IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] ijz 1 ijzeren 4 ijzersterk 1 ik 404 ilias 1 imiteerde 1 imiteren 2 | Frequency [« »] 816 de 655 een 543 en 404 ik 372 van 317 hij 266 het | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances ik |
Part
1 Inl| Petronius nagelaten, die ik de lezer niet mag onthouden:~ ,, 2 I| rond te slenteren of laat ik liever zeggen wat moppen 3 I| lang geduurd hebben, als ik op alles afzonderlijk had 4 I| binnentredenden begroette. Ik had intussen bijna mijn 5 I| mijn benen gebroken, toen ik met achterovergebogen hoofd 6 I| makkers lachten, maar zodra ik van de schrik bekomen was, 7 I| schrik bekomen was, hield ik niet op, vóór ik de hele 8 I| hield ik niet op, vóór ik de hele muur bekeken had. 9 I| oefenden. Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast 10 I| gastheer werd bewaard.~ Ik vroeg de opzichter van het 11 I| aangebracht: op het ene stond, als ik mij goed herinner: ,,30 12 I| zongen er voortdurend bij. Ik wilde daarom eens zien, 13 I| gereinigd, zeide hij: ,,Ik had eigenlijk nog geen lust 14 I| lang te laten wachten, heb ik mijn aangename bezigheden 15 I| u zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". 16 I| dobbelstenen; en nu zag ik het allermooiste: inplaats 17 I| gerecht en zeide: ,,Vrienden, ik heb pauweneieren onder deze 18 I| deze kip laten leggen, en ik ben warempel bang, dat zij 19 I| waren toebereid. Bijna had ik het mijne weggeworpen, want 20 I| jonge pauw in te zijn. Toen ik echter van een stamgast 21 I| iets lekkers zitten", pelde ik het ei geheel en vond een 22 I| gelijke verdeling. Daarom heb ik voor ieder van ons een eigen 23 I| vrienden. Wijn is leven. Ik geef echte Opimianer. Gisteren 24 I| Opimianer. Gisteren schonk ik lang zulk een goede wijn 25 I| goede wijn niet, en toch had ik toen veel deftiger gezelschap."~ 26 II| beginnen, zie Trimalchio: ,,Ik stel voor te gaan eten, 27 II| roepen: ,,Deelman! Deelman!" Ik vermoedde, dat deze voortdurende 28 II| hem tevens zijn order."~ Ik kon tenslotte niets meer 29 II| mogelijk te weten te komen; ik begon van 't begin af aan 30 II| dan zijn slaven! Deksels! Ik geloof, dat nog geen tiende 31 II| zoals de mensen zeggen - ik weet 't niet, ik heb 't 32 II| zeggen - ik weet 't niet, ik heb 't maar van horen zeggen: 33 II| die hem een schat getoond. Ik misgun niemand, wat de hemel 34 II| heeft die wel niet gehad! Ik verwijt 't hem niet. Hij 35 II| maar nu staat hij zwak. Ik geloof, dat niet ieder haar 36 II| zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met het maal tevreden ben, 37 II| ook niets laten zien, dat ik niet ken, zoals dat laatste 38 II| eten. Onder de Kreeft ben ik zelf geboren. Daarom sta 39 II| zelf geboren. Daarom sta ik op verscheidene benen, en 40 II| verscheidene benen, en heb ik veel eigendommen te land 41 II| even goed thuis. Daarom heb ik al lange tijd geen spijzen 42 II| laten leggen, uit vrees, dat ik mijn horoscoop zou bederven. 43 II| honingraat daar boven op, ik doe niets zonder reden, 44 II| gasten.