IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] ziet 13 zij 73 zijde 2 zijn 240 zijner 1 zijns 1 zijt 2 | Frequency [« »] 264 dat 262 die 251 in 240 zijn 235 te 220 met 209 op | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances zijn |
Part
1 Inl| totdat het bericht van zijn veroordeling hem zou bereiken, 2 Inl| maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij veroorloofde 3 Inl| gemaakt. Bovendien werden zijn woorden en daden, hoe ongegeneerder 4 Inl| krachtig man en volkomen voor zijn ambt berekend. Daarna tot 5 Inl| ambt berekend. Daarna tot zijn oude ondeugden teruggezonken 6 Inl| plaisir'', daar de keizer in zijn geblaseerdheid van mening 7 Inl| bezat.~ Deze fragmenten zijn echter niets dan een literaire 8 Inl| als een echte parvenu op zijn reusachtig vermogen te pochen. 9 Inl| De optredende personen zijn door de hand van een meester 10 Inl| dat van zakkenrollers en zijn er steeds op uit, ergens 11 Inl| slaaf van deze Agamemnon er zijn meester en de drie jongelui 12 I| hij heeft een uurwerk in zijn eetzaal staan en een trompetter, 13 I| wordt, hoeveel hij reeds van zijn leven verloren heeft.'' 14 I| had, vroeg hij water om zijn hand te wassen, en droogde 15 I| hand te wassen, en droogde zijn vochtige vingers aan de 16 I| dronken drie masseurs voor zijn ogen Falernerwijn en, daar 17 I| zei Trimalchio, dat zij op zijn gezondheid gedronken hadden. 18 I| een handwagentje, waarin zijn lievelingsknaap reed, een 19 I| ontstoken ogen, nog lelijker dan zijn heer Trimalchio. Terwijl 20 I| met een miniatuur-fluit zijn hoofdeinde, en alsof hij 21 I| die zonder toestemming van zijn meester de deur uitgaat, 22 I| met een kersrode gordel om zijn middel, die erwten dopte 23 I| hangen. Trimalchio zelf deed zijn intrede in Rome als een 24 I| die ons smeekte hem van zijn straf te bevrijden. Zijn 25 I| zijn straf te bevrijden. Zijn misdrijf, waarvoor hij gestraft 26 I| goudstukken telde, om de slaaf zijn straf kwijt te schelden. 27 I| schelden. Eerstgenoemde hief zijn hoofd met trotse blik op 28 I| vreselijk om hem lachen, want zijn kaalgeschoren hoofd kwam 29 I| hoofd kwam potsierlijk uit zijn scharlaken mantel te voorschijn 30 I| mantel te voorschijn en om zijn hals, die geheel door de 31 I| gesloten was.~ Toen hij daarop zijn tanden met een zilveren 32 I| bang, dat zij reeds bebroed zijn! Maar laten wij eens proberen 33 I| proberen of ze nog te eten zijn."~ Ieder van ons kreeg nu 34 I| een reeds jonge pauw in te zijn. Toen ik echter van een 35 I| Ondertussen was Trimalchio met zijn spel opgehouden en had van 36 I| mensen.~ Aldus zullen wij zijn, zodra w' ons bevinden bij 37 II| gelukte grap niet minder in zijn schik dan wij en riep: ,, 38 II| voorsnijder en geeft hem tevens zijn order."~ Ik kon tenslotte 39 II| water. In 't kamertje van zijn portier ligt meer zilverwerk, 40 II| zilverwerk, dan een ander zijn hele vermogen bedraagt. 