IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] hierop 5 hierover 1 hieven 2 hij 317 hinde 1 hinderen 1 hing 3 | Frequency [« »] 543 en 404 ik 372 van 317 hij 266 het 264 dat 262 die | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances hij |
Part
1 Inl| de keizer genoot, wekte hij de afgunst van de machtige 2 Inl| een eind aan zijn leven. Hij veroorloofde zich echter 3 Inl| echt-Petroniaanse geestigheid. Hij zond nl., alvorens te sterven, 4 Inl| geschrift aan Nero, waarin hij alle schanddaden van de 5 Inl| verwerven door ijver, zo had hij zich door niets doen naam 6 Inl| naam gemaakt; toch werd hij niet als een slemper of 7 Inl| teruggezonken of wel omdat hij daarvan de schijn aannam, 8 Inl| daarvan de schijn aannam, werd hij in de kleine kring van Nero' 9 Inl| wiens naam betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'', 10 I| die er warmpjes inzit; hij heeft een uurwerk in zijn 11 I| ieder uur te blazen, opdat hij er telkens aan herinnerd 12 I| herinnerd wordt, hoeveel hij reeds van zijn leven verloren 13 I| op de grond, dan raapte hij die niet meer op, maar een 14 I| onder hem hield, terwijl hij rustig doorspeelde. Toen 15 I| rustig doorspeelde. Toen hij zich wat ontlast had, vroeg 16 I| zich wat ontlast had, vroeg hij water om zijn hand te wassen, 17 I| heer Trimalchio. Terwijl hij weggedragen werd, naderde 18 I| zijn hoofdeinde, en alsof hij hem een geheim in 't oor 19 I| t oor fluisterde, floot hij de hele weg door. Reeds 20 I| letters stond: ,,Voorzichtig! Hij bijt''. Mijn makkers lachten, 21 I| bovenschriften weergegeven, hoe hij had leren rekenen, en rentmeester 22 I| Ilias en de Odyssee'', zei hij, ,,en het gladiatorspel 23 I| Zijn misdrijf, waarvoor hij gestraft zou worden, was 24 I| worden, was niet groot, zei hij; want in het bad waren hem 25 I| die schurk van een slaaf. Hij verloor mijn tafelkleren, 26 I| lawine van kussen, terwijl hij ons voor onze menslievendheid 27 I| bedankte. ,,In één woord", zei hij, ,,u zult dadelijk weten, 28 I| de mantel was bedekt, had hij nog een servet gebonden 29 I| franjes afhingen. Ook droeg hij aan de pink van de linkerhand 30 I| te laten zien, ontblootte hij de rechterarm, versierd 31 I| metaal gesloten was.~ Toen hij daarop zijn tanden met een 32 I| tandenstoker had gereinigd, zeide hij: ,,Ik had eigenlijk nog 33 I| witte en zwarte stenen had hij gouden en zilveren munten. 34 I| zilveren munten. Terwijl hij onder 't spelen de taal 35 I| wat gevraagd. Daarop riep hij met luide stem, dat wie 36 I| te kennen gegeven, zeide hij: ,,Mars houdt van gelijke 37 I| standen liet aannemen, zong hij:~ ~,,Ach, hoe kort is 't 38 II| bij een maaltijd.'' Toen hij dit zeide, snelde een viertal 39 II| Deelman" roept, noemt hij de naam van de voorsnijder 40 II| vrouw van Trimalchio" zeide hij; ,,zij heet Fortunata en 41 II| dat het nacht was, dan zou hij 't geloven. Hij zelf weet 42 II| dan zou hij 't geloven. Hij zelf weet niet, hoeveel 43 II| weet niet, hoeveel geld hij heeft: zo puissant rijk 44 II| heeft: zo puissant rijk is hij, maar dat loeder let op 45 II| meester kent. Om kort te gaan, hij is in staat ieder van die 46 II| En denk maar niet, dat hij ooit ergens iets koopt. 47 II| niet goed genoeg: welnu, hij liet rammen uit Tarente 48 II| grond te produceren, liet hij bijen uit Athene halen; 49 II| hoor eens, dezer dagen liet hij uit Indië champignonzaad 50 II| Wat muildieren aangaat, hij heeft er geen enkel, dat 51 II| scharlaken wol is opgevuld. Ja, hij heeft alles wat zijn hart 52 II| de laatste divan aanligt; hij heeft nu 800.000 sestertiën ( 53 II| sestertiën ( f 80.000.