~ Ondertussen dacht ik, die een rustig plaatsje 45 II| tafel was gekomen. Toen ik alle mogelijkheden had overdacht, 46 II| mogelijkheden had overdacht, waagde ik 't mijn buurman, die mij 47 II| vrijgelatene op 't gastmaal terug." Ik verwenste mijn domheid, 48 II| de indruk te maken, dat ik nog nooit bij nette mensen 49 II| Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater heb''. Wij 50 II| warm kledingstuk aantrekt. Ik heb flink gedronken; ik 51 II| Ik heb flink gedronken; ik ben er soeserig van. De 52 II| Seleucus zich in het gesprek: ,,Ik neem niet iedere dag een 53 II| lichaam knagen. Maar wanneer ik een beker honingwijn gedronken 54 II| niet bommen. Vandaag kon ik echter niet in het bad gaan, 55 II| niet in het bad gaan, want ik was op een begrafenis. Die 56 II| sprak hij mij aan; 't is of ik nog met hem praat. Helaas, 57 II| gekomen, als een honingraat. Ik geloof warempel, dat hij 58 II| baar geld. Een ding wil ik ronduit zeggen, want ik 59 II| ik ronduit zeggen, want ik heb een hondentong gegeten: 60 II| nog zo zwart als een raaf. Ik kende de man jaren lang, 61 II| van alle markten thuis. En ik neem het hem niet kwalijk; 62 II| korenprijzen, die ons knijpen. Ik heb vandaag, zo waar ik 63 II| Ik heb vandaag, zo waar ik leef, geen mondvol brood 64 II| is 't iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels 65 II| reuzenkerels hadden, die ik hier vond, toen ik indertijd 66 II| die ik hier vond, toen ik indertijd uit Azië kwam. 67 II| angst om 't hart sloeg. Ik herinner mij nog altijd 68 II| hij woonde indertijd, toen ik nog jong was, bij de oude 69 II| vermogen van een ander. Ik weet wel, waarmede hij zijn 70 II| vossen. Wat mezelf betreft, ik heb bijna alles tot op mijn 71 II| droogte aanhoudt, dan zal ik tenslotte nog mijn huisje 72 II| medelijden hebben? Zo waar als ik van mijn kinderen plezier 73 II| beleven, zo waar geloof ik, dat alles het werk is van 74 II| nat als verdronken muizen. Ik zeg 't je: de goden willen 75 II| geval iets buitengewoons. Ik ken hem heel goed; hij houdt 76 II| eigen stommiteiten boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea 77 II| omgevallen. Neen, dan heb ik wel flinkere kerels met 78 II| echte wezels. ,,Toch heb ik jullie een voorstelling 79 II| voorstelling gegeven" zei hij. ,,En ik heb geapplaudisseerd" zei 80 II| heb geapplaudisseerd" zei ik. ,,Reken 't maar eens na; 81 II| Reken 't maar eens na; ik gaf je meer terug dan ik 82 II| ik gaf je meer terug dan ik zelf kreeg. De ene dienst 83 II| dat u razend geleerd bent. Ik zou u op een goede keer 84 II| letterlijk gek op vogels. Ik heb al drie van zijn putters 85 II| te werken heeft hij niet. Ik heb nog een onderwijzer 86 II| alles, wat men hem geeft.~ Ik heb voor mijn zoontje ook 87 II| rode titels gekocht, omdat ik wil, dat hij ook wat thuis 88 II| in de rechten , dan heb ik besloten hem een ambacht 89 II| onderwereld. Daarom herhaal ik iedere dag opnieuw: ,,Primigenius, 90 II| azijn me wat geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw 91 II| Niemand onder ons is van hout. Ik geloof niet, dat er een 92 II| Zelfs aan tafel verbied ik niemand om te doen, wat 93 II| zinking in het hele lichaam. Ik ken een boel mensen, die 94 II| en het derde zes jaar." Ik dacht eerst dat er kunstemakers 95 II| opdient," zei Trimalchio, ,,of ik verlaag je tot de afdeling 96 II| jullie niet bevalt, dan zal ik andere laten halen, maar 97 II| Dank zij de Goden hoef ik nooit wijn te kopen, maar 98 II| van mijn landgoederen, dat ik nog niet ken. Het moet aan 99 II| Tarracina en Tarentum grenzen. Ik ben nu van plan mijn landerijen 100 