IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] warm 7 warme 3 warmpjes 2 was 175 wasbekken 1 wassen 1 wast 1 | Frequency [« »] 209 op 208 niet 194 je 175 was 174 maar 171 t 165 aan | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances was |
Part
1 Inl| het hof van keizer Nero was. Daar Petronius in hoge 2 Inl| geblaseerdheid van mening was, dat niets het hoogste punt 3 Inl| nieuwe fragmenten vermeerderd was, zodat men nu volgens de 4 I| Reeds was de derde dag aangebroken, 5 I| van de maaltijd". Menelaus was nog aan het spreken, toen 6 I| welriekend water overgoten was, liet zich reeds droogwrijven, 7 I| posten waarvan een plakkaat was bevestigd met 't volgende 8 I| kamertje van de portier, was een reusachtige hond aan 9 I| ik van de schrik bekomen was, hield ik niet op, vóór 10 I| hele muur bekeken had. Het was een schilderij van een slavenmarkt; 11 I| en rentmeester geworden was. Aan het einde der galerij 12 I| hoge stellage. Ook Fortuna was aanwezig met een enorme 13 I| mij 't meest frappeerde, was dat aan de deurposten van 14 I| Met dit zelfde opschrift was ook een dubbele lamp voorzien, 15 I| aan wie dit opgedragen was: ,,Met de rechtervoet". 16 I| hij gestraft zou worden, was niet groot, zei hij; want 17 I| verjaardag geschonken had: 't was natuurlijk echt Tyrisch 18 I| dat men in een theater was tijdens de opvoering van 19 I| dat voor voorgerechten was bestemd, een ezeltje van 20 I| en het gewicht aan zilver was gegraveerd. Op kleine daaraan 21 I| die geheel door de mantel was bedekt, had hij nog een 22 I| ijzeren sterretjes bezet was. En, om nog meer kostbaarheden 23 I| blinkend metaal gesloten was.~ Toen hij daarop zijn tanden 24 I| dooier omgeven.~ Ondertussen was Trimalchio met zijn spel 25 I| schoteltje op de grond gevallen was en een slaaf het opraapte, 26 I| dat zó kunstig vervaardigd was, dat de ledematen en de 27 II| verwachting beantwoordde; toch was 't zó ongewoon, dat het 28 II| lekkernijen aan. Ook Trimalchio was over deze goed gelukte grap 29 II| aan en vroeg, wie die dame was, die daar voortdurend op 30 II| schepels. En kort geleden, wat was zij toen nog? Met je permissie, 31 II| zou zeggen, dat het nacht was, dan zou hij 't geloven. 32 II| schapen hem verschaffen, was hem niet goed genoeg: welnu, 33 II| ver gebracht heeft. Hij was begrafenisondernemer. Hij 34 II| gesprekken; want de dienbak was al weer weggedragen; de 35 II| een vrijheidsmuts op tafel was gekomen. Toen ik alle mogelijkheden 36 II| als hoofdgerecht bestemd was, maakten de gasten er geen 37 II| praten te brengen. Dama was de eerste, die, toen hij 38 II| in het bad gaan, want ik was op een begrafenis. Die aardige 39 II| hij praatte te veel, 't was geen man, maar één stuk 40 II| onverdraagzaamheid. Neen, zijn broer, dat was een brave kerel, een echte 41 II| flink op de been hielp, dat was, dat hij een erfenis kreeg, 42 II| meer stal dan hem vermaakt was. En tenslotte liet die stommeling, 43 II| stommeling, omdat hij kwaad was op zijn broer, zijn vermogen 44 II| voor wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; in 45 II| Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij droeg zijn 46 II| leeftijd met ere; zijn haar was nog zo zwart als een raaf. 47 II| hebben gelaten; maar hij was ook op jongens verzot; hij 48 II| ook op jongens verzot; hij was van alle markten thuis. 49 II| indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; wanneer 't brood 50 II| niet van prima kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters 51 II| indertijd, toen ik nog jong was, bij de oude triomfboog. 52 II| de oude triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste 53 II| alsof hij een der onzen was. Daarom was 't koren toen 54 II| een der onzen was. Daarom was 't koren toen ook zo spotgoedkoop. 