl|          vermogen verbrassen, maar als een man, die van alle denkbare
  9 Inl|              alle denkbare genietingen een studie had gemaakt. Bovendien
 10 Inl|         verrieden, des te gretiger als een soort naïveteit opgenomen.
 11 Inl|          Bithynië en later als consul, een krachtig man en volkomen
 12 Inl|               de geniale schrijver van een roman, die oorspronkelijk
 13 Inl|                over hebben, is slechts een zeer klein deel van het
 14 Inl|                men te Trau in Dalmatië een manuscript, dat ,,Het gastmaal
 15 Inl|           erkend.~ In 1692 liet Nodot, een Frans officier, te Rotterdam
 16 Inl|                 te Rotterdam bij Leers een uitgave van Petronius drukken,
 17 Inl|             men nu volgens de uitgever een volledige Petronius bezat.~
 18 Inl|       fragmenten zijn echter niets dan een literaire fraude, zoals
 19 Inl|                de Barante (1670-1745), een beroemd advocaat te Riom,
 20 Inl|         gastmaal van Trimalchio" vormt een afgerond geheel. Deze maaltijd
 21 Inl|             heeft plaats ten huize van een zekere Trimalchio, een vrijgelaten
 22 Inl|             van een zekere Trimalchio, een vrijgelaten slaaf, die door
 23 Inl|          gelegenheid aangrijpt, om als een echte parvenu op zijn reusachtig
 24 Inl|            pochen. Trimalchio woont in een half-Griekse stad aan de
 25 Inl|         personen zijn door de hand van een meester getekend; vooral
 26 Inl|               drie jongelui, die ieder een gelatinizeerde Griekse naam
 27 Inl|           Giton, ,,het buurjongetje'', een schone lievelingsslaaf en
 28 Inl|          hebben zij kennis gemaakt met een zekere Agamemnon, een leraar
 29 Inl|              met een zekere Agamemnon, een leraar in de welsprekendheid.
 30 Inl|         avonturen hebben beleefd, komt een slaaf van deze Agamemnon
 31 Inl|                 waarvoor zij alle vier een uitnodiging hadden ontvangen. (
 32   I|            zouden kunnen ontgaan, kwam een slaaf naar ons toe en zeide: ,,
 33   I|               doen is? Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes inzit;
 34   I|              warmpjes inzit; hij heeft een uurwerk in zijn eetzaal
 35   I|               in zijn eetzaal staan en een trompetter, die de opdracht
 36   I|            voegen, toen wij plotseling een oude kaalkop in een rode
 37   I|         plotseling een oude kaalkop in een rode tunica zagen, die te
 38   I|   groengekleurde ballen wierp. Viel er een bal op de grond, dan raapte
 39   I|             hij die niet meer op, maar een slaaf had er een zak vol
 40   I|              op, maar een slaaf had er een zak vol van, en deelde nieuwe
 41   I|             eunuchen stonden ieder aan een kant van de speelplaats,
 42   I|            kant van de speelplaats, de een met een zilveren pot de
 43   I|                speelplaats, de een met een zilveren pot de chambre;
 44   I|              vingers aan de lokken van een bediende af. Het zou mij
 45   I|            gingen dus in het bad en na een paar minuten flink getranspireerd
 46   I|    getranspireerd te hebben, namen wij een koude douche. Trimalchio,
 47   I|             Daarop wikkelde men hem in een scharlaken mantel en deed
 48   I|       scharlaken mantel en deed hem in een draagstoel plaats nemen,
 49   I|                livrei vooruitgingen en een handwagentje, waarin zijn
 50   I|             zijn lievelingsknaap reed, een oudachtig-uitziend ventje
 51   I|              weggedragen werd, naderde een muzikant met een miniatuur-fluit
 52   I|               naderde een muzikant met een miniatuur-fluit zijn hoofdeinde,
 53   I|           hoofdeinde, en alsof hij hem een geheim in 't oor fluisterde,
 54   I|             deur, op de posten waarvan een plakkaat was bevestigd met '
 55   I|               Vlak bij de ingang stond een in het groen geklede portier
 56   I|              groen geklede portier met een kersrode gordel om zijn
 57   I|            middel, die erwten dopte in een zilveren schotel. Boven
 58   I|         schotel. Boven de drempel hing een gouden kooi met een bonte
 59   I|               hing een gouden kooi met een bonte ekster, die de binnentredenden
 60   I|           kamertje van de portier, was een reusachtige hond aan een
 61   I|               een reusachtige hond aan een ketting ... op de muur geschilderd,
 62   I|              muur bekeken had. Het was een schilderij van een slavenmarkt;
 63   I|             Het was een schilderij van een slavenmarkt; alle slaven
 64   I|               zijn intrede in Rome als een jonge slaaf met lange haren
 65   I|               slaaf met lange haren en een Mercuriusstaf in de hand,
 66   I|              Minerva hem bij de kin op een hoge stellage. Ook Fortuna
 67   I|               Fortuna was aanwezig met een enorme hoorn des overvloeds,
 68   I|                oog in de zuilengang op een aantal hardlopers, die zich
 69   I|                 Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast op en
 70   I|        Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast op en daarin '
 71   I|            stonden zilveren Huisgoden, een marmeren Venusbeeld en een
 72   I|             een marmeren Venusbeeld en een tamelijk groot gouden doosje,
 73   I|               aan 't uiteinde iets als een bronzen scheepssnavel hadden,
 74   I|               zelfde opschrift was ook een dubbele lamp voorzien, die
 75   I|              wilden binnentreden, riep een der slaven, aan wie dit
 76   I|          waarheid te zeggen, waren wij een ogenblik bang, dat iemand
 77   I|               getreden waren, viel ons een geheel ontklede slaaf te
 78   I|     onoplettendheid van die schurk van een slaaf. Hij verloor mijn
 79   I|          verloor mijn tafelkleren, die een van mijn cliënten mij op
 80   I|             ons tot onze verbazing met een lawine van kussen, terwijl
 81   I|           vroeg dus wat te drinken. In een oogwenk bediende een slaaf
 82   I|                In een oogwenk bediende een slaaf mij onder een niet
 83   I|           bediende een slaaf mij onder een niet minder snerpend gezang,
 84   I|             gemeend hebben, dat men in een theater was tijdens de opvoering
 85   I|               tijdens de opvoering van een pantomime met zang inplaats
 86   I|        inplaats van in de eetkamer van een particulier.~ Ondertussen
 87   I|                 Ondertussen bracht men een voorgerecht op, dat er heerlijk
 88   I|              bewaarde. Er stond dan op een blad, dat voor voorgerechten
