IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] dicht 1 dichter 1 dichters 1 die 262 dieet 1 dienaar 1 dienaren 1 | Frequency [« »] 317 hij 266 het 264 dat 262 die 251 in 240 zijn 235 te | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances die |
Part
1 Inl| onvergetelijke figuur van Petronius, die geruime tijd opperceremoniemeester 2 Inl| machtige Tigellinus op, die hem van vriendschap voor 3 Inl| van Petronius nagelaten, die ik de lezer niet mag onthouden:~ ,, 4 Inl| beschouwd, zoals de meesten, die hun vermogen verbrassen, 5 Inl| verbrassen, maar als een man, die van alle denkbare genietingen 6 Inl| schrijver van een roman, die oorspronkelijk ongeveer 7 Inl| eerste uitgave van Petronius, die wij kennen, verscheen in 8 Inl| uitgave van Petronius drukken, die met nieuwe fragmenten vermeerderd 9 Inl| een vrijgelaten slaaf, die door speculatie grote rijkdom 10 Inl| gehele geschiedenis, zoals die in de ons bewaarde delen 11 Inl| af rondom drie jongelui, die ieder een gelatinizeerde 12 Inl| wiens naam betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'', 13 I| Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes inzit; hij heeft 14 I| staan en een trompetter, die de opdracht heeft na afloop 15 I| aan, en verzochten Giton, die deze slavendienst graag 16 I| in een rode tunica zagen, die te midden van jonge langharige 17 I| zij de moeite waard waren, die onze belangstelling trokken 18 I| de heer des huizes zelf, die op pantoffels lopend met 19 I| de grond, dan raapte hij die niet meer op, maar een slaaf 20 I| andere telde de ballen, niet die, welke bij het kaatsen tussen 21 I| heen en weer vlogen, maar die, welke op de grond vielen. 22 I| koude douche. Trimalchio, die met welriekend water overgoten 23 I| opschrift: ,,Elke slaaf, die zonder toestemming van zijn 24 I| kersrode gordel om zijn middel, die erwten dopte in een zilveren 25 I| kooi met een bonte ekster, die de binnentredenden begroette. 26 I| en de drie Schikgodinnen, die bezig waren gouden draden 27 I| op een aantal hardlopers, die zich met hun ,,trainer'' 28 I| bijlen waren bevestigd, die aan 't uiteinde iets als 29 I| een dubbele lamp voorzien, die aan de zoldering hing en 30 I| ontklede slaaf te voet, die ons smeekte hem van zijn 31 I| de rentmeester ontstolen, die nauwelijks tien sestertiën 32 I| verzochten de rentmeester, die in het atrium goudstukken 33 I| wel de onoplettendheid van die schurk van een slaaf. Hij 34 I| verloor mijn tafelkleren, die een van mijn cliënten mij 35 I| dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen hebt. De 36 I| brons, met een knapzak, die aan de ene kant lichtgroene, 37 I| voorschijn en om zijn hals, die geheel door de mantel was 38 I| volgende vinger een kleinere, die mij geheel van goud scheen, 39 I| armband en een ivoren ring, die door een plaatje van blinkend 40 I| waarin een houten kip zat, die hare vleugels uitbreidde, 41 I| voorschijn en verdeelden die onder de gasten. Trimalchio 42 I| ons kreeg nu een lepel, die niet minder dan een half 43 I| maakten wij de eieren open, die uit dik meel waren toebereid. 44 I| opraapte, liet Trimalchio, die dit bemerkte, de knaap een 45 I| Dadelijk daarna kwam een slaaf, die voor 't huisraad moest zorgen, 46 I| langharige negerslaven binnen, die kleine zakken droegen, zoals 47 I| kleine zakken droegen, zoals die, waarmee men in het amphitheater 48 I| laten neerzetten. Zo zullen die stinkende slaven ' t ons 49 II| ieder daarvan had de slaaf, die de spijzen op de schotels 50 II| baarmoeder van een zeug, die nog niet geworpen heeft, 51 II| met veren versierde haas, die Pegasus moest voorstellen. 