IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] makkers 1 malen 1 mammaea 1 man 30 mandje 1 mandjes 2 manen 1 | Frequency [« »] 32 slaven 31 alle 31 liet 30 man 30 over 30 zelf 29 alles | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances man |
Part
1 Inl| verbrassen, maar als een man, die van alle denkbare genietingen 2 Inl| als consul, een krachtig man en volkomen voor zijn ambt 3 I| is? Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes inzit; 4 I| toelopen en zei: "Dit is nu de man, bij wie jullie gaat dineren; 5 II| mag ze niet lijden. Haar man heeft landerijen, zover 6 II| warmpjes in. Zie je die man, die daar als de laatste 7 II| de levenden spreken. De man heeft gekregen, waarop hij 8 II| gestorven als een fatsoenlijk man. Waarover heeft hij zich 9 II| praatte te veel, 't was geen man, maar één stuk onverdraagzaamheid. 10 II| als een raaf. Ik kende de man jaren lang, en tot het laatste 11 II| voor zijn vrienden; met die man kon je gerust in 't donker ,, 12 II| die de plaats innam van de man, die in het eerste tweegevecht 13 II| antwoordde: ,,Een arme en rijke man waren vijanden," vroeg Trimalchio: ,, 14 II| eigenlijk onder een arme man?" ,,Rake vraag", zei Agamemnon, 15 II| brons was. Daarna haalde de man een hamertje uit zijn kleedplooi 16 II| buitengewoon domme stoffel van een man stelde zich met een ladder 17 II| zeggen, dat een zo groot man door een slaaf gewond was.~ 18 IV| zit je leermeester, een man op leeftijd; aan hem bevallen 19 IV| een slaaf was of een vrij man. Ik was nog een jongen met 20 IV| een hooggeëerd en waardig man, wiens vingernagel meer 21 IV| verdienste, want als vrij man op de wereld te komen is 22 IV| Juppiter eens voelt, jij en die man, die je niet onder de duim 23 IV| stuiver te kort gedaan. De man van deze vrouw nu, kwam 24 IV| wat ik zeggen zou, toen de man een wolf geworden was, liet 25 IV| Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was, en van 26 IV| en een in 't wit geklede man, die zeker van een partijtje 27 IV| en zeide: ,,Dank zij mijn man heeft niemand mooiere." ,, 28 IV| onverschilligheid van haar man klaagde.~ En terwijl ze 29 IV| iedereen mij een ondernemend man noemde. Gij weet, hoe groter 30 IV| de handel te blijven. Die man vertelde mij allerlei dingen,