Part

 1 Inl|       hij zich door niets doen naam gemaakt; toch werd hij niet
 2 Inl|     een gelatinizeerde Griekse naam dragen: Encolpius, de verteller,
 3 Inl| Encolpius, de verteller, wiens naam betekent: ,,hij die aan
 4   I|       schalen, op wier rand de naam Trimalchio en het gewicht
 5  II|   Deelman" roept, noemt hij de naam van de voorsnijder en geeft
 6  II|     noemde ons allemaal bij de naam, alsof hij een der onzen
 7  II|     minder van worden, en zijn naam blijft eeuwig in ere. Hij
 8  IV| steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de beste
 9  IV|         dat ik vaak mijn eigen naam vergeet. Wij hadden dan
10  IV|    ogenblik een alleraardigste naam gegeven: hij heet n.l. ,,
11  IV|       moet weten, vanzelf mijn naam leest, of hij wil of niet.
12  IV|     een Griek (Serapa was zijn naam) knap genoeg om in de raad
13  IV|        heb je geld, dan heb je naam. Vroeger was de spreker
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License