Part

1  II|  gehad! 't Bad heeft mij niet warm gemaakt. Maar een warme
2  II| kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk aantrekt. Ik
3  II|     het laatste liep hij gauw warm. Waarachtig, hij zou geen
4  II|  reinste peper. De grond werd warm onder zijn voetstappen.
5  II|      En hij kreeg het er niet warm van, en hij spuwde niet
6  IV|     vroeg dadelijk om wijn en warm water. Trimalchio, die pleizier
7  IV|   niet zal spijten. Het is zo warm als een oven." ,,Juist,"
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License