Part

1  II|       laten zien, dat ik niet ken, zoals dat laatste gerecht
2  II|  geval iets buitengewoons. Ik ken hem heel goed; hij houdt
3  II|       in het hele lichaam. Ik ken een boel mensen, die op
4  II| landgoederen, dat ik nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen
5  IV|     onder handen nemen; òf ik ken mezelf niet òf je zult me
6  IV|    niets heeft uitgegeven, al ken je dan ook rhetorica. Zie
7  IV|  Fortunata niet aan tafel?" ,,Ken je haar  slecht?" zei
8  IV|      Scintilla. Geloof me, ik ken de vrouwen ook. Zo waar
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License