IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] danst 1 dapper 2 dapperheid 1 dat 264 de 816 debatteren 1 december 2 | Frequency [« »] 372 van 317 hij 266 het 264 dat 262 die 251 in 240 zijn | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances dat |
Part
1 Inl| geblaseerdheid van mening was, dat niets het hoogste punt van 2 Inl| Dalmatië een manuscript, dat ,,Het gastmaal van Trimalchio'' 3 Inl| Trimalchio is wel 't hoogste, dat in de wereldliteratuur op ' 4 Inl| rondtrekkende avonturiers met dat van zakkenrollers en zijn 5 Inl| jongelui aan herinneren, dat het tijd is naar het feest 6 Inl| vrijgelatene Trimalchio, dat, voor zover wij weten, nog 7 I| grond vielen. Toen wij al dat moois bewonderden, kwam 8 I| morsten, zei Trimalchio, dat zij op zijn gezondheid gedronken 9 I| van het atrium dus, wat dat voor schilderijen in het 10 I| t meest frappeerde, was dat aan de deurposten van de 11 I| aangegeven.~ Toen wij, door al dat moois verzadigd, de eetzaal 12 I| waren wij een ogenblik bang, dat iemand van ons tegen het 13 I| Men zou gemeend hebben, dat men in een theater was tijdens 14 I| men een voorgerecht op, dat er heerlijk uitzag, want 15 I| Er stond dan op een blad, dat voor voorgerechten was bestemd, 16 I| Maar u zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". 17 I| en ik ben warempel bang, dat zij reeds bebroed zijn! 18 I| riep hij met luide stem, dat wie nog lust had honingwijn 19 I| slaaf een zilveren geraamte, dat zó kunstig vervaardigd was, 20 I| kunstig vervaardigd was, dat de ledematen en de wervels 21 II| applaus volgde een gerecht, dat niet aan onze verwachting 22 II| toch was 't zó ongewoon, dat het aller ogen tot zich 23 II| een gerecht geplaatst, dat er bij paste: b.v. op de 24 II| voor te gaan eten, Heren, dat is nu eenmaal 't gebruik 25 II| spijzen op zulk een wijze, dat men hem voor de wagenstrijder 26 II| Deelman!" Ik vermoedde, dat deze voortdurende herhaling 27 II| voortdurend op en neer liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio" 28 II| klaarlichten dag zou zeggen, dat het nacht was, dan zou hij ' 29 II| puissant rijk is hij, maar dat loeder let op alles en is 30 II| slaven! Deksels! Ik geloof, dat nog geen tiende deel van 31 II| drijven. En denk maar niet, dat hij ooit ergens iets koopt. 32 II| hij heeft er geen enkel, dat niet van een wilde ezel 33 II| kussens; er is geen een, dat niet met purperen of scharlaken 34 II| Is nog niet lang geleden, dat hij met hout op zijn hals 35 II| staat hij zwak. Ik geloof, dat niet ieder haar van zijn 36 II| is, maar, bij Hercules, dat is zijn schuld niet; hij 37 II| fatsoenlijk vak had hij, dat hij 't zo ver gebracht heeft. 38 II| misliepen en hij bang werd, dat de schuldeisers zouden denken, 39 II| schuldeisers zouden denken, dat hij bankroet zou gaan, kondigde 40 II| zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met het maal tevreden 41 II| met het maal tevreden ben, dat jullie op de deksel van 42 II| dan ook niets laten zien, dat ik niet ken, zoals dat laatste 43 II| dat ik niet ken, zoals dat laatste gerecht wel bewezen 44 II| laten leggen, uit vrees, dat ik mijn horoscoop zou bederven. 45 II| altijd enig onheil, hetzij dat er mensen sterven of geboren 46 II| zondering hieven, zwoeren wij, dat Hipparchus en Aratus bij 47 II| waardoor werd aangeduid dat een zeug werd opgediend. 48 II| rust liet. Deze zeide: ,,Dat zou zelfs je slaaf je kunnen 49 II| niet de indruk te maken, dat ik nog nooit bij nette mensen 50 II| Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater heb''. 