Part

 1  II| voortdurende herhaling met een of ander woordspeling in verband
 2  II|          meer zilverwerk, dan een ander zijn hele vermogen bedraagt.
 3  II|         het hele vermogen van een ander. Ik weet wel, waarmede hij
 4  II|         een was een oude knol, de ander had een horrelvoet, de derde,
 5  II|       lijk, dat de plaats van een ander lijk innam en had doorgehakte
 6  II|        Maar toen had hij weer een ander stokpaardje en zo doet hij
 7  II|     keizer sprak: ,,Is er nog een ander, die zulk glas kan maken,
 8  IV|       ziet wel een luisje bij een ander maar niet de schapenluis
 9  IV|       iets anders." Toen kwam een ander amusement. De slaaf, die
10  IV|         zijn stok de kruik van de ander in stukken. Door de brutaliteit
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License