-). Hij is met niemendal begonnen. ' 54 II| nog niet lang geleden, dat hij met hout op zijn hals sjouwde. 55 II| maar van horen zeggen: toen hij een Boze Geest van zijn 56 II| hem gegeven heeft. Maar hij is wat poenig en wil zelf ' 57 II| t beste hebben. Zo liet hij zijn huisje van 't volgende 58 II| zolderkamertje te huur aan, want hij heeft zelf een huis gekocht." 59 II| Ik verwijt 't hem niet. Hij heeft eenmaal een millioen 60 II| gehad, maar nu staat hij zwak. Ik geloof, dat niet 61 II| dat is zijn schuld niet; hij is de beste kerel van de 62 II| een fatsoenlijk vak had hij, dat hij 't zo ver gebracht 63 II| fatsoenlijk vak had hij, dat hij 't zo ver gebracht heeft. 64 II| t zo ver gebracht heeft. Hij was begrafenisondernemer. 65 II| was begrafenisondernemer. Hij dineerde als een koning: 66 II| en al, gebak en wild, ja, hij hield er de nodige koks 67 II| zijn hele kelder heeft. Hij leefde niet als een mens, 68 II| toen de zaken misliepen en hij bang werd, dat de schuldeisers 69 II| schuldeisers zouden denken, dat hij bankroet zou gaan, kondigde 70 II| bankroet zou gaan, kondigde hij een verkoping aan met 't 71 II| aannemen; soms b.v. wordt hij een ram. Wie nu onder dit 72 II| veel wol, bovendien is hij koppig, onbeschaamd en scherp. 73 II| onze sterrenwichelaar, en hij ging voort: ,,Daarna komt 74 II| had laten brengen, zeide hij: ,,Let nu eens op, wat een 75 II| was de eerste, die, toen hij om een grotere beker gevraagd 76 II| Nog kort geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog 77 II| met hem gegaan zijn, als hij geen dieet gehouden had. 78 II| had. Vijf dagen lang heeft hij geen druppel water in de 79 II| kruimeltje brood. En toch is hij daar heengegaan, waar we 80 II| geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven, op een 81 II| prachtig doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend (hij 82 II| hij behoorlijk beweend (hij had nog al wat slaven in 83 II| ze wel gedaan hebben, als hij haar niet zo goed behandeld 84 II| man heeft gekregen, waarop hij recht had; hij heeft geleefd 85 II| gekregen, waarop hij recht had; hij heeft geleefd en is gestorven 86 II| fatsoenlijk man. Waarover heeft hij zich te beklagen? Hij begon 87 II| heeft hij zich te beklagen? Hij begon met een halve stuiver, 88 II| met een halve stuiver, en hij zou er geen bezwaar tegen 89 II| mesthoop te halen. Zo is hij langzamerhand omhoog gekomen, 90 II| Ik geloof warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet, 91 II| een hondentong gegeten: hij had een brutale mond, hij 92 II| hij had een brutale mond, hij praatte te veel, 't was 93 II| bij hem! In het begin had hij ,,pech", maar de eerste 94 II| bracht hem er boven op; hij verkocht zijn wijn voor 95 II| zijn wijn voor net duur als hij zelf verkoos. Maar wat hem 96 II| been hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, waarbij 97 II| een erfenis kreeg, waarbij hij meer stal dan hem vermaakt 98 II| liet die stommeling, omdat hij kwaad was op zijn broer, 99 II| die geeft om niets. Maar hij luisterde naar sommige van 100 II| brengen, vooral niet als hij een handelsman is. Intussen 101 II| Intussen blijft 't waar, dat hij plezier gehad heeft, zo 102 II| plezier gehad heeft, zo lang hij leefde. Wie het krijgt die 103 II| voor wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; 104 II| jaren geloven jullie, dat hij achter de rug had? Meer 105 II| Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij droeg 106 II| Maar hij was ijzersterk; hij droeg zijn leeftijd met 107 II| en tot het laatste liep hij gauw warm. Waarachtig, hij 108 II| hij gauw warm. Waarachtig, hij zou geen hond in huis met 109 II| rust hebben gelaten; maar hij was ook op jongens verzot; 110 II| was ook op jongens verzot; hij was van alle markten thuis. 