IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] echtgenoten 1 echtheid 1 edelmoedigs 1 een 655 één 18 eenmaal 6 éénmaal 1 | Frequency [« »] ----- ----- 816 de 655 een 543 en 404 ik 372 van | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances een |
Part
1 Inl| hem van vriendschap voor een der deelnemers aan de tegen 2 Inl| bereiken, maar maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij 3 Inl| veroorloofde zich echter nog een echt-Petroniaanse geestigheid. 4 Inl| nl., alvorens te sterven, een verzegeld geschrift aan 5 Inl| 16de boek zijner Annalen een hoogst merkwaardige karakterschets 6 Inl| toch werd hij niet als een slemper of een verkwister 7 Inl| niet als een slemper of een verkwister beschouwd, zoals 8 Inl| vermogen verbrassen, maar als een man, die van alle denkbare 9 Inl| alle denkbare genietingen een studie had gemaakt. Bovendien 10 Inl| verrieden, des te gretiger als een soort naïveteit opgenomen. 11 Inl| Bithynië en later als consul, een krachtig man en volkomen 12 Inl| de geniale schrijver van een roman, die oorspronkelijk 13 Inl| over hebben, is slechts een zeer klein deel van het 14 Inl| men te Trau in Dalmatië een manuscript, dat ,,Het gastmaal 15 Inl| erkend.~ In 1692 liet Nodot, een Frans officier, te Rotterdam 16 Inl| te Rotterdam bij Leers een uitgave van Petronius drukken, 17 Inl| men nu volgens de uitgever een volledige Petronius bezat.~ 18 Inl| fragmenten zijn echter niets dan een literaire fraude, zoals 19 Inl| de Barante (1670-1745), een beroemd advocaat te Riom, 20 Inl| gastmaal van Trimalchio" vormt een afgerond geheel. Deze maaltijd 21 Inl| heeft plaats ten huize van een zekere Trimalchio, een vrijgelaten 22 Inl| van een zekere Trimalchio, een vrijgelaten slaaf, die door 23 Inl| gelegenheid aangrijpt, om als een echte parvenu op zijn reusachtig 24 Inl| pochen. Trimalchio woont in een half-Griekse stad aan de 25 Inl| personen zijn door de hand van een meester getekend; vooral 26 Inl| drie jongelui, die ieder een gelatinizeerde Griekse naam 27 Inl| Giton, ,,het buurjongetje'', een schone lievelingsslaaf en 28 Inl| hebben zij kennis gemaakt met een zekere Agamemnon, een leraar 29 Inl| met een zekere Agamemnon, een leraar in de welsprekendheid. 30 Inl| avonturen hebben beleefd, komt een slaaf van deze Agamemnon 31 Inl| waarvoor zij alle vier een uitnodiging hadden ontvangen. ( 32 I| zouden kunnen ontgaan, kwam een slaaf naar ons toe en zeide: ,, 33 I| doen is? Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes inzit; 34 I| warmpjes inzit; hij heeft een uurwerk in zijn eetzaal 35 I| in zijn eetzaal staan en een trompetter, die de opdracht 36 I| voegen, toen wij plotseling een oude kaalkop in een rode 37 I| plotseling een oude kaalkop in een rode tunica zagen, die te 38 I| groengekleurde ballen wierp. Viel er een bal op de grond, dan raapte 39 I| hij die niet meer op, maar een slaaf had er een zak vol 40 I| op, maar een slaaf had er een zak vol van, en deelde nieuwe 41 I| eunuchen stonden ieder aan een kant van de speelplaats, 42 I| kant van de speelplaats, de een met een zilveren pot de 43 I| speelplaats, de een met een zilveren pot de chambre; 44 I| vingers aan de lokken van een bediende af. Het zou mij 45 I| gingen dus in het bad en na een paar minuten flink getranspireerd 46 I| getranspireerd te hebben, namen wij een koude douche. Trimalchio, 47 I| Daarop wikkelde men hem in een scharlaken mantel en deed 48 I| scharlaken mantel en deed hem in een draagstoel plaats nemen, 49 I| livrei vooruitgingen en een handwagentje, waarin zijn 50 I| zijn lievelingsknaap reed, een oudachtig-uitziend ventje 51 I| weggedragen werd, naderde een muzikant met een miniatuur-fluit 52 I| naderde een muzikant met een miniatuur-fluit zijn hoofdeinde, 53 I| hoofdeinde, en alsof hij hem een geheim in 't oor fluisterde, 54 I| deur, op de posten waarvan een plakkaat was bevestigd met ' 55 I| Vlak bij de ingang stond een in het groen geklede portier 56 I| groen geklede portier met een kersrode gordel om zijn 57 I| middel, die erwten dopte in een zilveren schotel. Boven 58 I| schotel. Boven de drempel hing een gouden kooi met een bonte 59 I| hing een gouden kooi met een bonte ekster, die de binnentredenden 60 I| kamertje van de portier, was een reusachtige hond aan een 61 I| een reusachtige hond aan een ketting ... op de muur geschilderd, 62 I| muur bekeken had. Het was een schilderij van een slavenmarkt; 63 I| Het was een schilderij van een slavenmarkt; alle slaven 64 I| zijn intrede in Rome als een jonge slaaf met lange haren 65 I| slaaf met lange haren en een Mercuriusstaf in de hand, 66 I| Minerva hem bij de kin op een hoge stellage. Ook Fortuna 67 I| Fortuna was aanwezig met een enorme hoorn des overvloeds, 68 I| oog in de zuilengang op een aantal hardlopers, die zich 69 I| Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast op en 70 I| Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast op en daarin ' 71 I| stonden zilveren Huisgoden, een marmeren Venusbeeld en een 72 I| een marmeren Venusbeeld en een tamelijk groot gouden doosje, 73 I| aan 't uiteinde iets als een bronzen scheepssnavel hadden, 74 I| zelfde opschrift was ook een dubbele lamp voorzien, die 75 I| wilden binnentreden, riep een der slaven, aan wie dit 76 I| waarheid te zeggen, waren wij een ogenblik bang, dat iemand 77 I| getreden waren, viel ons een geheel ontklede slaaf te 78 I| onoplettendheid van die schurk van een slaaf. Hij verloor mijn 79 I| verloor mijn tafelkleren, die een van mijn cliënten mij op 80 I| ons tot onze verbazing met een lawine van kussen, terwijl 81 I| vroeg dus wat te drinken. In een oogwenk bediende een slaaf 82 I| In een oogwenk bediende een slaaf mij onder een niet 83 I| bediende een slaaf mij onder een niet minder snerpend gezang, 84 I| gemeend hebben, dat men in een theater was tijdens de opvoering 85 I| tijdens de opvoering van een pantomime met zang inplaats 86 I| inplaats van in de eetkamer van een particulier.