Part

  1 Inl|             geblaseerdheid van mening was, dat niets het hoogste punt van
  2 Inl|                   Dalmatië een manuscript, dat ,,Het gastmaal van Trimalchio''
  3 Inl|              Trimalchio is wel 't hoogste, dat in de wereldliteratuur op '
  4 Inl|              rondtrekkende avonturiers met dat van zakkenrollers en zijn
  5 Inl|                   jongelui aan herinneren, dat het tijd is naar het feest
  6 Inl|                   vrijgelatene Trimalchio, dat, voor zover wij weten, nog
  7   I|                  grond vielen. Toen wij al dat moois bewonderden, kwam
  8   I|                   morsten, zei Trimalchio, dat zij op zijn gezondheid gedronken
  9   I|                    van het atrium dus, wat dat voor schilderijen in het
 10   I|                    t meest frappeerde, was dat aan de deurposten van de
 11   I|             aangegeven.~ Toen wij, door al dat moois verzadigd, de eetzaal
 12   I|               waren wij een ogenblik bang, dat iemand van ons tegen het
 13   I|                    Men zou gemeend hebben, dat men in een theater was tijdens
 14   I|                    men een voorgerecht op, dat er heerlijk uitzag, want
 15   I|                  Er stond dan op een blad, dat voor voorgerechten was bestemd,
 16   I|                  Maar u zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak".
 17   I|                   en ik ben warempel bang, dat zij reeds bebroed zijn!
 18   I|                   riep hij met luide stem, dat wie nog lust had honingwijn
 19   I|               slaaf een zilveren geraamte, dat  kunstig vervaardigd was,
 20   I|                   kunstig vervaardigd was, dat de ledematen en de wervels
 21  II|                applaus volgde een gerecht, dat niet aan onze verwachting
 22  II|                   toch was 't  ongewoon, dat het aller ogen tot zich
 23  II|                     een gerecht geplaatst, dat er bij paste: b.v. op de
 24  II|                  voor te gaan eten, Heren, dat is nu eenmaal 't gebruik
 25  II|                 spijzen op zulk een wijze, dat men hem voor de wagenstrijder
 26  II|                    Deelman!" Ik vermoedde, dat deze voortdurende herhaling
 27  II|             voortdurend op en neer liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio"
 28  II|               klaarlichten dag zou zeggen, dat het nacht was, dan zou hij '
 29  II|                 puissant rijk is hij, maar dat loeder let op alles en is
 30  II|                slaven! Deksels! Ik geloof, dat nog geen tiende deel van
 31  II|                drijven. En denk maar niet, dat hij ooit ergens iets koopt.
 32  II|                   hij heeft er geen enkel, dat niet van een wilde ezel
 33  II|                   kussens; er is geen een, dat niet met purperen of scharlaken
 34  II|                  Is nog niet lang geleden, dat hij met hout op zijn hals
 35  II|                 staat hij zwak. Ik geloof, dat niet ieder haar van zijn
 36  II|                    is, maar, bij Hercules, dat is zijn schuld niet; hij
 37  II|                   fatsoenlijk vak had hij, dat hij 't zo ver gebracht heeft.
 38  II|                misliepen en hij bang werd, dat de schuldeisers zouden denken,
 39  II|                schuldeisers zouden denken, dat hij bankroet zou gaan, kondigde
 40  II|                    zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met het maal tevreden
 41  II|                 met het maal tevreden ben, dat jullie op de deksel van
 42  II|                  dan ook niets laten zien, dat ik niet ken, zoals dat laatste
 43  II|                     dat ik niet ken, zoals dat laatste gerecht wel bewezen
 44  II|                   laten leggen, uit vrees, dat ik mijn horoscoop zou bederven.
 45  II|                 altijd enig onheil, hetzij dat er mensen sterven of geboren
 46  II|             zondering hieven, zwoeren wij, dat Hipparchus en Aratus bij
 47  II|                    waardoor werd aangeduid dat een zeug werd opgediend.
 48  II|                   rust liet. Deze zeide: ,,Dat zou zelfs je slaaf je kunnen
 49  II|                   niet de indruk te maken, dat ik nog nooit bij nette mensen
 50  II|                      Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater heb''.
 51  II|                   en je geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven,
 52  II|            honingraat. Ik geloof warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet,
 53  II|      onverdraagzaamheid. Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een