111 II| neem het hem niet kwalijk; hij heeft tenminste plezier 112 II| altijd die aediel Safinius; hij woonde indertijd, toen ik 113 II| in 't raadhuis, wat zei hij ze daar stuk voor stuk de 114 II| stuk voor stuk de waarheid; hij sprak niet in bloemrijke 115 II| t vaderland weg. Wanneer hij op het forum optrad, dan 116 II| stem tot trompetgeluid. En hij kreeg het er niet warm van, 117 II| het er niet warm van, en hij spuwde niet onder 't spreken, 118 II| Perzen. En wat beantwoordde hij vriendelijk onze groet; 119 II| vriendelijk onze groet; hij noemde ons allemaal bij 120 II| allemaal bij de naam, alsof hij een der onzen was. Daarom 121 II| een as verdient, dan dat hij zich om ons leven bekommert. 122 II| bekommert. Daarom leidt hij binnenshuis een lekker leventje 123 II| ander. Ik weet wel, waarmede hij zijn 1000 gouden denaren 124 II| maar fut hadden, dan zou hij zoveel schik in zijn leven 125 II| vriend Titus is in alles wat hij doet royaal; 't is een heethoofd; 126 II| buitengewoons. Ik ken hem heel goed; hij houdt niet van halve maatregelen. 127 II| niet van halve maatregelen. Hij zal geen houten zwaarden 128 II| amphitheater 't zien kan. En hij heeft er 't geld voor, want 129 II| heeft er 't geld voor, want hij heeft 30.000.000 geërfd; 130 II| gehad dood te gaan. Al geeft hij er ook 400.000 van uit, 131 II| naam blijft eeuwig in ere. Hij heeft al een troepje boerenkinkels 132 II| die betrapt werd, toen hij zijn meesteres wat amuseerde. 133 II| de kaak gesteld; zo lang hij leeft, is hij gebrandmerkt, 134 II| gesteld; zo lang hij leeft, is hij gebrandmerkt, en alleen 135 II| mij en mijn vrienden. Als hij dat doet, dan ontneemt hij 136 II| hij dat doet, dan ontneemt hij aan Norbanus al zijn populariteit. 137 II| kunt er zeker van zijn, dat hij hem met volle zeilen voorbij 138 II| eigenlijk voor ons gedaan! Hij gaf ons gladiatoren, die 139 II| voorstelling gegeven" zei hij. ,,En ik heb geapplaudisseerd" 140 II| zoontje wordt al zo groot, dat hij bij u les kan nemen. Hij 141 II| hij bij u les kan nemen. Hij kent de tafel van 4 al; 142 II| kent de tafel van 4 al; als hij 't geluk heeft te blijven 143 II| knechtje hebben. Wanneer hij vrije tijd heeft, dan zit 144 II| vrije tijd heeft, dan zit hij maar op zijn lei te kijken. ' 145 II| goed soort jongen, al is hij ook letterlijk gek op vogels. 146 II| opgegeten had. Maar toen had hij weer een ander stokpaardje 147 II| ander stokpaardje en zo doet hij nu niets liever dan schilderen. 148 II| schilderen. Bovendien is hij al met 't Grieks begonnen 149 II| met 't Grieks begonnen en hij krijgt al plezier in 't 150 II| stuk houdt, en zelden komt. Hij heeft wel genoeg kennis, 151 II| de jongen te werken heeft hij niet. Ik heb nog een onderwijzer 152 II| zich veel moeite geeft, en hij leert mijn zoontje meer 153 II| leert mijn zoontje meer dan hij zelf geleerd heeft. Hij 154 II| hij zelf geleerd heeft. Hij komt gewoonlijk op feestdagen 155 II| gekocht, omdat ik wil, dat hij ook wat thuis raakt in de 156 II| van de letterkunde weet hij nu genoeg. Heeft hij geen 157 II| weet hij nu genoeg. Heeft hij geen zin in de rechten , 158 II| ambacht te laten leren; hij kan kapper worden, vendumeester 