IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] maaltijden 1 maan 2 maanden 1 maar 174 maat 3 maatregelen 1 macht 1 | Frequency [« »] 208 niet 194 je 175 was 174 maar 171 t 165 aan 147 als | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances maar |
Part
1 Inl| veroordeling hem zou bereiken, maar maakte tevoren een eind 2 Inl| hun vermogen verbrassen, maar als een man, die van alle 3 I| uitzicht gestelde galgemaal, maar door zoveel slagen gehavend 4 I| raapte hij die niet meer op, maar een slaaf had er een zak 5 I| spelers heen en weer vlogen, maar die, welke op de grond vielen. 6 I| niet met gewoon linnen, maar met de fijnste wollen handdoeken. 7 I| Mijn makkers lachten, maar zodra ik van de schrik bekomen 8 I| natuurlijk echt Tyrisch purper, maar reeds éénmaal gewassen. 9 I| reeds éénmaal gewassen. Maar wat doet het er toe? Op 10 I| onaangename werk zwegen zij niet, maar zongen er voortdurend bij. 11 I| geheel van goud scheen, maar in werkelijkheid met vele 12 I| tafel te komen, vrienden, maar om u niet te lang te laten 13 I| mijn aangename bezigheden maar in de steek gelaten. Maar 14 I| maar in de steek gelaten. Maar u zult mij toestaan, dat 15 I| zij reeds bebroed zijn! Maar laten wij eens proberen 16 II| levert. Toch bleef Trimalchio maar steeds op langgerekte toon 17 II| zo puissant rijk is hij, maar dat loeder let op alles 18 II| niet, is matig en niet dom, maar ze heeft een kwade tong, ' 19 II| landerijen, zover als de wouwen maar vliegen kunnen, en geld 20 II| muizenhol te drijven. En denk maar niet, dat hij ooit ergens 21 II| alles wat zijn hart begeert. Maar zie vooral niet neer op 22 II| hout op zijn hals sjouwde. Maar zoals de mensen zeggen - 23 II| weet 't niet, ik heb 't maar van horen zeggen: toen hij 24 II| hemel hem gegeven heeft. Maar hij is wat poenig en wil 25 II| sestertiën ( f100.000.-) gehad, maar nu staat hij zwak. Ik geloof, 26 II| zijn hoofd van hem zelf is, maar, bij Hercules, dat is zijn 27 II| beste kerel van de wereld; maar die vervloekte vrijgelatenen 28 II| leefde niet als een mens, maar als een prins uit een sprookje. 29 II| prins uit een sprookje. Maar toen de zaken misliepen 30 II| meubelen laten veilen."~ Maar Trimalchio onderbrak deze 31 II| maken. Vis moet zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met het 32 II| de vogels had gesneden, maar een reusachtige kerel met 33 II| want dit is geen raadsel, maar iets heel eenvoudigs. Gisteren 34 II| het is nacht. Daarom is 't maar 't beste, zo van je bed 35 II| heeft mij niet warm gemaakt. Maar een warme drank is als een 36 II| aan ons lichaam knagen. Maar wanneer ik een beker honingwijn 37 II| niet zo goed behandeld had. Maar de vrouwen, de een zo goed 38 II| je weldaden in het water. Maar een oude liefde houdt je 39 II| te veel, 't was geen man, maar één stuk onverdraagzaamheid. 40 II| het begin had hij ,,pech", maar de eerste wijnoogst bracht 41 II| duur als hij zelf verkoos. Maar wat hem pas flink op de 42 II| voorbijziet, die geeft om niets. Maar hij luisterde naar sommige 43 II| verkeerde raad gegeven. Maar iemand, die te snel vertrouwt, 44 II| veranderde lood in goud. Maar 't is makkelijk, als alles 45 II| had? Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij 46 II| met rust hebben gelaten; maar hij was ook op jongens verzot; 47 II| ter wereld interesseren, maar niemand denkt eens over 48 II| triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste peper. De grond 49 II| onder zijn voetstappen. Maar oprecht, betrouwbaar, een 50 II| niet in bloemrijke stijl, maar voor 't vaderland weg. Wanneer 51 II| je tweeën niet opkrijgen. Maar nu zijn de broden nog kleiner 52 II| ze een kalfsstaart was. Maar waarom hebben we ook een 53 II| heeft verdiend. Als wij maar fut hadden, dan zou hij 54 II| zijn leven niet hebben, maar thuis zijn wij leeuwen en 55 II| stad bestaan, als de mensen maar verstand hadden. Tegenwoordig 56 II| Tegenwoordig gaat 't er slecht mee, maar 't is niet de enige stad, 57 II| hier de gebraden varkens maar zo rondlopen. Zie nu eens, 58 II| troep beroepsgladiatoren, maar voor 't merendeel vrijgelatene. 