~ Ondertussen 87 I| Ondertussen bracht men een voorgerecht op, dat er heerlijk 88 I| bewaarde. Er stond dan op een blad, dat voor voorgerechten 89 I| voorgerechten was bestemd, een ezeltje van Corinthisch 90 I| van Corinthisch brons, met een knapzak, die aan de ene 91 I| bestrooide hazelmuizen, op een zilveren rooster rokende 92 I| was bedekt, had hij nog een servet gebonden met brede 93 I| de pink van de linkerhand een grote, vergulden ring en 94 I| lid van de volgende vinger een kleinere, die mij geheel 95 I| rechterarm, versierd met een gouden armband en een ivoren 96 I| met een gouden armband en een ivoren ring, die door een 97 I| een ivoren ring, die door een plaatje van blinkend metaal 98 I| hij daarop zijn tanden met een zilveren tandenstoker had 99 I| even uitmaak". Daarop kwam een knaap met een speelbord 100 I| Daarop kwam een knaap met een speelbord van terebinthisch 101 I| voorgerecht bezig waren, werd een bord met een korf binnengebracht 102 I| waren, werd een bord met een korf binnengebracht waarin 103 I| korf binnengebracht waarin een houten kip zat, die hare 104 I| Ieder van ons kreeg nu een lepel, die niet minder dan 105 I| lepel, die niet minder dan een half pond woog, en daarmee 106 I| weggeworpen, want er scheen me een reeds jonge pauw in te zijn. 107 I| zijn. Toen ik echter van een stamgast hoorde:,,Daarin 108 I| ik het ei geheel en vond een vette bastaardnachtegaal, 109 I| bastaardnachtegaal, door een gepeperde dooier omgeven.~ 110 I| had honingwijn te drinken, een tweede glas mocht nemen.~ 111 I| Plotseling werd door het orkest een teken gegeven en de gerechten 112 I| de gerechten werden door een zingend koor snel weggeruimd. 113 I| weggeruimd. Daar bij deze drukte een schoteltje op de grond gevallen 114 I| de grond gevallen was en een slaaf het opraapte, liet 115 I| die dit bemerkte, de knaap een oorvijg geven en beval het 116 I| werpen. Dadelijk daarna kwam een slaaf, die voor 't huisraad 117 I| heb ik voor ieder van ons een eigen tafel laten neerzetten. 118 I| leeft dan de wijn langer dan een mensenkind. Laat ons daarom 119 I| Gisteren schonk ik lang zulk een goede wijn niet, en toch 120 I| hevig bewonderden, bracht een slaaf een zilveren geraamte, 121 I| bewonderden, bracht een slaaf een zilveren geraamte, dat zó 122 II| algemeen applaus volgde een gerecht, dat niet aan onze 123 II| zich trok. Er werd n.l. een ronde dienbak binnengebracht, 124 II| tekens van de dierenriem in een kring waren getekend; op 125 II| schotels moest ordenen, een gerecht geplaatst, dat er 126 II| ramserwten, op de stier een stuk rundvlees, op de tweelingen 127 II| en nieren, op de kreeft een krans, op de leeuw een Afrikaanse 128 II| kreeft een krans, op de leeuw een Afrikaanse vijg, op de maagd 129 II| maagd de baarmoeder van een zeug, die nog niet geworpen 130 II| heeft, op de weegschaal een echte weegschaal met een 131 II| een echte weegschaal met een taart in de ene schaal en 132 II| taart in de ene schaal en een koek in de andere, op de 133 II| andere, op de schorpioen een kleine zeevis, op de schutter 134 II| kleine zeevis, op de schutter een haas, op de steenbok een 135 II| een haas, op de steenbok een zeekreeft, op de waterman 136 II| zeekreeft, op de waterman een gans, op de vissen twee 137 II| barbelen. In het midden lag een graszode, met gras en al 138 II| al uitgesneden en daarop een honingraat. Een Egyptische 139 II| en daarop een honingraat. Een Egyptische slaaf droeg op 140 II| Egyptische slaaf droeg op een zilveren bakpan brood rond 141 II| bakpan brood rond en zong met een afschuwelijke stem een liedje 142 II| met een afschuwelijke stem een liedje uit de pantomime ,, 143 II| nu eenmaal 't gebruik bij een maaltijd.'' Toen hij dit 144 II| Toen hij dit zeide, snelde een viertal dienaren onder begeleiding 145 II| afdeling vetgemest gevogelte, een varkensuier en een in 't 146 II| gevogelte, een varkensuier en een in 't midden met veren versierde 147 II| op, uit wier leren zakken een gepeperde saus over de vissen 148 II| vissen stroomde, die als in een vijver zwommen. Hierop klapten 149 II| muziek de spijzen op zulk een wijze, dat men hem voor 150 II| onder de begeleiding van een waterorgel een schijngevecht 151 II| begeleiding van een waterorgel een schijngevecht levert. Toch 152 II| voortdurende herhaling met een of ander woordspeling in 153 II| niet dom, maar ze heeft een kwade tong, 't is een echte 154 II| heeft een kwade tong, 't is een echte sofa-ekster: die zij 155 II| ligt meer zilverwerk, dan een ander zijn hele vermogen 156 II| ieder van die mooipraters in een muizenhol te drijven. En 157 II| geen enkel, dat niet van een wilde ezel afstamt. Ziet 158 II| die kussens; er is geen een, dat niet met purperen of 159 II| van horen zeggen: toen hij een Boze Geest van zijn kap 160 II| had beroofd, heeft die hem een schat getoond. Ik misgun 161 II| aan, want hij heeft zelf een huis gekocht." En die daar, 162 II| niet. Hij heeft eenmaal een millioen sestertiën ( f100. 