Part

 1  II|      hoe en waarom weten de Goden - als in de hemel en Trimalchio'
 2  II|     hemel, waarin de twaalf Goden wonen, kan even zo veel
 3  II|   zal er toch gebeuren, als goden noch mensen met onze stad
 4  II|    alles het werk is van de goden. Want geen mens gelooft
 5  II|    muizen. Ik zeg 't je: de goden willen niet naar ons luisteren,
 6  II|    eer aandoen. Dank zij de Goden hoef ik nooit wijn te kopen,
 7  IV|    me hier ziet; ik dank de goden voor alles wat ik in mijn
 8  IV| schaal wijn rond en riep: ,,Goden, zijt ons genadig." Trimalchio
 9  IV|      Daar werd ik (zoals de goden dat soms willen) verliefd
10  IV|     nu eenmaal mensen, geen goden." Scintilla zei met tranen
11  IV|    werd ik, door de wil der goden, zelf baas in huis; ik had
12  IV|  voor mijn vermogen. Wat de goden willen, gebeurt spoedig.
13  IV|    genoeg om in de raad der Goden te zitten, mij over, om
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License