59 II| hem is 't of dit of dat, maar in ieder geval iets buitengewoons. 60 II| zwaarden laten gebruiken, maar ijzeren; van vluchten zal 61 II| vluchten zal geen sprake zijn, maar 't wordt een slachting voor ' 62 II| echtgenoten en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel, 63 II| hoorns te worden genomen. Maar die z'n ezel niet kan slaan, 64 II| aardje naar haar vaartje. Maar Glycon heeft zijn familie 65 II| kan hem daarvan af helpen. Maar ieder moet nu eenmaal voor 66 II| doorgehakte kniepezen. Er was maar één kerel met wat pit, een 67 II| geapplaudisseerd" zei ik. ,,Reken 't maar eens na; ik gaf je meer 68 II| alles in de war geschopt. Maar we zullen wel wat vinden, 69 II| tijd heeft, dan zit hij maar op zijn lei te kijken. ' 70 II| wezel ze opgegeten had. Maar toen had hij weer een ander 71 II| heeft wel genoeg kennis, maar plezier om met de jongen 72 II| onderwijzer niet bijzonder knap, maar iemand, die zich veel moeite 73 II| in azijn me wat geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw 74 II| kan verbieden. Jij lacht maar Fortunata, maar iedere nacht 75 II| Jij lacht maar Fortunata, maar iedere nacht houd je me 76 II| genietingen beklommen hadden, maar dat wij eerst halverwegen 77 II| kunstjes zouden vertonen. Maar Trimalchio stelde deze verwachting 78 II| beste boer ook klaar maken. Maar mijn koks braden in een 79 II| zal ik andere laten halen, maar je moet hem eer aandoen. 80 II| ik nooit wijn te kopen, maar ieder merk, dat ons nu zo 81 II| grondgebied te kunnen varen.~ Maar vertel mij eens, Agamemnon, 82 II| denken, dat de kerel alleen maar vergeten had er wat peper 83 II| en kon mij niet inhouden maar fluisterde Agamemnon in 84 II| vis niet om gedacht had." Maar Trimalchio deed dit niet, 85 II| er dan hier de ingewanden maar uit." De kok trok zijn kleren 86 II| alleen met een dronk geëerd, maar ook met een zilveren krans, 87 II| Corinthe gestuurd werden, maar hij maakte het beter. Hij 88 II| wat van Corinthus komt? Maar jullie moet me niet voor 89 II| kwalijk nemen, als ik 't zeg; maar ik houd meer van glas, want 90 II| t nog liever dan goud; maar zoals glas nu is, heeft ' 91 II| keizer ontstelde hevig, maar toen de kunstenaar de beker 92 II| een lip en smeekte genade, maar Trimalchio sprak: ,,Waarom 93 II| hij; ,,ik houd trouwens maar van twee dingen op de wereld, 94 II| Grieks stuk op te voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse 95 II| nek hadden zien breken, maar uit vrees, dat het diner 96 IV| draagt een wollen tunica. Maar de bijen vind ik hemelse 97 IV| andere dergelijke cadeautjes, maar ik ben vergeten welke.~ 98 IV| Ik word niet gauw kwaad, maar als het vlees slap wordt, 99 IV| komen de wormen. Hij lacht maar. Wat heeft hij voor reden 100 IV| niet behoef te schamen. Maar heb jij het zo druk, dat 101 IV| een luisje bij een ander maar niet de schapenluis bij 102 IV| neen, je bent nog slapper, maar niet beter . Ben je rijker 103 IV| Veertig jaar heb ik gediend, maar niemand heeft ooit geweten, 104 IV| beentje wilden lichten, maar dankzij zijn Beschermgeest 105 IV| hier allemaal veel plezier, maar die lui, die je niet onder 106 IV| toch ben ik geen driftkop, maar wanneer ik begin, dan geef 107 IV| moeder geen twee duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal 108 IV| andere dwaasheid geleerd, maar ik kan opschriften op steen 109 IV| grote mensen niet bespot." Maar nu zijn 't allemaal jongens 110 IV| van verwijten antwoorden, maar Trimalchio sprak, verheugd 111 IV| ze mij zullen uitlachen. Maar laat ze hun gang maar gaan; 112 IV| uitlachen. Maar laat ze hun gang maar gaan; ik zal de geschiedenis 113 IV| een allerliefst dikkertje. Maar ik hield van haar niet om 114 IV| schoonheid, of uit wellust, maar meer omdat ze zo'n goed 115 IV| een erfenis mee verdienen. Maar, wat ik zeggen zou, toen 116 IV| zijn kleren op te rapen, maar ziet, die waren versteend. 