Part

  1 Inl|                   het hof van keizer Nero was. Daar Petronius in hoge
  2 Inl|                 geblaseerdheid van mening was, dat niets het hoogste punt
  3 Inl|             nieuwe fragmenten vermeerderd was, zodat men nu volgens de
  4   I|                                     Reeds was de derde dag aangebroken,
  5   I|                van de maaltijd". Menelaus was nog aan het spreken, toen
  6   I|                welriekend water overgoten was, liet zich reeds droogwrijven,
  7   I|               posten waarvan een plakkaat was bevestigd met 't volgende
  8   I|                  kamertje van de portier, was een reusachtige hond aan
  9   I|                  ik van de schrik bekomen was, hield ik niet op, vóór
 10   I|                hele muur bekeken had. Het was een schilderij van een slavenmarkt;
 11   I|                   en rentmeester geworden was. Aan het einde der galerij
 12   I|                hoge stellage. Ook Fortuna was aanwezig met een enorme
 13   I|                  mij 't meest frappeerde, was dat aan de deurposten van
 14   I|                  Met dit zelfde opschrift was ook een dubbele lamp voorzien,
 15   I|                    aan wie dit opgedragen was: ,,Met de rechtervoet".
 16   I|                  hij gestraft zou worden, was niet groot, zei hij; want
 17   I|             verjaardag geschonken had: 't was natuurlijk echt Tyrisch
 18   I|                    dat men in een theater was tijdens de opvoering van
 19   I|                    dat voor voorgerechten was bestemd, een ezeltje van
 20   I|                 en het gewicht aan zilver was gegraveerd. Op kleine daaraan
 21   I|                 die geheel door de mantel was bedekt, had hij nog een
 22   I|                  ijzeren sterretjes bezet was. En, om nog meer kostbaarheden
 23   I|                  blinkend metaal gesloten was.~ Toen hij daarop zijn tanden
 24   I|              dooier omgeven.~ Ondertussen was Trimalchio met zijn spel
 25   I|           schoteltje op de grond gevallen was en een slaaf het opraapte,
 26   I|                dat  kunstig vervaardigd was, dat de ledematen en de
 27  II|            verwachting beantwoordde; toch was 't  ongewoon, dat het
 28  II|           lekkernijen aan. Ook Trimalchio was over deze goed gelukte grap
 29  II|                aan en vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend op
 30  II|            schepels. En kort geleden, wat was zij toen nog? Met je permissie,
 31  II|                 zou zeggen, dat het nacht was, dan zou hij 't geloven.
 32  II|                  schapen hem verschaffen, was hem niet goed genoeg: welnu,
 33  II|                   ver gebracht heeft. Hij was begrafenisondernemer. Hij
 34  II|               gesprekken; want de dienbak was al weer weggedragen; de
 35  II|                een vrijheidsmuts op tafel was gekomen. Toen ik alle mogelijkheden
 36  II|                  als hoofdgerecht bestemd was, maakten de gasten er geen
 37  II|                   praten te brengen. Dama was de eerste, die, toen hij
 38  II|                  in het bad gaan, want ik was op een begrafenis. Die aardige
 39  II|                   hij praatte te veel, 't was geen man, maar één stuk
 40  II| onverdraagzaamheid. Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een echte
 41  II|               flink op de been hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg,
 42  II|                meer stal dan hem vermaakt was. En tenslotte liet die stommeling,
 43  II|               stommeling, omdat hij kwaad was op zijn broer, zijn vermogen
 44  II|               voor wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; in
 45  II|               Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij droeg zijn
 46  II|               leeftijd met ere; zijn haar was nog zo zwart als een raaf.
 47  II|                  hebben gelaten; maar hij was ook op jongens verzot; hij
 48  II|                ook op jongens verzot; hij was van alle markten thuis.
 49  II|              indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer 't brood
 50  II|                  niet van prima kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters
 51  II|               indertijd, toen ik nog jong was, bij de oude triomfboog.
 52  II|                   de oude triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste
 53  II|                   alsof hij een der onzen was. Daarom was 't koren toen
 54  II|                 een der onzen was. Daarom was 't koren toen ook zo spotgoedkoop.
 55  II|                  alsof ze een kalfsstaart was. Maar waarom hebben we ook
 56  II|                 nooit), en de hele wereld was blij, al waren de mensen
 57  II|              hebben kunnen houden; de een was een oude knol, de ander
 58  II|                  tweegevecht gedood werd, was niet veel meer dan een lijk,
