Part

  1 Inl| onvergetelijke figuur van Petronius, die geruime tijd opperceremoniemeester
  2 Inl|              machtige Tigellinus op, die hem van vriendschap voor
  3 Inl|             van Petronius nagelaten, die ik de lezer niet mag onthouden:~ ,,
  4 Inl|         beschouwd, zoals de meesten, die hun vermogen verbrassen,
  5 Inl|        verbrassen, maar als een man, die van alle denkbare genietingen
  6 Inl|             schrijver van een roman, die oorspronkelijk ongeveer
  7 Inl|        eerste uitgave van Petronius, die wij kennen, verscheen in
  8 Inl|       uitgave van Petronius drukken, die met nieuwe fragmenten vermeerderd
  9 Inl|               een vrijgelaten slaaf, die door speculatie grote rijkdom
 10 Inl|           gehele geschiedenis, zoals die in de ons bewaarde delen
 11 Inl|             af rondom drie jongelui, die ieder een gelatinizeerde
 12 Inl|           wiens naam betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'',
 13   I|             Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes inzit; hij heeft
 14   I|             staan en een trompetter, die de opdracht heeft na afloop
 15   I|            aan, en verzochten Giton, die deze slavendienst graag
 16   I|            in een rode tunica zagen, die te midden van jonge langharige
 17   I|           zij de moeite waard waren, die onze belangstelling trokken
 18   I|             de heer des huizes zelf, die op pantoffels lopend met
 19   I|             de grond, dan raapte hij die niet meer op, maar een slaaf
 20   I|         andere telde de ballen, niet die, welke bij het kaatsen tussen
 21   I|            heen en weer vlogen, maar die, welke op de grond vielen.
 22   I|            koude douche. Trimalchio, die met welriekend water overgoten
 23   I|             opschrift: ,,Elke slaaf, die zonder toestemming van zijn
 24   I|      kersrode gordel om zijn middel, die erwten dopte in een zilveren
 25   I|           kooi met een bonte ekster, die de binnentredenden begroette.
 26   I|            en de drie Schikgodinnen, die bezig waren gouden draden
 27   I|            op een aantal hardlopers, die zich met hun ,,trainer''
 28   I|              bijlen waren bevestigd, die aan 't uiteinde iets als
 29   I|           een dubbele lamp voorzien, die aan de zoldering hing en
 30   I|              ontklede slaaf te voet, die ons smeekte hem van zijn
 31   I|            de rentmeester ontstolen, die nauwelijks tien sestertiën
 32   I|           verzochten de rentmeester, die in het atrium goudstukken
 33   I|           wel de onoplettendheid van die schurk van een slaaf. Hij
 34   I|            verloor mijn tafelkleren, die een van mijn cliënten mij
 35   I|            dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen hebt. De
 36   I|              brons, met een knapzak, die aan de ene kant lichtgroene,
 37   I|          voorschijn en om zijn hals, die geheel door de mantel was
 38   I|        volgende vinger een kleinere, die mij geheel van goud scheen,
 39   I|          armband en een ivoren ring, die door een plaatje van blinkend
 40   I|           waarin een houten kip zat, die hare vleugels uitbreidde,
 41   I|             voorschijn en verdeelden die onder de gasten. Trimalchio
 42   I|              ons kreeg nu een lepel, die niet minder dan een half
 43   I|          maakten wij de eieren open, die uit dik meel waren toebereid.
 44   I|           opraapte, liet Trimalchio, die dit bemerkte, de knaap een
 45   I|      Dadelijk daarna kwam een slaaf, die voor 't huisraad moest zorgen,
 46   I|       langharige negerslaven binnen, die kleine zakken droegen, zoals
 47   I|         kleine zakken droegen, zoals die, waarmee men in het amphitheater
 48   I|          laten neerzetten. Zo zullen die stinkende slaven ' t ons
 49  II|          ieder daarvan had de slaaf, die de spijzen op de schotels
 50  II|             baarmoeder van een zeug, die nog niet geworpen heeft,
 51  II|            met veren versierde haas, die Pegasus moest voorstellen.
 52  II|             over de vissen stroomde, die als in een vijver zwommen.