 89   I|             voorgerechten was bestemd, een ezeltje van Corinthisch
 90   I|             van Corinthisch brons, met een knapzak, die aan de ene
 91   I|             bestrooide hazelmuizen, op een zilveren rooster rokende
 92   I|                was bedekt, had hij nog een servet gebonden met brede
 93   I|              de pink van de linkerhand een grote, vergulden ring en
 94   I|             lid van de volgende vinger een kleinere, die mij geheel
 95   I|               rechterarm, versierd met een gouden armband en een ivoren
 96   I|              met een gouden armband en een ivoren ring, die door een
 97   I|              een ivoren ring, die door een plaatje van blinkend metaal
 98   I|             hij daarop zijn tanden met een zilveren tandenstoker had
 99   I|             even uitmaak". Daarop kwam een knaap met een speelbord
100   I|              Daarop kwam een knaap met een speelbord van terebinthisch
101   I|          voorgerecht bezig waren, werd een bord met een korf binnengebracht
102   I|               waren, werd een bord met een korf binnengebracht waarin
103   I|             korf binnengebracht waarin een houten kip zat, die hare
104   I|                 Ieder van ons kreeg nu een lepel, die niet minder dan
105   I|             lepel, die niet minder dan een half pond woog, en daarmee
106   I|         weggeworpen, want er scheen me een reeds jonge pauw in te zijn.
107   I|               zijn. Toen ik echter van een stamgast hoorde:,,Daarin
108   I|               ik het ei geheel en vond een vette bastaardnachtegaal,
109   I|               bastaardnachtegaal, door een gepeperde dooier omgeven.~
110   I|             had honingwijn te drinken, een tweede glas mocht nemen.~
111   I|        Plotseling werd door het orkest een teken gegeven en de gerechten
112   I|               de gerechten werden door een zingend koor snel weggeruimd.
113   I|       weggeruimd. Daar bij deze drukte een schoteltje op de grond gevallen
114   I|               de grond gevallen was en een slaaf het opraapte, liet
115   I|             die dit bemerkte, de knaap een oorvijg geven en beval het
116   I|           werpen. Dadelijk daarna kwam een slaaf, die voor 't huisraad
117   I|              heb ik voor ieder van ons een eigen tafel laten neerzetten.
118   I|           leeft dan de wijn langer dan een mensenkind. Laat ons daarom
119   I|           Gisteren schonk ik lang zulk een goede wijn niet, en toch
120   I|              hevig bewonderden, bracht een slaaf een zilveren geraamte,
121   I|          bewonderden, bracht een slaaf een zilveren geraamte, dat 
122  II|                algemeen applaus volgde een gerecht, dat niet aan onze
123  II|                zich trok. Er werd n.l. een ronde dienbak binnengebracht,
124  II|            tekens van de dierenriem in een kring waren getekend; op
125  II|                schotels moest ordenen, een gerecht geplaatst, dat er
126  II|                ramserwten, op de stier een stuk rundvlees, op de tweelingen
127  II|                en nieren, op de kreeft een krans, op de leeuw een Afrikaanse
128  II|          kreeft een krans, op de leeuw een Afrikaanse vijg, op de maagd
129  II|                maagd de baarmoeder van een zeug, die nog niet geworpen
130  II|                heeft, op de weegschaal een echte weegschaal met een
131  II|               een echte weegschaal met een taart in de ene schaal en
132  II|              taart in de ene schaal en een koek in de andere, op de
133  II|               andere, op de schorpioen een kleine zeevis, op de schutter
134  II|          kleine zeevis, op de schutter een haas, op de steenbok een
135  II|               een haas, op de steenbok een zeekreeft, op de waterman
136  II|              zeekreeft, op de waterman een gans, op de vissen twee
137  II|            barbelen. In het midden lag een graszode, met gras en al
138  II|               al uitgesneden en daarop een honingraat. Een Egyptische
139  II|              en daarop een honingraat. Een Egyptische slaaf droeg op
140  II|              Egyptische slaaf droeg op een zilveren bakpan brood rond
141  II|          bakpan brood rond en zong met een afschuwelijke stem een liedje
142  II|             met een afschuwelijke stem een liedje uit de pantomime ,,
143  II|              nu eenmaal 't gebruik bij een maaltijd.'' Toen hij dit
144  II|             Toen hij dit zeide, snelde een viertal dienaren onder begeleiding
145  II|          afdeling vetgemest gevogelte, een varkensuier en een in 't
146  II|          gevogelte, een varkensuier en een in 't midden met veren versierde
147  II|              op, uit wier leren zakken een gepeperde saus over de vissen
148  II|            vissen stroomde, die als in een vijver zwommen. Hierop klapten
149  II|              muziek de spijzen op zulk een wijze, dat men hem voor
150  II|               onder de begeleiding van een waterorgel een schijngevecht
151  II|         begeleiding van een waterorgel een schijngevecht levert. Toch
152  II|             voortdurende herhaling met een of ander woordspeling in
153  II|                niet dom, maar ze heeft een kwade tong, 't is een echte
154  II|            heeft een kwade tong, 't is een echte sofa-ekster: die zij
155  II|              ligt meer zilverwerk, dan een ander zijn hele vermogen
156  II|           ieder van die mooipraters in een muizenhol te drijven. En
157  II|               geen enkel, dat niet van een wilde ezel afstamt. Ziet
158  II|                die kussens; er is geen een, dat niet met purperen of
159  II|             van horen zeggen: toen hij een Boze Geest van zijn kap
160  II|             had beroofd, heeft die hem een schat getoond. Ik misgun
161  II|               aan, want hij heeft zelf een huis gekocht." En die daar,
162  II|                niet. Hij heeft eenmaal een millioen sestertiën ( f100.
163  II|              vrienden gevlogen. En wat een fatsoenlijk vak had hij,
164  II| begrafenisondernemer. Hij dineerde als een koning: wilde zwijnen met
165  II|             heeft. Hij leefde niet als een mens, maar als een prins
166  II|            niet als een mens, maar als een prins uit een sprookje.
167  II|                 maar als een prins uit een sprookje. Maar toen de zaken
168  II|        bankroet zou gaan, kondigde hij een verkoping aan met 't volgende
169  II|         weggedragen; de gasten, die in een vrolijke stemming waren