163 II| vrienden gevlogen. En wat een fatsoenlijk vak had hij, 164 II| begrafenisondernemer. Hij dineerde als een koning: wilde zwijnen met 165 II| heeft. Hij leefde niet als een mens, maar als een prins 166 II| niet als een mens, maar als een prins uit een sprookje. 167 II| maar als een prins uit een sprookje. Maar toen de zaken 168 II| bankroet zou gaan, kondigde hij een verkoping aan met 't volgende 169 II| weggedragen; de gasten, die in een vrolijke stemming waren 170 II| ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt heeft. Men 171 II| aannemen; soms b.v. wordt hij een ram. Wie nu onder dit teken 172 II| Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen door ' 173 II| Zo draait de wereld als een molensteen en deze beweging 174 II| aarde, onze moeder, rond als een ei, is 't hart van het heelal 175 II| jachtsprieten en alles wat bij een jacht behoort. Wij wisten 176 II| toen er buiten de eetzaal een verschrikkelijk lawaai ontstond 177 II| Zij werden gevolgd door een dienbak met een geweldig 178 II| gevolgd door een dienbak met een geweldig grote ever er op 179 II| geweldig grote ever er op met een vrijheidsmuts op zijn kop. 180 II| waardoor werd aangeduid dat een zeug werd opgediend. Ook 181 II| vogels had gesneden, maar een reusachtige kerel met een 182 II| een reusachtige kerel met een lange baard, die beenkappen 183 II| baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven jachtmanteltje 184 II| jachtmanteltje droeg. Deze trok een jachtmes en gaf de ever 185 II| jachtmes en gaf de ever een flinke stoot in de zijde: 186 II| lijmroeden gereed en vingen ze in een ogenblik terwijl ze door 187 II| hij: ,,Let nu eens op, wat een lekkere eikels deze bosbewoner 188 II| Ondertussen dacht ik, die een rustig plaatsje aan tafel 189 II| vraag, waarom de ever met een vrijheidsmuts op tafel was 190 II| Temidden van dit gesprek, ging een mooi knaapje met wijnloof 191 II| Bacchus voorstelde, met een mandje vol druiven rond 192 II| druiven rond en zong met een hoog stemmetje gedichten 193 II| Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater heb''. Wij prezen 194 II| eerste, die, toen hij om een grotere beker gevraagd had, 195 II| had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij. Nauwelijks 196 II| tafel te gaan. Wat hebben we een lelijke kou gehad! 't Bad 197 II| niet warm gemaakt. Maar een warme drank is als een kleermaker, 198 II| Maar een warme drank is als een kleermaker, die je een lekker 199 II| als een kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk 200 II| Ik neem niet iedere dag een bad. Het bad werkt net als 201 II| bad. Het bad werkt net als een wolkammer, 't heeft tanden, 202 II| knagen. Maar wanneer ik een beker honingwijn gedronken 203 II| bad gaan, want ik was op een begrafenis. Die aardige 204 II| mens gaat door 't leven als een opgeblazen zak op twee benen. 205 II| liever 't lot wilde 't zo. Een dokter doet niets anders 206 II| hij deftig begraven, op een bed met een prachtig doodskleed. 207 II| begraven, op een bed met een prachtig doodskleed. Ook 208 II| had. Maar de vrouwen, de een zo goed als de andere, zijn 209 II| weldaden in het water. Maar een oude liefde houdt je vast, 210 II| vast, als de scharen van een kreeft."~ De spreker begon 211 II| geleefd en is gestorven als een fatsoenlijk man. Waarover 212 II| beklagen? Hij begon met een halve stuiver, en hij zou 213 II| bezwaar tegen gehad hebben, om een halve cent met zijn tanden 214 II| cent met zijn tanden uit een mesthoop te halen. Zo is 215 II| langzamerhand omhoog gekomen, als een honingraat. Ik geloof warempel, 216 II| geloof warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet, en 217 II| en alles in baar geld. Een ding wil ik ronduit zeggen, 218 II| ronduit zeggen, want ik heb een hondentong gegeten: hij 219 II| hondentong gegeten: hij had een brutale mond, hij praatte 220 II| Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een echte vriend 221 II| dat was een brave kerel, een echte vriend voor zijn vrienden, 222 II| hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, waarbij hij 223 II| broer, zijn vermogen aan de een of andere onbekende snuiter 224 II| brengen, vooral niet als hij een handelsman is. Intussen 225 II| wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; in zijn 226 II| haar was nog zo zwart als een raaf. Ik kende de man jaren 227 II| droogte lang aan! 't Is al een jaar lang honger lijden. 228 II| indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer 't brood 229 II| Maar oprecht, betrouwbaar, een echte vriend voor zijn vrienden; 230 II| allemaal bij de naam, alsof hij een der onzen was. Daarom was ' 231 II| toen ook zo spotgoedkoop. Een brood, dat je voor een as 232 II| Een brood, dat je voor een as gekocht had, dat kon 233 II| de broden nog kleiner dan een koeienoog. En 't wordt met 234 II| gaat ,,te gronde" alsof ze een kalfsstaart was. Maar waarom 235 II| Maar waarom hebben we ook een aediel, die geen drie vijgen 236 II| waard is en zelf liever een as verdient, dan dat hij 237 II| Daarom leidt hij binnenshuis een lekker leventje en zijn 238 II| dan het hele vermogen van een ander. Ik weet wel, waarmede 239 II| vastendagen, niemand geeft een zier om Juppiter, en allen 240 II| eens, binnenkort krijgen we een schitterend gladiatorengevecht, 241 II| wat hij doet royaal; 't is een heethoofd; bij hem is 't 242 II| sprake zijn, maar 't wordt een slachting voor 't publiek, 243 II| eeuwig