51 II| en je geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven, 52 II| honingraat. Ik geloof warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet, 53 II| onverdraagzaamheid. Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een 54 II| flink op de been hielp, dat was, dat hij een erfenis 55 II| de been hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, waarbij 56 II| Intussen blijft 't waar, dat hij plezier gehad heeft, 57 II| hoeveel jaren geloven jullie, dat hij achter de rug had? Meer 58 II| iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels 59 II| indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer ' 60 II| van prima kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters 61 II| snuiters eens flink de oren, dat hun angst om 't hart sloeg. 62 II| bij de oude triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste 63 II| spotgoedkoop. Een brood, dat je voor een as gekocht had, 64 II| voor een as gekocht had, dat kon je met je tweeën niet 65 II| liever een as verdient, dan dat hij zich om ons leven bekommert. 66 II| beleven, zo waar geloof ik, dat alles het werk is van de 67 II| geen mens gelooft meer, dat de hemel de hemel is. Niemand 68 II| woonde, dan zou je zeggen, dat hier de gebraden varkens 69 II| bij hem is 't of dit of dat, maar in ieder geval iets 70 II| slachting voor 't publiek, dat 't hele amphitheater 't 71 II| echtgenoten en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die 72 II| wilde dieren gebracht heeft! Dat is net zo goed als jezelf 73 II| Hoe kon nu Glycon geloven, dat het met de spruit van Hermogenes 74 II| boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea ons een maaltijd 75 II| en mijn vrienden. Als hij dat doet, dan ontneemt hij aan 76 II| kunt er zeker van zijn, dat hij hem met volle zeilen 77 II| veel meer dan een lijk, dat de plaats van een ander 78 II| kerel daar aan 't leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst 79 II| luidjes. Wij weten wel, dat u razend geleerd bent. Ik 80 II| zoontje wordt al zo groot, dat hij bij u les kan nemen. 81 II| omgedraaid, en hem verteld, dat de wezel ze opgegeten had. 82 II| titels gekocht, omdat ik wil, dat hij ook wat thuis raakt 83 II| wat thuis raakt in de wet: dat komt de familie te stade. 84 II| me, alles wat je leert, dat leer je voor jezelf. Daar 85 II| en wat je geleerd hebt, dat blijft je eeuwig bij."~ 86 II| geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw zijn plicht 87 II| van hout. Ik geloof niet, dat er een groter kwelling is, 88 II| inhouden. 't Is het enige dat zelfs Jupiter niet kan verbieden. 89 II| kan, en dokters keuren af, dat men zich inhoudt. En zo 90 II| Wij wisten echter niet, dat wij nog lang niet, zoals 91 II| genietingen beklommen hadden, maar dat wij eerst halverwegen waren. 92 II| zes jaar." Ik dacht eerst dat er kunstemakers waren binnen 93 II| waren binnen gekomen en dat de varkentjes, zoals men 94 II| de varkentjes, zoals men dat soms op straat kan zien, 95 II| vermaakt." ,,Zorg er dan voor, dat je de spijzen netjes opdient," 96 II| kopen, maar ieder merk, dat ons nu zo lekker smaakt, 97 II| een van mijn landgoederen, dat ik nog niet ken. Het moet 98 II| doen. Denk vooral niet, dat ik voor de studie mijn neus 99 II| sprak Trimalchio: ,,Als dat werkelijk gebeurd is, dan 100 II| van de kok, en zwoeren, dat zelfs een haan niet zo snel 101 II| scheen te zijn dan het wilde, dat wij kort tevoren gehad hadden. 