 54  II|                    flink op de been hielp, dat was, dat hij een erfenis
 55  II|                    de been hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, waarbij
 56  II|                   Intussen blijft 't waar, dat hij plezier gehad heeft,
 57  II|              hoeveel jaren geloven jullie, dat hij achter de rug had? Meer
 58  II|                  iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels
 59  II|                   indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer '
 60  II|                   van prima kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters
 61  II|               snuiters eens flink de oren, dat hun angst om 't hart sloeg.
 62  II|                    bij de oude triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste
 63  II|                   spotgoedkoop. Een brood, dat je voor een as gekocht had,
 64  II|                   voor een as gekocht had, dat kon je met je tweeën niet
 65  II|                liever een as verdient, dan dat hij zich om ons leven bekommert.
 66  II|                beleven, zo waar geloof ik, dat alles het werk is van de
 67  II|                    geen mens gelooft meer, dat de hemel de hemel is. Niemand
 68  II|                 woonde, dan zou je zeggen, dat hier de gebraden varkens
 69  II|                    bij hem is 't of dit of dat, maar in ieder geval iets
 70  II|                 slachting voor 't publiek, dat 't hele amphitheater 't
 71  II|           echtgenoten en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die
 72  II|               wilde dieren gebracht heeft! Dat is net zo goed als jezelf
 73  II|                 Hoe kon nu Glycon geloven, dat het met de spruit van Hermogenes
 74  II|                  boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea ons een maaltijd
 75  II|                  en mijn vrienden. Als hij dat doet, dan ontneemt hij aan
 76  II|                    kunt er zeker van zijn, dat hij hem met volle zeilen
 77  II|                    veel meer dan een lijk, dat de plaats van een ander
 78  II|                kerel daar aan 't leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst
 79  II|                    luidjes. Wij weten wel, dat u razend geleerd bent. Ik
 80  II|                 zoontje wordt al zo groot, dat hij bij u les kan nemen.
 81  II|                omgedraaid, en hem verteld, dat de wezel ze opgegeten had.
 82  II|              titels gekocht, omdat ik wil, dat hij ook wat thuis raakt
 83  II|                 wat thuis raakt in de wet: dat komt de familie te stade.
 84  II|                    me, alles wat je leert, dat leer je voor jezelf. Daar
 85  II|                    en wat je geleerd hebt, dat blijft je eeuwig bij."~
 86  II|                    geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw zijn plicht
 87  II|                  van hout. Ik geloof niet, dat er een groter kwelling is,
 88  II|                  inhouden. 't Is het enige dat zelfs Jupiter niet kan verbieden.
 89  II|                 kan, en dokters keuren af, dat men zich inhoudt. En zo
 90  II|                    Wij wisten echter niet, dat wij nog lang niet, zoals
 91  II|         genietingen beklommen hadden, maar dat wij eerst halverwegen waren.
 92  II|                  zes jaar." Ik dacht eerst dat er kunstemakers waren binnen
 93  II|                    waren binnen gekomen en dat de varkentjes, zoals men
 94  II|                   de varkentjes, zoals men dat soms op straat kan zien,
 95  II|             vermaakt." ,,Zorg er dan voor, dat je de spijzen netjes opdient,"
 96  II|                    kopen, maar ieder merk, dat ons nu zo lekker smaakt,
 97  II|                 een van mijn landgoederen, dat ik nog niet ken. Het moet
 98  II|                    doen. Denk vooral niet, dat ik voor de studie mijn neus
 99  II|                    sprak Trimalchio: ,,Als dat werkelijk gebeurd is, dan
100  II|                    van de kok, en zwoeren, dat zelfs een haan niet zo snel
101  II|              scheen te zijn dan het wilde, dat wij kort tevoren gehad hadden.
102  II|                  tafel kwam staan en zeide dat hij vergeten had de ingewanden
103  II|                   Vergeten! Je zou denken, dat de kerel alleen maar vergeten
104  II|              metaal bezit." Ik verwachtte, dat hij op zijn gewone blufferige
105  II|              blufferige manier zeggen zou, dat zijn bekers hem regelrecht