159 II| niets geleerd had, dan had hij niets te eten. Kort geleden 160 II| eten. Kort geleden sjouwde hij nog met koopwaar op zijn 161 II| op zijn rug, want nu zet hij een hoge borst tegenover 162 II| Na een korte poos sprak hij: ,,Neemt me niet kwalijk 163 II| geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw zijn plicht zal 164 II| even weg wilt gaan, hoeft hij zich niet te schamen. Niemand 165 II| niemand om te doen, wat hij niet laten kan, en dokters 166 II| braadpannen." Toen liet hij dadelijk een kok roepen, 167 II| te slachten. Daarop vroeg hij met luide stem: ,,Tot welke 168 II| slavenafdeling behoor jij?", en toen hij antwoordde: ,,Tot de 40ste," 169 II| zij: ,,Ik wil sterven."~ Hij had nog niet al zijn geleerdheid 170 II| nauwkeuriger bekeek, zei hij eindelijk: ,,Wat! Zijn de 171 II| kwam staan en zeide dat hij vergeten had de ingewanden 172 II| hem de straf kwijt; als hij het later nog eens doet, 173 II| hem nog niet vergeven, als hij er bij een vis niet om gedacht 174 II| bezit." Ik verwachtte, dat hij op zijn gewone blufferige 175 II| Corinthe gestuurd werden, maar hij maakte het beter. Hij zeide: ,, 176 II| maar hij maakte het beter. Hij zeide: ,,Misschien verlang 177 II| keizer toe; vervolgens deed hij alsof hij de beker aan de 178 II| vervolgens deed hij alsof hij de beker aan de keizer in 179 II| kunstenaar de beker opraapte, was hij alleen een beetje gedeukt, 180 II| een beetje gedeukt, alsof hij van brons was. Daarna haalde 181 II| dat gedaan had, geloofde hij, dat de Olympus zich voor 182 II| willen verkopen."~ Terwijl hij dit vertelde, liet de dienaar 183 II| zijn." Eindelijk schonk hij hem op ons verzoek de straf 184 II| mooi de cancan als zij." Hij zelf hief nu zijn handen 185 II| een Grieks liedje zongen. Hij zou dan ook als danser opgetreden 186 II| besluiteloos: nu eens hield hij zich uit eerbied voor Fortunata 187 II| Fortunata in, dan weer wilde hij zijn dans opnieuw beginnen.~ 188 II| t kruis geslagen, omdat hij de beschermgod van onze 189 II| dansen en zingen; daarop liet hij hem door brandende hoepels 190 II| Een ondankbaar vak," zei hij; ,,ik houd trouwens maar 191 II| humbug. Ik had ook", ging hij voort, ,,toneelspelers gekocht 192 II| liedjes spelen."~ Juist, toen hij dit zei, viel de knaap van 193 II| en zijn arm bekeek, alsof hij gekwetst was, kwamen dokters 194 II| voorbijgaan." Daarop vroeg hij dadelijk om een schrijftafeltje 195 II| denken af te tobben, las hij de volgende verzen voor:~ ~ 196 IV| uitoefenen: de dokter, omdat hij weet, wat de mensen van 197 IV| de geldwisselaar, omdat hij door de zilveren laag het 198 IV| onaangenaams komt."~ Reeds was hij op het punt de wijsgeren 199 IV| bespotte en lachte, tot hij tranen in de ogen kreeg, 200 IV| je toch, schaapskop?" zei hij . ,,Valt de verfijnde luxe 201 IV| een kringetje waterde, zou hij niet weten waarheen hij 202 IV| hij niet weten waarheen hij moest vluchten. Ik word 203 IV| wordt, dan komen de wormen. Hij lacht maar. Wat heeft hij 204 IV| Hij lacht maar. Wat heeft hij voor reden om te lachen? 