41 II| vermogen bedraagt. En dan zijn slaven! Deksels! Ik geloof, 42 II| iets koopt. Alles groeit op zijn eigen terrein, wol, citroenen, 43 II| kort te gaan, de wol, die zijn schapen hem verschaffen, 44 II| komen en kruiste ze met zijn eigen moederschapen. Om 45 II| moederschapen. Om Attische honig op zijn eigen grond te produceren, 46 II| Ja, hij heeft alles wat zijn hart begeert. Maar zie vooral 47 II| zie vooral niet neer op zijn medevrijgelatenen. Die zitten 48 II| geleden, dat hij met hout op zijn hals sjouwde. Maar zoals 49 II| toen hij een Boze Geest van zijn kap had beroofd, heeft die 50 II| beste hebben. Zo liet hij zijn huisje van 't volgende opschrift 51 II| Diogenes biedt vanaf 1 Juli zijn zolderkamertje te huur aan, 52 II| dat niet ieder haar van zijn hoofd van hem zelf is, maar, 53 II| maar, bij Hercules, dat is zijn schuld niet; hij is de beste 54 II| zaak scheef te gaan, dan zijn de vrienden gevlogen. En 55 II| Er werd meer wijn onder zijn tafel gemorst, dan menigeen 56 II| gemorst, dan menigeen in zijn hele kelder heeft. Hij leefde 57 II| G. Julius Proculus zal zijn overtollige meubelen laten 58 II| Onze gastheer leunde op zijn elleboog en sprak: ,,Deze 59 II| men moet ook aan tafel zijn letterkunde kennen. Mijn 60 II| kennen. Mijn patroon is 't (zijn gebeente ruste in vrede) 61 II| met een vrijheidsmuts op zijn kop. Aan de slagtanden van ' 62 II| Trimalchio daarop aan ieder zijn vogel had laten brengen, 63 II| stemmetje gedichten van zijn heer. Bij dit gezang wendde 64 II| Dionysus, je zult vrij zijn." Daarop nam de knaap de 65 II| ever af, en zette hem op zijn eigen hoofd. Toen zei Trimalchio 66 II| goede Chrysanthus, heeft zijn laatste adem uitgeblazen. 67 II| wat kracht in zich, wij zijn niets meer waard dan luchtbelletjes. 68 II| zou 't wel met hem gegaan zijn, als hij geen dieet gehouden 69 II| vrijheid gesteld); alleen zijn vrouw die treurde niet erg 70 II| een zo goed als de andere, zijn echte roofvogels. Je moet 71 II| moet voor geen enkele goed zijn; je werpt je weldaden in 72 II| hebben, om een halve cent met zijn tanden uit een mesthoop 73 II| onverdraagzaamheid. Neen, zijn broer, dat was een brave 74 II| kerel, een echte vriend voor zijn vrienden, goedgeefs en wat 75 II| er boven op; hij verkocht zijn wijn voor net duur als hij 76 II| omdat hij kwaad was op zijn broer, zijn vermogen aan 77 II| kwaad was op zijn broer, zijn vermogen aan de een of andere 78 II| snuiter na. Iemand, die zijn eigen familie voorbijziet, 79 II| luisterde naar sommige van zijn slaven alsof het orakels 80 II| een echt gelukskind; in zijn hand veranderde lood in 81 II| was ijzersterk; hij droeg zijn leeftijd met ere; zijn haar 82 II| droeg zijn leeftijd met ere; zijn haar was nog zo zwart als 83 II| tenminste plezier gehad in zijn leven."~ Dit zei Phileros. 84 II| De grond werd warm onder zijn voetstappen. Maar oprecht, 85 II| betrouwbaar, een echte vriend voor zijn vrienden; met die man kon 86 II| het forum optrad, dan zwol zijn stem tot trompetgeluid. 87 II| niet opkrijgen. Maar nu zijn de broden nog kleiner dan 88 II| binnenshuis een lekker leventje en zijn dagelijks inkomen is groter 89 II| Ik weet wel, waarmede hij zijn 1000 gouden denaren heeft 90 II| zou hij zoveel schik in zijn leven niet hebben, maar 91 II| niet hebben, maar thuis zijn wij leeuwen en daarbuiten 92 II| hemel is. Niemand houdt meer zijn vastendagen, niemand geeft 93 II| omdat wij niet vroom meer zijn. De velden liggen woest ..."