170  II|            ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt heeft. Men
171  II|          aannemen; soms b.v. wordt hij een ram. Wie nu onder dit teken
172  II|                Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen door '
173  II|                Zo draait de wereld als een molensteen en deze beweging
174  II|           aarde, onze moeder, rond als een ei, is 't hart van het heelal
175  II|         jachtsprieten en alles wat bij een jacht behoort. Wij wisten
176  II|              toen er buiten de eetzaal een verschrikkelijk lawaai ontstond
177  II|                Zij werden gevolgd door een dienbak met een geweldig
178  II|           gevolgd door een dienbak met een geweldig grote ever er op
179  II|          geweldig grote ever er op met een vrijheidsmuts op zijn kop.
180  II|            waardoor werd aangeduid dat een zeug werd opgediend. Ook
181  II|              vogels had gesneden, maar een reusachtige kerel met een
182  II|              een reusachtige kerel met een lange baard, die beenkappen
183  II|               baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven jachtmanteltje
184  II|        jachtmanteltje droeg. Deze trok een jachtmes en gaf de ever
185  II|                jachtmes en gaf de ever een flinke stoot in de zijde:
186  II|      lijmroeden gereed en vingen ze in een ogenblik terwijl ze door
187  II|             hij: ,,Let nu eens op, wat een lekkere eikels deze bosbewoner
188  II|              Ondertussen dacht ik, die een rustig plaatsje aan tafel
189  II|              vraag, waarom de ever met een vrijheidsmuts op tafel was
190  II|         Temidden van dit gesprek, ging een mooi knaapje met wijnloof
191  II|                Bacchus voorstelde, met een mandje vol druiven rond
192  II|               druiven rond en zong met een hoog stemmetje gedichten
193  II|           Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater heb''. Wij prezen
194  II|               eerste, die, toen hij om een grotere beker gevraagd had,
195  II|             had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij. Nauwelijks
196  II|           tafel te gaan. Wat hebben we een lelijke kou gehad! 't Bad
197  II|                niet warm gemaakt. Maar een warme drank is als een kleermaker,
198  II|            Maar een warme drank is als een kleermaker, die je een lekker
199  II|             als een kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk
200  II|                Ik neem niet iedere dag een bad. Het bad werkt net als
201  II|             bad. Het bad werkt net als een wolkammer, 't heeft tanden,
202  II|                knagen. Maar wanneer ik een beker honingwijn gedronken
203  II|               bad gaan, want ik was op een begrafenis. Die aardige
204  II|            mens gaat door 't leven als een opgeblazen zak op twee benen.
205  II|             liever 't lot wilde 't zo. Een dokter doet niets anders
206  II|                hij deftig begraven, op een bed met een prachtig doodskleed.
207  II|               begraven, op een bed met een prachtig doodskleed. Ook
208  II|               had. Maar de vrouwen, de een zo goed als de andere, zijn
209  II|            weldaden in het water. Maar een oude liefde houdt je vast,
210  II|               vast, als de scharen van een kreeft."~ De spreker begon
211  II|            geleefd en is gestorven als een fatsoenlijk man. Waarover
212  II|                beklagen? Hij begon met een halve stuiver, en hij zou
213  II|         bezwaar tegen gehad hebben, om een halve cent met zijn tanden
214  II|               cent met zijn tanden uit een mesthoop te halen. Zo is
215  II|      langzamerhand omhoog gekomen, als een honingraat. Ik geloof warempel,
216  II|               geloof warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet, en
217  II|                 en alles in baar geld. Een ding wil ik ronduit zeggen,
218  II|            ronduit zeggen, want ik heb een hondentong gegeten: hij
219  II|            hondentong gegeten: hij had een brutale mond, hij praatte
220  II|              Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een echte vriend
221  II|               dat was een brave kerel, een echte vriend voor zijn vrienden,
222  II|                hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, waarbij hij
223  II|            broer, zijn vermogen aan de een of andere onbekende snuiter
224  II|           brengen, vooral niet als hij een handelsman is. Intussen
225  II|             wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; in zijn
226  II|              haar was nog zo zwart als een raaf. Ik kende de man jaren
227  II|             droogte lang aan! 't Is al een jaar lang honger lijden.
228  II|       indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer 't brood
229  II|             Maar oprecht, betrouwbaar, een echte vriend voor zijn vrienden;
230  II|        allemaal bij de naam, alsof hij een der onzen was. Daarom was '
231  II|              toen ook zo spotgoedkoop. Een brood, dat je voor een as
232  II|                 Een brood, dat je voor een as gekocht had, dat kon
233  II|              de broden nog kleiner dan een koeienoog. En 't wordt met
234  II|             gaat ,,te gronde" alsof ze een kalfsstaart was. Maar waarom
235  II|              Maar waarom hebben we ook een aediel, die geen drie vijgen
236  II|                waard is en zelf liever een as verdient, dan dat hij
237  II|           Daarom leidt hij binnenshuis een lekker leventje en zijn
238  II|              dan het hele vermogen van een ander. Ik weet wel, waarmede
239  II|             vastendagen, niemand geeft een zier om Juppiter, en allen
240  II|            eens, binnenkort krijgen we een schitterend gladiatorengevecht,
241  II|             wat hij doet royaal; 't is een heethoofd; bij hem is 't
242  II|             sprake zijn, maar 't wordt een slachting voor 't publiek,
243  II|            eeuwig in ere. Hij heeft al een troepje boerenkinkels en
244  II|               troepje boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die op een
245  II|              een vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten en de
246  II|       meesteres wat amuseerde. Je zult een strijd van het publiek bijwonen
247  II|          minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die geen dubbeltje
248  II|          grabbel gooien. Wat heeft nou een slaaf voor kwaad gedaan,
249  II|              zou aflopen? De vader kon een vliegende wouw zijn klauwen