52 II| over de vissen stroomde, die als in een vijver zwommen. 53 II| wagenstrijder zou gehouden hebben, die onder de begeleiding van 54 II| bijgewoond en zeide: ,,Zie je die slaaf, die de spijzen aan 55 II| zeide: ,,Zie je die slaaf, die de spijzen aan het verdelen 56 II| spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak als 57 II| begin af aan en vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend 58 II| vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend op en neer 59 II| is een echte sofa-ekster: die zij graag mag, daar houdt 60 II| aan wie ze 't land heeft, die mag ze niet lijden. Haar 61 II| hij is in staat ieder van die mooipraters in een muizenhol 62 II| Om kort te gaan, de wol, die zijn schapen hem verschaffen, 63 II| ezel afstamt. Ziet ge al die kussens; er is geen een, 64 II| zijn medevrijgelatenen. Die zitten er ook warmpjes in. 65 II| ook warmpjes in. Zie je die man, die daar als de laatste 66 II| warmpjes in. Zie je die man, die daar als de laatste op de 67 II| zijn kap had beroofd, heeft die hem een schat getoond. Ik 68 II| zelf een huis gekocht." En die daar, die op de plaats van 69 II| huis gekocht." En die daar, die op de plaats van de vrijgelatene 70 II| vrijgelatene ligt, hoeveel heeft die wel niet gehad! Ik verwijt ' 71 II| kerel van de wereld; maar die vervloekte vrijgelatenen 72 II| weggedragen; de gasten, die in een vrolijke stemming 73 II| gebeente ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt 74 II| worden dan de mensen geboren, die achteruit trappen, ossenherders 75 II| ossenherders en lieden, die voor hun eigen onderhoud 76 II| de testikels en mensen, die van twee wallen eten. Onder 77 II| in parfumerieën en allen, die wat afwegen. Onder de Schorpioen 78 II| Schutter scheelkijkers, die naar de groente kijken en ' 79 II| onder de Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen 80 II| of geboren worden. Wat nu die graszode in het midden aangaat 81 II| in het midden aangaat en die honingraat daar boven op, 82 II| ten slotte slaven kwamen, die op de rustbanken kleden 83 II| varkentjes van koekdeeg gemaakt, die als 't ware de borsten drukten, 84 II| van de ever niet Deelman, die de vogels had gesneden, 85 II| kerel met een lange baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven 86 II| slaven naar de mandjes, die aan de slagtanden hingen, 87 II| Ondertussen dacht ik, die een rustig plaatsje aan 88 II| waagde ik 't mijn buurman, die mij reeds over allerlei 89 II| ingelicht, de vraag te stellen, die mij geen rust liet. Deze 90 II| wijnloof en klimop bekransd, die nu eens de luidruchtige 91 II| woordspeling en kusten de knaap, die bij alle gasten rondging. 92 II| brengen. Dama was de eerste, die, toen hij om een grotere 93 II| drank is als een kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk 94 II| wolkammer, 't heeft tanden, die aan ons lichaam knagen. 95 II| ik was op een begrafenis. Die aardige kerel, die goede 96 II| begrafenis. Die aardige kerel, die goede Chrysanthus, heeft 97 II| nog minder dan vliegen. Die hebben nog wat kracht in 98 II| gesteld); alleen zijn vrouw die treurde niet erg om hem. 99 II| vermaakt was. En tenslotte liet die stommeling, omdat hij kwaad 100 II| onbekende snuiter na. Iemand, die zijn eigen familie voorbijziet, 101 II| eigen familie voorbijziet, die geeft om niets. Maar hij 102 II| alsof het orakels waren, en die hebben hem verkeerde raad 103 II| raad gegeven. Maar iemand, die te snel vertrouwt, zal ' 104 II| hij leefde. Wie het krijgt die geniet er van, niet degeen 105 II| Jullie praat daar over dingen die geen mens ter wereld interesseren, 106 II| over de hoge korenprijzen, die ons knijpen. Ik heb vandaag, 107 II| machtig worden. En wat houdt die droogte lang aan! 