55 II| alsof ze een kalfsstaart was. Maar waarom hebben we ook 56 II| nooit), en de hele wereld was blij, al waren de mensen 57 II| hebben kunnen houden; de een was een oude knol, de ander 58 II| tweegevecht gedood werd, was niet veel meer dan een lijk, 59 II| doorgehakte kniepezen. Er was maar één kerel met wat pit, 60 II| onder orkestbegeleiding was afgenomen, werden drie witte 61 II| de macht van zijn meester was herinnerd, volgde het aanstaande 62 II| omdraaide? Toen ik jong was, las ik die dingen in Homerus. 63 II| kleren uit." In een ogenblik was dit geschied. Bedroefd stond 64 II| gelaat weer vrolijk geworden was: ,,Nu, daar je zo'n slecht 65 II| ontstaan is. Toen Troja was ingenomen, liet Hannibal, 66 II| als het niet zo breekbaar was, dan had ik 't nog liever 67 II| heeft 't geen waarde. Er was echter een kunstenaar, die 68 II| maakte, die onbreekbaar was. Men liet hem dan ook met 69 II| kunstenaar de beker opraapte, was hij alleen een beetje gedeukt, 70 II| gedeukt, alsof hij van brons was. Daarna haalde de man een 71 II| luider stem voorlas, als was het uit een staatscourant: ,, 72 II| codicil buiten de erfenis was gehouden; dan de namen van 73 II| een nachtwacht verstoten was, omdat zij betrapt was in 74 II| verstoten was, omdat zij betrapt was in de kamer van een badmeester, 75 II| het atrium, die naar Baiae was verbannen; tenslotte werd 76 II| staat van beschuldiging was gesteld, en dat het vonnis 77 II| gesteld, en dat het vonnis was geveld door een rechtbank 78 II| vast te houden. Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes 79 II| bekeek, alsof hij gekwetst was, kwamen dokters aanhollen, 80 II| die van de ladder gevallen was, deze wierp zich voor onze 81 II| vervelende geschiedenis, en was bang dat op deze smeekbeden 82 II| verrassing zou volgen, want ik was dat gevalletje met de kok 83 II| gebruiken. Mijn vermoeden was niet zo ver mis: want in 84 II| man door een slaaf gewond was.~ Wij betuigden onze instemming 85 III| eerste meer welsprekend was, en dat de laatste meer 86 IV| onaangenaams komt."~ Reeds was hij op het punt de wijsgeren 87 IV| muis die aan een kikker was gebonden en een bundel beetwortels.~ 88 IV| medevrijgelatenen woedend; het was juist degene, die een plaats 89 IV| geweten, of ik een slaaf was of een vrij man. Ik was 90 IV| was of een vrij man. Ik was nog een jongen met lang 91 IV| de stad kwam; de basilica was nog niet gebouwd. Ik heb 92 IV| wiens vingernagel meer waard was, dan jij van het hoofd tot 93 IV| aantrekt, alsof je niet geboren was. Denk je misschien, dat 94 IV| jij nog een jong haantje was, kraaide je ook kukeleku, 95 IV| Ontsteld sprong ik op, want ik was bang, dat door 't plafond 96 IV| van een geweldig groot vat was afgenomen, daalde naar beneden; 97 IV| weer naar de tafel. Daarop was al weer een blad met koeken 98 IV| dat met een ritueel vocht was besprenkeld, een godsdienstige 99 IV| Toen ik nog een slaaf was, woonden wij in een nauw 100 IV| dat mijn meneer naar Capua was gegaan, om oude lorren te 101 IV| mijlpaal te vergezellen. Het was een militair, sterk als 102 IV| de man een wolf geworden was, liet hij een gehuil horen 103 IV| Eerst wist ik niet, waar ik was; toen kwam ik dichter bij, 104 IV| haast van angst stierf, dan was ik het. Toch trok ik mijn 105 IV| toen ik binnenkwam; 't was bijna mijn laatste uur geweest; ' 106 IV| tot mijzelf komen. Melissa was verwonderd, dat ik zo laat 107 IV| zei: ,,Wanneer je vroeger was gekomen, dan had je ons 108 IV| dat de man een weerwolf was, en van dat ogenblik af 109 IV| die op het dak geklommen was. Toen ik nog een aardig 110 IV| ik nog een aardig slaafje was met lange haren (want ik 111 IV| een jongen, die volmaakt was in alle mogelijke opzichten. 112 IV| die de dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier 113 IV| niet. Toen de stumper terug was, wierp hij zich op zijn 114 IV| zijn bed: zijn hele lichaam was bont en blauw, alsof hij 115 IV| blauw, alsof hij afgeranseld was, omdat de boze hand hem 116 IV| de gehele zaal veranderd was, toen Trimalchio zeide: ,, 117 IV| jij ons niet eens? Anders was je altijd gezelliger, je 118 IV| lijd. Maar toen ik nog jong was, had ik bijna de tering 119 IV| in een kapperszaak! Wie was daarin ooit mijn evenknie, 120 IV| dat het een Grieks liedje was.