Part

  1 Inl|              opperceremoniemeester aan het hof van keizer Nero was.
  2 Inl|              hoge mate de sympathie en het vertrouwen van de keizer
  3 Inl|            wachtte echter niet, totdat het bericht van zijn veroordeling
  4 Inl| geschiedschrijver Tacitus heeft ons in het 18de hoofdstuk van het 16de
  5 Inl|              in het 18de hoofdstuk van het 16de boek zijner Annalen
  6 Inl|            plichten en genietingen van het leven. Zoals anderen zich
  7 Inl|              van mening was, dat niets het hoogste punt van schoonheid
  8 Inl|          bereikt had, tenzij Petronius het hem had aanbevolen.''~ Deze
  9 Inl|                een zeer klein deel van het gehele werk, Satyrae geheten;
 10 Inl|               fragmenten behoorden tot het 15de en 16de boek. De eerste
 11 Inl|         Dalmatië een manuscript, dat ,,Het gastmaal van Trimalchio''
 12 Inl|               de Cena Trimalchionis, ,,Het gastmaal van Trimalchio"
 13 Inl|             waarschijnlijk in Puteoli, het hedendaagse Pozzuoli.~ De
 14 Inl|               meester getekend; vooral het karakter van de hoofdpersoon
 15 Inl|           onvermoeibare'', en Giton, ,,het buurjongetje'', een schone
 16 Inl|              Encolpius. Zij combineren het vak van rondtrekkende avonturiers
 17 Inl|           jongelui aan herinneren, dat het tijd is naar het feest van
 18 Inl|       herinneren, dat het tijd is naar het feest van Trimalchio te
 19 Inl|          Hoofdstuk 26)~ Hier nu begint het verhaal van de maaltijd
 20 Inl|               wij weten, nog nimmer in het Noord-Nederlands werd vertaald.~ ~ ~ ~
 21   I|                aangebroken, en daarmee het in uitzicht gestelde galgemaal,
 22   I|                jonge langharige slaven het balspel beoefende. Het waren
 23   I|          slaven het balspel beoefende. Het waren echter niet zozeer
 24   I|            ballen, niet die, welke bij het kaatsen tussen de handen
 25   I|        maaltijd". Menelaus was nog aan het spreken, toen Trimalchio
 26   I|            lokken van een bediende af. Het zou mij te lang geduurd
 27   I|              letten; wij gingen dus in het bad en na een paar minuten
 28   I|               en, daar zij al twistend het meeste op de grond morsten,
 29   I|              door. Reeds verzadigd van het bewonderen volgden wij en
 30   I|             bij de ingang stond een in het groen geklede portier met
 31   I|              de hele muur bekeken had. Het was een schilderij van een
 32   I|          rentmeester geworden was. Aan het einde der galerij hief Minerva
 33   I|              Ik vroeg de opzichter van het atrium dus, wat dat voor
 34   I|               dat voor schilderijen in het midden waren. ,,De Ilias
 35   I|               Odyssee'', zei hij, ,,en het gladiatorspel van Laenas.''
 36   I|                bordjes aangebracht: op het ene stond, als ik mij goed
 37   I|                Gaius buitenshuis''. Op het andere waren de loop van
 38   I|               dat iemand van ons tegen het bevel met de verkeerde voet
 39   I|                groot, zei hij; want in het bad waren hem de kleren
 40   I|      verzochten de rentmeester, die in het atrium goudstukken telde,
 41   I|                en sprak: ,,Niet zozeer het verlies ergert mij, als
 42   I|                gewassen. Maar wat doet het er toe? Op uw verzoek zal
 43   I|             rand de naam Trimalchio en het gewicht aan zilver was gegraveerd.
 44   I|           grote, vergulden ring en aan het laatste lid van de volgende
 45   I|             dobbelstenen; en nu zag ik het allermooiste: inplaats van
 46   I|                toebereid. Bijna had ik het mijne weggeworpen, want
 47   I|              lekkers zitten", pelde ik het ei geheel en vond een vette
 48   I|           nemen.~ Plotseling werd door het orkest een teken gegeven
 49   I|              gevallen was en een slaaf het opraapte, liet Trimalchio,
 50   I|             een oorvijg geven en beval het weer op de grond te werpen.
 51   I|              zoals die, waarmee men in het amphitheater zand strooit,
 52   I|             Honderdjarige Falerner uit het jaar van Opimius. Terwijl
 53   I|             Terwijl wij dus dronken en het prachtige gastmaal hevig
