IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] niemendal 1 nieren 1 niet 208 niets 27 niettegenstaande 1 nieuw 1 nieuwe 6 | Frequency [« »] 27 der 27 goed 27 hun 27 niets 27 omdat 27 wel 27 wil | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances niets |
Part
1 Inl| ijver, zo had hij zich door niets doen naam gemaakt; toch 2 Inl| geblaseerdheid van mening was, dat niets het hoogste punt van schoonheid 3 Inl| Deze fragmenten zijn echter niets dan een literaire fraude, 4 II| order."~ Ik kon tenslotte niets meer eten en wendde mij 5 II| heeft. Men kan mij dan ook niets laten zien, dat ik niet 6 II| honingraat daar boven op, ik doe niets zonder reden, want de aarde, 7 II| Aratus bij hem vergeleken niets waren, tot ten slotte slaven 8 II| kracht in zich, wij zijn niets meer waard dan luchtbelletjes. 9 II| wilde 't zo. Een dokter doet niets anders dan je wat moed geven 10 II| voorbijziet, die geeft om niets. Maar hij luisterde naar 11 II| gegeseld, want 't publiek riep niets anders dan: ,,Geeft hun 12 II| stokpaardje en zo doet hij nu niets liever dan schilderen. Bovendien 13 II| zaakwaarnemer Phileros; als die niets geleerd had, dan had hij 14 II| geleerd had, dan had hij niets te eten. Kort geleden sjouwde 15 II| is, dan is het helemaal niets."~ Toen wij deze en andere 16 IV| schoolgeld voor jou voor niets heeft uitgegeven, al ken 17 IV| versteend waren, vond ik niets dan bloed. Maar bij mijn 18 IV| geen hart, geen ingewanden, niets; de vampiers hadden de knaap 19 IV| was. ,,Het heeft mij aan niets ontbroken," zeide hij, ,, 20 IV| gegoten. Van de taart at ik niets, maar aan de honing deed 21 IV| servet gerold, want als ik niets voor mijn slaafje meebreng, 22 IV| kijkt net zo. Daarom kan hij niets geheim houden; want zijn 23 IV| Cappadociër is; hij laat zich niets ontgaan, en hij heeft groot 24 IV| meer in staat om te praten, niets dan in haar handen klappen, 25 IV| zei Habinnas, ,,ik wil niets liever dan uit één dag twee 26 IV| horen; want hij zeide, dat niets prettiger was dan zich, 27 IV| verlies net zo min, alsof er niets gebeurd was. Ik liet grotere,