250  II|               klauwen afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje.
251  II|                n idee, dat Mammaea ons een maaltijd zal aanbieden,
252  II|               hebben kunnen houden; de een was een oude knol, de ander
253  II|              kunnen houden; de een was een oude knol, de ander had
254  II|                oude knol, de ander had een horrelvoet, de derde, die
255  II|                 was niet veel meer dan een lijk, dat de plaats van
256  II|                lijk, dat de plaats van een ander lijk innam en had
257  II|            maar één kerel met wat pit, een Thraciër; en die vocht nog
258  II|               en die vocht nog volgens een van buiten geleerd lesje.
259  II|           wezels. ,,Toch heb ik jullie een voorstelling gegeven" zei
260  II|              geleerd bent. Ik zou u op een goede keer wel eens willen
261  II|             wat te bikken krijgen b.v. een kippetje, een paar eitjes; '
262  II|             krijgen b.v. een kippetje, een paar eitjes; 't zal heel
263  II|              leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje hebben.
264  II|              zijn lei te kijken. 't Is een vlugge jongen en een goed
265  II|                Is een vlugge jongen en een goed soort jongen, al is
266  II|                 Maar toen had hij weer een ander stokpaardje en zo
267  II|                hoewel zijn leermeester een pedante kerel is, die geen
268  II|             heeft hij niet. Ik heb nog een onderwijzer niet bijzonder
269  II|               In kennis van de wet zit een broodje. Want van de letterkunde
270  II|                dan heb ik besloten hem een ambacht te laten leren;
271  II|              zijn rug, want nu zet hij een hoge borst tegenover Norbanus.
272  II|              borst tegenover Norbanus. Een goede opleiding betekent
273  II|               goede opleiding betekent een schat van geld, en wat je
274  II|                wat reukwater waste. Na een korte poos sprak hij: ,,
275  II|                moeten doen. Toch heeft een beetje granaatappelschil
276  II|            mijn maag met 't geluid van een os. Als iemand van jullie
277  II|                 Ik geloof niet, dat er een groter kwelling is, dan
278  II|               het hoofd en veroorzaken een zinking in het hele lichaam.
279  II|               het hele lichaam. Ik ken een boel mensen, die op die
280  II|                telkens ons lachen door een teug wijn. Wij wisten echter
281  II|              de zaal binnengebracht. ,,Een daarvan," zoo vertelde de
282  II|            zien voor de maaltijd? Want een kip, ragout en andere dergelijke
283  II|               Maar mijn koks braden in een ogenblik hele kalveren in
284  II|                 Toen liet hij dadelijk een kok roepen, en gebood hem,
285  II|               lekker smaakt, groeit op een van mijn landgoederen, dat
286  II|               onderwerp heb je vandaag een declamatie gehouden? Want
287  II|                Agamemnon antwoordde: ,,Een arme en rijke man waren
288  II|              versta je eigenlijk onder een arme man?" ,,Rake vraag",
289  II|                 hoe de Cycloop hem met een nijptang de duim omdraaide?
290  II|               eigen ogen de Sibylle in een flesje hangen, en telkens
291  II|            geleerdheid uitgekraamd, of een schotel met het enorm grote
292  II|             kok, en zwoeren, dat zelfs een haan niet zo snel had kunnen
293  II|               hem zijn kleren uit." In een ogenblik was dit geschied.
294  II|              oor: ,,Drommels, dit moet een prul van een slaaf zijn;
295  II|        Drommels, dit moet een prul van een slaaf zijn; wie kan nu vergeten
296  II|             vergeten de ingewanden uit een zwijn te halen? Ik zou het
297  II|               vergeven, als hij er bij een vis niet om gedacht had."
298  II|               kok werd niet alleen met een dronk geëerd, maar ook met
299  II|             dronk geëerd, maar ook met een zilveren krans, en tevens
300  II|               en tevens reikte men hem een beker op een schaal van
301  II|            reikte men hem een beker op een schaal van Corinthisch metaal.~
302  II|              ingenomen, liet Hannibal, een sluwe listeling, alle bronzen,
303  II|             dus Corinthisch metaal uit een mengsel ontstaan: het is
304  II|             geen waarde. Er was echter een kunstenaar, die een glazen
305  II|             echter een kunstenaar, die een glazen beker maakte, die
306  II|               opraapte, was hij alleen een beetje gedeukt, alsof hij
307  II|              was. Daarna haalde de man een hamertje uit zijn kleedplooi
308  II|              keizer sprak: ,,Is er nog een ander, die zulk glas kan
309  II|                van 13 liter inhoud. Op een daarvan is voorgesteld,
310  II|               Hermeros en Petraites op een van mijn bekers, allemaal
311  II|              vertelde, liet de dienaar een beker vallen. Trimalchio
312  II|              Vooruit, gauw geef jezelf een klap, omdat je zo lomp bent."
313  II|                 Dadelijk trok de knaap een lip en smeekte genade, maar
314  II|             die wel wist, hoe men weer een uitnodiging voor een diner
315  II|              weer een uitnodiging voor een diner kon krijgen.~ Intussen
316  II|            terwijl alle slaven in koor een Grieks liedje zongen. Hij
317  II|               geremd door de komst van een secretaris, die met luider
318  II|               voorlas, als was het uit een staatscourant: ,,26 Juli:
319  II|              en ik heb dat niet binnen een half jaar vernomen, dan
320  II|                 waarin Trimalchio door een speciaal codicil buiten
321  II|             van de opzichters, die van een vrijgelatene, die door een
322  II|             een vrijgelatene, die door een nachtwacht verstoten was,
323  II|            betrapt was in de kamer van een badmeester, en die van een
324  II|             een badmeester, en die van een opzichter van het atrium,
325  II|            tenslotte werd vermeld, dat een rentmeester in staat van
326  II|             het vonnis was geveld door een rechtbank van kamerdienaars.~
327  II|                kwamen de koorddansers. Een buitengewoon domme stoffel
328  II|         buitengewoon domme stoffel van een man stelde zich met een
329  II|                een man stelde zich met een ladder op, en liet een knaap
330  II|             met een ladder op, en liet een knaap op de sporten en op '
331  II|               springen en gelastte hem een aarden pot met zijn tanden