 54   I|                en weer geworpen had en het door de beweegbare verbinding
 55   I|        bevinden bij Pluto.~ Geniet dus het leven, zolang als u de tijd
 56  II|                                     Na het algemeen applaus volgde
 57  II|                was 't  ongewoon, dat het aller ogen tot zich trok.
 58  II|               vissen twee barbelen. In het midden lag een graszode,
 59  II|              slaaf, die de spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman.
 60  II|       klaarlichten dag zou zeggen, dat het nacht was, dan zou hij '
 61  II|            zich de wijn goed smaken en het gesprek begon algemeen te
 62  II|              Maar denkt ge, dat ik met het maal tevreden ben, dat jullie
 63  II|                 Wat nu die graszode in het midden aangaat en die honingraat
 64  II|             als een ei, is 't hart van het heelal en bevat alle goede
 65  II|         palmtakken gevlochten mandjes, het ene met verse, het andere
 66  II|            mandjes, het ene met verse, het andere met gedroogde dadels
 67  II|              gebruik van; daarom keert het dier nu als vrijgelatene
 68  II|             begonnen wij de gasten aan het praten te brengen. Dama
 69  II|           heeft men zich omgekeerd, of het is nacht. Daarom is 't maar '
 70  II|                mengde Seleucus zich in het gesprek: ,,Ik neem niet
 71  II|               niet iedere dag een bad. Het bad werkt net als een wolkammer, '
 72  II|          Vandaag kon ik echter niet in het bad gaan, want ik was op
 73  II|                je werpt je weldaden in het water. Maar een oude liefde
 74  II|               at je lekker bij hem! In het begin had hij ,,pech", maar
 75  II|          sommige van zijn slaven alsof het orakels waren, en die hebben
 76  II|                zo lang hij leefde. Wie het krijgt die geniet er van,
 77  II|              de man jaren lang, en tot het laatste liep hij gauw warm.
 78  II|              markten thuis. En ik neem het hem niet kwalijk; hij heeft
 79  II|           Daarom hebben wij kleine lui het zo slecht; want voor de
 80  II|          vaderland weg. Wanneer hij op het forum optrad, dan zwol zijn
 81  II|            trompetgeluid. En hij kreeg het er niet warm van, en hij
 82  II|        dagelijks inkomen is groter dan het hele vermogen van een ander.
 83  II|              waar geloof ik, dat alles het werk is van de goden. Want
 84  II|               de dames barrevoets naar het Capitool met fladderende
 85  II|              niet regende, dan regende het nooit), en de hele wereld
 86  II|          moeten 't niet te nauw nemen, het is overal precies hetzelfde.
 87  II|                 Je zult een strijd van het publiek bijwonen tussen
 88  II|             kon nu Glycon geloven, dat het met de spruit van Hermogenes
 89  II|               innam van de man, die in het eerste tweegevecht gedood
 90  II|             heel aardig zijn, al heeft het slechte weer dit jaar alles
 91  II|       Trimalchio weer binnenkwam, zich het voorhoofd afveegde en zijn
 92  II|                is, dan inhouden. 't Is het enige dat zelfs Jupiter
 93  II|              me de gassen stijgen naar het hoofd en veroorzaken een
 94  II|             veroorzaken een zinking in het hele lichaam. Ik ken een
 95  II|          opnoemen, ,,is twee jaar oud, het andere drie en het derde
 96  II|                oud, het andere drie en het derde zes jaar." Ik dacht
 97  II|              onze keuze af te wachten, het oudste varken te slachten.
 98  II|          meester was herinnerd, volgde het aanstaande gerecht naar
 99  II|     landgoederen, dat ik nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen
100  II|                me daarom, als je wilt, het onderwerp van je rede."
101  II|           werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om over te debatteren,
102  II|             over te debatteren, en als het niet gebeurd is, dan is
103  II|                niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~ Toen wij
104  II|        uitgekraamd, of een schotel met het enorm grote zwijn nam de
105  II|         gebraden worden, vooral, omdat het tamme varken veel groter
106  II|              groter scheen te zijn dan het wilde, dat wij kort tevoren
107  II|                hadden. Toen Trimalchio het hoe langer hoe nauwkeuriger