't Is 108 II| jaar lang honger lijden. Die aedilen kunnen voor mijn 109 II| feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels hadden, die 110 II| die reuzenkerels hadden, die ik hier vond, toen ik indertijd 111 II| kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters eens flink de oren, 112 II| herinner mij nog altijd die aediel Safinius; hij woonde 113 II| voor zijn vrienden; met die man kon je gerust in 't 114 II| hebben we ook een aediel, die geen drie vijgen waard is 115 II| dan weer zo, zei de boer, die zijn bonte varken verloren 116 II| t is niet de enige stad, die 't moeilijk heeft. We moeten ' 117 II| boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten 118 II| rentmeester van Glycon, die betrapt werd, toen hij zijn 119 II| en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, die geen 120 II| dat die Glycon een kerel, die geen dubbeltje waard is, 121 II| slaaf voor kwaad gedaan, die gedwongen wordt. Dan verdiende 122 II| gedwongen wordt. Dan verdiende die oude waterpot eerder om 123 II| te worden genomen. Maar die z'n ezel niet kan slaan, 124 II| vaart. Trouwens, wat heeft die Norbanus nu eigenlijk voor 125 II| Hij gaf ons gladiatoren, die geen sestertius waard waren, 126 II| zien vechten. De ruiters, die Norbanus liet doden, waren 127 II| groter, dan de figuurtjes, die je soms op lampen ziet afgebeeld; 128 II| een horrelvoet, de derde, die de plaats innam van de man, 129 II| plaats innam van de man, die in het eerste tweegevecht 130 II| wat pit, een Thraciër; en die vocht nog volgens een van 131 II| of u zeggen wilt: Wat is die vervelende kerel daar aan ' 132 II| leuteren! Dat komt omdat u, die de kunst van spreken zo 133 II| ons, en daarom lacht u om die verhalen van ons, eenvoudige 134 II| leermeester een pedante kerel is, die geen voet bij stuk houdt, 135 II| bijzonder knap, maar iemand, die zich veel moeite geeft, 136 II| voor mijn zoontje ook van die boeken met rode titels gekocht, 137 II| nog zaakwaarnemer; want die kennis kan niemand hem afnemen, 138 II| voor jezelf. Daar heb je nu die zaakwaarnemer Phileros; 139 II| zaakwaarnemer Phileros; als die niets geleerd had, dan had 140 II| Ik ken een boel mensen, die op die manier gestorven 141 II| een boel mensen, die op die manier gestorven zijn, omdat 142 II| zoo vertelde de slaaf, die de namen der spijzen moest 143 II| door de vraag: ,,Welk van die varkens willen jullie onmiddellijk 144 II| afdeling loopjongens."~ De kok, die op deze wijze aan de macht 145 II| werken van Hercules, en die geschiedenis van Ulysses, 146 II| Toen ik jong was, las ik die dingen in Homerus. En ik 147 II| lang, of uit de openingen, die door de druk van 't gewicht 148 II| Trimalchio: ,,Ik ben de enige, die echt Corinthisch metaal 149 II| was echter een kunstenaar, die een glazen beker maakte, 150 II| een glazen beker maakte, die onbreekbaar was. Men liet 151 II| Is er nog een ander, die zulk glas kan maken, denk 152 II| nog duizend drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon 153 II| verzoek de straf en de slaaf, die vergiffenis gekregen had, 154 II| zeer, en vooral Agamemnon, die wel wist, hoe men weer een 155 II| komst van een secretaris, die met luider stem voorlas, 156 II| park brand