117 IV| die van een dode, ik kon maar niet tot mijzelf komen. 118 IV| geen oog meer dicht doen, maar bij het aanbreken van de 119 IV| vond ik niets dan bloed. Maar bij mijn thuiskomst lag 120 IV| van denken wat ze willen; maar als ik onwaarheid spreek, 121 IV| kwaad zeggen van je verhaal, maar ik heb er kippevel van ( 122 IV| betrouwbaar en geen kletser. Maar ik zal jullie zelf ook eens 123 IV| Wij hoorden een gezucht, maar (ik wil niet liegen) de 124 IV| weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder het lichaam 125 IV| sinds ik aan podagra lijd. Maar toen ik nog jong was, had 126 IV| niet bij deze vechtpartij, maar er werd een kandelaar omgeworpen, 127 IV| hoofd. Overdag ernstig, maar 's avonds vrolijk!"~ Na 128 IV| voeten op de grond te zetten. Maar Agamemnon lachte om mijn 129 IV| gekke kerel, het is Habinnas maar, een lid van de commissie 130 IV| alleen miste ik jou, maar in gedachten was ik hier. 131 IV| overledene op 50.000 sestertiën. Maar niettegenstaande dat was 132 IV| gebeente uit te gieten." ,,Maar, wat kregen jullie te eten?" 133 IV| Van de taart at ik niets, maar aan de honing deed ik me 134 IV| meebreng, krijg ik een standje. Maar daar herinnert mijn vrouw 135 IV| zwijn. Trouwens, ik zeg maar, als een beer een mens opeet, 136 IV| namen. De ham lieten wij maar onaangeroerd.~ Maar vertel 137 IV| wij maar onaangeroerd.~ Maar vertel mij eens, waarom 138 IV| water in de mond nemen." ,,Maar", zei Habinnas, ,,als zij 139 IV| goedkoop zijn als modder, maar nu moet een mens meer uitgeven 140 IV| jullie hebt het dessert al. Maar als er nog iets lekkers 141 IV| lekkers is, breng het dan maar."~ Ondertussen bootste een 142 IV| van mijn leven tegenstond. Maar, toen de slaaf ophield, 143 IV| nooit op school geweest, maar ik heb hem onderwijs gegeven, 144 IV| van alle markten thuis is. Maar hij heeft twee fouten; had 145 IV| verteld, 't is je koppelaar, maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt 146 IV| niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet niet jaloers zijn, 147 IV| merkte. Daarom stuurde hij me maar gauw naar 't land als opzichter. 148 IV| waar als ik in kapitaal, maar niet in corpulentie hoop 149 IV| op de wereld. Je behoeft maar te kikken, en hij maakt 150 IV| ongeluk hen ook omlaag geduwd. Maar zij zullen nog tijdens mijn 151 IV| zijn huis mooi inricht, maar niet zorgt voor de woning, 152 IV| begonnen reeds te vloeien, maar opeens riep Trimalchio: ,, 153 IV| betreft, als ik het bad maar zie, krijg ik al een ongeluk. 154 IV| in het water getrokken. Maar wij werden gered door de 155 IV| was weer kalm geworden. Maar toen wij nog huiverig aan 156 IV| Trimalchio stond hierin rechtop. Maar ook hier waren wij gedwongen 157 IV| hemel beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet 158 IV| steunend haar gezicht legde. Maar Trimalchio zeide: ,,Wat 159 IV| haar tot een dame gemaakt. Maar zij blaast zich op, als 160 IV| een stuk hout, geen vrouw. Maar wie in een bordeel geboren 161 IV| niet te laten uitsterven." Maar ik, goeie lobbes die ik 162 IV| zelf de bijl in mijn been. Maar enfin, ik zal zorgen, dat 163 IV| zijn schoonheid gekust, maar omdat hij zo braaf is : 164 IV| jongen om mee te dwepen? Maar Fortunata verbiedt me dat. 165 IV| ijzeren bout vastgenageld. Maar laat ons om het heden denken. 166 IV| geweest, wat jullie bent, maar door mijn flinkheid heb 167 IV| barst haast van succes. Maar ben jij nu nog aan 't huilen, 168 IV| niet weet, waar je blijft. Maar, wat ik zeggen wilde, ik 169 IV| begrijpt, wat ik bedoel, maar ik zwijg er over, want ik 170 IV| voldoende voor een senator. Maar geen mens heeft ooit genoeg, 171 IV| schipbreuk; het is geen praatje, maar de volle waarheid. Op één 172 IV| te verkopen: alles wat ik maar ter hand nam, ging in de 173 IV| heen; het ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, 174 IV| zien. Geloof mij: heb je maar een stuiver, dan geld je