Part

  1  II|               bijgewoond en zeide: ,,Zie je die slaaf, die de spijzen
  2  II|                wat was zij toen nog? Met je permissie, je zou geen stuk
  3  II|              toen nog? Met je permissie, je zou geen stuk brood uit
  4  II|                 alles en is overal, waar je haar niet zou zoeken. Zij
  5  II|              citroenen, peper, ja al zou je kippenmelk willen hebben,
  6  II|                kippenmelk willen hebben, je kunt 't er vinden. Om kort
  7  II|                  er ook warmpjes in. Zie je die man, die daar als de
  8  II|              Deze zeide: ,,Dat zou zelfs je slaaf je kunnen vertellen;
  9  II|                   Dat zou zelfs je slaaf je kunnen vertellen; want dit
 10  II|                  hem en zei: ,,Dionysus, je zult vrij zijn." Daarop
 11  II|                  t maar 't beste, zo van je bed aan tafel te gaan. Wat
 12  II|                  als een kleermaker, die je een lekker warm kledingstuk
 13  II|             dokter doet niets anders dan je wat moed geven en je geruststellen.
 14  II|                 dan je wat moed geven en je geruststellen. Met dat al
 15  II|                   zijn echte roofvogels. Je moet voor geen enkele goed
 16  II|              voor geen enkele goed zijn; je werpt je weldaden in het
 17  II|               enkele goed zijn; je werpt je weldaden in het water. Maar
 18  II|               Maar een oude liefde houdt je vast, als de scharen van
 19  II|            vrienden, goedgeefs en wat at je lekker bij hem! In het begin
 20  II|                  Dat was geen mens, maar je reinste peper. De grond
 21  II|                vrienden; met die man kon je gerust in 't donker ,,Bok,
 22  II|             spotgoedkoop. Een brood, dat je voor een as gekocht had,
 23  II|                  as gekocht had, dat kon je met je tweeën niet opkrijgen.
 24  II|              gekocht had, dat kon je met je tweeën niet opkrijgen. Maar
 25  II|             verdronken muizen. Ik zeg 't je: de goden willen niet naar
 26  II|             woest ..."~ ,,Spreek, als 't je belieft, niet zo somber,"
 27  II|            ergens anders woonde, dan zou je zeggen, dat hier de gebraden
 28  II|                 meesteres wat amuseerde. Je zult een strijd van het
 29  II|           Norbanus al zijn populariteit. Je kunt er zeker van zijn,
 30  II|                afgeleefde kereltjes; als je er tegenaan geblazen had,
 31  II|                   dan de figuurtjes, die je soms op lampen ziet afgebeeld;
 32  II|                op lampen ziet afgebeeld; je zou ze voor hanen hebben
 33  II|                   t maar eens na; ik gaf je meer terug dan ik zelf kreeg.
 34  II|        Primigenius, geloof me, alles wat je leert, dat leer je voor
 35  II|             alles wat je leert, dat leer je voor jezelf. Daar heb je
 36  II|                 je voor jezelf. Daar heb je nu die zaakwaarnemer Phileros;
 37  II|               een schat van geld, en wat je geleerd hebt, dat blijft
 38  II|                 geleerd hebt, dat blijft je eeuwig bij."~ Dergelijke
 39  II|                   maar iedere nacht houd je me daardoor uit de slaap.
 40  II|                    Zorg er dan voor, dat je de spijzen netjes opdient,"
 41  II|              Trimalchio, ,,of ik verlaag je tot de afdeling loopjongens."~
 42  II|                 andere laten halen, maar je moet hem eer aandoen. Dank
 43  II|                  over welk onderwerp heb je vandaag een declamatie gehouden?
 44  II|             Latijnse. Zeg me daarom, als je wilt, het onderwerp van
 45  II|                  wilt, het onderwerp van je rede." Toen Agamemnon antwoordde: ,,
 46  II|                 Trimalchio: ,,Wat versta je eigenlijk onder een arme
 47  II|               vriend Agamemnon, herinner je je de twaalf werken van
 48  II|            vriend Agamemnon, herinner je je de twaalf werken van Hercules,
 49  II|              vroegen: ,,Sibylle, wat wil je?" antwoordde zij: ,,Ik wil