102 II| tafel kwam staan en zeide dat hij vergeten had de ingewanden 103 II| Vergeten! Je zou denken, dat de kerel alleen maar vergeten 104 II| metaal bezit." Ik verwachtte, dat hij op zijn gewone blufferige 105 II| blufferige manier zeggen zou, dat zijn bekers hem regelrecht 106 II| terug. Toen de glasbewerker dat gedaan had, geloofde hij, 107 II| gedaan had, geloofde hij, dat de Olympus zich voor hem 108 II| kinderen liggen zó natuurlijk, dat je ze voor levend zou houden. 109 II| gezegd hebben, denk ik, dat dergelijke dwaasheden niet 110 II| het landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, 111 II| Trimalchio, ,,wanneer is dat Pompejaanse park voor mij 112 II| is, waar ook, en ik heb dat niet binnen een half jaar 113 II| vernomen, dan wil ik niet, dat het mij in rekening wordt 114 II| tenslotte werd vermeld, dat een rentmeester in staat 115 II| beschuldiging was gesteld, en dat het vonnis was geveld door 116 II| breken, maar uit vrees, dat het diner wel eens een onaangenaam 117 II| onaangenaam einde kon hebben, en dat zij misschien gedwongen 118 II| sterfgeval te betreuren, dat hun zo koud liet als ijs. 119 II| geschiedenis, en was bang dat op deze smeekbeden weer 120 II| zou volgen, want ik was dat gevalletje met de kok nog 121 II| niemand zou kunnen zeggen, dat een zo groot man door een 122 III| Cicero en Publilius?Ik vind dat de eerste meer welsprekend 123 III| meer welsprekend was, en dat de laatste meer levenslessen 124 III| de Rode zee?~ Is 't soms, dat vrouwen met die zeegeschenken 125 III| bed?~ Wat baat smaragd, dat groene kostb're schitterglas,~ 126 IV| de letteren? Ik geloof, dat de dokter en de geldwisselaar 127 IV| stomme vee betreft, vind ik dat de ossen en de schapen het 128 IV| wij aan hun arbeid danken, dat wij brood eten, de schapen 129 IV| schapen omdat zij maken, dat wij met hun wol kunnen pronken. 130 IV| wol kunnen pronken. En is dat niet schandelijk? Een mens 131 IV| spuwen, al zegt men ook, dat zij die honing van Juppiter 132 IV| honing van Juppiter krijgen. Dat zij steken, vindt hierin 133 IV| hierin zijn verklaring, dat bij iets zoets altijd iets 134 IV| vandaag. Zo waar als ik hoop, dat de beschermgodin van deze 135 IV| tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben gemaakt. 136 IV| belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven niemand aanleiding 137 IV| tot zesman benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost. 138 IV| omstandigheden te sterven, dat ik mij na mijn dood niet 139 IV| Maar heb jij het zo druk, dat je geen tijd hebt, om eens 140 IV| mij boven water te houden. Dat is pas ware verdienste, 141 IV| een schaterend gelach uit, dat hij reeds lange tijd had 142 IV| heb je 5% betaald? Wat wil dat galgenaas, dat ravenvlees? 143 IV| Wat wil dat galgenaas, dat ravenvlees? Ik zal er voor 144 IV| Ik zal er voor zorgen, dat je de toorn van Juppiter 145 IV| al schreeuw je zo hard, dat Juppiter het op de Olympus 146 IV| kan horen. Ik zal maken, dat je mooie, lange haren en 147 IV| godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin Athene 't jou betaald 148 IV| inzet. Dan zul je zien, dat je vader het schoolgeld 149 IV| was. Denk je misschien, dat ik bewondering heb voor 150 IV| vragen. Dan zul je zien, dat deze eenvoudige ijzeren 151 IV| omstandigheden doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis 152 IV| zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal met opgeschorte 153 IV| overal rondgluren, past op,dat je de grote mensen niet 154 IV| en jij, Hermeros, spaar dat ventje een beetje. Zijn 155 IV| verzen hielden, zoals zij dat met veel bombarie plegen 156 IV| verduidelijken." Toen Trimalchio dat gezegd had, hieven de Homeristen 157 IV| ik op, want ik was bang, dat door 't plafond een of andere 158 IV| spanning naar het nieuws, dat de hemel hun zou verkondigen. 