~ ,, 94 II| weer zo, zei de boer, die zijn bonte varken verloren had. 95 II| vluchten zal geen sprake zijn, maar 't wordt een slachting 96 II| heeft 30.000.000 geërfd; zijn vader heeft 't ongeluk gehad 97 II| 400.000 van uit, daar zal zijn vermogen niet minder van 98 II| niet minder van worden, en zijn naam blijft eeuwig in ere. 99 II| die betrapt werd, toen hij zijn meesteres wat amuseerde. 100 II| geen dubbeltje waard is, zijn rentmeester voor de wilde 101 II| vader kon een vliegende wouw zijn klauwen afsnijden. 't Is 102 II| vaartje. Maar Glycon heeft zijn familie aan de kaak gesteld; 103 II| ieder moet nu eenmaal voor zijn eigen stommiteiten boeten. 104 II| ontneemt hij aan Norbanus al zijn populariteit. Je kunt er 105 II| populariteit. Je kunt er zeker van zijn, dat hij hem met volle zeilen 106 II| geleerd lesje. Tenslotte zijn allen na afloop der voorstelling 107 II| eitjes; 't zal heel aardig zijn, al heeft het slechte weer 108 II| heeft, dan zit hij maar op zijn lei te kijken. 't Is een 109 II| vogels. Ik heb al drie van zijn putters de nek omgedraaid, 110 II| plezier in 't Latijn, hoewel zijn leermeester een pedante 111 II| hij nog met koopwaar op zijn rug, want nu zet hij een 112 II| het voorhoofd afveegde en zijn handen met wat reukwater 113 II| hoop, dat hij weer gauw zijn plicht zal doen. Anders 114 II| op die manier gestorven zijn, omdat ze niet ronduit voor 115 II| Wij bedankten hem voor zijn vriendelijkheid en inschikkelijkheid 116 II| deze wijze aan de macht van zijn meester was herinnerd, volgde 117 II| hem de korte inhoud van zijn rede. Dadelijk daarop sprak 118 II| sterven."~ Hij had nog niet al zijn geleerdheid uitgekraamd, 119 II| varken veel groter scheen te zijn dan het wilde, dat wij kort 120 II| zei hij eindelijk: ,,Wat! Zijn de ingewanden er niet uitgenomen? 121 II| komijn bij te doen. Trek hem zijn kleren uit." In een ogenblik 122 II| moet een prul van een slaaf zijn; wie kan nu vergeten de 123 II| dit niet, en zeide, toen zijn gelaat weer vrolijk geworden 124 II| ingewanden maar uit." De kok trok zijn kleren dus weer aan, nam 125 II| kleren dus weer aan, nam zijn mes, en sneed met voorzichtige 126 II| Ik verwachtte, dat hij op zijn gewone blufferige manier 127 II| blufferige manier zeggen zou, dat zijn bekers hem regelrecht uit 128 II| de man een hamertje uit zijn kleedplooi en gaf de beker 129 II| kleedplooi en gaf de beker op zijn gemak weer netjes de oude 130 II| vragen, niet meer zo lomp te zijn." Eindelijk schonk hij hem 131 II| als zij." Hij zelf hief nu zijn handen boven 't hoofd en 132 II| ook als danser opgetreden zijn, als Fortumata hem niet 133 II| dergelijke dwaasheden niet met zijn waardigheid overeenkwamen. 134 II| Fortunata in, dan weer wilde hij zijn dans opnieuw beginnen.~ 135 II| gelastte hem een aarden pot met zijn tanden vast te houden. Trimalchio 136 II| gastheer, die zij gaarne zijn nek hadden zien breken, 137 II| misschien gedwongen zouden zijn een sterfgeval te betreuren, 138 II| Trimalchio luid kreunde en zijn arm bekeek, alsof hij gekwetst 139 II| en vóór allen uit liep zijn vrouw Fortunata met loshangend 140 II| die de gekneusde arm van zijn geer met witte wol had omwikkeld , 141 III| Die, vleugelklappend, op zijn tere poten loopt,~ Die ' 142 III| lente brengt -~ Vindt nu zijn laatste rustplaats in een 143 III| Moet zij naakt te zien zijn door een wolk van dunne 144 IV| schapen het meest arbeidzaam zijn: de ossen omdat wij aan 145 IV| zij steken, vindt hierin zijn verklaring, dat bij iets 146 IV| plaats mij genadig moge zijn, zo waar zou ik, als ik 147 IV| nog niet zoveel waard als zijn eigen water. Als ik rondom 148 IV| opdat niemand aan haar kleed zijn handen zou kunnen afdrogen. 