108  II|                de straf kwijt; als hij het later nog eens doet, zal
109  II|                fluisterde Agamemnon in het oor: ,,Drommels, dit moet
110  II|             een zwijn te halen? Ik zou het hem nog niet vergeven, als
111  II|            hier en daar open; en ziet, het duurde niet lang, of uit
112  II|                werden, maar hij maakte het beter. Hij zeide: ,,Misschien
113  II|       Corinthisch metaal bezit? Ik zal het je zeggen: omdat de koopman,
114  II|           omdat de koopman, van wie ik het koop, Corinthus heet. En
115  II|              uit een mengsel ontstaan: het is geen vlees en geen vis.
116  II|               en geen vis. Jullie zult het mij niet kwalijk nemen,
117  II|                niet zo lelijk. Ja, als het niet zo breekbaar was, dan
118  II|               Men liet hem dan ook met het geschenk bij de keizer toe;
119  II|           keizer hem onthoofden, omdat het goud, als dit bekend werd,
120  II|       afgebeeld, hoe Daedalus Niobe in het Trojaanse paard opsloot.
121  II|           luider stem voorlas, als was het uit een staatscourant: ,,
122  II|           staatscourant: ,,26 Juli: op het landgoed bij Cumae, dat
123  II|            voor had. Diezelfde dag: in het Pompejaanse park brand uitgebroken,
124  II|              park voor mij gekocht?" ,,Het vorige jaar mijnheer," zei
125  II|                secretaris; ,,daarom is het nog niet geboekt." Nu werd
126  II|         vernomen, dan wil ik niet, dat het mij in rekening wordt gebracht."
127  II|              die van een opzichter van het atrium, die naar Baiae was
128  II|      beschuldiging was gesteld, en dat het vonnis was geveld door een
129  II|                andere amusementen voor het oor beschouw ik als humbug.
130  II|            breken, maar uit vrees, dat het diner wel eens een onaangenaam
131  II|                om vergiffenis. Ik vond het een vervelende geschiedenis,
132  IV|            zeide Trimalchio, ,,dunkt u het moeilijkst na de letteren?
133  IV|             dokter en de geldwisselaar het lastigste vak uitoefenen:
134  IV|              hij door de zilveren laag het koper moet ontdekken. Wat '
135  IV|             dat de ossen en de schapen het meest arbeidzaam zijn: de
136  IV|               komt."~ Reeds was hij op het punt de wijsgeren onder
137  IV|             medevrijgelatenen woedend; het was juist degene, die een
138  IV|              niet gauw kwaad, maar als het vlees slap wordt, dan komen
139  IV|              geweest; niemand heeft op het Forum tegen mij gezegd:,,
140  IV|             zesman benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost.
141  IV|               te schamen. Maar heb jij het zo druk, dat je geen tijd
142  IV|             heb gedaan, wat ik kon, om het mijn heer naar de zin te
143  IV|            meer waard was, dan jij van het hoofd tot de voeten. Er
144  IV|           gekrulde ui? Hebben wij soms het Saturnaliënfeest, zeg, is '
145  IV|               je zo hard, dat Juppiter het op de Olympus kan horen.
146  IV|              zul je zien, dat je vader het schoolgeld voor jou voor
147  IV|           genadig zijn. Laten wij naar het Forum gaan en geld ter leen
148  IV|          elkaar vochten. Agamemnon won het natuurlijk en gaf zijn dochter
149  IV|                als een waanzinnige, op het kalf inhakte. En terwijl
150  IV|               aan de punt en verdeelde het kalf onder de verbaasde
151  IV|                keken vol spanning naar het nieuws, dat de hemel hun
152  IV|               En ziet, plotseling ging het plafond open., en een ontzaglijk
153  IV|              aan deze hoepel hingen in het rond gouden kransen met
154  IV|                koeken geplaatst, en in het midden stond een door de
155  IV|              die, zoals dat gewoonlijk het geval is, in zijn tamelijk
156  IV|           Vergilius zeggen), begon hij het volgende verhaal te vertellen: ,,
157  IV|              nauw straatje; nu behoort het huis aan Gavilla. Daar werd
158  IV|               want in 't ongeluk (zegt het spreekwoord) leert men zijn
159  IV|               mijlpaal te vergezellen. Het was een militair, sterk
160  IV|              de kant van de weg legde. Het hart klopte me in de keel;