106  II|                terug. Toen de glasbewerker dat gedaan had, geloofde hij,
107  II|                  gedaan had, geloofde hij, dat de Olympus zich voor hem
108  II|             kinderen liggen  natuurlijk, dat je ze voor levend zou houden.
109  II|                    gezegd hebben, denk ik, dat dergelijke dwaasheden niet
110  II|                    het landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort,
111  II|                   Trimalchio, ,,wanneer is dat Pompejaanse park voor mij
112  II|                    is, waar ook, en ik heb dat niet binnen een half jaar
113  II|                 vernomen, dan wil ik niet, dat het mij in rekening wordt
114  II|                    tenslotte werd vermeld, dat een rentmeester in staat
115  II|              beschuldiging was gesteld, en dat het vonnis was geveld door
116  II|                    breken, maar uit vrees, dat het diner wel eens een onaangenaam
117  II|           onaangenaam einde kon hebben, en dat zij misschien gedwongen
118  II|                   sterfgeval te betreuren, dat hun zo koud liet als ijs.
119  II|                  geschiedenis, en was bang dat op deze smeekbeden weer
120  II|                    zou volgen, want ik was dat gevalletje met de kok nog
121  II|                 niemand zou kunnen zeggen, dat een zo groot man door een
122 III|                Cicero en Publilius?Ik vind dat de eerste meer welsprekend
123 III|                   meer welsprekend was, en dat de laatste meer levenslessen
124 III|                  de Rode zee?~ Is 't soms, dat vrouwen met die zeegeschenken
125 III|                    bed?~ Wat baat smaragd, dat groene kostb're schitterglas,~
126  IV|                    de letteren? Ik geloof, dat de dokter en de geldwisselaar
127  IV|                stomme vee betreft, vind ik dat de ossen en de schapen het
128  IV|                 wij aan hun arbeid danken, dat wij brood eten, de schapen
129  IV|                   schapen omdat zij maken, dat wij met hun wol kunnen pronken.
130  IV|                  wol kunnen pronken. En is dat niet schandelijk? Een mens
131  IV|                   spuwen, al zegt men ook, dat zij die honing van Juppiter
132  IV|               honing van Juppiter krijgen. Dat zij steken, vindt hierin
133  IV|                    hierin zijn verklaring, dat bij iets zoets altijd iets
134  IV|              vandaag. Zo waar als ik hoop, dat de beschermgodin van deze
135  IV|               tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben gemaakt.
136  IV|        belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven niemand aanleiding
137  IV|                 tot zesman benoemd, zonder dat het mij een cent heeft gekost.
138  IV|                 omstandigheden te sterven, dat ik mij na mijn dood niet
139  IV|                  Maar heb jij het zo druk, dat je geen tijd hebt, om eens
140  IV|                 mij boven water te houden. Dat is pas ware verdienste,
141  IV|                 een schaterend gelach uit, dat hij reeds lange tijd had
142  IV|                 heb je 5% betaald? Wat wil dat galgenaas, dat ravenvlees?
143  IV|                     Wat wil dat galgenaas, dat ravenvlees? Ik zal er voor
144  IV|                     Ik zal er voor zorgen, dat je de toorn van Juppiter
145  IV|                    al schreeuw je zo hard, dat Juppiter het op de Olympus
146  IV|                   kan horen. Ik zal maken, dat je mooie, lange haren en
147  IV|                  godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin Athene 't jou betaald
148  IV|                    inzet. Dan zul je zien, dat je vader het schoolgeld
149  IV|                    was. Denk je misschien, dat ik bewondering heb voor
150  IV|                   vragen. Dan zul je zien, dat deze eenvoudige ijzeren
151  IV|                   omstandigheden doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis
152  IV|                 zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal met opgeschorte
153  IV|                 overal rondgluren, past op,dat je de grote mensen niet
154  IV|                    en jij, Hermeros, spaar dat ventje een beetje. Zijn
155  IV|                  verzen hielden, zoals zij dat met veel bombarie plegen
156  IV|           verduidelijken." Toen Trimalchio dat gezegd had, hieven de Homeristen
157  IV|                   ik op, want ik was bang, dat door 't plafond een of andere
158  IV|                  spanning naar het nieuws, dat de hemel hun zou verkondigen.
159  IV|           vervaardigde Priapus, die, zoals dat gewoonlijk het geval is,