II| Sicilië af te ronden, om, als ik eens naar Afrika wil, door 101 II| declamatie gehouden? Want al ben ik geen advocaat, ik heb toch 102 II| al ben ik geen advocaat, ik heb toch wat aan letterkunde 103 II| doen. Denk vooral niet, dat ik voor de studie mijn neus 104 II| mijn neus heb opgetrokken; ik heb twee bibliotheken, één 105 II| de duim omdraaide? Toen ik jong was, las ik die dingen 106 II| omdraaide? Toen ik jong was, las ik die dingen in Homerus. En 107 II| die dingen in Homerus. En ik zag met eigen ogen de Sibylle 108 II| wil je?" antwoordde zij: ,,Ik wil sterven."~ Hij had nog 109 II| voor hem genade vragen."~ Ik echter bleef streng en onbarmhartig 110 II| uit een zwijn te halen? Ik zou het hem nog niet vergeven, 111 II| bekeek, zeide Trimalchio: ,,Ik ben de enige, die echt Corinthisch 112 II| Corinthisch metaal bezit." Ik verwachtte, dat hij op zijn 113 II| verlang je te weten, waarom ik alleen echt Corinthisch 114 II| Corinthisch metaal bezit? Ik zal het je zeggen: omdat 115 II| omdat de koopman, van wie ik het koop, Corinthus heet. 116 II| voor zo onnozel houden, ik weet heel goed, hoe 't Corinthische 117 II| niet kwalijk nemen, als ik 't zeg; maar ik houd meer 118 II| nemen, als ik 't zeg; maar ik houd meer van glas, want 119 II| zo breekbaar was, dan had ik 't nog liever dan goud; 120 II| Van zilver vaatwerk houd ik bijzonder veel. Ik heb wel 121 II| houd ik bijzonder veel. Ik heb wel 100 bekers van 13 122 II| levend zou houden. Dan heb ik nog duizend drinkbekers, 123 II| allemaal loodzware bekers. Ja, ik zou mijn kunstgevoel voor 124 II| Waarom smeek je mij, alsof ik je wat doen wil. Ik raad 125 II| alsof ik je wat doen wil. Ik raad je aan, om aan jezelf 126 II| wel gezegd hebben, denk ik, dat dergelijke dwaasheden 127 II| overeenkwamen. Nooit zag ik hem zo besluiteloos: nu 128 II| gekocht is, waar ook, en ik heb dat niet binnen een 129 II| half jaar vernomen, dan wil ik niet, dat het mij in rekening 130 II| ondankbaar vak," zei hij; ,,ik houd trouwens maar van twee 131 II| amusementen voor het oor beschouw ik als humbug. Ik had ook", 132 II| beschouw ik als humbug. Ik had ook", ging hij voort, ,, 133 II| stuk op te voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse 134 II| zij uitriep:,,O, wat ben ik ongelukkig, wat ben ik er 135 II| ben ik ongelukkig, wat ben ik er ellendig aan toe!" Wat 136 II| voeten en bad om vergiffenis. Ik vond het een vervelende 137 II| verrassing zou volgen, want ik was dat gevalletje met de 138 II| zwijn te halen. Daarom keek ik de hele eetzaal rond, of 139 III| russen Cicero en Publilius?Ik vind dat de eerste meer 140 IV| moeilijkst na de letteren? Ik geloof, dat de dokter en 141 IV| koorts op komst is, hoewel ik de geneesheren niet kan 142 IV| stomme vee betreft, vind ik dat de ossen en de schapen 143 IV| tunica. Maar de bijen vind ik hemelse dieren, omdat zij 144 IV| dergelijke cadeautjes, maar ik ben vergeten welke.~ Toen 145 IV| dan vandaag. Zo waar als ik hoop, dat de beschermgodin 146 IV| genadig moge zijn, zo waar zou ik, als ik naast hem aan tafel 147 IV| zijn, zo waar zou ik, als ik naast hem aan tafel zat, 148 IV| als zijn eigen water. Als ik rondom hem een kringetje 149 IV| waarheen hij moest vluchten. Ik word niet gauw kwaad, maar 150 IV| jij een Romeins ridder? Ik ben een koningszoon. Waarom 151 IV| een koningszoon. Waarom ik dan slaaf geweest ben, zul 152 IV| zul je zeggen. Doordat ik mij zelf vrijwillig in slavernij 153 IV| belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven niemand 154 IV| aanleiding geeft tot spot.