205 IV| voor reden om te lachen? Is hij uit kostbaarder stof gemaakt 206 IV| schaterend gelach uit, dat hij reeds lange tijd had trachten 207 IV| tegenstander dit bemerkte, richtte hij zijn scheldwoorden tegen 208 IV| wees jij nu wijzer dan hij. In deze soort dingen is 209 IV| bombarie plegen te doen, las hij met zingende stem een Latijnse 210 IV| daarop een pauze intrad, zei hij: ,,Weet ge welk stuk ze 211 IV| Daarom werd Ajax krankzinnig; hij zal u dadelijk de inhoud 212 IV| kalf inhakte. En terwijl hij nu eens met de punt, dan 213 IV| zich heen sloeg, prikte hij de stukken vlees aan de 214 IV| over mij vertelt." ,,Toen hij dat had gezegd" (zou Vergilius 215 IV| Vergilius zeggen), begon hij het volgende verhaal te 216 IV| vriend keek, zag ik dat hij zich uitkleedde en al zijn 217 IV| stond er als een dode; want hij waterde en kringetje rondom 218 IV| wolf geworden was, liet hij een gehuil horen en vluchtte 219 IV| een slager geslacht. Maat hij heeft er geen plezier van 220 IV| plezier van gehad, al is hij ons ontvlucht; want onze 221 IV| geen leugens vertelt, want hij is betrouwbaar en geen kletser. 222 IV| de dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier wel 223 IV| liep naar buiten, nadat hij zijn linker hand zorgvuldig 224 IV| ingewikkeld; daarop doorboorde hij een der vampiers ongeveer 225 IV| stumper terug was, wierp hij zich op zijn bed: zijn hele 226 IV| was bont en blauw, alsof hij afgeranseld was, omdat de 227 IV| tastende een bundel stro. Hij had geen hart, geen ingewanden, 228 IV| Apelles alleen?" Toen bracht hij zijn hand aan de mond en 229 IV| afschuwelijk deuntje, waarvan hij later zeide, dat het een 230 IV| trompetblazers had nagedaan, keek hij naar een slaafje, dat hij 231 IV| hij naar een slaafje, dat hij Croesus noemde. Het was 232 IV| wikkelde; vervolgens legde hij een half brood op de rustbank 233 IV| en zijn bewoners ", zoals hij zeide. Onmiddellijk werd 234 IV| portier aan herinnerd, dat hij moest gaan liggen, strekte 235 IV| moest gaan liggen, strekte hij zich vóór de tafel uit. 236 IV| zo uitbundig prees, zette hij zijn hondje op de grond, 237 IV| de indruk te maken, dat hij boos was over de aangerichte 238 IV| Trimalchio wat bedaard was, gaf hij bevel, om in een grote schaal 239 IV| wilde laten opeten, terwijl hij zeide, dat de kippen geen 240 IV| die de naam heeft, dat hij de beste grafmonumenten 241 IV| grote verbazing aanstaarde. Hij was reeds aangeschoten, 242 IV| schouders van zijn vrouw; hij was met verscheidene kransen 243 IV| zichzelf komen en vroeg, hoe hij ontvangen was. ,,Het heeft 244 IV| niets ontbroken," zeide hij, ,,alleen miste ik jou, 245 IV| slaaf gegeven, die zij, toen hij gestorven was, vrij verklaard 246 IV| komt, ga ik er vandoor," en hij was reeds op 't punt om 247 IV| bedraagt." Tenslotte liet hij, opdat men hem niet voor 248 IV| een mens meer uitgeven dan hij er voor terug krijgt."~ 249 IV| getroffen; want behalve dat hij nu eens luider, dan weer 250 IV| uitspraak voordroeg, voegde hij er Atellaanse verzen bij, 251 IV| in de handen, en zei: ,,Hij is nooit op school geweest, 252 IV| laten omgaan. Daarom heeft hij zijns gelijke niet in het 253 IV| muilezeldrijvers en marktschreeuwers. Hij heeft deksels veel talenten: 254 IV| heeft deksels veel talenten: hij is schoenmaker, kok, bakker, 255 IV| alle markten thuis is. Maar hij heeft twee fouten; had hij 256 IV| hij heeft twee fouten; had hij die niet, dan was hij volmaakt: 257 IV| had hij die niet, dan was hij volmaakt: hij is besneden 258 IV| niet, dan was hij volmaakt: hij is besneden en hij snurkt, 259 IV| volmaakt: hij is besneden en hij snurkt, want dat hij scheel 260 IV| en hij snurkt, want dat hij scheel kijkt, vind ik zo 261 IV| kijkt net zo. Daarom kan hij niets geheim houden; want 262 IV| maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt wordt." Hierom 263 IV| een echte Cappadociër is; hij laat zich niets ontgaan, 264 IV| laat zich niets ontgaan, en hij heeft groot gelijk, vind 