332  II|             kunststukjes bewonderde. ,,Een ondankbaar vak," zei hij; ,,
333  II|               toneelspelers gekocht om een Grieks stuk op te voeren,
334  II|          voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse klucht laten
335  II|                 niet om die pummel van een gastheer, die zij gaarne
336  II|                 dat het diner wel eens een onaangenaam einde kon hebben,
337  II|        misschien gedwongen zouden zijn een sterfgeval te betreuren,
338  II|                met loshangend haar, en een drinkbeker in de hand, terwijl
339  II|               vergiffenis. Ik vond het een vervelende geschiedenis,
340  II|                op deze smeekbeden weer een grappige verrassing zou
341  II|               zich nog niet opende, om een of andere verrassing te
342  II|                plaats van straf volgde een bevel van Trimalchio, om
343  II|         niemand zou kunnen zeggen, dat een zo groot man door een slaaf
344  II|              dat een zo groot man door een slaaf gewond was.~ Wij betuigden
345  II|                gebeurtenis niet zonder een toepasselijk gedichtje laten
346  II|           Daarop vroeg hij dadelijk om een schrijftafeltje en, zonder
347 III|           gulden pauw,~ Wiens vederdos een Babylonisch kleed gelijkt.~
348 III|             zijn laatste rustplaats in een ijz'ren pot.~ Wat hebt gij
349 III|          blijken door hun glans?~ Moet een getrouwde vrouw zich hullen
350 III|                naakt te zien zijn door een wolk van dunne stof?~ ~
351  IV|               is dat niet schandelijk? Een mens eet schapenvlees en
352  IV|             eet schapenvlees en draagt een wollen tunica. Maar de bijen
353  IV|                schieten, toen loten in een beker rondgegeven werden,
354  IV|           beker rondgegeven werden, en een daartoe bestemde slaaf de
355  IV|             nemen, ,,Misdadig zilver": een ham werd op tafel geplaatst,
356  IV|                op tafel geplaatst, met een zilveren azijnstel er boven
357  IV|               azijnstel er boven op. ,,Een hoofdkussen": een stukje
358  IV|                op. ,,Een hoofdkussen": een stukje schapenhals werd
359  IV|               hardgebakken broodjes en een staak met een appel. ,,Prei
360  IV|              broodjes en een staak met een appel. ,,Prei en perziken":
361  IV|            appel. ,,Prei en perziken": een zweep en een dolk. ,,Mussen
362  IV|                perziken": een zweep en een dolk. ,,Mussen en een vliegenvanger":
363  IV|               en een dolk. ,,Mussen en een vliegenvanger": rozijnen
364  IV|              diners en 't zakenleven": een stukje vlees en schrijfgereedschap. ,,
365  IV|                de voet": de gast kreeg een haas en een sandaal. ,,Een
366  IV|              de gast kreeg een haas en een sandaal. ,,Een muraena (
367  IV|             een haas en een sandaal. ,,Een muraena (zeevis) en een
368  IV|                Een muraena (zeevis) en een letter": een muis die aan
369  IV|                zeevis) en een letter": een muis die aan een kikker
370  IV|              letter": een muis die aan een kikker was gebonden en een
371  IV|             een kikker was gebonden en een bundel beetwortels.~ Wij
372  IV|          tranen in de ogen kreeg, werd een van Trimalchio's medevrijgelatenen
373  IV|              het was juist degene, die een plaats boven mij aan tafel
374  IV|           naast hem aan tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben
375  IV|               water. Als ik rondom hem een kringetje waterde, zou hij
376  IV|             dan andere mensen? Ben jij een Romeins ridder? Ik ben een
377  IV|             een Romeins ridder? Ik ben een koningszoon. Waarom ik dan
378  IV|               burger wilde worden, dan een belastingbetalend vorstje.
379  IV|    blootshoofds op straat; ben niemand een koperen duit schuldig; ben
380  IV|              je schuldig bent." Ik heb een paar stukjes land gekocht;
381  IV|            benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost. Ik hoop
382  IV|              je te kijken? Je ziet wel een luisje bij een ander maar
383  IV|                ziet wel een luisje bij een ander maar niet de schapenluis
384  IV|               Daar zit je leermeester, een man op leeftijd; aan hem
385  IV|                geen boe of ba, je bent een hol vat, een natte leren
386  IV|               ba, je bent een hol vat, een natte leren riem; neen,
387  IV|              heeft ooit geweten, of ik een slaaf was of een vrij man.
388  IV|                 of ik een slaaf was of een vrij man. Ik was nog een
389  IV|               een vrij man. Ik was nog een jongen met lang haar, toen
390  IV|             heer naar de zin te maken, een hooggeëerd en waardig man,
391  IV|                staar je me nu aan, als een bok in een veld met paardebonen?"~
392  IV|              me nu aan, als een bok in een veld met paardebonen?"~
393  IV|                stond, zeer ongepast in een schaterend gelach uit, dat
394  IV|               uitlachen, al had je ook een vergulde baard, zoals een
395  IV|              een vergulde baard, zoals een godenbeeld. Ik zal maken,
396  IV|                laten wij, als je wilt, een weddenschap aangaan; kom
397  IV|               tanden en tobt je af als een muis die in een pot gevallen
398  IV|              je af als een muis die in een pot gevallen is. Houd dus
399  IV|            ring van mij crediet heeft. Een mooi ding, zo'n halfverdronken
400  IV|       begrafenis zweren, zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal
401  IV|     opgeschorte toga achtervolgen zal. Een mooie meneer , die je zo'
402  IV|               n opvoeding geeft; 't is een idioot in plaats van een
403  IV|               een idioot in plaats van een opvoeder. Neen, dan hebben
404  IV|        allemaal jongens van niks; geen een is twee duiten waard. Ik,
405  IV|             Hermeros, spaar dat ventje een beetje. Zijn bloed raakt
406  IV|              overwinnaar. Toen jij nog een jong haantje was, kraaide
407  IV|           kijken." Tegelijkertijd trad een schaar Grieken en Trojanen
408  IV|            sloegen. Trimalchio ging op een kussen zitten, en toen de
409  IV|          zitten, en toen de Homeristen een dialoog van Griekse verzen
410  IV|              las hij met zingende stem een Latijnse tekst voor. Toen
411  IV|           tekst voor. Toen kort daarop een pauze intrad, zei hij: ,,
412  IV|               en Ganymedes; die hadden een zuster Helena. Agamemnon