159 IV| vervaardigde Priapus, die, zoals dat gewoonlijk het geval is, 160 IV| in de mond. In de mening, dat dit gerecht, dat met een 161 IV| mening, dat dit gerecht, dat met een ritueel vocht was 162 IV| ik zelf, omdat ik meende, dat ik Giton's kleedplooi niet 163 IV| Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, de tweede 164 IV| opendoet. Vertel ons eens dat avontuur, dat je beleefd 165 IV| Vertel ons eens dat avontuur, dat je beleefd hebt, als je 166 IV| die geleerde mensen bang, dat ze mij zullen uitlachen. 167 IV| geschiedenis te vertellen, dan dat men er een over mij vertelt." ,, 168 IV| mij vertelt." ,,Toen hij dat had gezegd" (zou Vergilius 169 IV| werd ik (zoals de goden dat soms willen) verliefd op 170 IV| haar wel gekend, Melissa, dat vrouwtje uit Tarentum, een 171 IV| kennen.~ Nu wilde 't toeval, dat mijn meneer naar Capua was 172 IV| hel. Omstreeks de tijd, dat de hanen beginnen te kraaien, 173 IV| mijn vriend keek, zag ik dat hij zich uitkleedde en al 174 IV| wolf. Je moet niet denken, dat ik gekheid verkoop; ik zou 175 IV| Melissa was verwonderd, dat ik zo laat kwam en zei: ,, 176 IV| lans doorboord."~ Toen ik dat hoorde, kon ik geen oog 177 IV| zijn hals. Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was, 178 IV| een weerwolf was, en van dat ogenblik af kon ik geen 179 IV| ik heb er kippevel van (dat kun je gerust geloven), 180 IV| geloven), omdat ik weet, dat Niceros geen leugens vertelt, 181 IV| net zo merkwaardig als dat van de ezel, die op het 182 IV| je zoudt gedacht hebben, dat een haas door een hond werd 183 IV| geloven: er bestaan heksen: dat zijn de vampiers van de 184 IV| blijven gedurende de tijd, dat wij van de maaltijd terug 185 IV| Onderwijl kwam het mij voor, dat er meer lampen brandden 186 IV| lampen brandden dan eerst en dat de aanblik van de gehele 187 IV| waarvan hij later zeide, dat het een Grieks liedje was.~ 188 IV| keek hij naar een slaafje, dat hij Croesus noemde. Het 189 IV| de portier aan herinnerd, dat hij moest gaan liggen, strekte 190 IV| de jongen zich ergerde, dat Trimalchio Scylax zo uitbundig 191 IV| niet de indruk te maken, dat hij boos was over de aangerichte 192 IV| opeten, terwijl hij zeide, dat de kippen geen beentjes 193 IV| geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor binnen was 194 IV| steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de beste grafmonumenten 195 IV| Het was er keurig in orde, dat kan ik je verzekeren. Scissa 196 IV| sestertiën. Maar niettegenstaande dat was het er heel gezellig, 197 IV| werden de helft van hetgeen dat wij dronken over zijn gebeente 198 IV| heb zo'n slecht geheugen, dat ik vaak mijn eigen naam 199 IV| hadden dan eerst een zwijn, dat met worsten was behangen, 200 IV| eigengebakken brood met zemelen, dat ik liever eet dan wittebrood, 201 IV| moest zij zo hevig vomeren, dat haar ingewanden er bijna 202 IV| zo hoog opgetrokken was, dat daaronder een kersrode tunica 203 IV| ogenblik kwam het zover, dat Fortunata haar armbanden 204 IV| haarnetje, waarvan zij zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio 205 IV| juwelen brengen en sprak: ,,Dat zijn nu de kluisters van 206 IV| hals een gouden doosje, dat zij haar talisman noemde. 207 IV| vervolgens strooiden zij zaagsel, dat met saffraan en vermiljoen 208 IV| getroffen; want behalve dat hij nu eens luider, dan 209 IV| besneden en hij snurkt, want dat hij scheel kijkt, vind ik 210 IV| koppelaar, maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt wordt." 