 59  II|                 doorgehakte kniepezen. Er was maar één kerel met wat pit,
 60  II|                   onder orkestbegeleiding was afgenomen, werden drie witte
 61  II|                 de macht van zijn meester was herinnerd, volgde het aanstaande
 62  II|                   omdraaide? Toen ik jong was, las ik die dingen in Homerus.
 63  II|              kleren uit." In een ogenblik was dit geschied. Bedroefd stond
 64  II|              gelaat weer vrolijk geworden was: ,,Nu, daar je zo'n slecht
 65  II|                   ontstaan is. Toen Troja was ingenomen, liet Hannibal,
 66  II|                 als het niet zo breekbaar was, dan had ik 't nog liever
 67  II|                  heeft 't geen waarde. Er was echter een kunstenaar, die
 68  II|                   maakte, die onbreekbaar was. Men liet hem dan ook met
 69  II|             kunstenaar de beker opraapte, was hij alleen een beetje gedeukt,
 70  II|              gedeukt, alsof hij van brons was. Daarna haalde de man een
 71  II|                  luider stem voorlas, als was het uit een staatscourant: ,,
 72  II|                 codicil buiten de erfenis was gehouden; dan de namen van
 73  II|                  een nachtwacht verstoten was, omdat zij betrapt was in
 74  II|          verstoten was, omdat zij betrapt was in de kamer van een badmeester,
 75  II|                het atrium, die naar Baiae was verbannen; tenslotte werd
 76  II|                   staat van beschuldiging was gesteld, en dat het vonnis
 77  II|                gesteld, en dat het vonnis was geveld door een rechtbank
 78  II|                vast te houden. Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes
 79  II|                bekeek, alsof hij gekwetst was, kwamen dokters aanhollen,
 80  II|                die van de ladder gevallen was, deze wierp zich voor onze
 81  II|               vervelende geschiedenis, en was bang dat op deze smeekbeden
 82  II|            verrassing zou volgen, want ik was dat gevalletje met de kok
 83  II|                 gebruiken. Mijn vermoeden was niet zo ver mis: want in
 84  II|                 man door een slaaf gewond was.~ Wij betuigden onze instemming
 85 III|                   eerste meer welsprekend was, en dat de laatste meer
 86  IV|                onaangenaams komt."~ Reeds was hij op het punt de wijsgeren
 87  IV|                   muis die aan een kikker was gebonden en een bundel beetwortels.~
 88  IV|            medevrijgelatenen woedend; het was juist degene, die een plaats
 89  IV|                  geweten, of ik een slaaf was of een vrij man. Ik was
 90  IV|                   was of een vrij man. Ik was nog een jongen met lang
 91  IV|                 de stad kwam; de basilica was nog niet gebouwd. Ik heb
 92  IV|              wiens vingernagel meer waard was, dan jij van het hoofd tot
 93  IV|           aantrekt, alsof je niet geboren was. Denk je misschien, dat
 94  IV|                  jij nog een jong haantje was, kraaide je ook kukeleku,
 95  IV|            Ontsteld sprong ik op, want ik was bang, dat door 't plafond
 96  IV|                van een geweldig groot vat was afgenomen, daalde naar beneden;
 97  IV|                weer naar de tafel. Daarop was al weer een blad met koeken
 98  IV|                 dat met een ritueel vocht was besprenkeld, een godsdienstige
 99  IV|                     Toen ik nog een slaaf was, woonden wij in een nauw
100  IV|                dat mijn meneer naar Capua was gegaan, om oude lorren te
101  IV|              mijlpaal te vergezellen. Het was een militair, sterk als
102  IV|                  de man een wolf geworden was, liet hij een gehuil horen
103  IV|               Eerst wist ik niet, waar ik was; toen kwam ik dichter bij,
104  IV|               haast van angst stierf, dan was ik het. Toch trok ik mijn
105  IV|                    toen ik binnenkwam; 't was bijna mijn laatste uur geweest; '
106  IV|                tot mijzelf komen. Melissa was verwonderd, dat ik zo laat
107  IV|                 zei: ,,Wanneer je vroeger was gekomen, dan had je ons
108  IV|                   dat de man een weerwolf was, en van dat ogenblik af
109  IV|                  die op het dak geklommen was. Toen ik nog een aardig
110  IV|                 ik nog een aardig slaafje was met lange haren (want ik
111  IV|                  een jongen, die volmaakt was in alle mogelijke opzichten.
112  IV|                    die de dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier
113  IV|               niet. Toen de stumper terug was, wierp hij zich op zijn
114  IV|               zijn bed: zijn hele lichaam was bont en blauw, alsof hij
115  IV|              blauw, alsof hij afgeranseld was, omdat de boze hand hem
116  IV|                  de gehele zaal veranderd was, toen Trimalchio zeide: ,,
117  IV|                 jij ons niet eens? Anders was je altijd gezelliger, je