 50  II|             Trimalchio: ,,Wat! Vergeten! Je zou denken, dat de kerel
 51  II|                 geworden was: ,,Nu, daar je zo'n slecht geheugen hebt,
 52  II|               zeide: ,,Misschien verlang je te weten, waarom ik alleen
 53  II|                 metaal bezit? Ik zal het je zeggen: omdat de koopman,
 54  II|                liggen  natuurlijk, dat je ze voor levend zou houden.
 55  II|              geef jezelf een klap, omdat je zo lomp bent." Dadelijk
 56  II|         Trimalchio sprak: ,,Waarom smeek je mij, alsof ik je wat doen
 57  II|            Waarom smeek je mij, alsof ik je wat doen wil. Ik raad je
 58  II|                 je wat doen wil. Ik raad je aan, om aan jezelf te vragen,
 59  IV|                 tafel had. ,,Waarom lach je toch, schaapskop?" zei hij . ,,
 60  IV|                 van mijn meester niet in je smaak? Je bent natuurlijk
 61  IV|                meester niet in je smaak? Je bent natuurlijk rijker en
 62  IV|                bent natuurlijk rijker en je dineert gewoonlijk beter
 63  IV|               dan slaaf geweest ben, zul je zeggen. Doordat ik mij zelf
 64  IV|                  mij gezegd:,,Betaal wat je schuldig bent." Ik heb een
 65  IV|                 heb jij het zo druk, dat je geen tijd hebt, om eens
 66  IV|                tijd hebt, om eens achter je te kijken? Je ziet wel een
 67  IV|                eens achter je te kijken? Je ziet wel een luisje bij
 68  IV|              belachelijk vindt. Daar zit je leermeester, een man op
 69  IV|              bevallen wij. Jij melkmuil, je zegt geen boe of ba, je
 70  IV|                  je zegt geen boe of ba, je bent een hol vat, een natte
 71  IV|                  natte leren riem; neen, je bent nog slapper, maar niet
 72  IV|           slapper, maar niet beter . Ben je rijker dan ik? Eet dan tweemaal
 73  IV|                Kom eens hier.' Wat staar je me nu aan, als een bok in
 74  IV|                 nu December? Wanneer heb je 5% betaald? Wat wil dat
 75  IV|                  zal er voor zorgen, dat je de toorn van Juppiter eens
 76  IV|               voelt, jij en die man, die je niet onder de duim houdt.~
 77  IV|                  hoop te hebben, laat ik je uit vriendelijkheid jegens
 78  IV|                  met rust: anders had ik je op staande voet je verdiende
 79  IV|                had ik je op staande voet je verdiende loon gegeven.
 80  IV|               plezier, maar die lui, die je niet onder de duim houden,
 81  IV|                duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal je op straat wel
 82  IV|                  ik beloof 't je, ik zal je op straat wel krijgen, jou
 83  IV|              groei mag stilstaan, als ik je meester niet klein krijg,
 84  IV|                 niet sparen, al schreeuw je zo hard, dat Juppiter het
 85  IV|                 horen. Ik zal maken, dat je mooie, lange haren en je
 86  IV|                 je mooie, lange haren en je meester, die geen 2 duiten
 87  IV|                  geen 2 duiten waard is, je geen zier helpen. Enfin,
 88  IV|               zier helpen. Enfin, ik zal je onder handen nemen; òf ik
 89  IV|                 òf ik ken mezelf niet òf je zult me voortaan niet meer
 90  IV|              niet meer uitlachen, al had je ook een vergulde baard,
 91  IV|                 t jou betaald zet en ook je meester, die je 't eerst
 92  IV|               zet en ook je meester, die je 't eerst heeft leren gehoorzamen.
 93  IV|                  en goed, laten wij, als je wilt, een weddenschap aangaan;
 94  IV|              hier is mijn inzet. Dan zul je zien, dat je vader het schoolgeld
 95  IV|              inzet. Dan zul je zien, dat je vader het schoolgeld voor
 96  IV|                 heeft uitgegeven, al ken je dan ook rhetorica. Zie eens:~ ,,
 97  IV|                groeit en wordt kleiner". Je loopt heen en weer, staat
 98  IV|                  heen en weer, staat met je mond vol tanden en tobt
