Part

 1   I|   te zeggen, waren wij een ogenblik bang, dat iemand van ons
 2  II| gereed en vingen ze in een ogenblik terwijl ze door de zaal
 3  II|  zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij. Nauwelijks heeft
 4  II|    mijn koks braden in een ogenblik hele kalveren in hun braadpannen."
 5  II|   zijn kleren uit." In een ogenblik was dit geschied. Bedroefd
 6  IV|  de middag. Op een gegeven ogenblik liep onze weg dwars door
 7  IV|   weerwolf was, en van dat ogenblik af kon ik geen stukje brood
 8  IV|  te zien?"~ Op een gegeven ogenblik kwam het zover, dat Fortunata
 9  IV|  heb ik hem in een geestig ogenblik een alleraardigste naam
10  IV|   de fabel, en vreest geen ogenblik, haar geluk weer te verliezen. '
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License