161  IV|               gehuil horen en vluchtte het bos in. Eerst wist ik niet,
162  IV|               angst stierf, dan was ik het. Toch trok ik mijn dolk,
163  IV|               naar alle spoken, tot ik het landhuis van mijn vriendin
164  IV|               helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen en heeft
165  IV|              meer dicht doen, maar bij het aanbreken van de dag rende
166  IV|               bestolen herbergier naar het huis van mijn meester Gaius
167  IV|                geschiedenis vertellen; het is een verhaal, net zo merkwaardig
168  IV|                dat van de ezel, die op het dak geklommen was. Toen
169  IV|            huisdeur weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder
170  IV|               wek, maar toen de moeder het lichaam van haar overleden
171  IV|             plaats gelegd. Jullie moet het werkelijk geloven: er bestaan
172  IV|          zouden keren.~ Onderwijl kwam het mij voor, dat er meer lampen
173  IV|        genoegelijke dingen behoren tot het verleden." ,,Mijn tijd,"
174  IV|           waarvan hij later zeide, dat het een Grieks liedje was.~
175  IV|                dat hij Croesus noemde. Het was een knaap met zere ogen ,
176  IV|               op de rustbank en voerde het dier, ofschoon het zich
177  IV|              voerde het dier, ofschoon het zich uit verzadiging verzette.
178  IV|              halen ,,de beschermer van het huis en zijn bewoners ",
179  IV|          hondje op de grond, en hitste het op, om Scylax nijdig te
180  IV|                toch kalm, gekke kerel, het is Habinnas maar, een lid
181  IV|               hoe hij ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets ontbroken,"
182  IV|              in gedachten was ik hier. Het was er keurig in orde, dat
183  IV|               niettegenstaande dat was het er heel gezellig, ofschoon
184  IV|             vroeg Trimalchio. ,,Ik zal het je vertellen," was het antwoord, "
185  IV|             zal het je vertellen," was het antwoord, "als ik kan; want
186  IV|              er zit meer voedsel in en het is gezonder voor me. Het
187  IV|               het is gezonder voor me. Het daarop volgende gerecht
188  IV|              zei Trimalchio. ,,Als zij het tafelzilver niet opgeborgen
189  IV|              een gegeven ogenblik kwam het zover, dat Fortunata haar
190  IV|                 waarvan zij zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio
191  IV|             halen zij ons arme sukkels het vel over de oren. Zes en
192  IV|         rondgeven, om de juistheid van het genoemde gewicht te bewijzen.
193  IV|                daarna, toen Trimalchio het dessert had laten brengen,
194  IV|          kunnen zijn, want jullie hebt het dessert al. Maar als er
195  IV|             nog iets lekkers is, breng het dan maar."~ Ondertussen
196  IV|                Vergilius mij toen voor het eerst van mijn leven tegenstond.
197  IV|              hij zijns gelijke niet in het imiteren van muilezeldrijvers
198  IV|           Tenslotte ging de knaap naar het midden van de zaal en imiteerde
199  IV|              in de hand, taferelen uit het leven der muilezeldrijvers,
200  IV|             zijn gekomen, als men niet het laatste gerecht had binnengebracht.
201  IV|            gerecht had binnengebracht. Het waren lijsters, van fijn
202  IV|         vertelde mij onmiddellijk, wat het was, en terwijl ik mij tot
203  IV|          modder gemaakt is. Ik heb met het Saturnaliafeest te Rome
204  IV|               gezien."~ Ik was nog aan het spreken, toen Trimalchio
205  IV|                 die bij de fontein aan het krakelen waren geweest;
206  IV|         scheutje van diezelfde olie in het wijnvat en in de lampen.~
207  IV|              ze ook mee mag eten."~ Om het in één woord te zeggen,
208  IV|            gedronken als wij, al heeft het ongeluk hen ook omlaag geduwd.
209  IV|               brengen, hetgeen hij van het begin tot het einde onder
210  IV|          hetgeen hij van het begin tot het einde onder het gezucht
211  IV|              begin tot het einde onder het gezucht van heel de slavenstoet
212  IV|          grafmonument bouwen, zoals ik het je verzocht heb? Ik wil
213  IV|            kwistige hand geplant, want het is onzinnig, wanneer men