uitgebroken, die ontstond in de woning van 157 II| namen van de opzichters, die van een vrijgelatene, die 158 II| die van een vrijgelatene, die door een nachtwacht verstoten 159 II| kamer van een badmeester, en die van een opzichter van het 160 II| opzichter van het atrium, die naar Baiae was verbannen; 161 II| Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes bewonderde. ,, 162 II| gasten niet minder, niet om die pummel van een gastheer, 163 II| pummel van een gastheer, die zij gaarne zijn nek hadden 164 II| Wat de knaap betreft, die van de ladder gevallen was, 165 II| de kok nog niet vergeten, die verzuimd had de ingewanden 166 II| slaaf begon te geselen, die de gekneusde arm van zijn 167 III| d'uitheemse ooievaar, -~ Die, vleugelklappend, op zijn 168 III| zijn tere poten loopt,~ Die 's winters wegtrekt, en 169 III| t soms, dat vrouwen met die zeegeschenken aan haar hals~ 170 IV| al zegt men ook, dat zij die honing van Juppiter krijgen. 171 IV| van geschenken voorlas, die de gasten mee naar huis 172 IV| en een letter": een muis die aan een kikker was gebonden 173 IV| woedend; het was juist degene, die een plaats boven mij aan 174 IV| gemaakt. Zo'n rotte appel, die anderen durft uit te lachen! 175 IV| jezelf. Jij bent de enige die ons belachelijk vindt. Daar 176 IV| Er waren mensen in huis, die mij nu en dan beentje wilden 177 IV| woorden barstte Giton , die achter ons stond, zeer ongepast 178 IV| Juppiter eens voelt, jij en die man, die je niet onder de 179 IV| eens voelt, jij en die man, die je niet onder de duim houdt.~ 180 IV| allemaal veel plezier, maar die lui, die je niet onder de 181 IV| veel plezier, maar die lui, die je niet onder de duim houden, 182 IV| lange haren en je meester, die geen 2 duiten waard is, 183 IV| betaald zet en ook je meester, die je 't eerst heeft leren 184 IV| tobt je af als een muis die in een pot gevallen is. 185 IV| hinderen, je meerdere zeg ik, die zich net zoveel van je aantrekt, 186 IV| ik bewondering heb voor die bukshouten ringen, die je 187 IV| voor die bukshouten ringen, die je van je meisje gestolen 188 IV| zal. Een mooie meneer , die je zo'n opvoeding geeft; ' 189 IV| Grieken en Trojanen binnen, die met de lansen tegen hun 190 IV| Diomedes en Ganymedes; die hadden een zuster Helena. 191 IV| kop. Daarachter liep Ajax, die met getrokken zwaard, als 192 IV| Ook de overige gasten, die niet minder verwonderd waren 193 IV| ontzaglijk grote hoepel, die ongetwijfeld van een geweldig 194 IV| bakker vervaardigde Priapus, die, zoals dat gewoonlijk het 195 IV| amuseren, al ben ik ook voor die geleerde mensen bang, dat 196 IV| gebruik, en haalde een gast, die wij hadden, over, mij tot 197 IV| op te rapen, maar ziet, die waren versteend. Als ooit 198 IV| mijn ogen staarden als die van een dode, ik kon maar 199 IV| merkwaardig als dat van de ezel, die op het dak geklommen was. 200 IV| een parel van een jongen, die volmaakt was in alle mogelijke 201 IV| nagejaagd. Nu hadden wij in die dagen een Cappadociër, een 202 IV| een lange, sterke slaaf, die de dapperheid zelf was. 203 IV| stier wel kunnen optillen. Die kerel trok dapper zijn zwaard 204 IV| alles ondersteboven. Wat die lange slungel betreft, die 205 IV| die lange slungel betreft, die kreeg nooit meer zijn gezonde 206 IV| zong liedjes. Helaas, al die genoegelijke dingen behoren 207 IV| ooit mijn evenknie, behalve die Apelles alleen?" Toen bracht 208 IV| ogen , en vuile tanden, die een zwart, ongemanierd dik 209 IV| een kandelaar omgeworpen, die op de tafel viel, alle kristallen 210 IV| en aan ieder der slaven, die voor de voeten der gasten 211 IV| ganzeneieren ,,au capuchon", die Trimalchio ons met alle 212 IV| een in 't wit geklede man, die zeker van een partijtje 213 IV| steenhouwerswerkplaats, die de naam heeft, dat hij de 214 IV| warm water. Trimalchio, die pleizier had in zijn vrolijkheid, 215 IV| overleden slaaf gegeven, die zij, toen hij gestorven 216 IV| uitstekende Spaanse wijn, die op warme honing was gegoten. 