IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] slap 1 slapen 1 slapper 1 slaven 32 slavenafdeling 1 slavendienst 1 slavenmarkt 2 | Frequency [« »] 33 terwijl 33 weer 32 daar 32 slaven 31 alle 31 liet 30 man | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances slaven |
Part
1 I| midden van jonge langharige slaven het balspel beoefende. Het 2 I| van een slavenmarkt; alle slaven hadden bordjes aan hun hals 3 I| binnentreden, riep een der slaven, aan wie dit opgedragen 4 I| aanliggen en Alexandrijnse slaven goten ons sneeuwwater over 5 I| daarom eens zien, of alle slaven zongen en vroeg dus wat 6 I| Tegelijkertijd kwamen twee slaven en begonnen, onder muzikale 7 I| Zo zullen die stinkende slaven ' t ons ook minder benauwd 8 II| in de handen (waartoe de slaven 't sein gaven) en vielen 9 II| vermogen bedraagt. En dan zijn slaven! Deksels! Ik geloof, dat 10 II| en weggelopen en geboeide slaven; onder de Weegschaal slagers, 11 II| niets waren, tot ten slotte slaven kwamen, die op de rustbanken 12 II| heeft.'' Onmiddellijk gingen slaven naar de mandjes, die aan 13 II| beweend (hij had nog al wat slaven in vrijheid gesteld); alleen 14 II| luisterde naar sommige van zijn slaven alsof het orakels waren, 15 II| saucijsjes en bloedworsten. De slaven begonnen bij 't zien van 16 II| pantomimendanser Syrus na, terwijl alle slaven in koor een Grieks liedje 17 IV| tussen de door elkaar lopende slaven werd op een schotel van 18 IV| mengen, en aan ieder der slaven, die voor de voeten der 19 IV| de kliekjes niet onder de slaven heeft verdeeld, dan wil 20 IV| gegeven teken, door alle slaven meer dan viermaal was geroepen. 21 IV| laten brengen, namen de slaven alle tafels weg en vervingen 22 IV| Plotseling kwamen twee slaven binnen, die bij de fontein 23 IV| gewoonte brachten jonge slaven met lange haren zalfolie 24 IV| Trimalchio tot een paar slaven zeide: ,,Ik sta je toe, 25 IV| geheel werd de zaal door de slaven in beslag genomen. Ik herinner 26 IV| Trimalchio: ,,Vrienden, slaven zijn toch ook mensen; zij 27 IV| hierom bekend, opdat mijn slaven mij nu reeds liefhebben, 28 IV| en eindelijk weenden alle slaven, van wier jammerklachten 29 IV| vandaag heeft een van mijn slaven voor het eerst zijn baard 30 IV| terwijl de vertrekkende slaven riepen: ,,Vaarwel, Gaius," 31 IV| n.l. te midden der nieuwe slaven een lang niet onaardig slaafje 32 IV| bonen, parfumerieën en slaven in. Bij deze gelegenheid