Part

  1 Inl|       veroordeling hem zou bereiken, maar maakte tevoren een eind
  2 Inl|             hun vermogen verbrassen, maar als een man, die van alle
  3   I|         uitzicht gestelde galgemaal, maar door zoveel slagen gehavend
  4   I|         raapte hij die niet meer op, maar een slaaf had er een zak
  5   I|         spelers heen en weer vlogen, maar die, welke op de grond vielen.
  6   I|              niet met gewoon linnen, maar met de fijnste wollen handdoeken.
  7   I|                Mijn makkers lachten, maar zodra ik van de schrik bekomen
  8   I|      natuurlijk echt Tyrisch purper, maar reeds éénmaal gewassen.
  9   I|              reeds éénmaal gewassen. Maar wat doet het er toe? Op
 10   I|    onaangename werk zwegen zij niet, maar zongen er voortdurend bij.
 11   I|              geheel van goud scheen, maar in werkelijkheid met vele
 12   I|            tafel te komen, vrienden, maar om u niet te lang te laten
 13   I|            mijn aangename bezigheden maar in de steek gelaten. Maar
 14   I|            maar in de steek gelaten. Maar u zult mij toestaan, dat
 15   I|              zij reeds bebroed zijn! Maar laten wij eens proberen
 16  II|        levert. Toch bleef Trimalchio maar steeds op langgerekte toon
 17  II|             zo puissant rijk is hij, maar dat loeder let op alles
 18  II|          niet, is matig en niet dom, maar ze heeft een kwade tong, '
 19  II|      landerijen, zover als de wouwen maar vliegen kunnen, en geld
 20  II|        muizenhol te drijven. En denk maar niet, dat hij ooit ergens
 21  II|         alles wat zijn hart begeert. Maar zie vooral niet neer op
 22  II|           hout op zijn hals sjouwde. Maar zoals de mensen zeggen -
 23  II|              weet 't niet, ik heb 't maar van horen zeggen: toen hij
 24  II|             hemel hem gegeven heeft. Maar hij is wat poenig en wil
 25  II|      sestertiën ( f100.000.-) gehad, maar nu staat hij zwak. Ik geloof,
 26  II|          zijn hoofd van hem zelf is, maar, bij Hercules, dat is zijn
 27  II|           beste kerel van de wereld; maar die vervloekte vrijgelatenen
 28  II|            leefde niet als een mens, maar als een prins uit een sprookje.
 29  II|              prins uit een sprookje. Maar toen de zaken misliepen
 30  II|             meubelen laten veilen."~ Maar Trimalchio onderbrak deze
 31  II|             maken. Vis moet zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met het
 32  II|              de vogels had gesneden, maar een reusachtige kerel met
 33  II|            want dit is geen raadsel, maar iets heel eenvoudigs. Gisteren
 34  II|           het is nacht. Daarom is 't maar 't beste, zo van je bed
 35  II|         heeft mij niet warm gemaakt. Maar een warme drank is als een
 36  II|              aan ons lichaam knagen. Maar wanneer ik een beker honingwijn
 37  II|          niet zo goed behandeld had. Maar de vrouwen, de een zo goed
 38  II|            je weldaden in het water. Maar een oude liefde houdt je
 39  II|            te veel, 't was geen man, maar één stuk onverdraagzaamheid.
 40  II|           het begin had hij ,,pech", maar de eerste wijnoogst bracht
 41  II|           duur als hij zelf verkoos. Maar wat hem pas flink op de
 42  II|     voorbijziet, die geeft om niets. Maar hij luisterde naar sommige
 43  II|              verkeerde raad gegeven. Maar iemand, die te snel vertrouwt,
 44  II|             veranderde lood in goud. Maar 't is makkelijk, als alles
 45  II|              had? Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij
 46  II|             met rust hebben gelaten; maar hij was ook op jongens verzot;
 47  II|             ter wereld interesseren, maar niemand denkt eens over
 48  II|       triomfboog. Dat was geen mens, maar je reinste peper. De grond
 49  II|              onder zijn voetstappen. Maar oprecht, betrouwbaar, een
 50  II|            niet in bloemrijke stijl, maar voor 't vaderland weg. Wanneer
 51  II|            je tweeën niet opkrijgen. Maar nu zijn de broden nog kleiner
 52  II|              ze een kalfsstaart was. Maar waarom hebben we ook een
 53  II|              heeft verdiend. Als wij maar fut hadden, dan zou hij
 54  II|              zijn leven niet hebben, maar thuis zijn wij leeuwen en
 55  II|          stad bestaan, als de mensen maar verstand hadden. Tegenwoordig
 56  II|  Tegenwoordig gaat 't er slecht mee, maar 't is niet de enige stad,
 57  II|             hier de gebraden varkens maar zo rondlopen. Zie nu eens,
 58  II|            troep beroepsgladiatoren, maar voor 't merendeel vrijgelatene.