in ere. Hij heeft al een troepje boerenkinkels en 244 II| troepje boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die op een 245 II| een vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten en de 246 II| meesteres wat amuseerde. Je zult een strijd van het publiek bijwonen 247 II| minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die geen dubbeltje 248 II| grabbel gooien. Wat heeft nou een slaaf voor kwaad gedaan, 249 II| zou aflopen? De vader kon een vliegende wouw zijn klauwen 250 II| klauwen afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje. 251 II| n idee, dat Mammaea ons een maaltijd zal aanbieden, 252 II| hebben kunnen houden; de een was een oude knol, de ander 253 II| kunnen houden; de een was een oude knol, de ander had 254 II| oude knol, de ander had een horrelvoet, de derde, die 255 II| was niet veel meer dan een lijk, dat de plaats van 256 II| lijk, dat de plaats van een ander lijk innam en had 257 II| maar één kerel met wat pit, een Thraciër; en die vocht nog 258 II| en die vocht nog volgens een van buiten geleerd lesje. 259 II| wezels. ,,Toch heb ik jullie een voorstelling gegeven" zei 260 II| geleerd bent. Ik zou u op een goede keer wel eens willen 261 II| wat te bikken krijgen b.v. een kippetje, een paar eitjes; ' 262 II| krijgen b.v. een kippetje, een paar eitjes; 't zal heel 263 II| leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje hebben. 264 II| zijn lei te kijken. 't Is een vlugge jongen en een goed 265 II| Is een vlugge jongen en een goed soort jongen, al is 266 II| Maar toen had hij weer een ander stokpaardje en zo 267 II| hoewel zijn leermeester een pedante kerel is, die geen 268 II| heeft hij niet. Ik heb nog een onderwijzer niet bijzonder 269 II| In kennis van de wet zit een broodje. Want van de letterkunde 270 II| dan heb ik besloten hem een ambacht te laten leren; 271 II| zijn rug, want nu zet hij een hoge borst tegenover Norbanus. 272 II| borst tegenover Norbanus. Een goede opleiding betekent 273 II| goede opleiding betekent een schat van geld, en wat je 274 II| wat reukwater waste. Na een korte poos sprak hij: ,, 275 II| moeten doen. Toch heeft een beetje granaatappelschil 276 II| mijn maag met 't geluid van een os. Als iemand van jullie 277 II| Ik geloof niet, dat er een groter kwelling is, dan 278 II| het hoofd en veroorzaken een zinking in het hele lichaam. 279 II| het hele lichaam. Ik ken een boel mensen, die op die 280 II| telkens ons lachen door een teug wijn. Wij wisten echter 281 II| de zaal binnengebracht. ,,Een daarvan," zoo vertelde de 282 II| zien voor de maaltijd? Want een kip, ragout en andere dergelijke 283 II| Maar mijn koks braden in een ogenblik hele kalveren in 284 II| Toen liet hij dadelijk een kok roepen, en gebood hem, 285 II| lekker smaakt, groeit op een van mijn landgoederen, dat 286 II| onderwerp heb je vandaag een declamatie gehouden? Want 287 II| Agamemnon antwoordde: ,,Een arme en rijke man waren 288 II| versta je eigenlijk onder een arme man?" ,,Rake vraag", 289 II| hoe de Cycloop hem met een nijptang de duim omdraaide? 290 II| eigen ogen de Sibylle in een flesje hangen, en telkens 291 II| geleerdheid uitgekraamd, of een schotel met het enorm grote 292 II| kok, en zwoeren, dat zelfs een haan niet zo snel had kunnen 293 II| hem zijn kleren uit." In een ogenblik was dit geschied. 294 II| oor: ,,Drommels, dit moet een prul van een slaaf zijn; 295 II| Drommels, dit moet een prul van een slaaf zijn; wie kan nu vergeten 296 II| vergeten de ingewanden uit een zwijn te halen? Ik zou het 297 II| vergeven, als hij er bij een vis niet om gedacht had." 298 II| kok werd niet alleen met een dronk geëerd, maar ook met 299 II| dronk geëerd, maar ook met een zilveren krans, en tevens 300 II| en tevens reikte men hem een beker op een schaal van 301 II| reikte men hem een beker op een schaal van Corinthisch metaal.~ 302 II| ingenomen, liet Hannibal, een sluwe listeling, alle bronzen, 303 II| dus Corinthisch metaal uit een mengsel ontstaan: het is 304 II| geen waarde. Er was echter een kunstenaar, die een glazen 305 II| echter een kunstenaar, die een glazen beker maakte, die 306 II| opraapte, was hij alleen een beetje gedeukt, alsof hij 307 II| was. Daarna haalde de man een hamertje uit zijn kleedplooi 308 II| keizer sprak: ,,Is er nog een ander, die zulk glas kan 309 II| van 13 liter inhoud. Op een daarvan is voorgesteld, 310 II| Hermeros en Petraites op een van mijn bekers, allemaal 311 II| vertelde, liet de dienaar een beker vallen. Trimalchio 312 II| Vooruit, gauw geef jezelf een klap, omdat je zo lomp bent." 313 II| Dadelijk trok de knaap een lip en smeekte genade, maar 314 II| die wel wist, hoe men weer een uitnodiging voor een diner 315 II| weer een uitnodiging voor een diner kon krijgen.~ Intussen 316 II| terwijl alle slaven in koor een Grieks liedje zongen. Hij 317 II| geremd door de komst van een secretaris, die met luider 318 II| voorlas, als was het uit een staatscourant: ,,26 Juli: 319 II| en ik heb dat niet binnen een half jaar vernomen, dan 320 II| waarin Trimalchio door een speciaal codicil buiten 321 II| van de opzichters, die van een vrijgelatene, die door een 322 II| een vrijgelatene, die door een nachtwacht verstoten was, 323 II| betrapt was in de kamer van een badmeester, en die van een 324 II| een badmeester, en die van een opzichter van het atrium, 325 II| tenslotte werd vermeld, dat een rentmeester in staat van 326 II| het vonnis was geveld door een rechtbank van kamerdienaars.