 53  II|   wagenstrijder zou gehouden hebben, die onder de begeleiding van
 54  II|        bijgewoond en zeide: ,,Zie je die slaaf, die de spijzen aan
 55  II|           zeide: ,,Zie je die slaaf, die de spijzen aan het verdelen
 56  II|         spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak als
 57  II|           begin af aan en vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend
 58  II|             vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend op en neer
 59  II|            is een echte sofa-ekster: die zij graag mag, daar houdt
 60  II|            aan wie ze 't land heeft, die mag ze niet lijden. Haar
 61  II|            hij is in staat ieder van die mooipraters in een muizenhol
 62  II|             Om kort te gaan, de wol, die zijn schapen hem verschaffen,
 63  II|             ezel afstamt. Ziet ge al die kussens; er is geen een,
 64  II|              zijn medevrijgelatenen. Die zitten er ook warmpjes in.
 65  II|              ook warmpjes in. Zie je die man, die daar als de laatste
 66  II|         warmpjes in. Zie je die man, die daar als de laatste op de
 67  II|          zijn kap had beroofd, heeft die hem een schat getoond. Ik
 68  II|           zelf een huis gekocht." En die daar, die op de plaats van
 69  II|          huis gekocht." En die daar, die op de plaats van de vrijgelatene
 70  II|     vrijgelatene ligt, hoeveel heeft die wel niet gehad! Ik verwijt '
 71  II|            kerel van de wereld; maar die vervloekte vrijgelatenen
 72  II|              weggedragen; de gasten, die in een vrolijke stemming
 73  II|             gebeente ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt
 74  II|        worden dan de mensen geboren, die achteruit trappen, ossenherders
 75  II|              ossenherders en lieden, die voor hun eigen onderhoud
 76  II|              de testikels en mensen, die van twee wallen eten. Onder
 77  II|            in parfumerieën en allen, die wat afwegen. Onder de Schorpioen
 78  II|              Schutter scheelkijkers, die naar de groente kijken en '
 79  II|         onder de Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen
 80  II|            of geboren worden. Wat nu die graszode in het midden aangaat
 81  II|             in het midden aangaat en die honingraat daar boven op,
 82  II|            ten slotte slaven kwamen, die op de rustbanken kleden
 83  II|     varkentjes van koekdeeg gemaakt, die als 't ware de borsten drukten,
 84  II|            van de ever niet Deelman, die de vogels had gesneden,
 85  II|           kerel met een lange baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven
 86  II|              slaven naar de mandjes, die aan de slagtanden hingen,
 87  II|                Ondertussen dacht ik, die een rustig plaatsje aan
 88  II|           waagde ik 't mijn buurman, die mij reeds over allerlei
 89  II|      ingelicht, de vraag te stellen, die mij geen rust liet. Deze
 90  II|         wijnloof en klimop bekransd, die nu eens de luidruchtige
 91  II|     woordspeling en kusten de knaap, die bij alle gasten rondging.
 92  II|         brengen. Dama was de eerste, die, toen hij om een grotere
 93  II|         drank is als een kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk
 94  II|          wolkammer, 't heeft tanden, die aan ons lichaam knagen.
 95  II|            ik was op een begrafenis. Die aardige kerel, die goede
 96  II|       begrafenis. Die aardige kerel, die goede Chrysanthus, heeft
 97  II|              nog minder dan vliegen. Die hebben nog wat kracht in
 98  II|          gesteld); alleen zijn vrouw die treurde niet erg om hem.
 99  II|      vermaakt was. En tenslotte liet die stommeling, omdat hij kwaad
100  II|        onbekende snuiter na. Iemand, die zijn eigen familie voorbijziet,
101  II|           eigen familie voorbijziet, die geeft om niets. Maar hij
102  II|          alsof het orakels waren, en die hebben hem verkeerde raad
103  II|           raad gegeven. Maar iemand, die te snel vertrouwt, zal '
104  II|           hij leefde. Wie het krijgt die geniet er van, niet degeen
105  II|        Jullie praat daar over dingen die geen mens ter wereld interesseren,
