IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] 80.000 1 800.000 1 a 2 aan 165 aanbevolen 1 aanbieden 1 aanblik 1 | Frequency [« »] 175 was 174 maar 171 t 165 aan 147 als 147 is 128 dan | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances aan |
Part
1 Inl| tijd opperceremoniemeester aan het hof van keizer Nero 2 Inl| voor een der deelnemers aan de tegen Nero gerichte samenzwering 3 Inl| maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij veroorloofde 4 Inl| een verzegeld geschrift aan Nero, waarin hij alle schanddaden 5 Inl| in een half-Griekse stad aan de golf van Napels, waarschijnlijk 6 Inl| naam betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'', Ascyltos, ,, 7 Inl| meester en de drie jongelui aan herinneren, dat het tijd 8 I| blazen, opdat hij er telkens aan herinnerd wordt, hoeveel 9 I| ongelukken, kleedden ons met zorg aan, en verzochten Giton, die 10 I| en deelde nieuwe ballen aan de spelers uit. Wij merkten 11 I| Twee eunuchen stonden ieder aan een kant van de speelplaats, 12 I| maaltijd". Menelaus was nog aan het spreken, toen Trimalchio 13 I| droogde zijn vochtige vingers aan de lokken van een bediende 14 I| kwamen tezamen met Agamemnon aan de deur, op de posten waarvan 15 I| was een reusachtige hond aan een ketting ... op de muur 16 I| alle slaven hadden bordjes aan hun hals hangen. Trimalchio 17 I| rentmeester geworden was. Aan het einde der galerij hief 18 I| meest frappeerde, was dat aan de deurposten van de eetzaal 19 I| bijlen waren bevestigd, die aan 't uiteinde iets als een 20 I| waarop geschreven stond: ,,Aan C. Pompeius Trimalchio, 21 I| dubbele lamp voorzien, die aan de zoldering hing en aan 22 I| aan de zoldering hing en aan de beide deurposten waren 23 I| binnentreden, riep een der slaven, aan wie dit opgedragen was: ,, 24 I| u zult dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen 25 I| Eindelijk gingen we dan aan tafel aanliggen en Alexandrijnse 26 I| gezang, en zo deed ieder, aan wie wij iets vroegen. Men 27 I| brons, met een knapzak, die aan de ene kant lichtgroene, 28 I| de ene kant lichtgroene, aan de andere zwarte olijven 29 I| zwarte olijven bevatte. Aan weerszijden van de ezel 30 I| Trimalchio en het gewicht aan zilver was gegraveerd. Op 31 I| brede purperen zoom, waarvan aan alle kanten franjes afhingen. 32 I| afhingen. Ook droeg hij aan de pink van de linkerhand 33 I| grote, vergulden ring en aan het laatste lid van de volgende 34 I| eigenlijk nog geen lust aan tafel te komen, vrienden, 35 II| volgde een gerecht, dat niet aan onze verwachting beantwoordde; 36 II| de uitgelezen lekkernijen aan. Ook Trimalchio was over 37 II| die slaaf, die de spijzen aan het verdelen is? Die heet 38 II| ik begon van 't begin af aan en vroeg, wie die dame was, 39 II| mag, daar houdt ze van, en aan wie ze 't land heeft, die 40 II| zijn zolderkamertje te huur aan, want hij heeft zelf een 41 II| kondigde hij een verkoping aan met 't volgende bordje: ,, 42 II| zeggen. Ja, men moet ook aan tafel zijn letterkunde kennen. 43 II| vrijheidsmuts op zijn kop. Aan de slagtanden van 't dier 44 II| Toen Trimalchio daarop aan ieder zijn vogel had laten 45 II| slaven naar de mandjes, die aan de slagtanden hingen, en 46 II| die een rustig plaatsje aan tafel had, voortdurend na 47 II| nog nooit bij nette mensen aan tafel had gezeten. Temidden 48 II| begonnen wij de gasten aan het praten te brengen. Dama 49 II| t beste, zo van je bed aan tafel te gaan. Wat hebben 50 II| wolkammer, 't heeft tanden, die aan ons lichaam knagen. Maar 51 II| kort geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog met hem 52 II| zijn broer, zijn vermogen aan de een of andere onbekende 53 II| wat houdt die droogte lang aan! 