~ 327 II| kwamen de koorddansers. Een buitengewoon domme stoffel 328 II| buitengewoon domme stoffel van een man stelde zich met een 329 II| een man stelde zich met een ladder op, en liet een knaap 330 II| met een ladder op, en liet een knaap op de sporten en op ' 331 II| springen en gelastte hem een aarden pot met zijn tanden 332 II| kunststukjes bewonderde. ,,Een ondankbaar vak," zei hij; ,, 333 II| toneelspelers gekocht om een Grieks stuk op te voeren, 334 II| voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse klucht laten 335 II| niet om die pummel van een gastheer, die zij gaarne 336 II| dat het diner wel eens een onaangenaam einde kon hebben, 337 II| misschien gedwongen zouden zijn een sterfgeval te betreuren, 338 II| met loshangend haar, en een drinkbeker in de hand, terwijl 339 II| vergiffenis. Ik vond het een vervelende geschiedenis, 340 II| op deze smeekbeden weer een grappige verrassing zou 341 II| zich nog niet opende, om een of andere verrassing te 342 II| plaats van straf volgde een bevel van Trimalchio, om 343 II| niemand zou kunnen zeggen, dat een zo groot man door een slaaf 344 II| dat een zo groot man door een slaaf gewond was.~ Wij betuigden 345 II| gebeurtenis niet zonder een toepasselijk gedichtje laten 346 II| Daarop vroeg hij dadelijk om een schrijftafeltje en, zonder 347 III| gulden pauw,~ Wiens vederdos een Babylonisch kleed gelijkt.~ 348 III| zijn laatste rustplaats in een ijz'ren pot.~ Wat hebt gij 349 III| blijken door hun glans?~ Moet een getrouwde vrouw zich hullen 350 III| naakt te zien zijn door een wolk van dunne stof?~ ~ 351 IV| is dat niet schandelijk? Een mens eet schapenvlees en 352 IV| eet schapenvlees en draagt een wollen tunica. Maar de bijen 353 IV| schieten, toen loten in een beker rondgegeven werden, 354 IV| beker rondgegeven werden, en een daartoe bestemde slaaf de 355 IV| nemen, ,,Misdadig zilver": een ham werd op tafel geplaatst, 356 IV| op tafel geplaatst, met een zilveren azijnstel er boven 357 IV| azijnstel er boven op. ,,Een hoofdkussen": een stukje 358 IV| op. ,,Een hoofdkussen": een stukje schapenhals werd 359 IV| hardgebakken broodjes en een staak met een appel. ,,Prei 360 IV| broodjes en een staak met een appel. ,,Prei en perziken": 361 IV| appel. ,,Prei en perziken": een zweep en een dolk. ,,Mussen 362 IV| perziken": een zweep en een dolk. ,,Mussen en een vliegenvanger": 363 IV| en een dolk. ,,Mussen en een vliegenvanger": rozijnen 364 IV| diners en 't zakenleven": een stukje vlees en schrijfgereedschap. ,, 365 IV| de voet": de gast kreeg een haas en een sandaal. ,,Een 366 IV| de gast kreeg een haas en een sandaal. ,,Een muraena ( 367 IV| een haas en een sandaal. ,,Een muraena (zeevis) en een 368 IV| Een muraena (zeevis) en een letter": een muis die aan 369 IV| zeevis) en een letter": een muis die aan een kikker 370 IV| letter": een muis die aan een kikker was gebonden en een 371 IV| een kikker was gebonden en een bundel beetwortels.~ Wij 372 IV| tranen in de ogen kreeg, werd een van Trimalchio's medevrijgelatenen 373 IV| het was juist degene, die een plaats boven mij aan tafel 374 IV| naast hem aan tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben 375 IV| water. Als ik rondom hem een kringetje waterde, zou hij 376 IV| dan andere mensen? Ben jij een Romeins ridder? Ik ben een 377 IV| een Romeins ridder? Ik ben een koningszoon. Waarom ik dan 378 IV| burger wilde worden, dan een belastingbetalend vorstje. 379 IV| blootshoofds op straat; ben niemand een koperen duit schuldig; ben 380 IV| je schuldig bent." Ik heb een paar stukjes land gekocht; 381 IV| benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost. Ik hoop 382 IV| je te kijken? Je ziet wel een luisje bij een ander maar 383 IV| ziet wel een luisje bij een ander maar niet de schapenluis 384 IV| Daar zit je leermeester, een man op leeftijd; aan hem 385 IV| geen boe of ba, je bent een hol vat, een natte leren 386 IV| ba, je bent een hol vat, een natte leren riem; neen, 387 IV| heeft ooit geweten, of ik een slaaf was of een vrij man. 388 IV| of ik een slaaf was of een vrij man. Ik was nog een 389 IV| een vrij man. Ik was nog een jongen met lang haar, toen 390 IV| heer naar de zin te maken, een hooggeëerd en waardig man, 391 IV| staar je me nu aan, als een bok in een veld met paardebonen?"~ 392 IV| me nu aan, als een bok in een veld met paardebonen?"~ 393 IV| stond, zeer ongepast in een schaterend gelach uit, dat 394 IV| uitlachen, al had je ook een vergulde baard, zoals een 395 IV| een vergulde baard, zoals een godenbeeld. Ik zal maken, 396 IV| laten wij, als je wilt, een weddenschap aangaan; kom 397 IV| tanden en tobt je af als een muis die in een pot gevallen 398 IV| je af als een muis die in een pot gevallen is. Houd dus 399 IV| ring van mij crediet heeft. Een mooi ding, zo'n halfverdronken 400 IV| begrafenis zweren, zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal 401 IV| opgeschorte toga achtervolgen zal. Een mooie meneer , die je zo' 402 IV| n opvoeding geeft; 't is een idioot in plaats van een 403 IV| een idioot in plaats van een opvoeder. Neen, dan hebben 404 IV| allemaal jongens van niks; geen een is twee duiten waard. Ik, 405 IV| Hermeros, spaar dat ventje een beetje. Zijn bloed raakt 406 IV| overwinnaar. Toen jij nog een jong haantje was, kraaide 407 IV| kijken." Tegelijkertijd trad een schaar Grieken en Trojanen 408 IV| sloegen. Trimalchio ging op een kussen zitten, en toen de 409 