Part

 1   I|        leven van ons rampzalige mensen.~ Aldus zullen wij zijn,
 2  II|     hals sjouwde. Maar zoals de mensen zeggen - ik weet 't niet,
 3  II|       stier; daar worden dan de mensen geboren, die achteruit trappen,
 4  II|          ossen, de testikels en mensen, die van twee wallen eten.
 5  II|      enig onheil, hetzij dat er mensen sterven of geboren worden.
 6  II|      dat ik nog nooit bij nette mensen aan tafel had gezeten. Temidden
 7  II|        gebeuren, als goden noch mensen met onze stad medelijden
 8  II|    wereld was blij, al waren de mensen ook zo nat als verdronken
 9  II|     betere stad bestaan, als de mensen maar verstand hadden. Tegenwoordig
10  II|        lichaam. Ik ken een boel mensen, die op die manier gestorven
11  IV|          omdat hij weet, wat de mensen van binnen achter hun ribben
12  IV|         stof gemaakt dan andere mensen? Ben jij een Romeins ridder?
13  IV|         minder waard dan andere mensen; loop blootshoofds op straat;
14  IV|         tot de voeten. Er waren mensen in huis, die mij nu en dan
15  IV| omstandigheden doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis zweren,
16  IV|         past op,dat je de grote mensen niet bespot." Maar nu zijn '
17  IV|        ik ook voor die geleerde mensen bang, dat ze mij zullen
18  IV|  Vrienden, slaven zijn toch ook mensen; zij hebben dezelfde melk
19  IV|         zonder een groot aantal mensen om zich heen, te baden,
20  IV|        te mishandelen, zoals de mensen vertelden, die zijn gezang
21  IV|     fouten. Wij zijn nu eenmaal mensen, geen goden." Scintilla
22  IV|   verstand alleen maakt ons tot mensen, al het andere is gekheid. ,,
23  IV|     gezelschap tot de deftigste mensen behoorde, blies zulk een
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License