Part

 1   I|         naar ons toe en zeide: ,,Weet u niet, bij wie er vandaag
 2  II|         hij 't geloven. Hij zelf weet niet, hoeveel geld hij heeft:
 3  II|      zoals de mensen zeggen - ik weet 't niet, ik heb 't maar
 4  II|       vermogen van een ander. Ik weet wel, waarmede hij zijn 1000
 5  II|          Want van de letterkunde weet hij nu genoeg. Heeft hij
 6  II|       voor zo onnozel houden, ik weet heel goed, hoe 't Corinthische
 7  IV| uitoefenen: de dokter, omdat hij weet, wat de mensen van binnen
 8  IV|         pauze intrad, zei hij: ,,Weet ge welk stuk ze opvoeren?
 9  IV|       aan de maaltijd dan nu; ik weet niet waarom je zo stil bent
10  IV|        gerust geloven), omdat ik weet, dat Niceros geen leugens
11  IV|     onder het volk werp; want je weet, dat ik openbare maaltijden
12  IV| sestertii had kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg. Agatho,
13  IV|        je binnen een minuut niet weet, waar je blijft. Maar, wat
14  IV|      ondernemend man noemde. Gij weet, hoe groter de schepen zijn,
15  IV|      huis laten bouwen. Zoals ge weet, het was eerst een krot,
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License