~ Ik ben niet minder waard dan 155 IV| Betaal wat je schuldig bent." Ik heb een paar stukjes land 156 IV| paar stukjes land gekocht; ik bezit wat geld; ik geef 157 IV| gekocht; ik bezit wat geld; ik geef 20 magen te eten, zonder 158 IV| spreken; mijn medeslavin heb ik vrijgekocht, opdat niemand 159 IV| afdrogen. Duizend denaren heb ik voor mijn eigen vrijheid 160 IV| eigen vrijheid betaald. Ik ben tot zesman benoemd, 161 IV| mij een cent heeft gekost. Ik hoop dan ook in zulke omstandigheden 162 IV| omstandigheden te sterven, dat ik mij na mijn dood niet behoef 163 IV| beter . Ben je rijker dan ik? Eet dan tweemaal per middag 164 IV| middag en tweemaal 's avonds. Ik heb liever mijn crediet 165 IV| manen? Veertig jaar heb ik gediend, maar niemand heeft 166 IV| niemand heeft ooit geweten, of ik een slaaf was of een vrij 167 IV| slaaf was of een vrij man. Ik was nog een jongen met lang 168 IV| jongen met lang haar, toen ik hier in de stad kwam; de 169 IV| basilica was nog niet gebouwd. Ik heb gedaan, wat ik kon, 170 IV| gebouwd. Ik heb gedaan, wat ik kon, om het mijn heer naar 171 IV| zijn Beschermgeest wist ik mij boven water te houden. 172 IV| galgenaas, dat ravenvlees? Ik zal er voor zorgen, dat 173 IV| duim houdt.~ Zo waar als ik steeds genoeg brood hoop 174 IV| brood hoop te hebben, laat ik je uit vriendelijkheid jegens 175 IV| gastheer met rust: anders had ik je op staande voet je verdiende 176 IV| zo de heer, zo de knecht. Ik kan me haast niet inhouden, 177 IV| niet inhouden, en toch ben ik geen driftkop, maar wanneer 178 IV| geen driftkop, maar wanneer ik begin, dan geef ik zelfs 179 IV| wanneer ik begin, dan geef ik zelfs om mijn moeder geen 180 IV| moeder geen twee duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal je 181 IV| duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal je op straat wel krijgen, 182 IV| groei mag stilstaan, als ik je meester niet klein krijg, 183 IV| klein krijg, en jou zal ik ook niet sparen, al schreeuw 184 IV| op de Olympus kan horen. Ik zal maken, dat je mooie, 185 IV| geen zier helpen. Enfin, ik zal je onder handen nemen; 186 IV| je onder handen nemen; òf ik ken mezelf niet òf je zult 187 IV| baard, zoals een godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin 188 IV| heeft leren gehoorzamen. Ik heb geen wiskunde, geen 189 IV| dwaasheid geleerd, maar ik kan opschriften op steen 190 IV| opschriften op steen lezen, ik kan munt, maat en gewicht 191 IV| Welk lichaamsdeel ben ik, ik ga in de lengte, ik 192 IV| Welk lichaamsdeel ben ik, ik ga in de lengte, ik ga in 193 IV| ik, ik ga in de lengte, ik ga in de breedte"; los dit 194 IV| hinderen, je meerdere zeg ik, die zich net zoveel van 195 IV| Denk je misschien, dat ik bewondering heb voor die 196 IV| als jij bent. Zowaar moge ik goede zaken doen en onder 197 IV| als 't een feit is, dat ik jou overal met opgeschorte 198 IV| een is twee duiten waard. Ik, zoals je me hier ziet; 199 IV| zoals je me hier ziet; ik dank de goden voor alles 200 IV| de goden voor alles wat ik in mijn tijd heb geleerd." 