't Is al een jaar lang 54 II| Glycon heeft zijn familie aan de kaak gesteld; zo lang 55 II| dat doet, dan ontneemt hij aan Norbanus al zijn populariteit. 56 II| die vervelende kerel daar aan 't leuteren! Dat komt omdat 57 II| blijven leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje 58 II| gewoonlijk op feestdagen bij ons aan huis, en is tevreden met 59 II| Dergelijke gesprekken waren aan de gang, toen Trimalchio 60 II| dokters weten niet, wat ze er aan moeten doen. Toch heeft 61 II| daardoor uit de slaap. Zelfs aan tafel verbied ik niemand 62 II| de kok:,,Pansa heeft mij aan U bij testament vermaakt." ,, 63 II| De kok, die op deze wijze aan de macht van zijn meester 64 II| ik nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen bij Tarracina 65 II| advocaat, ik heb toch wat aan letterkunde gedaan, om er 66 II| trok zijn kleren dus weer aan, nam zijn mes, en sneed 67 II| deed hij alsof hij de beker aan de keizer in handen gaf 68 II| drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon heeft nagelaten. 69 II| vallen. Trimalchio zag hem aan en zeide: ,,Vooruit, gauw 70 II| wat doen wil. Ik raad je aan, om aan jezelf te vragen, 71 II| wil. Ik raad je aan, om aan jezelf te vragen, niet meer 72 II| landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, geboren 73 II| dag: de slaaf Mithridates aan 't kruis geslagen, omdat 74 II| wat ben ik er ellendig aan toe!" Wat de knaap betreft, 75 III| tijd werd de eerste rang aan Mopsus uit Thracië toegekend, 76 III| Uw stad, Romein, gaat aan haar weeldezucht te loor.~ 77 III| pot.~ Wat hebt gij toch aan paarlen uit de Rode zee?~ 78 III| vrouwen met die zeegeschenken aan haar hals~ In hartstocht 79 IV| zijn: de ossen omdat wij aan hun arbeid danken, dat wij 80 IV| een letter": een muis die aan een kikker was gebonden 81 IV| Toen Ascyltos, zonder zich aan iets te storen, met omhoog 82 IV| die een plaats boven mij aan tafel had. ,,Waarom lach 83 IV| zou ik, als ik naast hem aan tafel zat, wel een einde 84 IV| tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben gemaakt. 85 IV| vrijgekocht, opdat niemand aan haar kleed zijn handen zou 86 IV| leermeester, een man op leeftijd; aan hem bevallen wij. Jij melkmuil, 87 IV| hier.' Wat staar je me nu aan, als een bok in een veld 88 IV| beetje. Zijn bloed raakt gauw aan 't koken; wees jij nu wijzer 89 IV| haar en bood in haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus 90 IV| plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt nu, hoe 91 IV| gaf zijn dochter Iphigenia aan Achilles tot vrouw. Daarom 92 IV| Homeristen een geschreeuw aan, en midden tussen de door 93 IV| prikte hij de stukken vlees aan de punt en verdeelde het 94 IV| afgenomen, daalde naar beneden; aan deze hoepel hingen in het 95 IV| waagden wij 't niet, ons aan deze plicht te onttrekken.~ 96 IV| Gewoonlijk ben je vrolijker aan de maaltijd dan nu; ik weet 97 IV| straatje; nu behoort het huis aan Gavilla. Daar werd ik (zoals 98 IV| karakter had. Wat ik ook aan haar vroeg, nooit zei ze ,, 99 IV| uitkleedde en al zijn kleren aan de kant van de weg legde. 