Part

1   I|     moesten vreselijk om hem lachen, want zijn kaalgeschoren
2  II|     onderdrukten telkens ons lachen door een teug wijn. Wij
3  IV|     die anderen durft uit te lachen! Zo'n dakloze, zo'n nachtwandelaar,
4  IV|   heeft hij voor reden om te lachen? Is hij uit kostbaarder
5  IV| zeide: ,,Begin jij ook al te lachen, jij gekrulde ui? Hebben
6  IV|    bassin en brulden van het lachen; de andere trachtten met
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License