201 IV| dreunde. Ontsteld sprong ik op, want ik was bang, dat 202 IV| Ontsteld sprong ik op, want ik was bang, dat door 't plafond 203 IV| minder verwonderd waren dan ik, rekten hun halzen en keken 204 IV| ontvangst te nemen, keek ik weer naar de tafel. Daarop 205 IV| wij onze servetten: vooral ik zelf, omdat ik meende, dat 206 IV| servetten: vooral ik zelf, omdat ik meende, dat ik Giton's kleedplooi 207 IV| zelf, omdat ik meende, dat ik Giton's kleedplooi niet 208 IV| aan de maaltijd dan nu; ik weet niet waarom je zo stil 209 IV| mijn neus voorbijgaan, als ik niet reeds lang van vreugde 210 IV| eens echt amuseren, al ben ik ook voor die geleerde mensen 211 IV| laat ze hun gang maar gaan; ik zal de geschiedenis toch 212 IV| verhaal te vertellen: ,,Toen ik nog een slaaf was, woonden 213 IV| huis aan Gavilla. Daar werd ik (zoals de goden dat soms 214 IV| allerliefst dikkertje. Maar ik hield van haar niet om haar 215 IV| n goed karakter had. Wat ik ook aan haar vroeg, nooit 216 IV| as verdiende, dan kreeg ik er de helft van; wat ik 217 IV| ik er de helft van; wat ik spaarde, ging in haar beurs, 218 IV| op 't land. Daarom zette ik alle zeilen bij, om haar 219 IV| oude lorren te verkopen. Ik maakte van de gelegenheid 220 IV| richting van de zerken; ik zat een deuntje te neuriën 221 IV| telde de grafstenen. Toen ik weer naar mijn vriend keek, 222 IV| naar mijn vriend keek, zag ik dat hij zich uitkleedde 223 IV| hart klopte me in de keel; ik stond er als een dode; want 224 IV| Je moet niet denken, dat ik gekheid verkoop; ik zou 225 IV| dat ik gekheid verkoop; ik zou niet liegen, al kon 226 IV| zou niet liegen, al kon ik er een erfenis mee verdienen. 227 IV| mee verdienen. Maar, wat ik zeggen zou, toen de man 228 IV| vluchtte het bos in. Eerst wist ik niet, waar ik was; toen 229 IV| Eerst wist ik niet, waar ik was; toen kwam ik dichter 230 IV| waar ik was; toen kwam ik dichter bij, om zijn kleren 231 IV| van angst stierf, dan was ik het. Toch trok ik mijn dolk, 232 IV| dan was ik het. Toch trok ik mijn dolk, en de hele weg 233 IV| de hele weg langs, sloeg ik naar alle spoken, tot ik 234 IV| ik naar alle spoken, tot ik het landhuis van mijn vriendin 235 IV| mijn vriendin bereikte. Ik zag er uit als een geest, 236 IV| uit als een geest, toen ik binnenkwam; 't was bijna 237 IV| staarden als die van een dode, ik kon maar niet tot mijzelf 238 IV| Melissa was verwonderd, dat ik zo laat kwam en zei: ,,Wanneer 239 IV| een lans doorboord."~ Toen ik dat hoorde, kon ik geen 240 IV| Toen ik dat hoorde, kon ik geen oog meer dicht doen, 241 IV| aanbreken van de dag rende ik als een bestolen herbergier 242 IV| kleren versteend waren, vond ik niets dan bloed. Maar bij 243 IV| zijn hals. Toen begreep ik, dat de man een weerwolf 244 IV| van dat ogenblik af kon ik geen stukje brood meer met 245 IV| wat ze willen; maar als ik onwaarheid spreek, mag jullie 246 IV| waren, zei Trimalchio:,,Ik wil geen kwaad zeggen van 247 IV| zeggen van je verhaal, maar ik heb er kippevel van (dat 248 IV| je gerust geloven), omdat ik weet, dat Niceros geen leugens 249 IV| betrouwbaar en geen kletser. Maar ik zal jullie zelf ook eens 250 IV| dak geklommen was. Toen ik nog een aardig slaafje was 251 IV| was met lange haren (want ik leefde van mijn jeugd af 252 IV| ongeveer op deze plaats (wat ik aanraak moge gezond blijven). 