211 IV| lachte Trimalchio: ,,Ik zie, dat Habinnas een echte Cappadociër 212 IV| zijn dood kan niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet 213 IV| wonderlijker schotel gemaakt had, dat wij liever van honger hadden 214 IV| mij niet verwonderen, als dat alles van mest of modder 215 IV| vechtersbazen en bemerkten nu, dat uit de buik der kruiken 216 IV| aan je vriendin Menophila, dat ze ook mee mag eten."~ Om 217 IV| mij tenminste nog goed, dat de kok, die de gans uit 218 IV| uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan tafel was, begon 219 IV| met zijn meester wedden, dat de ,,Groenen" bij de aanstaande 220 IV| scherts vergat en bevel gaf, dat men hem zijn testament moest 221 IV| Ik wil in ieder geval, dat je aan de voeten van mijn 222 IV| mijn testament voor zorgen, dat ik na mijn dood niet beledigd 223 IV| om mijn graf te bewaken, dat 't volk 't niet komt bevuilen. 224 IV| komt bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn 225 IV| volk werp; want je weet, dat ik openbare maaltijden gegeven 226 IV| schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden 227 IV| Daar wij zo goed weten, dat wij sterven moeten, waarom 228 IV| nemen; ik durf te wedden, dat 't jullie niet zal spijten. 229 IV| vervaarlijk geblaf ontving, dat Ascyltos van schrik in het 230 IV| vergist je, als je gelooft, dat je het huis daar verlaten 231 IV| te horen; want hij zeide, dat niets prettiger was dan 232 IV| zich heen, te baden, en dat hier vroeger een bakkerij 233 IV| zóver achterover te buigen, dat zij 't uiterste puntje van 234 IV| kunstvoorwerpen zo had geplaatst, dat ik lampen en bronzen figuurtjes 235 IV| het licht wordt." Toen hij dat zeide, kraaide een haan. 236 IV| Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres heeft 237 IV| zijn, ik zal wel zorgen, dat dat prekerige manwijf een 238 IV| ik zal wel zorgen, dat dat prekerige manwijf een toontje 239 IV| zingt. En als ik dan bedenk, dat ik, domme kerel, een erfdochter 240 IV| kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg. Agatho, die 241 IV| Maar enfin, ik zal zorgen, dat je mij nog eens met je eigen 242 IV| Habinnas, ik wil niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument 243 IV| verder om haar te laten zien, dat ik 't haar betaald kan zetten, 244 IV| kan zetten, wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als 245 IV| aangeschaft en twee bekers. Is dat nu niet een jongen om mee 246 IV| Maar Fortunata verbiedt me dat. Denk je er zo over, opgeblazen 247 IV| denken, en niet te maken, dat ik mijn tanden moet laten 248 IV| verstandig, verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen 249 IV| schreeuwlelijkerd? Ik zal wel maken, dat je binnen een minuut niet 250 IV| Men zou gedacht hebben, dat ik 't zelf zo gelast had, 251 IV| millioen. Geloven jullie, dat ik de moed verloor? Neen, 252 IV| ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat ik 253 IV| had. Je zou gezegd hebben, dat hij zijn hele leven met 254 IV| hij voorspelde mij ook, dat ik nog 30 jaar, 4 maanden 255 IV| spoedig een erfenis krijgen. Dat zegt mijn horoscoop. Als 256 IV| dan is er nog veel meer, dat ik u zal laten zien. Geloof 257 IV| Trimalchio: ,,Stichus, pas op, dat daar geen muizen en motten 258 IV| daarmee en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie na mijn dood even 259 IV| Stelt je nu eens voor, dat ge bij mijn lijkplechtigheid 260 IV| marteling voor onze oren - dat de horenblazers in de eetzaal 261 IV| zeide: ,,Neemt nu eens aan, dat ik gestorven ben, en zegt 262 IV| blies zulk een fortissimo, dat hij de hele buurt wekte. 263 IV| omtrek de wacht hielden, dat Trimalchio's huis in brand 264 IV| ontzettend lawaai te maken, zoals dat bij hun werk hoort. Wij