214  IV|               geld uit een zakje onder het volk werp; want je weet,
215  IV|               daarop afbeelden, waarin het hele volk zich aan de spijzen
216  IV|              mijn rechterzijde moet je het beeld van Fortunata plaatsen
217  IV|             een snikkende knaap; en in het midden een zonneuurwerk,
218  IV|                of hij wil of niet. Wat het grafgeschrift betreft, moet
219  IV|                zullen wij dan niet van het leven genieten? Zowaar als
220  IV|               jullie niet zal spijten. Het is zo warm als een oven." ,,
221  IV|                Wat mij betreft, als ik het bad maar zie, krijg ik al
222  IV|                terwijl de anderen naar het bad gaan, er in de drukte
223  IV|          tussenuit knijpen."~ Daar wij het hierover eens waren, kwamen
224  IV|             dat Ascyltos van schrik in het waterbassin viel. En ook
225  IV|               wilde komen, eveneens in het water getrokken. Maar wij
226  IV|                bibberend van koude, op het droge trok. Giton was al
227  IV|           maaltijd gegeven hadden, aan het blaffende ondier toegeworpen,
228  IV|                 als je gelooft, dat je het huis daar verlaten kunt,
229  IV|          ingesloten waren, en voor wie het bad al een uitkomst begon
230  IV|                de portier, om ons naar het bad te brengen, en nadat
231  IV|               zitten, opende hij, door het weergalmen van de badkamer
232  IV|                dronkenmansmond tot aan het plafond en begon de liedjes
233  IV|              liepen hand aan hand rond het bassin en brulden van het
234  IV|              het bassin en brulden van het lachen; de andere trachtten
235  IV|              om op hun knieën liggend, het hoofd zóver achterover te
236  IV|               een van mijn slaven voor het eerst zijn baard laten scheren; '
237  IV|              en aan tafel blijven, tot het licht wordt." Toen hij dat
238  IV|                heeft niet zonder reden het signaal gegeven. Er moet
239  IV|  dienstpersoneel en zeide: ,,Hoe staat het met jullie? Hebt jullie
240  IV|                wierp haar een beker in het gezicht. Zij schreeuwde,
241  IV|             haar bovenkleed. Ook hield het gedienstige slaafje een
242  IV|               met je eigen vingers uit het graf wilt graven, om mij
243  IV|             onrecht gedaan heb, mij in het gezicht te spuwen. Ik heb '
244  IV|         vastgenageld. Maar laat ons om het heden denken. Ik verzoek
245  IV|             door mijn flinkheid heb ik het zover gebracht. Het verstand
246  IV|             heb ik het zover gebracht. Het verstand alleen maakt ons
247  IV|               maakt ons tot mensen, al het andere is gekheid. ,,Koop
248  IV|         beveelt. Ondertussen maakte ik het ook mijn meesters naar de
249  IV|              schepen leden schipbreuk; het is geen praatje, maar de
250  IV|                bij Hercules, ik merkte het verlies net zo min, alsof
251  IV|             hand. Dit was, als 't ware het zuurdeeg voor mijn vermogen.
252  IV|                alle landerijen op, die het eigendom van mijn vroegere
253  IV|        vaderstad, dacht ik: ,,nou moet het uit zijn." Ik trok mij uit
254  IV|              te zeggen, door mij heen; het ontbrak er nog maar aan,
255  IV|               zegt mijn horoscoop. Als het mij nog lukt mijn bezittingen
256  IV|               te verbinden, dan heb ik het in mijn leven ver genoeg
257  IV|           laten bouwen. Zoals ge weet, het was eerst een krot, nu is
258  IV|              was eerst een krot, nu is het een tempel. Het heeft 4
259  IV|            krot, nu is het een tempel. Het heeft 4 grote eetzalen,
260  IV|                slaapkamer voor mezelf, het boudoir van die slang daar,
261  IV|               heeft zelf een villa aan het zeestrand, een erfstuk van
262  IV|              daarop alles betasten, of het van goede wol was. Toen
263  IV|           prachtig begraven worden, en het hele volk moet mij zegenen."
264  IV|            Vervolgens liet hij wijn in het mengsel gieten en sprak: ,,
265  IV|              gingen aan de haal, alsof het huis werkelijk in brand
266  IV|         eindigt de Cena Trimalchionis, het beroemdste fragment van
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License