 59  II|             hem is 't of dit of dat, maar in ieder geval iets buitengewoons.
 60  II|            zwaarden laten gebruiken, maar ijzeren; van vluchten zal
 61  II|       vluchten zal geen sprake zijn, maar 't wordt een slachting voor '
 62  II|          echtgenoten en de minnaars. Maar dat die Glycon een kerel,
 63  II|            hoorns te worden genomen. Maar die z'n ezel niet kan slaan,
 64  II|            aardje naar haar vaartje. Maar Glycon heeft zijn familie
 65  II|           kan hem daarvan af helpen. Maar ieder moet nu eenmaal voor
 66  II|        doorgehakte kniepezen. Er was maar één kerel met wat pit, een
 67  II| geapplaudisseerd" zei ik. ,,Reken 't maar eens na; ik gaf je meer
 68  II|            alles in de war geschopt. Maar we zullen wel wat vinden,
 69  II|              tijd heeft, dan zit hij maar op zijn lei te kijken. '
 70  II|              wezel ze opgegeten had. Maar toen had hij weer een ander
 71  II|             heeft wel genoeg kennis, maar plezier om met de jongen
 72  II|     onderwijzer niet bijzonder knap, maar iemand, die zich veel moeite
 73  II|            in azijn me wat geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer gauw
 74  II|             kan verbieden. Jij lacht maar Fortunata, maar iedere nacht
 75  II|            Jij lacht maar Fortunata, maar iedere nacht houd je me
 76  II|        genietingen beklommen hadden, maar dat wij eerst halverwegen
 77  II|            kunstjes zouden vertonen. Maar Trimalchio stelde deze verwachting
 78  II|          beste boer ook klaar maken. Maar mijn koks braden in een
 79  II|           zal ik andere laten halen, maar je moet hem eer aandoen.
 80  II|              ik nooit wijn te kopen, maar ieder merk, dat ons nu zo
 81  II|        grondgebied te kunnen varen.~ Maar vertel mij eens, Agamemnon,
 82  II|          denken, dat de kerel alleen maar vergeten had er wat peper
 83  II|             en kon mij niet inhouden maar fluisterde Agamemnon in
 84  II|            vis niet om gedacht had." Maar Trimalchio deed dit niet,
 85  II|            er dan hier de ingewanden maar uit." De kok trok zijn kleren
 86  II|         alleen met een dronk geëerd, maar ook met een zilveren krans,
 87  II|            Corinthe gestuurd werden, maar hij maakte het beter. Hij
 88  II|              wat van Corinthus komt? Maar jullie moet me niet voor
 89  II|        kwalijk nemen, als ik 't zeg; maar ik houd meer van glas, want
 90  II|               t nog liever dan goud; maar zoals glas nu is, heeft '
 91  II|              keizer ontstelde hevig, maar toen de kunstenaar de beker
 92  II|           een lip en smeekte genade, maar Trimalchio sprak: ,,Waarom
 93  II|              hij; ,,ik houd trouwens maar van twee dingen op de wereld,
 94  II|            Grieks stuk op te voeren, maar ik heb ze liever een Atellaanse
 95  II|              nek hadden zien breken, maar uit vrees, dat het diner
 96  IV|            draagt een wollen tunica. Maar de bijen vind ik hemelse
 97  IV|        andere dergelijke cadeautjes, maar ik ben vergeten welke.~
 98  IV|             Ik word niet gauw kwaad, maar als het vlees slap wordt,
 99  IV|           komen de wormen. Hij lacht maar. Wat heeft hij voor reden
100  IV|              niet behoef te schamen. Maar heb jij het zo druk, dat
101  IV|             een luisje bij een ander maar niet de schapenluis bij
102  IV|           neen, je bent nog slapper, maar niet beter . Ben je rijker
103  IV|         Veertig jaar heb ik gediend, maar niemand heeft ooit geweten,
104  IV|              beentje wilden lichten, maar dankzij zijn Beschermgeest
105  IV|          hier allemaal veel plezier, maar die lui, die je niet onder
106  IV|           toch ben ik geen driftkop, maar wanneer ik begin, dan geef
107  IV|             moeder geen twee duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal
108  IV|            andere dwaasheid geleerd, maar ik kan opschriften op steen
109  IV|           grote mensen niet bespot." Maar nu zijn 't allemaal jongens
110  IV|            van verwijten antwoorden, maar Trimalchio sprak, verheugd
111  IV|             ze mij zullen uitlachen. Maar laat ze hun gang maar gaan;
112  IV|     uitlachen. Maar laat ze hun gang maar gaan; ik zal de geschiedenis
113  IV|           een allerliefst dikkertje. Maar ik hield van haar niet om
114  IV|          schoonheid, of uit wellust, maar meer omdat ze zo'n goed
115  IV|           een erfenis mee verdienen. Maar, wat ik zeggen zou, toen
116  IV|             zijn kleren op te rapen, maar ziet, die waren versteend.