IV| zitten, en toen de Homeristen een dialoog van Griekse verzen 410 IV| las hij met zingende stem een Latijnse tekst voor. Toen 411 IV| tekst voor. Toen kort daarop een pauze intrad, zei hij: ,, 412 IV| en Ganymedes; die hadden een zuster Helena. Agamemnon 413 IV| in haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt 414 IV| had, hieven de Homeristen een geschreeuw aan, en midden 415 IV| elkaar lopende slaven werd op een schotel van 200 pond een 416 IV| een schotel van 200 pond een gekookt kalf binnengebracht 417 IV| kalf binnengebracht met een helm op zijn kop. Daarachter 418 IV| met getrokken zwaard, als een waanzinnige, op het kalf 419 IV| bang, dat door 't plafond een of andere koorddanser naar 420 IV| ging het plafond open., en een ontzaglijk grote hoepel, 421 IV| hoepel, die ongetwijfeld van een geweldig groot vat was afgenomen, 422 IV| tafel. Daarop was al weer een blad met koeken geplaatst, 423 IV| en in het midden stond een door de bakker vervaardigde 424 IV| dadelijk daarna verwekte een nieuwe verrassing weer grote 425 IV| dat dit gerecht, dat met een ritueel vocht was besprenkeld, 426 IV| ritueel vocht was besprenkeld, een godsdienstige betekenis 427 IV| om de hals; de derde gaf een schaal wijn rond en riep: ,, 428 IV| Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, de tweede Geluksman, 429 IV| heette. Daarop bracht men een sprekend-gelijkende buste 430 IV| beleefd hebt, als je mij een genoegen wilt doen." Daarop 431 IV| lacher? 't Is beter zelf een grappige geschiedenis te 432 IV| vertellen, dan dat men er een over mij vertelt." ,,Toen 433 IV| vertellen: ,,Toen ik nog een slaaf was, woonden wij in 434 IV| slaaf was, woonden wij in een nauw straatje; nu behoort 435 IV| dat vrouwtje uit Tarentum, een allerliefst dikkertje. Maar 436 IV| zei ze ,,neen"; als zij een as verdiende, dan kreeg 437 IV| beurs, en nooit heeft ze mij een stuiver te kort gedaan. 438 IV| van deze vrouw nu, kwam op een keer te overlijden, ergens 439 IV| gelegenheid gebruik, en haalde een gast, die wij hadden, over, 440 IV| te vergezellen. Het was een militair, sterk als de hel. 441 IV| zon tegen de middag. Op een gegeven ogenblik liep onze 442 IV| liep onze weg dwars door een begraafplaats; mijn metgezel 443 IV| richting van de zerken; ik zat een deuntje te neuriën en telde 444 IV| de keel; ik stond er als een dode; want hij waterde en 445 IV| veranderde plotseling in een wolf. Je moet niet denken, 446 IV| niet liegen, al kon ik er een erfenis mee verdienen. Maar, 447 IV| zeggen zou, toen de man een wolf geworden was, liet 448 IV| wolf geworden was, liet hij een gehuil horen en vluchtte 449 IV| bereikte. Ik zag er uit als een geest, toen ik binnenkwam; ' 450 IV| ogen staarden als die van een dode, ik kon maar niet tot 451 IV| tenminste kunnen helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen 452 IV| binnengedrongen en heeft alle vee als een slager geslacht. Maat hij 453 IV| slaaf heeft zijn hals met een lans doorboord."~ Toen ik 454 IV| van de dag rende ik als een bestolen herbergier naar 455 IV| soldaat in zijn bed als een os, en een geneesheer verbond 456 IV| zijn bed als een os, en een geneesheer verbond zijn 457 IV| Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was, en van dat 458 IV| zal jullie zelf ook eens een griezelige geschiedenis 459 IV| geschiedenis vertellen; het is een verhaal, net zo merkwaardig 460 IV| geklommen was. Toen ik nog een aardig slaafje was met lange 461 IV| leefde van mijn jeugd af als een weeldepop), stierf de lievelingsslaaf 462 IV| lievelingsslaaf van mijn meester, een parel van een jongen, die 463 IV| mijn meester, een parel van een jongen, die volmaakt was 464 IV| bedroefde moeder hem beweende en een groot aantal onzer aan de 465 IV| zoudt gedacht hebben, dat een haas door een hond werd 466 IV| hebben, dat een haas door een hond werd nagejaagd. Nu 467 IV| hadden wij in die dagen een Cappadociër, een lange, 468 IV| die dagen een Cappadociër, een lange, sterke slaaf, die 469 IV| dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier wel kunnen 470 IV| ingewikkeld; daarop doorboorde hij een der vampiers ongeveer op 471 IV| gezond blijven). Wij hoorden een gezucht, maar (ik wil niet 472 IV| omarmen, zag zij al tastende een bundel stro. Hij had geen 473 IV| hadden de knaap geroofd en er een strooien pop voor in de 474 IV| imiteren van de gesprekken in een kapperszaak! Wie was daarin 475 IV| hand aan de mond en floot een afschuwelijk deuntje, waarvan 476 IV| hij later zeide, dat het een Grieks liedje was.~ Toen 477 IV| nagedaan, keek hij naar een slaafje, dat hij Croesus 478 IV| Croesus noemde. Het was een knaap met zere ogen , en 479 IV| ogen , en vuile tanden, die een zwart, ongemanierd dik hondje 480 IV| ongemanierd dik hondje in een groen windsel wikkelde; 481 IV| wikkelde; vervolgens legde hij een half brood op de rustbank 482 IV| zeide. Onmiddellijk werd een reusachtige hond aan een 483 IV| een reusachtige hond aan een ketting binnengebracht; 484 IV| binnengebracht; er door een trap van de portier aan 485 IV| Daarop wierp Trimalchio hem een stuk wittebrood toe, en 486 IV| hondengewoonte de zaal met een afschuwelijk geblaf en scheurde 487 IV| vechtpartij, maar er werd een kandelaar omgeworpen, die 488 IV| gaf Trimalchio de knaap een kus en liet hem op zijn 489 IV| was, gaf hij bevel, om in een grote schaal wijn te mengen, 490 IV| voeten der gasten zaten, een dronk aan te bieden met 491 IV| met de bepaling: ,,Wanneer een van hen niet wil drinken, 492 IV| hadden.