106  II|           over de hoge korenprijzen, die ons knijpen. Ik heb vandaag,
107  II|         machtig worden. En wat houdt die droogte lang aan! 't Is
108  II|             jaar lang honger lijden. Die aedilen kunnen voor mijn
109  II|           feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels hadden, die
110  II|             die reuzenkerels hadden, die ik hier vond, toen ik indertijd
111  II|        kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters eens flink de oren,
112  II|              herinner mij nog altijd die aediel Safinius; hij woonde
113  II|              voor zijn vrienden; met die man kon je gerust in 't
114  II|            hebben we ook een aediel, die geen drie vijgen waard is
115  II|            dan weer zo, zei de boer, die zijn bonte varken verloren
116  II|             t is niet de enige stad, die 't moeilijk heeft. We moeten '
117  II|  boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten
118  II|              rentmeester van Glycon, die betrapt werd, toen hij zijn
119  II|             en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die geen
120  II|            dat die Glycon een kerel, die geen dubbeltje waard is,
121  II|             slaaf voor kwaad gedaan, die gedwongen wordt. Dan verdiende
122  II|       gedwongen wordt. Dan verdiende die oude waterpot eerder om
123  II|              te worden genomen. Maar die z'n ezel niet kan slaan,
124  II|           vaart. Trouwens, wat heeft die Norbanus nu eigenlijk voor
125  II|             Hij gaf ons gladiatoren, die geen sestertius waard waren,
126  II|            zien vechten. De ruiters, die Norbanus liet doden, waren
127  II|           groter, dan de figuurtjes, die je soms op lampen ziet afgebeeld;
128  II|            een horrelvoet, de derde, die de plaats innam van de man,
129  II|             plaats innam van de man, die in het eerste tweegevecht
130  II|            wat pit, een Thraciër; en die vocht nog volgens een van
131  II|             of u zeggen wilt: Wat is die vervelende kerel daar aan '
132  II|          leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst van spreken zo
133  II|            ons, en daarom lacht u om die verhalen van ons, eenvoudige
134  II|    leermeester een pedante kerel is, die geen voet bij stuk houdt,
135  II|         bijzonder knap, maar iemand, die zich veel moeite geeft,
136  II|            voor mijn zoontje ook van die boeken met rode titels gekocht,
137  II|              nog zaakwaarnemer; want die kennis kan niemand hem afnemen,
138  II|          voor jezelf. Daar heb je nu die zaakwaarnemer Phileros;
139  II|          zaakwaarnemer Phileros; als die niets geleerd had, dan had
140  II|              Ik ken een boel mensen, die op die manier gestorven
141  II|              een boel mensen, die op die manier gestorven zijn, omdat
142  II|               zoo vertelde de slaaf, die de namen der spijzen moest
143  II|            door de vraag: ,,Welk van die varkens willen jullie onmiddellijk
144  II|      afdeling loopjongens."~ De kok, die op deze wijze aan de macht
145  II|              werken van Hercules, en die geschiedenis van Ulysses,
146  II|             Toen ik jong was, las ik die dingen in Homerus. En ik
147  II|           lang, of uit de openingen, die door de druk van 't gewicht
148  II|       Trimalchio: ,,Ik ben de enige, die echt Corinthisch metaal
149  II|           was echter een kunstenaar, die een glazen beker maakte,
150  II|             een glazen beker maakte, die onbreekbaar was. Men liet
151  II|                 Is er nog een ander, die zulk glas kan maken, denk
152  II|             nog duizend drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon
153  II|        verzoek de straf en de slaaf, die vergiffenis gekregen had,
154  II|           zeer, en vooral Agamemnon, die wel wist, hoe men weer een
155  II|            komst van een secretaris, die met luider stem voorlas,
156  II|              park brand uitgebroken, die ontstond in de woning van
157  II|             namen van de opzichters, die van een vrijgelatene, die