253 IV| hoorden een gezucht, maar (ik wil niet liegen) de vampiers 254 IV| Plocamus, ,,is voorbij, sinds ik aan podagra lijd. Maar toen 255 IV| podagra lijd. Maar toen ik nog jong was, had ik bijna 256 IV| toen ik nog jong was, had ik bijna de tering gekregen 257 IV| volgden lekkernijen, waaraan ik niet dan met walging terugdenk, 258 IV| deftigheid geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor binnen 259 IV| praetor binnen was gekomen. Ik maakte daarom aanstalten 260 IV| woorden gerustgesteld, ging ik weer aanliggen, terwijl 261 IV| weer aanliggen, terwijl ik de binnentredende met grote 262 IV| zeide hij, ,,alleen miste ik jou, maar in gedachten was 263 IV| jou, maar in gedachten was ik hier. Het was er keurig 264 IV| keurig in orde, dat kan ik je verzekeren. Scissa heeft 265 IV| eten?" vroeg Trimalchio. ,,Ik zal het je vertellen," was 266 IV| was het antwoord, "als ik kan; want ik heb zo'n slecht 267 IV| antwoord, "als ik kan; want ik heb zo'n slecht geheugen, 268 IV| zo'n slecht geheugen, dat ik vaak mijn eigen naam vergeet. 269 IV| eigengebakken brood met zemelen, dat ik liever eet dan wittebrood, 270 IV| gegoten. Van de taart at ik niets, maar aan de honing 271 IV| maar aan de honing deed ik me duchtig te goed. Rondom 272 IV| en voor ieder één appel. Ik heb er twee meegenomen; 273 IV| er twee meegenomen; ziet, ik heb ze in mijn servet gerold, 274 IV| servet gerold, want als ik niets voor mijn slaafje 275 IV| slaafje meebreng, krijg ik een standje. Maar daar herinnert 276 IV| ingewanden er bijna uitkwamen. Ik zelf at er meer dan een 277 IV| als wild zwijn. Trouwens, ik zeg maar, als een beer een 278 IV| niet aan tafel komt, ga ik er vandoor," en hij was 279 IV| kus gaf, zeide ze: ,,Krijg ik je eindelijk weer eens te 280 IV| sieraden wegen. Toch heb ik zelf nog een armband van 281 IV| kunnen kopen. Werkelijk, als ik een dochter had, zou ik 282 IV| ik een dochter had, zou ik haar de oren afsnijden. 283 IV| was, op de vloer en, wat ik nog nooit tevoren gezien 284 IV| Tegelijkertijd zeide Trimalchio: ,,Ik had met dit gerecht tevreden 285 IV| zat, brulde plotseling, ik denk op bevel van zijn heer, 286 IV| op school geweest, maar ik heb hem onderwijs gegeven, 287 IV| dat hij scheel kijkt, vind ik zo erg niet; Venus kijkt 288 IV| Driehonderd denaren heb ik voor hem betaald."~ Hierop 289 IV| t is je koppelaar, maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt 290 IV| Hierom lachte Trimalchio: ,,Ik zie, dat Habinnas een echte 291 IV| heeft groot gelijk, vind ik. Na zijn dood kan niemand 292 IV| zijn, Scintilla. Geloof me, ik ken de vrouwen ook. Zo waar 293 IV| de vrouwen ook. Zo waar ik gezond mag blijven, ik had 294 IV| waar ik gezond mag blijven, ik had ook de gewoonte om de 295 IV| woorden: ,,Bravo, Massa, ik geef je een paar laarzen 296 IV| wat het was, en terwijl ik mij tot Agamemnon wendde, 297 IV| tot Agamemnon wendde, zei ik: ,,Ik zou mij niet verwonderen, 298 IV| Agamemnon wendde, zei ik: ,,Ik zou mij niet verwonderen, 299 IV| mest of modder gemaakt is. Ik heb met het Saturnaliafeest 300 IV| pseudo-diners gezien."~ Ik was nog aan het spreken, 301 IV| Trimalchio zeide: ,,Zo waar als ik in kapitaal, maar niet in 302 IV| een heupbeen. Daarom heb ik hem in een geestig ogenblik 303 IV| omdat hij zo handig is, heb ik hem uit Rome messen van 304 IV| en afschuwelijke stem.