149 IV| wilden lichten, maar dankzij zijn Beschermgeest wist ik mij 150 IV| dit bemerkte, richtte hij zijn scheldwoorden tegen Giton 151 IV| niet onder de duim houden, zijn nonsenskerels. 't Is waar, 152 IV| zich en komt toch niet van zijn plaats, welk deel van ons 153 IV| Moge Occupo mij genadig zijn. Laten wij naar het Forum 154 IV| mensen niet bespot." Maar nu zijn 't allemaal jongens van 155 IV| over de welsprekendheid van zijn medevrijgelatene:,,Kom, 156 IV| spaar dat ventje een beetje. Zijn bloed raakt gauw aan 't 157 IV| is, weer opnieuw vrolijk zijn en eens naar de Homeristen 158 IV| won het natuurlijk en gaf zijn dochter Iphigenia aan Achilles 159 IV| binnengebracht met een helm op zijn kop. Daarachter liep Ajax, 160 IV| weer met de platte kant van zijn zwaard om zich heen sloeg, 161 IV| gewoonlijk het geval is, in zijn tamelijk wijde schort allerlei 162 IV| door de hartelijkheid van zijn vriend gestreeld: ,,Alle 163 IV| het spreekwoord) leert men zijn vrienden kennen.~ Nu wilde ' 164 IV| hij zich uitkleedde en al zijn kleren aan de kant van de 165 IV| waterde en kringetje rondom zijn kleren en veranderde plotseling 166 IV| kwam ik dichter bij, om zijn kleren op te rapen, maar 167 IV| ontvlucht; want onze slaaf heeft zijn hals met een lans doorboord."~ 168 IV| thuiskomst lag de soldaat in zijn bed als een os, en een geneesheer 169 IV| en een geneesheer verbond zijn hals. Toen begreep ik, dat 170 IV| mogelijke opzichten. Terwijl zijn bedroefde moeder hem beweende 171 IV| optillen. Die kerel trok dapper zijn zwaard en liep naar buiten, 172 IV| liep naar buiten, nadat hij zijn linker hand zorgvuldig had 173 IV| terug was, wierp hij zich op zijn bed: zijn hele lichaam was 174 IV| wierp hij zich op zijn bed: zijn hele lichaam was bont en 175 IV| er bestaan heksen: dat zijn de vampiers van de nacht, 176 IV| betreft, die kreeg nooit meer zijn gezonde kleur terug en stierf 177 IV| alleen?" Toen bracht hij zijn hand aan de mond en floot 178 IV| Hierdoor werd Trimalchio aan zijn plicht herinnerd, en beval 179 IV| beschermer van het huis en zijn bewoners ", zoals hij zeide. 180 IV| uitbundig prees, zette hij zijn hondje op de grond, en hitste 181 IV| knaap een kus en liet hem op zijn rug klimmen. De jongen gebruikte 182 IV| giet hem dan de wijn over zijn hoofd. Overdag ernstig, 183 IV| groot gevolg binnen. Door zijn deftigheid geïntimideerd 184 IV| aangeschoten, en steunde met zijn handen op de schouders van 185 IV| handen op de schouders van zijn vrouw; hij was met verscheidene 186 IV| geparfumeerd water liep hem van zijn voorhoofd tot in de ogen. 187 IV| Trimalchio, die pleizier had in zijn vrolijkheid, liet een nog 188 IV| hetgeen dat wij dronken over zijn gebeente uit te gieten." ,, 189 IV| brengen en sprak: ,,Dat zijn nu de kluisters van een 190 IV| zou alles even goedkoop zijn als modder, maar nu moet 191 IV| gerecht tevreden kunnen zijn, want jullie hebt het dessert 192 IV| plotseling, ik denk op bevel van zijn heer, met zingende stem: ,, 193 IV| zingende stem: ,,Vast op zijn doel afgaande, bereikte 194 IV| t Diep van de zee met zijn schepen."