118  IV|               lijd. Maar toen ik nog jong was, had ik bijna de tering
119  IV|                   in een kapperszaak! Wie was daarin ooit mijn evenknie,
120  IV|                 dat het een Grieks liedje was.~ Toen Trimalchio de trompetblazers
121  IV|                   hij Croesus noemde. Het was een knaap met zere ogen ,
122  IV|             indruk te maken, dat hij boos was over de aangerichte schade,
123  IV|               Toen Trimalchio wat bedaard was, gaf hij bevel, om in een
124  IV|                 dat er een praetor binnen was gekomen. Ik maakte daarom
125  IV|                 verbazing aanstaarde. Hij was reeds aangeschoten, en steunde
126  IV|             schouders van zijn vrouw; hij was met verscheidene kransen
127  IV|                  vroeg, hoe hij ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets
128  IV|                 ik jou, maar in gedachten was ik hier. Het was er keurig
129  IV|                gedachten was ik hier. Het was er keurig in orde, dat kan
130  IV|                   zij, toen hij gestorven was, vrij verklaard had. Ja,
131  IV|                 Maar niettegenstaande dat was het er heel gezellig, ofschoon
132  IV|                 Ik zal het je vertellen," was het antwoord, "als ik kan;
133  IV|                een zwijn, dat met worsten was behangen, daar omheen saucijsjes
134  IV|                   daarop volgende gerecht was koude taart met uitstekende
135  IV|                 wijn, die op warme honing was gegoten. Van de taart at
136  IV|                Scintilla zo onvoorzichtig was geweest daarvan te proeven,
137  IV|                 ga ik er vandoor," en hij was reeds op 't punt om op te
138  IV|                  slaven meer dan viermaal was geroepen. Zij kwam dus,
139  IV|                gordel zo hoog opgetrokken was, dat daaronder een kersrode
140  IV|                 die een en al bewondering was. Tenslotte ontdeed zij zich
141  IV|                zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio bemerkte dit,
142  IV|            gewicht te bewijzen. Scintilla was al even blufferig, want
143  IV|           saffraan en vermiljoen gekleurd was, op de vloer en, wat ik
144  IV|             fouten; had hij die niet, dan was hij volmaakt: hij is besneden
145  IV|             haalde nu, alsof hij geprezen was, een lamp van aardewerk
146  IV|               geloofden, een gemeste gans was opgedragen, waaromheen vissen
147  IV|                 mij onmiddellijk, wat het was, en terwijl ik mij tot Agamemnon
148  IV|                pseudo-diners gezien."~ Ik was nog aan het spreken, toen
149  IV|                tevreden dat hij aan tafel was, begon hij dadelijk de toneelspeler
150  IV|                 liefhebben, alsof ik dood was." Reeds begonnen allen hun
151  IV|                  hij dit niet gewild. Hij was vroom, dapper en trouw.
152  IV|               dapper en trouw. Zijn begin was klein, zijn einde groot.
153  IV|              geschilderde hond op de loop was gegaan, werd in mijn dronkenheid,
154  IV|                  op het droge trok. Giton was al lang op zeer vernuftige
155  IV|                 lekkere beetjes afgeleid, was weer kalm geworden. Maar
156  IV|                  de badkamer binnen; deze was nauw en deed aan een kuip
157  IV|                zeide, dat niets prettiger was dan zich, zonder een groot
158  IV|                 hier vroeger een bakkerij was geweest. Toen hij vervolgens
159  IV|                   hij vervolgens vermoeid was gaan zitten, opende hij,
160  IV|                 onze dronkenschap voorbij was, werden wij in een andere
161  IV|                  deze lekkernij genuttigd was, wendde Trimalchio zich
162  IV|                haar gelaat. Ook Scintilla was ontsteld en bedekte haar
163  IV|                   ik uit Klein-Azië kwam, was ik niet groter dan die candelaber
164  IV|          candelaber daar. Kort gezegd, ik was gewoon, mij iedere dag aan
165  IV|         lampenolie in. Veertien jaar lang was ik de lieveling van mijn
166  IV|                   een lading wijn in (die was toen goud waard) en zond
167  IV|                    alsof er niets gebeurd was. Ik liet grotere, betere,
168  IV|                 goudstukken ter hand. Dit was, als 't ware het zuurdeeg
169  IV|                   die juist in ons stadje was gekomen, een Griek (Serapa
170  IV|                gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam) knap genoeg om
171  IV|                 met mij samengewoond had. Was jij er niet bij, Habinnas,
172  IV|                bouwen. Zoals ge weet, het was eerst een krot, nu is het
173  IV|                  dan heb je naam. Vroeger was de spreker een armzalige
174  IV|            betasten, of het van goede wol was. Toen zei Trimalchio: ,,
175  IV|               Trimalchio, die stomdronken was, bevel gaf - een nieuwe
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License