413  IV|               in haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt
414  IV|              had, hieven de Homeristen een geschreeuw aan, en midden
415  IV|          elkaar lopende slaven werd op een schotel van 200 pond een
416  IV|               een schotel van 200 pond een gekookt kalf binnengebracht
417  IV|                kalf binnengebracht met een helm op zijn kop. Daarachter
418  IV|              met getrokken zwaard, als een waanzinnige, op het kalf
419  IV|              bang, dat door 't plafond een of andere koorddanser naar
420  IV|             ging het plafond open., en een ontzaglijk grote hoepel,
421  IV|           hoepel, die ongetwijfeld van een geweldig groot vat was afgenomen,
422  IV|              tafel. Daarop was al weer een blad met koeken geplaatst,
423  IV|                 en in het midden stond een door de bakker vervaardigde
424  IV|               dadelijk daarna verwekte een nieuwe verrassing weer grote
425  IV|               dat dit gerecht, dat met een ritueel vocht was besprenkeld,
426  IV|         ritueel vocht was besprenkeld, een godsdienstige betekenis
427  IV|               om de hals; de derde gaf een schaal wijn rond en riep: ,,
428  IV|        Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, de tweede Geluksman,
429  IV|              heette. Daarop bracht men een sprekend-gelijkende buste
430  IV|               beleefd hebt, als je mij een genoegen wilt doen." Daarop
431  IV|               lacher? 't Is beter zelf een grappige geschiedenis te
432  IV|              vertellen, dan dat men er een over mij vertelt." ,,Toen
433  IV|               vertellen: ,,Toen ik nog een slaaf was, woonden wij in
434  IV|              slaaf was, woonden wij in een nauw straatje; nu behoort
435  IV|             dat vrouwtje uit Tarentum, een allerliefst dikkertje. Maar
436  IV|                zei ze ,,neen"; als zij een as verdiende, dan kreeg
437  IV|           beurs, en nooit heeft ze mij een stuiver te kort gedaan.
438  IV|             van deze vrouw nu, kwam op een keer te overlijden, ergens
439  IV|         gelegenheid gebruik, en haalde een gast, die wij hadden, over,
440  IV|                te vergezellen. Het was een militair, sterk als de hel.
441  IV|                zon tegen de middag. Op een gegeven ogenblik liep onze
442  IV|               liep onze weg dwars door een begraafplaats; mijn metgezel
443  IV|         richting van de zerken; ik zat een deuntje te neuriën en telde
444  IV|               de keel; ik stond er als een dode; want hij waterde en
445  IV|               veranderde plotseling in een wolf. Je moet niet denken,
446  IV|              niet liegen, al kon ik er een erfenis mee verdienen. Maar,
447  IV|                zeggen zou, toen de man een wolf geworden was, liet
448  IV|            wolf geworden was, liet hij een gehuil horen en vluchtte
449  IV|            bereikte. Ik zag er uit als een geest, toen ik binnenkwam; '
450  IV|              ogen staarden als die van een dode, ik kon maar niet tot
451  IV|          tenminste kunnen helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen
452  IV|  binnengedrongen en heeft alle vee als een slager geslacht. Maat hij
453  IV|              slaaf heeft zijn hals met een lans doorboord."~ Toen ik
454  IV|                van de dag rende ik als een bestolen herbergier naar
455  IV|                soldaat in zijn bed als een os, en een geneesheer verbond
456  IV|                zijn bed als een os, en een geneesheer verbond zijn
457  IV|            Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was, en van dat
458  IV|               zal jullie zelf ook eens een griezelige geschiedenis
459  IV|         geschiedenis vertellen; het is een verhaal, net zo merkwaardig
460  IV|             geklommen was. Toen ik nog een aardig slaafje was met lange
461  IV|           leefde van mijn jeugd af als een weeldepop), stierf de lievelingsslaaf
462  IV|      lievelingsslaaf van mijn meester, een parel van een jongen, die
463  IV|            mijn meester, een parel van een jongen, die volmaakt was
464  IV|       bedroefde moeder hem beweende en een groot aantal onzer aan de
465  IV|              zoudt gedacht hebben, dat een haas door een hond werd
466  IV|              hebben, dat een haas door een hond werd nagejaagd. Nu
467  IV|                hadden wij in die dagen een Cappadociër, een lange,
468  IV|             die dagen een Cappadociër, een lange, sterke slaaf, die
469  IV|           dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier wel kunnen
470  IV|     ingewikkeld; daarop doorboorde hij een der vampiers ongeveer op
471  IV|           gezond blijven). Wij hoorden een gezucht, maar (ik wil niet
472  IV|           omarmen, zag zij al tastende een bundel stro. Hij had geen
473  IV|          hadden de knaap geroofd en er een strooien pop voor in de
474  IV|          imiteren van de gesprekken in een kapperszaak! Wie was daarin
475  IV|              hand aan de mond en floot een afschuwelijk deuntje, waarvan
476  IV|               hij later zeide, dat het een Grieks liedje was.~ Toen
477  IV|                nagedaan, keek hij naar een slaafje, dat hij Croesus
478  IV|                Croesus noemde. Het was een knaap met zere ogen , en
479  IV|            ogen , en vuile tanden, die een zwart, ongemanierd dik hondje
480  IV|              ongemanierd dik hondje in een groen windsel wikkelde;
481  IV|         wikkelde; vervolgens legde hij een half brood op de rustbank
482  IV|               zeide. Onmiddellijk werd een reusachtige hond aan een
483  IV|               een reusachtige hond aan een ketting binnengebracht;
484  IV|                binnengebracht; er door een trap van de portier aan
485  IV|            Daarop wierp Trimalchio hem een stuk wittebrood toe, en
486  IV|             hondengewoonte de zaal met een afschuwelijk geblaf en scheurde
487  IV|              vechtpartij, maar er werd een kandelaar omgeworpen, die
488  IV|                gaf Trimalchio de knaap een kus en liet hem op zijn
489  IV|              was, gaf hij bevel, om in een grote schaal wijn te mengen,
490  IV|               voeten der gasten zaten, een dronk aan te bieden met
491  IV|             met de bepaling: ,,Wanneer een van hen niet wil drinken,
492  IV|            hadden.~ Ondertussen klopte een lictor aan de deur van de
493  IV|                de deur van de zaal, en een in 't wit geklede man, die