117  IV|             die van een dode, ik kon maar niet tot mijzelf komen.
118  IV|            geen oog meer dicht doen, maar bij het aanbreken van de
119  IV|             vond ik niets dan bloed. Maar bij mijn thuiskomst lag
120  IV|            van denken wat ze willen; maar als ik onwaarheid spreek,
121  IV|         kwaad zeggen van je verhaal, maar ik heb er kippevel van (
122  IV|         betrouwbaar en geen kletser. Maar ik zal jullie zelf ook eens
123  IV|             Wij hoorden een gezucht, maar (ik wil niet liegen) de
124  IV|          weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder het lichaam
125  IV|           sinds ik aan podagra lijd. Maar toen ik nog jong was, had
126  IV|           niet bij deze vechtpartij, maar er werd een kandelaar omgeworpen,
127  IV|              hoofd. Overdag ernstig, maar 's avonds vrolijk!"~ Na
128  IV|        voeten op de grond te zetten. Maar Agamemnon lachte om mijn
129  IV|         gekke kerel, het is Habinnas maar, een lid van de commissie
130  IV|                 alleen miste ik jou, maar in gedachten was ik hier.
131  IV|     overledene op 50.000 sestertiën. Maar niettegenstaande dat was
132  IV|           gebeente uit te gieten." ,,Maar, wat kregen jullie te eten?"
133  IV|            Van de taart at ik niets, maar aan de honing deed ik me
134  IV|      meebreng, krijg ik een standje. Maar daar herinnert mijn vrouw
135  IV|              zwijn. Trouwens, ik zeg maar, als een beer een mens opeet,
136  IV|             namen. De ham lieten wij maar onaangeroerd.~ Maar vertel
137  IV|              wij maar onaangeroerd.~ Maar vertel mij eens, waarom
138  IV|           water in de mond nemen." ,,Maar", zei Habinnas, ,,als zij
139  IV|            goedkoop zijn als modder, maar nu moet een mens meer uitgeven
140  IV|          jullie hebt het dessert al. Maar als er nog iets lekkers
141  IV|            lekkers is, breng het dan maar."~ Ondertussen bootste een
142  IV|           van mijn leven tegenstond. Maar, toen de slaaf ophield,
143  IV|             nooit op school geweest, maar ik heb hem onderwijs gegeven,
144  IV|           van alle markten thuis is. Maar hij heeft twee fouten; had
145  IV|         verteld, 't is je koppelaar, maar ik zal zorgen, dat hij gebrandmerkt
146  IV|            niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet niet jaloers zijn,
147  IV|        merkte. Daarom stuurde hij me maar gauw naar 't land als opzichter.
148  IV|             waar als ik in kapitaal, maar niet in corpulentie hoop
149  IV|             op de wereld. Je behoeft maar te kikken, en hij maakt
150  IV|       ongeluk hen ook omlaag geduwd. Maar zij zullen nog tijdens mijn
151  IV|              zijn huis mooi inricht, maar niet zorgt voor de woning,
152  IV|           begonnen reeds te vloeien, maar opeens riep Trimalchio: ,,
153  IV|              betreft, als ik het bad maar zie, krijg ik al een ongeluk.
154  IV|              in het water getrokken. Maar wij werden gered door de
155  IV|              was weer kalm geworden. Maar toen wij nog huiverig aan
156  IV|     Trimalchio stond hierin rechtop. Maar ook hier waren wij gedwongen
157  IV|             hemel beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet
158  IV|         steunend haar gezicht legde. Maar Trimalchio zeide: ,,Wat
159  IV|           haar tot een dame gemaakt. Maar zij blaast zich op, als
160  IV|           een stuk hout, geen vrouw. Maar wie in een bordeel geboren
161  IV|           niet te laten uitsterven." Maar ik, goeie lobbes die ik
162  IV|           zelf de bijl in mijn been. Maar enfin, ik zal zorgen, dat
163  IV|              zijn schoonheid gekust, maar omdat hij zo braaf is :
164  IV|             jongen om mee te dwepen? Maar Fortunata verbiedt me dat.
165  IV|           ijzeren bout vastgenageld. Maar laat ons om het heden denken.
166  IV|            geweest, wat jullie bent, maar door mijn flinkheid heb
167  IV|              barst haast van succes. Maar ben jij nu nog aan 't huilen,
168  IV|           niet weet, waar je blijft. Maar, wat ik zeggen wilde, ik
169  IV|             begrijpt, wat ik bedoel, maar ik zwijg er over, want ik
170  IV|          voldoende voor een senator. Maar geen mens heeft ooit genoeg,
171  IV|     schipbreuk; het is geen praatje, maar de volle waarheid. Op één
172  IV|            te verkopen: alles wat ik maar ter hand nam, ging in de
173  IV|             heen; het ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde,
174  IV|             zien. Geloof mij: heb je maar een stuiver, dan geld je
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License