 99  IV|                  mond vol tanden en tobt je af als een muis die in een
100  IV|                pot gevallen is. Houd dus je mond of houd op, je meerdere
101  IV|                  dus je mond of houd op, je meerdere te hinderen, je
102  IV|                 je meerdere te hinderen, je meerdere zeg ik, die zich
103  IV|                  die zich net zoveel van je aantrekt, alsof je niet
104  IV|            zoveel van je aantrekt, alsof je niet geboren was. Denk je
105  IV|                je niet geboren was. Denk je misschien, dat ik bewondering
106  IV|               die bukshouten ringen, die je van je meisje gestolen hebt?
107  IV|            bukshouten ringen, die je van je meisje gestolen hebt? Moge
108  IV|                 ter leen vragen. Dan zul je zien, dat deze eenvoudige
109  IV|                   Een mooie meneer , die je zo'n opvoeding geeft; 't
110  IV|                  rondgluren, past op,dat je de grote mensen niet bespot."
111  IV|                  duiten waard. Ik, zoals je me hier ziet; ik dank de
112  IV|                jong haantje was, kraaide je ook kukeleku, en verstand
113  IV|                kukeleku, en verstand had je niet. Laat ons daarom, wat
114  IV|                  zeide: ,,Gewoonlijk ben je vrolijker aan de maaltijd
115  IV|                  nu; ik weet niet waarom je zo stil bent en geen mond
116  IV|               ons eens dat avontuur, dat je beleefd hebt, als je mij
117  IV|                 dat je beleefd hebt, als je mij een genoegen wilt doen."
118  IV|                  van vreugde zwel, omdat je zo vriendelijk voor mij
119  IV|                  plotseling in een wolf. Je moet niet denken, dat ik
120  IV|              laat kwam en zei: ,,Wanneer je vroeger was gekomen, dan
121  IV|             vroeger was gekomen, dan had je ons tenminste kunnen helpen;
122  IV|                wil geen kwaad zeggen van je verhaal, maar ik heb er
123  IV|                 er kippevel van (dat kun je gerust geloven), omdat ik
124  IV|             vampiers voorbij te snorren; je zoudt gedacht hebben, dat
125  IV|                ons niet eens? Anders was je altijd gezelliger, je droeg
126  IV|                was je altijd gezelliger, je droeg dialogen uit toneelstukken
127  IV|               met walging terugdenk, als je mij geloven wilt. Want inplaats
128  IV|               mijn onrust en zei: ,,Houd je toch kalm, gekke kerel,
129  IV|               keurig in orde, dat kan ik je verzekeren. Scissa heeft
130  IV|                 Trimalchio. ,,Ik zal het je vertellen," was het antwoord, "
131  IV|         Fortunata niet aan tafel?" ,,Ken je haar  slecht?" zei Trimalchio. ,,
132  IV|                gaf, zeide ze: ,,Krijg ik je eindelijk weer eens te zien?"~
133  IV|                 Nou ja," zei Habinnas, ,,je hebt me 't vel over 't been
134  IV|                 om die glazen bonen voor je te kunnen kopen. Werkelijk,
135  IV|                de rede met de woorden: ,,Je hebt nog lang niet al de
136  IV|                 een slaaf verteld, 't is je koppelaar, maar ik zal zorgen,
137  IV|             opzichter. En nou tong, houd je mond, dan krijg je brood."~
138  IV|                  houd je mond, dan krijg je brood."~ De schavuit haalde
139  IV|                    Bravo, Massa, ik geef je een paar laarzen cadeau."~
140  IV|      onbetaalbaarder kerel op de wereld. Je behoeft maar te kikken,
141  IV|              paar slaven zeide: ,,Ik sta je toe, Philargyrus, en ook
142  IV|                en ook jou, Cario, al ben je een begunstiger der ,,Groenen",
143  IV|                 plaats te nemen; zeg aan je vriendin Menophila, dat
144  IV|                 eens, waarde vriend, zul je mijn grafmonument bouwen,
145  IV|        grafmonument bouwen, zoals ik het je verzocht heb? Ik wil in
146  IV|                  wil in ieder geval, dat je aan de voeten van mijn beeld
147  IV|                bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn
148  IV|                onder het volk werp; want je weet, dat ik openbare maaltijden
149  IV|                  elke gast twee denaren. Je kunt, als je wilt, ook een
150  IV|               twee denaren. Je kunt, als je wilt, ook een eetzaal daarop
151  IV|               Aan mijn rechterzijde moet je het beeld van Fortunata
152  IV|                 uit kan vloeien. Ook mag je er een gebroken urn op uithouwen
153  IV|              grafgeschrift betreft, moet je eens zien, of je dit geschikt
154  IV|           betreft, moet je eens zien, of je dit geschikt vindt: ,,Hier
155  IV|                gelukkig te zien, stel ik je voor een bad te gaan nemen;
156  IV|                aan, en sprak: ,,Wat vind je ervan? Wat mij betreft,
157  IV|                laten gaan, zeide deze: ,,Je vergist je, als je gelooft,
158  IV|                 zeide deze: ,,Je vergist je, als je gelooft, dat je
159  IV|               deze: ,,Je vergist je, als je gelooft, dat je het huis
160  IV|                  je, als je gelooft, dat je het huis daar verlaten kunt,
161  IV|                 daar verlaten kunt, waar je er ingekomen bent. Nog nooit
162  IV|            sestertii had kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg.
163  IV|                zijde en sprak: ,,Ik geef je de raad, je geslacht niet
164  IV|             sprak: ,,Ik geef je de raad, je geslacht niet te laten uitsterven."
165  IV|                enfin, ik zal zorgen, dat je mij nog eens met je eigen
166  IV|                  dat je mij nog eens met je eigen vingers uit het graf
167  IV|             vergiffenis te vragen. En om je van nu af aan te laten voelen,
168  IV|                 aan te laten voelen, wat je jezelf aangedaan hebt, zeg
169  IV|               Habinnas, ik wil niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument
170  IV|                     Habinnas, zowaar als je hoopt van je kapitaal te
171  IV|                  zowaar als je hoopt van je kapitaal te genieten, verzoek
172  IV|                  te genieten, verzoek ik je, als ik onrecht gedaan heb,
173  IV|          Fortunata verbiedt me dat. Denk je er zo over, opgeblazen schepsel?
174  IV|        opgeblazen schepsel? Nou, ik geef je de raad, eens goed over
175  IV|                  de raad, eens goed over je geluk na te denken, en niet
176  IV|                  zien, dotje; anders zul je eens ondervinden, hoe driftig
177  IV|               hoe driftig ik kan worden. Je kent me; wat ik eenmaal
178  IV| schreeuwlelijkerd? Ik zal wel maken, dat je binnen een minuut niet weet,
179  IV|               een minuut niet weet, waar je blijft. Maar, wat ik zeggen
180  IV|                  vorige dag gegeten had. Je zou gezegd hebben, dat hij
181  IV|                   toen hij mij vertelde: Je hebt je vrouw uit de goot
182  IV|                hij mij vertelde: Je hebt je vrouw uit de goot opgehaald,
183  IV|             vrouw uit de goot opgehaald, je bent niet gelukkig in de
184  IV|                 gelukkig in de keuze van je vrienden. Niemand bewijst
185  IV|                vrienden. Niemand bewijst je een wederdienst. Je bezit
186  IV|              bewijst je een wederdienst. Je bezit uitgestrekte landerijen.
187  IV|                 uitgestrekte landerijen. Je koestert een slang aan je
188  IV|                Je koestert een slang aan je boezem. En, wat ik jullie
189  IV|              laten zien. Geloof mij: heb je maar een stuiver, dan geld
190  IV|               maar een stuiver, dan geld je ook niet meer dan een stuiver;
191  IV|                meer dan een stuiver; heb je geld, dan heb je naam. Vroeger
192  IV|            stuiver; heb je geld, dan heb je naam. Vroeger was de spreker
193  IV|                aan komen; anders laat ik je levend verbranden. Ik wil
194  IV|                 gieten en sprak: ,,Stelt je nu eens voor, dat ge bij
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License