~ Ondertussen klopte een lictor aan de deur van de 493 IV| de deur van de zaal, en een in 't wit geklede man, die 494 IV| geklede man, die zeker van een partijtje kwam, trad met 495 IV| partijtje kwam, trad met een groot gevolg binnen. Door 496 IV| geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor binnen was gekomen. 497 IV| kerel, het is Habinnas maar, een lid van de commissie der 498 IV| zesmannen, eigenaar van een steenhouwerswerkplaats, 499 IV| in zijn vrolijkheid, liet een nog grotere beker voor zichzelf 500 IV| verzekeren. Scissa heeft een schitterend lijkmaal voor 501 IV| verklaard had. Ja, zij zal nog een aardig sommetje aan de ontvanger 502 IV| vergeet. Wij hadden dan eerst een zwijn, dat met worsten was 503 IV| slaafje meebreng, krijg ik een standje. Maar daar herinnert 504 IV| hoofdschotel hadden wij een stuk berenvlees; toen Scintilla 505 IV| Ik zelf at er meer dan een pond van, want 't vlees 506 IV| Trouwens, ik zeg maar, als een beer een mens opeet, met 507 IV| ik zeg maar, als een beer een mens opeet, met hoeveel 508 IV| met hoeveel meer recht mag een mens dan een beer opeten? 509 IV| meer recht mag een mens dan een beer opeten? Tenslotte hadden 510 IV| zachte wijnkaas met mostsap, een alikruik voor ieder, en 511 IV| en stukje pens, lever op een schoteltje, eieren ,,au 512 IV| capuchon", raap en mosterd en een schotel, gevuld met een 513 IV| een schotel, gevuld met een soort koeienvla, en daarmee 514 IV| daarmee basta. Ook werd een schaal ingemaakte olijven 515 IV| hebben, als Fortunata niet op een gegeven teken, door alle 516 IV| bovenkleed door middel van een gele gordel zo hoog opgetrokken 517 IV| opgetrokken was, dat daaronder een kersrode tunica tevoorschijn 518 IV| droogde zij haar handen aan een doek, die aan haar hals 519 IV| plezier in de handen klapte, een kus gaf, zeide ze: ,,Krijg 520 IV| weer eens te zien?"~ Op een gegeven ogenblik kwam het 521 IV| aan Scintilla toonde, die een en al bewondering was. Tenslotte 522 IV| zijn nu de kluisters van een vrouw: zo halen zij ons 523 IV| vel over de oren. Zes en een half pond moeten haar sieraden 524 IV| wegen. Toch heb ik zelf nog een armband van tien pond, die 525 IV| opdat men hem niet voor een opsnijder zou houden, een 526 IV| een opsnijder zou houden, een weegschaal halen en rondgeven, 527 IV| want zij nam van haar hals een gouden doosje, dat zij haar 528 IV| kopen. Werkelijk, als ik een dochter had, zou ik haar 529 IV| als modder, maar nu moet een mens meer uitgeven dan hij 530 IV| dronkenheid, terwijl de een op haar ijver als huisvrouw 531 IV| maar."~ Ondertussen bootste een Alexandrijnse knaap, die 532 IV| Alexandrijnse knaap, die een warme drank inschonk, een 533 IV| een warme drank inschonk, een nachtegaal na, waarbij Trimalchio 534 IV| iets anders." Toen kwam een ander amusement. De slaaf, 535 IV| Nooit werden mijn oren door een scheller geluid getroffen; 536 IV| luider, dan weer zachter met een barbaarse uitspraak voordroeg, 537 IV| schoenmaker, kok, bakker, kortom een slaaf, die van alle markten 538 IV| kunsten van die deugniet van een slaaf verteld, 't is je 539 IV| Ik zie, dat Habinnas een echte Cappadociër is; hij 540 IV| alsof hij geprezen was, een lamp van aardewerk uit zijn 541 IV| voorschijn en bootste meer dan een half uur lang trompetters 542 IV| dan weer vertoonde hij in een koetsiersmantel, met de 543 IV| Bravo, Massa, ik geef je een paar laarzen cadeau."~ Er 544 IV| mee door gekund, als niet een veel wonderlijker schotel 545 IV| namelijk, zoals wij geloofden, een gemeste gans was opgedragen, 546 IV| te kikken, en hij maakt een vis van een varkenspens, 547 IV| en hij maakt een vis van een varkenspens, een duif van 548 IV| vis van een varkenspens, een duif van een stuk spek, 549 IV| varkenspens, een duif van een stuk spek, een tortelduif 550 IV| duif van een stuk spek, een tortelduif van ham, en een 551 IV| een tortelduif van ham, en een kip van een heupbeen. Daarom 552 IV| van ham, en een kip van een heupbeen. Daarom heb ik 553 IV| heupbeen. Daarom heb ik hem in een geestig ogenblik een alleraardigste 554 IV| in een geestig ogenblik een alleraardigste naam gegeven: 555 IV| messen van Norisch staal als een geschenk meegebracht." Hij 556 IV| geweest; ze hadden ieder nog een kruik aan hun hals hangen. 557 IV| kammosselen vielen, die een knaap verzamelde en op een 558 IV| een knaap verzamelde en op een schaal presenteerde. De 559 IV| achterblijven; daarom bood hij op een zilveren braadroostertje 560 IV| aan en zong daarbij met een trillende en afschuwelijke 561 IV| nu gebeurde: want volgens een in ons land ongebruikelijke 562 IV| lange haren zalfolie in een zilveren wasbekken binnen, 563 IV| omwonden. Daarop goot men een scheutje van diezelfde olie 564 IV| klappen, toen Trimalchio tot een paar slaven zeide: ,,Ik 565 IV| ook jou, Cario, al ben je een begunstiger der ,,Groenen", 566 IV| Philargyrus vermaak ik bovendien een stuk land benevens zijn 567 IV| zijn medeslavin, aan Cario een huis, om te verhuren, de 568 IV| verhuren, de 5 procent en een bed met toebehoren. Fortunata 569 IV| beledigd word. Ik zal n.l. een van mijn vrijgelatenen aanstellen 570 IV| zeilen varen, en mijzelf in een rechterstoel in een gewaad 571 IV| mijzelf in een rechterstoel in een gewaad met purperen strepen 572 IV| ringen, terwijl ik geld uit een zakje onder het volk werp; 573 IV| Je kunt, als je wilt, ook een eetzaal daarop afbeelden, 574 IV| van Fortunata plaatsen met een duif in de hand; zij moet 575 IV| in de hand; zij moet ook een schoothondje vasthouden, 576 IV| kan vloeien. Ook mag je er een gebroken urn op uithouwen 577 IV| urn op uithouwen en daarop een snikkende knaap; en in het 578 IV| knaap; en in het midden een zonneuurwerk, opdat ieder, 579 IV| nagelaten en toch nooit een wijsgeer gehoord. 