217 IV| haar handen aan een doek, die aan haar hals hing, af en 218 IV| lag, en terwijl zij deze, die van plezier in de handen 219 IV| ze aan Scintilla toonde, die een en al bewondering was. 220 IV| een armband van tien pond, die uit evenveel goud vervaardigd 221 IV| oorbelletjes tevoorschijn, gaf die op haar beurt aan Fortunata 222 IV| over 't been gehaald om die glazen bonen voor je te 223 IV| Ondertussen lachten de vrouwen, die aangeschoten waren, tegen 224 IV| een Alexandrijnse knaap, die een warme drank inschonk, 225 IV| ander amusement. De slaaf, die aan Habinnas' voeten zat, 226 IV| bakker, kortom een slaaf, die van alle markten thuis is. 227 IV| heeft twee fouten; had hij die niet, dan was hij volmaakt: 228 IV| lang niet al de kunsten van die deugniet van een slaaf verteld, ' 229 IV| kwamen twee slaven binnen, die bij de fontein aan het krakelen 230 IV| oesters en kammosselen vielen, die een knaap verzamelde en 231 IV| tenminste nog goed, dat de kok, die de gans uit varkensvlees 232 IV| lucht van pekel en saus, die hij uitwasemde. Niet tevreden 233 IV| monument schepen uithouwt, die met volle zeilen varen, 234 IV| zonneuurwerk, opdat ieder, die de tijd moet weten, vanzelf 235 IV| op en volgde Trimalchio, die van plezier in zijn handen 236 IV| waterbassin viel. En ook ik, die al voor de geschilderde 237 IV| werden gered door de portier, die door zijn russenkomst de 238 IV| ongelukkige stakkers doen, die in een nieuw soort doolhof 239 IV| kleren uitgetrokken hadden, die Giton bij de ingang begon 240 IV| zoals de mensen vertelden, die zijn gezang konden verstaan. 241 IV| amuseerden, in de badkamer af, die men voor Trimalchio met 242 IV| vissers en tafels opmerkte, die geheel van zilver waren 243 IV| van aardewerk, en wijn, die voor onze ogen door een 244 IV| bluffen, een degelijke jongen, die ieder kruimeltje bewaart. 245 IV| beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet hier brengt, 246 IV| laten koken. De knappe kok, die kort te voren uit varkensvlees 247 IV| Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres heeft zeker 248 IV| dat ik niet lieg. Agatho, die de dame naast ons parfumerieën 249 IV| Maar ik, goeie lobbes die ik ben, wilde niet wispelturig 250 IV| was ik niet groter dan die candelaber daar. Kort gezegd, 251 IV| nam een lading wijn in (die was toen goud waard) en 252 IV| kocht ik alle landerijen op, die het eigendom van mijn vroegere 253 IV| haalde een sterrenwichelaar, die juist in ons stadje was 254 IV| in de handel te blijven. Die man vertelde mij allerlei 255 IV| vertelde mij allerlei dingen, die ik mij zelf niet meer herinnerde; 256 IV| mezelf, het boudoir van die slang daar, een goede kamer 257 IV| zalf en een proefje uit die kruik met wijn, waarmee 258 IV| en zeide: ,,Ik hoop, dat die olie na mijn dood even goed 259 IV| onuitstaanbaar, toen Trimalchio, die stomdronken was, bevel gaf - 260 IV| één van hen, de slaaf van die begrafenis-ondernemer, die 261 IV| die begrafenis-ondernemer, die in dit gezelschap tot de 262 IV| geloofden de brandweermannen, die in de omtrek de wacht hielden,