~ Ik schaam mij haast te vertellen, 305 IV| een paar slaven zeide: ,,Ik sta je toe, Philargyrus, 306 IV| slaven in beslag genomen. Ik herinner mij tenminste nog 307 IV| gemaakt, één plaats hoger dan ik aanlag; ik herkende hem 308 IV| plaats hoger dan ik aanlag; ik herkende hem aan de lucht 309 IV| vrije mannen. Kort en goed, ik maak ze in mijn testament 310 IV| vrij. Philargyrus vermaak ik bovendien een stuk land 311 IV| toebehoren. Fortunata maak ik tot mijn universele erfgename 312 IV| universele erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden 313 IV| vrienden toe. Dit alles maak ik hierom bekend, opdat mijn 314 IV| reeds liefhebben, alsof ik dood was." Reeds begonnen 315 IV| grafmonument bouwen, zoals ik het je verzocht heb? Ik 316 IV| ik het je verzocht heb? Ik wil in ieder geval, dat 317 IV| voet lang zijn en 200 diep. Ik wil ook allerlei soort vruchtbomen 318 IV| verblijf houden. En daarom wil ik er vóór alles dit opschrift 319 IV| erfgenamen worden." Verder zal ik er in mijn testament voor 320 IV| testament voor zorgen, dat ik na mijn dood niet beledigd 321 IV| dood niet beledigd word. Ik zal n.l. een van mijn vrijgelatenen 322 IV| niet komt bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant 323 IV| vijf gouden ringen, terwijl ik geld uit een zakje onder 324 IV| werp; want je weet, dat ik openbare maaltijden gegeven 325 IV| leven genieten? Zowaar als ik hoop jullie allemaal gelukkig 326 IV| allemaal gelukkig te zien, stel ik je voor een bad te gaan 327 IV| voor een bad te gaan nemen; ik durf te wedden, dat 't jullie 328 IV| Juist," zei Habinnas, ,,ik wil niets liever dan uit 329 IV| in zijn handen klapte.~ Ik keek Ascyltos eens aan, 330 IV| ervan? Wat mij betreft, als ik het bad maar zie, krijg 331 IV| het bad maar zie, krijg ik al een ongeluk. Laten wij 332 IV| waterbassin viel. En ook ik, die al voor de geschilderde 333 IV| mijn dronkenheid, doordat ik de zwemmer te hulp wilde 334 IV| kunstvoorwerpen zo had geplaatst, dat ik lampen en bronzen figuurtjes 335 IV| baard laten scheren; 't is, ik zeg 't zonder te bluffen, 336 IV| heeft zeker geen geheugen. Ik heb haar van de stellage 337 IV| beschermgeest mij genadig moge zijn, ik zal wel zorgen, dat dat 338 IV| toontje lager zingt. En als ik dan bedenk, dat ik, domme 339 IV| En als ik dan bedenk, dat ik, domme kerel, een erfdochter 340 IV| kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg. Agatho, die de 341 IV| eens ter zijde en sprak: ,,Ik geef je de raad, je geslacht 342 IV| laten uitsterven." Maar ik, goeie lobbes die ik ben, 343 IV| Maar ik, goeie lobbes die ik ben, wilde niet wispelturig 344 IV| in mijn been. Maar enfin, ik zal zorgen, dat je mij nog 345 IV| jezelf aangedaan hebt, zeg ik dit: Habinnas, ik wil niet, 346 IV| hebt, zeg ik dit: Habinnas, ik wil niet, dat je haar beeld 347 IV| grafmonument plaatst, opdat ik niet na mijn dood nog haar 348 IV| haar te laten zien, dat ik 't haar betaald kan zetten, 349 IV| betaald kan zetten, wil ik niet, dat ze mij een kus 350 IV| ze mij een kus geeft, als ik dood ben."