265 IV| van merkte. Daarom stuurde hij me maar gauw naar 't land 266 IV| schavuit haalde nu, alsof hij geprezen was, een lamp van 267 IV| gezang begeleidde, terwijl hij de benedenlip met zijn hand 268 IV| koorfluitisten, dan weer vertoonde hij in een koetsiersmantel, 269 IV| behoeft maar te kikken, en hij maakt een vis van een varkenspens, 270 IV| alleraardigste naam gegeven: hij heet n.l. ,,Daedalus." En 271 IV| n.l. ,,Daedalus." En omdat hij zo handig is, heb ik hem 272 IV| een geschenk meegebracht." Hij liet ze dadelijk halen en 273 IV| met bewondering. Ook stond hij ons toe, om eens aan onze 274 IV| achterblijven; daarom bood hij op een zilveren braadroostertje 275 IV| lucht van pekel en saus, die hij uitwasemde. Niet tevreden 276 IV| uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan tafel was, begon hij 277 IV| hij aan tafel was, begon hij dadelijk de toneelspeler 278 IV| goedheid te bedanken, toen hij alle scherts vergat en bevel 279 IV| testament moest brengen, hetgeen hij van het begin tot het einde 280 IV| slavenstoet voorlas.~ Daarop keek hij naar Habinnas en sprak: ,, 281 IV| vanzelf mijn naam leest, of hij wil of niet. Wat het grafgeschrift 282 IV| In zijn afwezigheid werd hij tot zesman gekozen. Hoewel 283 IV| tot zesman gekozen. Hoewel hij te Rome tot alle decuriën 284 IV| had kunnen hebben, heeft hij dit niet gewild. Hij was 285 IV| heeft hij dit niet gewild. Hij was vroom, dapper en trouw. 286 IV| klein, zijn einde groot. Hij heeft 30 millioen sestertiën 287 IV| dit gezegd had, vergoot hij vele tranen; ook Fortunata 288 IV| twee maken"; daarop stond hij met blote voeten op en volgde 289 IV| vriendjes met de hond geworden; hij had n.l. alles, wat wij 290 IV| gast door de deur, waardoor hij binnentrad, uitgelaten; 291 IV| kletspraat aan te horen; want hij zeide, dat niets prettiger 292 IV| bakkerij was geweest. Toen hij vervolgens vermoeid was 293 IV| was gaan zitten, opende hij, door het weergalmen van 294 IV| tot het licht wordt." Toen hij dat zeide, kraaide een haan. 295 IV| ongemengde wijn besprenkelen. Hij nam ook zijn ring van de 296 IV| drinkgeld." Nauwelijks had hij dit gezegd, of de haan uit 297 IV| vuilik en een ploert, omdat hij zijn lusten niet kon bedwingen, 298 IV| Niemand van ons," zei hij, ,,is zonder fouten. Wij 299 IV| schoonheid gekust, maar omdat hij zo braaf is : hij kent al 300 IV| omdat hij zo braaf is : hij kent al de tafel van 10, 301 IV| kent al de tafel van 10, hij leest gemakkelijk een boek, 302 IV| leest gemakkelijk een boek, hij heeft van zijn zakgeld een 303 IV| wapenuitrusting gekocht, hij heeft zich een armstoel 304 IV| zak. In één woord gezegd, hij benoemde mij tezamen met 305 IV| zelf niet meer herinnerde; hij zette mij alles van a tot 306 IV| alles van a tot z uiteen; hij keek, om zo te zeggen, door 307 IV| ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat ik de 308 IV| Je zou gezegd hebben, dat hij zijn hele leven met mij 309 IV| niet bij, Habinnas, toen hij mij vertelde: Je hebt je 310 IV| eigenlijk niet moest meedelen, hij voorspelde mij ook, dat 311 IV| Scaurus hier kwam, wilde hij nergens liever logeren, 312 IV| nergens liever logeren, en hij heeft zelf een villa aan 313 IV| armzalige kikvors, nu is hij een grote meneer. Stichus, 314 IV| mij zegenen." Toen opende hij een fles nardusolie, bestreek 315 IV| leven." Vervolgens liet hij wijn in het mengsel gieten 316 IV| de eetzaal moesten komen. Hij strekte zich boven op een 317 IV| zulk een fortissimo, dat hij de hele buurt wekte. Daarom