~ Nooit werden 195 IV| niets geheim houden; want zijn oog staat bijna nooit stil. 196 IV| groot gelijk, vind ik. Na zijn dood kan niemand hem dat 197 IV| Maar jij moet niet jaloers zijn, Scintilla. Geloof me, ik 198 IV| een lamp van aardewerk uit zijn kleed te voorschijn en bootste 199 IV| terwijl hij de benedenlip met zijn hand omlaag trok. Tenslotte 200 IV| deze verveling geen einde zijn gekomen, als men niet het 201 IV| gesproken had, waren ze met zijn uitspraak ontevreden, en 202 IV| elk van beiden sloeg met zijn stok de kruik van de ander 203 IV| wilde telkens opnieuw met zijn meester wedden, dat de ,, 204 IV| Trimalchio: ,,Vrienden, slaven zijn toch ook mensen; zij hebben 205 IV| bovendien een stuk land benevens zijn medeslavin, aan Cario een 206 IV| begonnen allen hun meester voor zijn goedheid te bedanken, toen 207 IV| en bevel gaf, dat men hem zijn testament moest brengen, 208 IV| de voorkant 100 voet lang zijn en 200 diep. Ik wil ook 209 IV| onzinnig, wanneer men bij zijn leven zijn huis mooi inricht, 210 IV| wanneer men bij zijn leven zijn huis mooi inricht, maar 211 IV| Trimalchio Maecenatianus. In zijn afwezigheid werd hij tot 212 IV| vroom, dapper en trouw. Zijn begin was klein, zijn einde 213 IV| trouw. Zijn begin was klein, zijn einde groot. Hij heeft 30 214 IV| Trimalchio, die van plezier in zijn handen klapte.~ Ik keek 215 IV| door de portier, die door zijn russenkomst de hond tot 216 IV| hier waren wij gedwongen zijn onuitstaanbare kletspraat 217 IV| badkamer tot zingen genodigd, zijn dronkenmansmond tot aan 218 IV| de mensen vertelden, die zijn gezang konden verstaan. 219 IV| mijn slaven voor het eerst zijn baard laten scheren; 't 220 IV| besprenkelen. Hij nam ook zijn ring van de linkerhand en 221 IV| linkerhand en deed hem aan zijn rechter en zeide: ,,Deze 222 IV| Er moet ergens een brand zijn of een sterfgeval in de 223 IV| en een ploert, omdat hij zijn lusten niet kon bedwingen, 224 IV| kerel," toe. Trimalchio, op zijn beurt, door haar scheldwoorden 225 IV| beschermgeest mij genadig moge zijn, ik zal wel zorgen, dat 226 IV| om niet langer boos te zijn. ,,Niemand van ons," zei 227 IV| is zonder fouten. Wij zijn nu eenmaal mensen, geen 228 IV| terwijl zij Trimalchio bij zijn voornaam Gaius noemde en 229 IV| Gaius noemde en hem bij zijn beschermgeest bezwoer, om 230 IV| bezwoer, om toegevend te zijn. Nu kon Trimalchio zijn 231 IV| zijn. Nu kon Trimalchio zijn tranen niet langer bedwingen, 232 IV| Ik heb 't knaapje niet om zijn schoonheid gekust, maar 233 IV| een boek, hij heeft van zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting 234 IV| weet, hoe groter de schepen zijn, hoe sterker. Ik laadde 235 IV| dacht ik: ,,nou moet het uit zijn." Ik trok mij uit de handel 236 IV| gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam) knap genoeg om in 237 IV| zou gezegd hebben, dat hij zijn hele leven met mij samengewoond 238 IV| zeestrand, een erfstuk van zijn vader. En dan is er nog 239 IV| op een stapel kussens in zijn volle lengte tot over de 240 IV| lengte tot over de rand van zijn sofa en zeide: ,,Neemt nu