~ Toen Trimalchio de trompetblazers 121 IV| hij Croesus noemde. Het was een knaap met zere ogen , 122 IV| indruk te maken, dat hij boos was over de aangerichte schade, 123 IV| Toen Trimalchio wat bedaard was, gaf hij bevel, om in een 124 IV| dat er een praetor binnen was gekomen. Ik maakte daarom 125 IV| verbazing aanstaarde. Hij was reeds aangeschoten, en steunde 126 IV| schouders van zijn vrouw; hij was met verscheidene kransen 127 IV| vroeg, hoe hij ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets 128 IV| ik jou, maar in gedachten was ik hier. Het was er keurig 129 IV| gedachten was ik hier. Het was er keurig in orde, dat kan 130 IV| zij, toen hij gestorven was, vrij verklaard had. Ja, 131 IV| Maar niettegenstaande dat was het er heel gezellig, ofschoon 132 IV| Ik zal het je vertellen," was het antwoord, "als ik kan; 133 IV| een zwijn, dat met worsten was behangen, daar omheen saucijsjes 134 IV| daarop volgende gerecht was koude taart met uitstekende 135 IV| wijn, die op warme honing was gegoten. Van de taart at 136 IV| Scintilla zo onvoorzichtig was geweest daarvan te proeven, 137 IV| ga ik er vandoor," en hij was reeds op 't punt om op te 138 IV| slaven meer dan viermaal was geroepen. Zij kwam dus, 139 IV| gordel zo hoog opgetrokken was, dat daaronder een kersrode 140 IV| die een en al bewondering was. Tenslotte ontdeed zij zich 141 IV| zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio bemerkte dit, 142 IV| gewicht te bewijzen. Scintilla was al even blufferig, want 143 IV| saffraan en vermiljoen gekleurd was, op de vloer en, wat ik 144 IV| fouten; had hij die niet, dan was hij volmaakt: hij is besneden 145 IV| haalde nu, alsof hij geprezen was, een lamp van aardewerk 146 IV| geloofden, een gemeste gans was opgedragen, waaromheen vissen 147 IV| mij onmiddellijk, wat het was, en terwijl ik mij tot Agamemnon 148 IV| pseudo-diners gezien."~ Ik was nog aan het spreken, toen 149 IV| tevreden dat hij aan tafel was, begon hij dadelijk de toneelspeler 150 IV| liefhebben, alsof ik dood was." Reeds begonnen allen hun 151 IV| hij dit niet gewild. Hij was vroom, dapper en trouw. 152 IV| dapper en trouw. Zijn begin was klein, zijn einde groot. 153 IV| geschilderde hond op de loop was gegaan, werd in mijn dronkenheid, 154 IV| op het droge trok. Giton was al lang op zeer vernuftige 155 IV| lekkere beetjes afgeleid, was weer kalm geworden. Maar 156 IV| de badkamer binnen; deze was nauw en deed aan een kuip 157 IV| zeide, dat niets prettiger was dan zich, zonder een groot 158 IV| hier vroeger een bakkerij was geweest. Toen hij vervolgens 159 IV| hij vervolgens vermoeid was gaan zitten, opende hij, 160 IV| onze dronkenschap voorbij was, werden wij in een andere 161 IV| deze lekkernij genuttigd was, wendde Trimalchio zich 162 IV| haar gelaat. Ook Scintilla was ontsteld en bedekte haar 163 IV| ik uit Klein-Azië kwam, was ik niet groter dan die candelaber 164 IV| candelaber daar. Kort gezegd, ik was gewoon, mij iedere dag aan 165 IV| lampenolie in. Veertien jaar lang was ik de lieveling van mijn 166 IV| een lading wijn in (die was toen goud waard) en zond 167 IV| alsof er niets gebeurd was. Ik liet grotere, betere, 168 IV| goudstukken ter hand. Dit was, als 't ware het zuurdeeg 169 IV| die juist in ons stadje was gekomen, een Griek (Serapa 170 IV| gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam) knap genoeg om 171 IV| met mij samengewoond had. Was jij er niet bij, Habinnas, 172 IV| bouwen. Zoals ge weet, het was eerst een krot, nu is het 173 IV| dan heb je naam. Vroeger was de spreker een armzalige 174 IV| betasten, of het van goede wol was. Toen zei Trimalchio: ,, 175 IV| Trimalchio, die stomdronken was, bevel gaf - een nieuwe