Part

1   I|         een niet minder snerpend gezang, en zo deed ieder, aan wie
2  II| gedichten van zijn heer. Bij dit gezang wendde Trimalchio zich tot
3  IV|         waarbij Habinnas hem met gezang begeleidde, terwijl hij
4  IV|       mensen vertelden, die zijn gezang konden verstaan. De overige
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License