158  II|            die van een vrijgelatene, die door een nachtwacht verstoten
159  II|         kamer van een badmeester, en die van een opzichter van het
160  II|            opzichter van het atrium, die naar Baiae was verbannen;
161  II|             Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes bewonderde. ,,
162  II|          gasten niet minder, niet om die pummel van een gastheer,
163  II|             pummel van een gastheer, die zij gaarne zijn nek hadden
164  II|                Wat de knaap betreft, die van de ladder gevallen was,
165  II|            de kok nog niet vergeten, die verzuimd had de ingewanden
166  II|              slaaf begon te geselen, die de gekneusde arm van zijn
167 III|             d'uitheemse ooievaar, -~ Die, vleugelklappend, op zijn
168 III|              zijn tere poten loopt,~ Die 's winters wegtrekt, en
169 III|              t soms, dat vrouwen met die zeegeschenken aan haar hals~
170  IV|             al zegt men ook, dat zij die honing van Juppiter krijgen.
171  IV|              van geschenken voorlas, die de gasten mee naar huis
172  IV|             en een letter": een muis die aan een kikker was gebonden
173  IV|       woedend; het was juist degene, die een plaats boven mij aan
174  IV|           gemaakt. Zo'n rotte appel, die anderen durft uit te lachen!
175  IV|            jezelf. Jij bent de enige die ons belachelijk vindt. Daar
176  IV|             Er waren mensen in huis, die mij nu en dan beentje wilden
177  IV|              woorden barstte Giton , die achter ons stond, zeer ongepast
178  IV|          Juppiter eens voelt, jij en die man, die je niet onder de
179  IV|          eens voelt, jij en die man, die je niet onder de duim houdt.~
180  IV|          allemaal veel plezier, maar die lui, die je niet onder de
181  IV|          veel plezier, maar die lui, die je niet onder de duim houden,
182  IV|           lange haren en je meester, die geen 2 duiten waard is,
183  IV|       betaald zet en ook je meester, die je 't eerst heeft leren
184  IV|              tobt je af als een muis die in een pot gevallen is.
185  IV|        hinderen, je meerdere zeg ik, die zich net zoveel van je aantrekt,
186  IV|              ik bewondering heb voor die bukshouten ringen, die je
187  IV|          voor die bukshouten ringen, die je van je meisje gestolen
188  IV|              zal. Een mooie meneer , die je zo'n opvoeding geeft; '
189  IV|          Grieken en Trojanen binnen, die met de lansen tegen hun
190  IV|               Diomedes en Ganymedes; die hadden een zuster Helena.
191  IV|           kop. Daarachter liep Ajax, die met getrokken zwaard, als
192  IV|               Ook de overige gasten, die niet minder verwonderd waren
193  IV|             ontzaglijk grote hoepel, die ongetwijfeld van een geweldig
194  IV|         bakker vervaardigde Priapus, die, zoals dat gewoonlijk het
195  IV|         amuseren, al ben ik ook voor die geleerde mensen bang, dat
196  IV|         gebruik, en haalde een gast, die wij hadden, over, mij tot
197  IV|              op te rapen, maar ziet, die waren versteend. Als ooit
198  IV|               mijn ogen staarden als die van een dode, ik kon maar
199  IV|     merkwaardig als dat van de ezel, die op het dak geklommen was.
200  IV|            een parel van een jongen, die volmaakt was in alle mogelijke
201  IV|          nagejaagd. Nu hadden wij in die dagen een Cappadociër, een
202  IV|             een lange, sterke slaaf, die de dapperheid zelf was.
203  IV|           stier wel kunnen optillen. Die kerel trok dapper zijn zwaard
204  IV|             alles ondersteboven. Wat die lange slungel betreft, die
205  IV|           die lange slungel betreft, die kreeg nooit meer zijn gezonde
206  IV|             zong liedjes. Helaas, al die genoegelijke dingen behoren
207  IV|          ooit mijn evenknie, behalve die Apelles alleen?" Toen bracht
208  IV|              ogen , en vuile tanden, die een zwart, ongemanierd dik
209  IV|            een kandelaar omgeworpen, die op de tafel viel, alle kristallen
210  IV|             en aan ieder der slaven, die voor de voeten der gasten