~ Na dit onweer 351 IV| kapitaal te genieten, verzoek ik je, als ik onrecht gedaan 352 IV| genieten, verzoek ik je, als ik onrecht gedaan heb, mij 353 IV| in het gezicht te spuwen. Ik heb 't knaapje niet om zijn 354 IV| opgeblazen schepsel? Nou, ik geef je de raad, eens goed 355 IV| denken, en niet te maken, dat ik mijn tanden moet laten zien, 356 IV| ondervinden, hoe driftig ik kan worden. Je kent me; 357 IV| worden. Je kent me; wat ik eenmaal besloten heb, zit 358 IV| ons om het heden denken. Ik verzoek u, goede vrienden, 359 IV| maakt plezier; eens ben ik ook geweest, wat jullie 360 IV| door mijn flinkheid heb ik het zover gebracht. Het 361 IV| natuurlijk een andere opvatting. Ik barst haast van succes. 362 IV| huilen, schreeuwlelijkerd? Ik zal wel maken, dat je binnen 363 IV| waar je blijft. Maar, wat ik zeggen wilde, ik dank mijn 364 IV| Maar, wat ik zeggen wilde, ik dank mijn vermogen aan mijn 365 IV| mijn degelijkheid. Toen ik uit Klein-Azië kwam, was 366 IV| uit Klein-Azië kwam, was ik niet groter dan die candelaber 367 IV| candelaber daar. Kort gezegd, ik was gewoon, mij iedere dag 368 IV| baard te krijgen, smeerde ik mijn lippen met lampenolie 369 IV| Veertien jaar lang was ik de lieveling van mijn heer. ' 370 IV| beveelt. Ondertussen maakte ik het ook mijn meesters naar 371 IV| zin. Jullie begrijpt, wat ik bedoel, maar ik zwijg er 372 IV| begrijpt, wat ik bedoel, maar ik zwijg er over, want ik houd 373 IV| maar ik zwijg er over, want ik houd niet van opsnijden. 374 IV| van opsnijden. Daarop werd ik, door de wil der goden, 375 IV| goden, zelf baas in huis; ik had mijn meester, om zo 376 IV| de keizer tot erfgenaam; ik kreeg een kapitaaltje, voldoende 377 IV| mens heeft ooit genoeg, en ik had zin om handel te drijven. 378 IV| drijven. Om kort te gaan, ik rustte vijf schepen uit, 379 IV| zou gedacht hebben, dat ik 't zelf zo gelast had, want 380 IV| millioen. Geloven jullie, dat ik de moed verloor? Neen, bij 381 IV| verloor? Neen, bij Hercules, ik merkte het verlies net zo 382 IV| alsof er niets gebeurd was. Ik liet grotere, betere, en 383 IV| schepen zijn, hoe sterker. Ik laadde er wijn, spek, bonen, 384 IV| spoedig. Met één reis won ik tien millioen. Onmiddellijk 385 IV| Onmiddellijk daarna kocht ik alle landerijen op, die 386 IV| vroegere meester geweest waren. Ik liet een huis bouwen, en 387 IV| winst te verkopen: alles wat ik maar ter hand nam, ging 388 IV| alsof er gist in zat. Toen ik meer bezat dan mijn hele 389 IV| mijn hele vaderstad, dacht ik: ,,nou moet het uit zijn." 390 IV| nou moet het uit zijn." Ik trok mij uit de handel terug 391 IV| vrijgelatenen. En ziet, toen ik mijn zaken reeds aan de 392 IV| mij allerlei dingen, die ik mij zelf niet meer herinnerde; 393 IV| dat hij mij opnoemde, wat ik de vorige dag gegeten had. 394 IV| slang aan je boezem. En, wat ik jullie eigenlijk niet moest 395 IV| voorspelde mij ook, dat ik nog 30 jaar, 4 maanden en 396 IV| leven had. Bovendien zou ik spoedig een erfenis krijgen. 397 IV| Apulië te verbinden, dan heb ik het in mijn leven ver genoeg 398 IV| gebracht. Ondertussen heb ik onder de bescherming van 399 IV| is er nog veel meer, dat ik u zal laten zien. Geloof 400 IV| doodskleren eens, waarin ik begraven wil worden. Haal 401 IV| motten aan komen; anders laat ik je levend verbranden. Ik 402 IV| ik je levend verbranden. Ik wil prachtig begraven worden, 403 IV| allen daarmee en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie na mijn 404 IV| Neemt nu eens aan, dat ik gestorven ben, en zegt nu