Part

 1 Inl|       niets doen naam gemaakt; toch werd hij niet als een slemper
 2 Inl|     soort naïveteit opgenomen. Toch betoonde Petronius zich
 3   I|        een goede wijn niet, en toch had ik toen veel deftiger
 4  II|      verwachting beantwoordde; toch was 't  ongewoon, dat
 5  II|      een schijngevecht levert. Toch bleef Trimalchio maar steeds
 6  II|      geen kruimeltje brood. En toch is hij daar heengegaan,
 7  II|      Phileros riep: ,,Laat ons toch over de levenden spreken.
 8  II|      verkopen. Want wat zal er toch gebeuren, als goden noch
 9  II|        t Waren echte wezels. ,,Toch heb ik jullie een voorstelling
10  II|     wat ze er aan moeten doen. Toch heeft een beetje granaatappelschil
11  II|       ik geen advocaat, ik heb toch wat aan letterkunde gedaan,
12 III|     ijz'ren pot.~ Wat hebt gij toch aan paarlen uit de Rode
13  IV|    tafel had. ,,Waarom lach je toch, schaapskop?" zei hij . ,,
14  IV|        haast niet inhouden, en toch ben ik geen driftkop, maar
15  IV|       ons beweegt zich en komt toch niet van zijn plaats, welk
16  IV|         ik zal de geschiedenis toch vertellen, want wat schaadt
17  IV|        stierf, dan was ik het. Toch trok ik mijn dolk, en de
18  IV|       onrust en zei: ,,Houd je toch kalm, gekke kerel, het is
19  IV|    moeten haar sieraden wegen. Toch heb ik zelf nog een armband
20  IV|          Vrienden, slaven zijn toch ook mensen; zij hebben dezelfde
21  IV|        sestertiën nagelaten en toch nooit een wijsgeer gehoord. '
22  IV| lieveling van mijn heer. 't Is toch geen schande te doen, wat
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License