211  IV|         ganzeneieren ,,au capuchon", die Trimalchio ons met alle
212  IV|           een in 't wit geklede man, die zeker van een partijtje
213  IV|              steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de
214  IV|              warm water. Trimalchio, die pleizier had in zijn vrolijkheid,
215  IV|             overleden slaaf gegeven, die zij, toen hij gestorven
216  IV|            uitstekende Spaanse wijn, die op warme honing was gegoten.
217  IV|            haar handen aan een doek, die aan haar hals hing, af en
218  IV|            lag, en terwijl zij deze, die van plezier in de handen
219  IV|             ze aan Scintilla toonde, die een en al bewondering was.
220  IV|           een armband van tien pond, die uit evenveel goud vervaardigd
221  IV|       oorbelletjes tevoorschijn, gaf die op haar beurt aan Fortunata
222  IV|              over 't been gehaald om die glazen bonen voor je te
223  IV|      Ondertussen lachten de vrouwen, die aangeschoten waren, tegen
224  IV|             een Alexandrijnse knaap, die een warme drank inschonk,
225  IV|           ander amusement. De slaaf, die aan Habinnas' voeten zat,
226  IV|            bakker, kortom een slaaf, die van alle markten thuis is.
227  IV|           heeft twee fouten; had hij die niet, dan was hij volmaakt:
228  IV|          lang niet al de kunsten van die deugniet van een slaaf verteld, '
229  IV|           kwamen twee slaven binnen, die bij de fontein aan het krakelen
230  IV|       oesters en kammosselen vielen, die een knaap verzamelde en
231  IV|      tenminste nog goed, dat de kok, die de gans uit varkensvlees
232  IV|             lucht van pekel en saus, die hij uitwasemde. Niet tevreden
233  IV|           monument schepen uithouwt, die met volle zeilen varen,
234  IV|           zonneuurwerk, opdat ieder, die de tijd moet weten, vanzelf
235  IV|             op en volgde Trimalchio, die van plezier in zijn handen
236  IV|         waterbassin viel. En ook ik, die al voor de geschilderde
237  IV|        werden gered door de portier, die door zijn russenkomst de
238  IV|           ongelukkige stakkers doen, die in een nieuw soort doolhof
239  IV|          kleren uitgetrokken hadden, die Giton bij de ingang begon
240  IV|           zoals de mensen vertelden, die zijn gezang konden verstaan.
241  IV|       amuseerden, in de badkamer af, die men voor Trimalchio met
242  IV|          vissers en tafels opmerkte, die geheel van zilver waren
243  IV|              van aardewerk, en wijn, die voor onze ogen door een
244  IV|       bluffen, een degelijke jongen, die ieder kruimeltje bewaart.
245  IV|          beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet hier brengt,
246  IV|          laten koken. De knappe kok, die kort te voren uit varkensvlees
247  IV|      Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres heeft zeker
248  IV|            dat ik niet lieg. Agatho, die de dame naast ons parfumerieën
249  IV|                Maar ik, goeie lobbes die ik ben, wilde niet wispelturig
250  IV|               was ik niet groter dan die candelaber daar. Kort gezegd,
251  IV|              nam een lading wijn in (die was toen goud waard) en
252  IV|         kocht ik alle landerijen op, die het eigendom van mijn vroegere
253  IV|         haalde een sterrenwichelaar, die juist in ons stadje was
254  IV|             in de handel te blijven. Die man vertelde mij allerlei
255  IV|        vertelde mij allerlei dingen, die ik mij zelf niet meer herinnerde;
256  IV|              mezelf, het boudoir van die slang daar, een goede kamer
257  IV|              zalf en een proefje uit die kruik met wijn, waarmee
258  IV|             en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie na mijn dood even goed
259  IV|     onuitstaanbaar, toen Trimalchio, die stomdronken was, bevel gaf -
260  IV|            één van hen, de slaaf van die begrafenis-ondernemer, die
261  IV|           die begrafenis-ondernemer, die in dit gezelschap tot de
262  IV|        geloofden de brandweermannen, die in de omtrek de wacht hielden,
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License