494  IV|             geklede man, die zeker van een partijtje kwam, trad met
495  IV|               partijtje kwam, trad met een groot gevolg binnen. Door
496  IV|         geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor binnen was gekomen.
497  IV|           kerel, het is Habinnas maar, een lid van de commissie der
498  IV|                zesmannen, eigenaar van een steenhouwerswerkplaats,
499  IV|              in zijn vrolijkheid, liet een nog grotere beker voor zichzelf
500  IV|               verzekeren. Scissa heeft een schitterend lijkmaal voor
501  IV|         verklaard had. Ja, zij zal nog een aardig sommetje aan de ontvanger
502  IV|          vergeet. Wij hadden dan eerst een zwijn, dat met worsten was
503  IV|             slaafje meebreng, krijg ik een standje. Maar daar herinnert
504  IV|                hoofdschotel hadden wij een stuk berenvlees; toen Scintilla
505  IV|                 Ik zelf at er meer dan een pond van, want 't vlees
506  IV|             Trouwens, ik zeg maar, als een beer een mens opeet, met
507  IV|              ik zeg maar, als een beer een mens opeet, met hoeveel
508  IV|             met hoeveel meer recht mag een mens dan een beer opeten?
509  IV|            meer recht mag een mens dan een beer opeten? Tenslotte hadden
510  IV|           zachte wijnkaas met mostsap, een alikruik voor ieder, en
511  IV|               en stukje pens, lever op een schoteltje, eieren ,,au
512  IV|          capuchon", raap en mosterd en een schotel, gevuld met een
513  IV|                een schotel, gevuld met een soort koeienvla, en daarmee
514  IV|                daarmee basta. Ook werd een schaal ingemaakte olijven
515  IV|          hebben, als Fortunata niet op een gegeven teken, door alle
516  IV|             bovenkleed door middel van een gele gordel zo hoog opgetrokken
517  IV|         opgetrokken was, dat daaronder een kersrode tunica tevoorschijn
518  IV|            droogde zij haar handen aan een doek, die aan haar hals
519  IV|           plezier in de handen klapte, een kus gaf, zeide ze: ,,Krijg
520  IV|                weer eens te zien?"~ Op een gegeven ogenblik kwam het
521  IV|              aan Scintilla toonde, die een en al bewondering was. Tenslotte
522  IV|               zijn nu de kluisters van een vrouw: zo halen zij ons
523  IV|               vel over de oren. Zes en een half pond moeten haar sieraden
524  IV|            wegen. Toch heb ik zelf nog een armband van tien pond, die
525  IV|                opdat men hem niet voor een opsnijder zou houden, een
526  IV|              een opsnijder zou houden, een weegschaal halen en rondgeven,
527  IV|             want zij nam van haar hals een gouden doosje, dat zij haar
528  IV|               kopen. Werkelijk, als ik een dochter had, zou ik haar
529  IV|               als modder, maar nu moet een mens meer uitgeven dan hij
530  IV|                dronkenheid, terwijl de een op haar ijver als huisvrouw
531  IV|            maar."~ Ondertussen bootste een Alexandrijnse knaap, die
532  IV|               Alexandrijnse knaap, die een warme drank inschonk, een
533  IV|              een warme drank inschonk, een nachtegaal na, waarbij Trimalchio
534  IV|                iets anders." Toen kwam een ander amusement. De slaaf,
535  IV|            Nooit werden mijn oren door een scheller geluid getroffen;
536  IV|           luider, dan weer zachter met een barbaarse uitspraak voordroeg,
537  IV|       schoenmaker, kok, bakker, kortom een slaaf, die van alle markten
538  IV|           kunsten van die deugniet van een slaaf verteld, 't is je
539  IV|                   Ik zie, dat Habinnas een echte Cappadociër is; hij
540  IV|                alsof hij geprezen was, een lamp van aardewerk uit zijn
541  IV|         voorschijn en bootste meer dan een half uur lang trompetters
542  IV|              dan weer vertoonde hij in een koetsiersmantel, met de
543  IV|               Bravo, Massa, ik geef je een paar laarzen cadeau."~ Er
544  IV|              mee door gekund, als niet een veel wonderlijker schotel
545  IV|         namelijk, zoals wij geloofden, een gemeste gans was opgedragen,
546  IV|                te kikken, en hij maakt een vis van een varkenspens,
547  IV|               en hij maakt een vis van een varkenspens, een duif van
548  IV|               vis van een varkenspens, een duif van een stuk spek,
549  IV|              varkenspens, een duif van een stuk spek, een tortelduif
550  IV|                duif van een stuk spek, een tortelduif van ham, en een
551  IV|             een tortelduif van ham, en een kip van een heupbeen. Daarom
552  IV|                van ham, en een kip van een heupbeen. Daarom heb ik
553  IV|         heupbeen. Daarom heb ik hem in een geestig ogenblik een alleraardigste
554  IV|                in een geestig ogenblik een alleraardigste naam gegeven:
555  IV|           messen van Norisch staal als een geschenk meegebracht." Hij
556  IV|           geweest; ze hadden ieder nog een kruik aan hun hals hangen.
557  IV|                kammosselen vielen, die een knaap verzamelde en op een
558  IV|             een knaap verzamelde en op een schaal presenteerde. De
559  IV|      achterblijven; daarom bood hij op een zilveren braadroostertje
560  IV|                aan en zong daarbij met een trillende en afschuwelijke
561  IV|              nu gebeurde: want volgens een in ons land ongebruikelijke
562  IV|                lange haren zalfolie in een zilveren wasbekken binnen,
563  IV|              omwonden. Daarop goot men een scheutje van diezelfde olie
564  IV|           klappen, toen Trimalchio tot een paar slaven zeide: ,,Ik
565  IV|              ook jou, Cario, al ben je een begunstiger der ,,Groenen",
566  IV|       Philargyrus vermaak ik bovendien een stuk land benevens zijn
567  IV|             zijn medeslavin, aan Cario een huis, om te verhuren, de
568  IV|              verhuren, de 5 procent en een bed met toebehoren. Fortunata
569  IV|             beledigd word. Ik zal n.l. een van mijn vrijgelatenen aanstellen
570  IV|            zeilen varen, en mijzelf in een rechterstoel in een gewaad
571  IV|         mijzelf in een rechterstoel in een gewaad met purperen strepen
572  IV|            ringen, terwijl ik geld uit een zakje onder het volk werp;
573  IV|              Je kunt, als je wilt, ook een eetzaal daarop afbeelden,
574  IV|             van Fortunata plaatsen met een duif in de hand; zij moet
575  IV|               in de hand; zij moet ook een schoothondje vasthouden,
