Part

 1 Inl|         C. Petronius bracht de dag met slapen door, en de nacht
 2   I|             Reeds was de derde dag aangebroken, en daarmee
 3  II|        zij hem op klaarlichten dag zou zeggen, dat het nacht
 4  II|      gevraagd had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij.
 5  II| gesprek: ,,Ik neem niet iedere dag een bad. Het bad werkt net
 6  II|    voorname kaken is 't iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog
 7  II|  koeienoog. En 't wordt met de dag slechter. De stad gaat ,,
 8  II|       Daarom herhaal ik iedere dag opnieuw: ,,Primigenius,
 9  II|       juk gespannen. Diezelfde dag: de slaaf Mithridates aan '
10  II|       had belasterd. Diezelfde dag, in de geldkist gelegd 10.000.000
11  II| bestemming voor had. Diezelfde dag: in het Pompejaanse park
12  IV|       bij het aanbreken van de dag rende ik als een bestolen
13  IV|       niets liever dan uit één dag twee maken"; daarop stond
14  IV|      ik was gewoon, mij iedere dag aan hem te meten, en, om
15  IV|      de volle waarheid. Op één dag verslond Neptunus 30 millioen.
16  IV|     opnoemde, wat ik de vorige dag gegeten had. Je zou gezegd
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License