Part

 1  II|    wel, dat u razend geleerd bent. Ik zou u op een goede keer
 2  II|   een klap, omdat je zo lomp bent." Dadelijk trok de knaap
 3  IV| meester niet in je smaak? Je bent natuurlijk rijker en je
 4  IV|       Betaal wat je schuldig bent." Ik heb een paar stukjes
 5  IV|  schapenluis bij jezelf. Jij bent de enige die ons belachelijk
 6  IV|      zegt geen boe of ba, je bent een hol vat, een natte leren
 7  IV|   natte leren riem; neen, je bent nog slapper, maar niet beter .
 8  IV|   halfverdronken vos als jij bent. Zowaar moge ik goede zaken
 9  IV|  weet niet waarom je zo stil bent en geen mond opendoet. Vertel
10  IV|      zo vriendelijk voor mij bent. Laten wij ons daarom eens
11  IV|   kunt, waar je er ingekomen bent. Nog nooit is een gast door
12  IV|      ook geweest, wat jullie bent, maar door mijn flinkheid
13  IV|    uit de goot opgehaald, je bent niet gelukkig in de keuze
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License