576  IV|             kan vloeien. Ook mag je er een gebroken urn op uithouwen
577  IV|             urn op uithouwen en daarop een snikkende knaap; en in het
578  IV|                knaap; en in het midden een zonneuurwerk, opdat ieder,
579  IV|                nagelaten en toch nooit een wijsgeer gehoord. 't Ga
580  IV|               weerklonk, alsof zij bij een begrafenis waren genodigd.
581  IV|               te zien, stel ik je voor een bad te gaan nemen; ik durf
582  IV|            spijten. Het is zo warm als een oven." ,,Juist," zei Habinnas, ,,
583  IV|              bad maar zie, krijg ik al een ongeluk. Laten wij doen,
584  IV|                de ketting ons met zulk een vervaarlijk geblaf ontving,
585  IV|           ingekomen bent. Nog nooit is een gast door de deur, waardoor
586  IV|      ongelukkige stakkers doen, die in een nieuw soort doolhof ingesloten
587  IV|                 en voor wie het bad al een uitkomst begon te worden?
588  IV|              deze was nauw en deed aan een kuip van een koudwaterbad
589  IV|               en deed aan een kuip van een koudwaterbad denken. Trimalchio
590  IV|         prettiger was dan zich, zonder een groot aantal mensen om zich
591  IV|             baden, en dat hier vroeger een bakkerij was geweest. Toen
592  IV|             voorbij was, werden wij in een andere eetzaal gebracht,
593  IV|                die voor onze ogen door een zak vloeide. Toen sprak
594  IV|                Vrienden, vandaag heeft een van mijn slaven voor het
595  IV|              zeg 't zonder te bluffen, een degelijke jongen, die ieder
596  IV|            Toen hij dat zeide, kraaide een haan. Door dit geluid verschrikt,
597  IV|                gegeven. Er moet ergens een brand zijn of een sterfgeval
598  IV|               ergens een brand zijn of een sterfgeval in de buurt.
599  IV|    ongeluksprofeet hier brengt, krijgt een drinkgeld." Nauwelijks had
600  IV|                hem slachten, om hem in een ketel te laten koken. De
601  IV|        Daedalus de kokende bouillon in een pan schepte, wreef Fortunata
602  IV|            schepte, wreef Fortunata in een bukshouten molen peper fijn.~
603  IV|           anderen aan de beurt komen." Een nieuwe afdeling volgde hen
604  IV|               midden der nieuwe slaven een lang niet onaardig slaafje
605  IV|              te beschimpen, noemde hem een vuilik en een ploert, omdat
606  IV|               noemde hem een vuilik en een ploert, omdat hij zijn lusten
607  IV|                woorden: ,,Jou hond van een kerel," toe. Trimalchio,
608  IV|     scheldwoorden beledigd, wierp haar een beker in het gezicht. Zij
609  IV|              Zij schreeuwde, alsof zij een oog verloren had, en hield
610  IV|              zenuwachtige vriendin met een deel van haar bovenkleed.
611  IV|                het gedienstige slaafje een koele kruik tegen haar wang,
612  IV|     slavenmarkt afgehaald, en haar tot een dame gemaakt. Maar zij blaast
613  IV|               weer te verliezen. 't Is een stuk hout, geen vrouw. Maar
614  IV|                geen vrouw. Maar wie in een bordeel geboren is, droomt
615  IV|            geboren is, droomt niet van een paleis. Zowaar als m'n beschermgeest
616  IV|              dat dat prekerige manwijf een toontje lager zingt. En
617  IV|           bedenk, dat ik, domme kerel, een erfdochter met 10.000.000
618  IV|                wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als ik dood ben."~
619  IV|              10, hij leest gemakkelijk een boek, hij heeft van zijn
620  IV|             hij heeft van zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting
621  IV|                gekocht, hij heeft zich een armstoel aangeschaft en
622  IV|            twee bekers. Is dat nu niet een jongen om mee te dwepen?
623  IV|              besloten heb, zit als met een ijzeren bout vastgenageld.
624  IV|              anderen hebben natuurlijk een andere opvatting. Ik barst
625  IV|               wel maken, dat je binnen een minuut niet weet, waar je
626  IV|               te meten, en, om spoedig een baard te krijgen, smeerde
627  IV|                tot erfgenaam; ik kreeg een kapitaaltje, voldoende voor
628  IV|            kapitaaltje, voldoende voor een senator. Maar geen mens
629  IV|           rustte vijf schepen uit, nam een lading wijn in (die was
630  IV|             bouwen, zodat iedereen mij een ondernemend man noemde.
631  IV|         meester geweest waren. Ik liet een huis bouwen, en kocht lastdieren,
632  IV|                kant wilde doen, haalde een sterrenwichelaar, die juist
633  IV|                ons stadje was gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam)
634  IV|           vrienden. Niemand bewijst je een wederdienst. Je bezit uitgestrekte
635  IV|                landerijen. Je koestert een slang aan je boezem. En,
636  IV|               Bovendien zou ik spoedig een erfenis krijgen. Dat zegt
637  IV|           Zoals ge weet, het was eerst een krot, nu is het een tempel.
638  IV|              eerst een krot, nu is het een tempel. Het heeft 4 grote
639  IV|              marmeren galerijen, boven een eetzaal, een slaapkamer
640  IV|          galerijen, boven een eetzaal, een slaapkamer voor mezelf,
641  IV|            boudoir van die slang daar, een goede kamer voor de portier,
642  IV|             logeren, en hij heeft zelf een villa aan het zeestrand,
643  IV|               villa aan het zeestrand, een erfstuk van zijn vader.
644  IV|                Geloof mij: heb je maar een stuiver, dan geld je ook
645  IV|              geld je ook niet meer dan een stuiver; heb je geld, dan
646  IV|                 Vroeger was de spreker een armzalige kikvors, nu is
647  IV|           armzalige kikvors, nu is hij een grote meneer. Stichus, breng
648  IV|            worden. Haal ook de zalf en een proefje uit die kruik met
649  IV|            lang en bracht onmiddellijk een wit kleed, en een toga met
650  IV|         onmiddellijk een wit kleed, en een toga met purperen zoom in
651  IV|              zegenen." Toen opende hij een fles nardusolie, bestreek
652  IV|           stomdronken was, bevel gaf - een nieuwe marteling voor onze
653  IV|              Hij strekte zich boven op een stapel kussens in zijn volle
654  IV|            mensen behoorde, blies zulk een fortissimo, dat hij de hele
655  IV|             met emmers water en bijlen een ontzettend lawaai te maken,
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License