't Ga 580 IV| weerklonk, alsof zij bij een begrafenis waren genodigd. 581 IV| te zien, stel ik je voor een bad te gaan nemen; ik durf 582 IV| spijten. Het is zo warm als een oven." ,,Juist," zei Habinnas, ,, 583 IV| bad maar zie, krijg ik al een ongeluk. Laten wij doen, 584 IV| de ketting ons met zulk een vervaarlijk geblaf ontving, 585 IV| ingekomen bent. Nog nooit is een gast door de deur, waardoor 586 IV| ongelukkige stakkers doen, die in een nieuw soort doolhof ingesloten 587 IV| en voor wie het bad al een uitkomst begon te worden? 588 IV| deze was nauw en deed aan een kuip van een koudwaterbad 589 IV| en deed aan een kuip van een koudwaterbad denken. Trimalchio 590 IV| prettiger was dan zich, zonder een groot aantal mensen om zich 591 IV| baden, en dat hier vroeger een bakkerij was geweest. Toen 592 IV| voorbij was, werden wij in een andere eetzaal gebracht, 593 IV| die voor onze ogen door een zak vloeide. Toen sprak 594 IV| Vrienden, vandaag heeft een van mijn slaven voor het 595 IV| zeg 't zonder te bluffen, een degelijke jongen, die ieder 596 IV| Toen hij dat zeide, kraaide een haan. Door dit geluid verschrikt, 597 IV| gegeven. Er moet ergens een brand zijn of een sterfgeval 598 IV| ergens een brand zijn of een sterfgeval in de buurt. 599 IV| ongeluksprofeet hier brengt, krijgt een drinkgeld." Nauwelijks had 600 IV| hem slachten, om hem in een ketel te laten koken. De 601 IV| Daedalus de kokende bouillon in een pan schepte, wreef Fortunata 602 IV| schepte, wreef Fortunata in een bukshouten molen peper fijn.~ 603 IV| anderen aan de beurt komen." Een nieuwe afdeling volgde hen 604 IV| midden der nieuwe slaven een lang niet onaardig slaafje 605 IV| te beschimpen, noemde hem een vuilik en een ploert, omdat 606 IV| noemde hem een vuilik en een ploert, omdat hij zijn lusten 607 IV| woorden: ,,Jou hond van een kerel," toe. Trimalchio, 608 IV| scheldwoorden beledigd, wierp haar een beker in het gezicht. Zij 609 IV| Zij schreeuwde, alsof zij een oog verloren had, en hield 610 IV| zenuwachtige vriendin met een deel van haar bovenkleed. 611 IV| het gedienstige slaafje een koele kruik tegen haar wang, 612 IV| slavenmarkt afgehaald, en haar tot een dame gemaakt. Maar zij blaast 613 IV| weer te verliezen. 't Is een stuk hout, geen vrouw. Maar 614 IV| geen vrouw. Maar wie in een bordeel geboren is, droomt 615 IV| geboren is, droomt niet van een paleis. Zowaar als m'n beschermgeest 616 IV| dat dat prekerige manwijf een toontje lager zingt. En 617 IV| bedenk, dat ik, domme kerel, een erfdochter met 10.000.000 618 IV| wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als ik dood ben."~ 619 IV| 10, hij leest gemakkelijk een boek, hij heeft van zijn 620 IV| hij heeft van zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting 621 IV| gekocht, hij heeft zich een armstoel aangeschaft en 622 IV| twee bekers. Is dat nu niet een jongen om mee te dwepen? 623 IV| besloten heb, zit als met een ijzeren bout vastgenageld. 624 IV| anderen hebben natuurlijk een andere opvatting. Ik barst 625 IV| wel maken, dat je binnen een minuut niet weet, waar je 626 IV| te meten, en, om spoedig een baard te krijgen, smeerde 627 IV| tot erfgenaam; ik kreeg een kapitaaltje, voldoende voor 628 IV| kapitaaltje, voldoende voor een senator. Maar geen mens 629 IV| rustte vijf schepen uit, nam een lading wijn in (die was 630 IV| bouwen, zodat iedereen mij een ondernemend man noemde. 631 IV| meester geweest waren. Ik liet een huis bouwen, en kocht lastdieren, 632 IV| kant wilde doen, haalde een sterrenwichelaar, die juist 633 IV| ons stadje was gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam) 634 IV| vrienden. Niemand bewijst je een wederdienst. Je bezit uitgestrekte 635 IV| landerijen. Je koestert een slang aan je boezem. En, 636 IV| Bovendien zou ik spoedig een erfenis krijgen. Dat zegt 637 IV| Zoals ge weet, het was eerst een krot, nu is het een tempel. 638 IV| eerst een krot, nu is het een tempel. Het heeft 4 grote 639 IV| marmeren galerijen, boven een eetzaal, een slaapkamer 640 IV| galerijen, boven een eetzaal, een slaapkamer voor mezelf, 641 IV| boudoir van die slang daar, een goede kamer voor de portier, 642 IV| logeren, en hij heeft zelf een villa aan het zeestrand, 643 IV| villa aan het zeestrand, een erfstuk van zijn vader. 644 IV| Geloof mij: heb je maar een stuiver, dan geld je ook 645 IV| geld je ook niet meer dan een stuiver; heb je geld, dan 646 IV| Vroeger was de spreker een armzalige kikvors, nu is 647 IV| armzalige kikvors, nu is hij een grote meneer. Stichus, breng 648 IV| worden. Haal ook de zalf en een proefje uit die kruik met 649 IV| lang en bracht onmiddellijk een wit kleed, en een toga met 650 IV| onmiddellijk een wit kleed, en een toga met purperen zoom in 651 IV| zegenen." Toen opende hij een fles nardusolie, bestreek 652 IV| stomdronken was, bevel gaf - een nieuwe marteling voor onze 653 IV| Hij strekte zich boven op een stapel kussens in zijn volle 654 IV| mensen behoorde, blies zulk een fortissimo, dat hij de hele 655 IV| met emmers water en bijlen een ontzettend lawaai te maken,