Part

1  IV|       ze hadden ieder nog een kruik aan hun hals hangen. Toen
2  IV| beiden sloeg met zijn stok de kruik van de ander in stukken.
3  IV| gedienstige slaafje een koele kruik tegen haar wang, waarop
4  IV|   zalf en een proefje uit die kruik met wijn, waarmee mijn beenderen
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License