160  IV|                  in de mond. In de mening, dat dit gerecht, dat met een
161  IV|                   mening, dat dit gerecht, dat met een ritueel vocht was
162  IV|                  ik zelf, omdat ik meende, dat ik Giton's kleedplooi niet
163  IV|                   Trimalchio vertelde ons, dat de een Profijtman, de tweede
164  IV|                  opendoet. Vertel ons eens dat avontuur, dat je beleefd
165  IV|              Vertel ons eens dat avontuur, dat je beleefd hebt, als je
166  IV|                  die geleerde mensen bang, dat ze mij zullen uitlachen.
167  IV|             geschiedenis te vertellen, dan dat men er een over mij vertelt." ,,
168  IV|                   mij vertelt." ,,Toen hij dat had gezegd" (zou Vergilius
169  IV|                    werd ik (zoals de goden dat soms willen) verliefd op
170  IV|                  haar wel gekend, Melissa, dat vrouwtje uit Tarentum, een
171  IV|               kennen.~ Nu wilde 't toeval, dat mijn meneer naar Capua was
172  IV|                    hel. Omstreeks de tijd, dat de hanen beginnen te kraaien,
173  IV|                   mijn vriend keek, zag ik dat hij zich uitkleedde en al
174  IV|                 wolf. Je moet niet denken, dat ik gekheid verkoop; ik zou
175  IV|                    Melissa was verwonderd, dat ik zo laat kwam en zei: ,,
176  IV|                  lans doorboord."~ Toen ik dat hoorde, kon ik geen oog
177  IV|                zijn hals. Toen begreep ik, dat de man een weerwolf was,
178  IV|                   een weerwolf was, en van dat ogenblik af kon ik geen
179  IV|                    ik heb er kippevel van (dat kun je gerust geloven),
180  IV|                   geloven), omdat ik weet, dat Niceros geen leugens vertelt,
181  IV|                     net zo merkwaardig als dat van de ezel, die op het
182  IV|                   je zoudt gedacht hebben, dat een haas door een hond werd
183  IV|                geloven: er bestaan heksen: dat zijn de vampiers van de
184  IV|                 blijven gedurende de tijd, dat wij van de maaltijd terug
185  IV|               Onderwijl kwam het mij voor, dat er meer lampen brandden
186  IV|               lampen brandden dan eerst en dat de aanblik van de gehele
187  IV|                   waarvan hij later zeide, dat het een Grieks liedje was.~
188  IV|                 keek hij naar een slaafje, dat hij Croesus noemde. Het
189  IV|                  de portier aan herinnerd, dat hij moest gaan liggen, strekte
190  IV|                    de jongen zich ergerde, dat Trimalchio Scylax zo uitbundig
191  IV|                   niet de indruk te maken, dat hij boos was over de aangerichte
192  IV|                 opeten, terwijl hij zeide, dat de kippen geen beentjes
193  IV|                    geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor binnen was
194  IV| steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de beste grafmonumenten
195  IV|                 Het was er keurig in orde, dat kan ik je verzekeren. Scissa
196  IV|          sestertiën. Maar niettegenstaande dat was het er heel gezellig,
197  IV|                werden de helft van hetgeen dat wij dronken over zijn gebeente
198  IV|                  heb zo'n slecht geheugen, dat ik vaak mijn eigen naam
199  IV|                hadden dan eerst een zwijn, dat met worsten was behangen,
200  IV|           eigengebakken brood met zemelen, dat ik liever eet dan wittebrood,
201  IV|                moest zij zo hevig vomeren, dat haar ingewanden er bijna
202  IV|                   zo hoog opgetrokken was, dat daaronder een kersrode tunica
203  IV|                   ogenblik kwam het zover, dat Fortunata haar armbanden
204  IV|              haarnetje, waarvan zij zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio
205  IV|                juwelen brengen en sprak: ,,Dat zijn nu de kluisters van
206  IV|                    hals een gouden doosje, dat zij haar talisman noemde.
207  IV|          vervolgens strooiden zij zaagsel, dat met saffraan en vermiljoen
208  IV|                    getroffen; want behalve dat hij nu eens luider, dan
209  IV|               besneden en hij snurkt, want dat hij scheel kijkt, vind ik
210  IV|             koppelaar, maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt wordt."
211  IV|               lachte Trimalchio: ,,Ik zie, dat Habinnas een echte Cappadociër
212  IV|                  zijn dood kan niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet
213  IV|          wonderlijker schotel gemaakt had, dat wij liever van honger hadden
214  IV|                  mij niet verwonderen, als dat alles van mest of modder
215  IV|             vechtersbazen en bemerkten nu, dat uit de buik der kruiken
216  IV|                 aan je vriendin Menophila, dat ze ook mee mag eten."~ Om
217  IV|                    mij tenminste nog goed, dat de kok, die de gans uit
218  IV|                  uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan tafel was, begon
219  IV|                   met zijn meester wedden, dat de ,,Groenen" bij de aanstaande
220  IV|               scherts vergat en bevel gaf, dat men hem zijn testament moest
221  IV|                     Ik wil in ieder geval, dat je aan de voeten van mijn
222  IV|                mijn testament voor zorgen, dat ik na mijn dood niet beledigd
223  IV|                   om mijn graf te bewaken, dat 't volk 't niet komt bevuilen.
224  IV|                 komt bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn
225  IV|                   volk werp; want je weet, dat ik openbare maaltijden gegeven
226  IV|                   schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden
227  IV|                    Daar wij zo goed weten, dat wij sterven moeten, waarom
228  IV|                  nemen; ik durf te wedden, dat 't jullie niet zal spijten.
229  IV|                vervaarlijk geblaf ontving, dat Ascyltos van schrik in het
230  IV|                vergist je, als je gelooft, dat je het huis daar verlaten
231  IV|                  te horen; want hij zeide, dat niets prettiger was dan
232  IV|                    zich heen, te baden, en dat hier vroeger een bakkerij
233  IV|                zóver achterover te buigen, dat zij 't uiterste puntje van
234  IV|          kunstvoorwerpen zo had geplaatst, dat ik lampen en bronzen figuurtjes
235  IV|                 het licht wordt." Toen hij dat zeide, kraaide een haan.
236  IV|                 Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres heeft
237  IV|                   zijn, ik zal wel zorgen, dat dat prekerige manwijf een
238  IV|                     ik zal wel zorgen, dat dat prekerige manwijf een toontje
239  IV|               zingt. En als ik dan bedenk, dat ik, domme kerel, een erfdochter
240  IV|                   kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg. Agatho, die
241  IV|                 Maar enfin, ik zal zorgen, dat je mij nog eens met je eigen
242  IV|                     Habinnas, ik wil niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument
243  IV|              verder om haar te laten zien, dat ik 't haar betaald kan zetten,
244  IV|                   kan zetten, wil ik niet, dat ze mij een kus geeft, als
245  IV|             aangeschaft en twee bekers. Is dat nu niet een jongen om mee
246  IV|                 Maar Fortunata verbiedt me dat. Denk je er zo over, opgeblazen
247  IV|                  denken, en niet te maken, dat ik mijn tanden moet laten
248  IV|           verstandig, verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen
249  IV|       schreeuwlelijkerd? Ik zal wel maken, dat je binnen een minuut niet
250  IV|                    Men zou gedacht hebben, dat ik 't zelf zo gelast had,
251  IV|                  millioen. Geloven jullie, dat ik de moed verloor? Neen,
252  IV|                   ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat ik
253  IV|                 had. Je zou gezegd hebben, dat hij zijn hele leven met
254  IV|                    hij voorspelde mij ook, dat ik nog 30 jaar, 4 maanden
255  IV|               spoedig een erfenis krijgen. Dat zegt mijn horoscoop. Als
256  IV|                   dan is er nog veel meer, dat ik u zal laten zien. Geloof
257  IV|             Trimalchio: ,,Stichus, pas op, dat daar geen muizen en motten
258  IV|               daarmee en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie na mijn dood even
259  IV|                     Stelt je nu eens voor, dat ge bij mijn lijkplechtigheid
260  IV|                 marteling voor onze oren - dat de horenblazers in de eetzaal
261  IV|                zeide: ,,Neemt nu eens aan, dat ik gestorven ben, en zegt
262  IV|                 blies zulk een fortissimo, dat hij de hele buurt wekte.
263  IV|                   omtrek de wacht hielden, dat Trimalchio's huis in brand
264  IV|          ontzettend lawaai te maken, zoals dat bij hun werk hoort. Wij
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License