Part

 1   I|       ons toe en zeide: ,,Weet u niet, bij wie er vandaag
 2   I|      In één woord", zei hij, ,,u zult dadelijk weten, aan
 3   I|        dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen hebt.
 4   I|       komen, vrienden, maar om u niet te lang te laten wachten,
 5   I|      in de steek gelaten. Maar u zult mij toestaan, dat ik
 6   I|      dus het leven, zolang als u de tijd wordt gegund."~ ~
 7  II|        is de andere waard."~ ,,U kijkt net, Agamemnon, of
 8  II|       kijkt net, Agamemnon, of u zeggen wilt: Wat is die
 9  II|       leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst van spreken
10  II| verstaat, geen mond open doet. U staat in stand boven ons,
11  II|     boven ons, en daarom lacht u om die verhalen van ons,
12  II|    luidjes. Wij weten wel, dat u razend geleerd bent. Ik
13  II|    razend geleerd bent. Ik zou u op een goede keer wel eens
14  II|       al zo groot, dat hij bij u les kan nemen. Hij kent
15  II|        blijven leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje
16  II|      kok:,,Pansa heeft mij aan U bij testament vermaakt." ,,
17  II|         Vraagt dan niemand van u, of mijn vrouw Fortunata
18 III|       schitterglas,~ Wat geven u karbonkels van 't Carthaagse
19  IV|      zeide Trimalchio, ,,dunkt u het moeilijkst na de letteren?
20  IV|      Ajax krankzinnig; hij zal u dadelijk de inhoud van '
21  IV|        wijsgeer gehoord. 't Ga u goed." - ,,U ook."~ Toen
22  IV|    gehoord. 't Ga u goed." - ,,U ook."~ Toen Trimalchio dit
23  IV|       heden denken. Ik verzoek u, goede vrienden, maakt plezier;
24  IV|       er nog veel meer, dat ik u zal laten zien. Geloof mij:
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License