100 IV| en een groot aantal onzer aan de rouw deelnamen, begonnen 101 IV| huisdeur weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder 102 IV| verbaasd als goedgelovig aan, en terwijl wij de tafel 103 IV| is voorbij, sinds ik aan podagra lijd. Maar toen 104 IV| Toen bracht hij zijn hand aan de mond en floot een afschuwelijk 105 IV| Hierdoor werd Trimalchio aan zijn plicht herinnerd, en 106 IV| werd een reusachtige hond aan een ketting binnengebracht; 107 IV| een trap van de portier aan herinnerd, dat hij moest 108 IV| schaal wijn te mengen, en aan ieder der slaven, die voor 109 IV| gasten zaten, een dronk aan te bieden met de bepaling: ,, 110 IV| Ondertussen klopte een lictor aan de deur van de zaal, en 111 IV| ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets ontbroken," zeide 112 IV| nog een aardig sommetje aan de ontvanger der belastingen 113 IV| taart at ik niets, maar aan de honing deed ik me duchtig 114 IV| herinnert mijn vrouw mij aan iets. Als hoofdschotel hadden 115 IV| waarom is Fortunata niet aan tafel?" ,,Ken je haar zó 116 IV| Habinnas, ,,als zij niet aan tafel komt, ga ik er vandoor," 117 IV| droogde zij haar handen aan een doek, die aan haar hals 118 IV| handen aan een doek, die aan haar hals hing, af en nam 119 IV| dikke armen afnam en ze aan Scintilla toonde, die een 120 IV| tevoorschijn, gaf die op haar beurt aan Fortunata om ze te bekijken, 121 IV| wegschoof. Daarop wierp zij zich aan Scintilla's borst, en verborg 122 IV| amusement. De slaaf, die aan Habinnas' voeten zat, brulde 123 IV| laarzen cadeau."~ Er zou aan deze verveling geen einde 124 IV| pseudo-diners gezien."~ Ik was nog aan het spreken, toen Trimalchio 125 IV| stond hij ons toe, om eens aan onze wangen te proberen, 126 IV| binnen, die bij de fontein aan het krakelen waren geweest; 127 IV| hadden ieder nog een kruik aan hun hals hangen. Toen Trimalchio 128 IV| braadroostertje alikruiken aan en zong daarbij met een 129 IV| begunstiger der ,,Groenen", om aan tafel plaats te nemen; zeg 130 IV| tafel plaats te nemen; zeg aan je vriendin Menophila, dat 131 IV| aanlag; ik herkende hem aan de lucht van pekel en saus, 132 IV| uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan tafel was, begon hij dadelijk 133 IV| benevens zijn medeslavin, aan Cario een huis, om te verhuren, 134 IV| wil in ieder geval, dat je aan de voeten van mijn beeld 135 IV| zij jou, de herinnering aan mij na mijn dood moge voortleven; 136 IV| bovendien moet 't monument aan de voorkant 100 voet lang 137 IV| bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn monument 138 IV| maaltijden gegeven heb en aan elke gast twee denaren. 139 IV| waarin het hele volk zich aan de spijzen te goed doet. 140 IV| de spijzen te goed doet. Aan mijn rechterzijde moet je 141 IV| schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden 142 IV| Ik keek Ascyltos eens aan, en sprak: ,,Wat vind je 143 IV| bij de deur, waar de hond aan de ketting ons met zulk 144 IV| maaltijd gegeven hadden, aan het blaffende ondier toegeworpen, 145 IV| Maar toen wij nog huiverig aan de portier vroegen, om ons 146 IV| Wij verzochten dus zelf aan de portier, om ons naar 147 IV| binnen; deze was nauw en deed aan een kuip van een koudwaterbad 148 IV| onuitstaanbare kletspraat aan te horen; want hij zeide, 149 IV| zijn dronkenmansmond tot aan het plafond en begon de 150 IV| overige gasten liepen hand aan hand rond het bassin en 151 IV| Laat ons daarom drinken, en aan tafel blijven, tot het licht 152 IV| de linkerhand en deed hem aan zijn rechter en zeide: ,, 153 IV| weg, dan kunnen anderen aan de beurt komen." Een nieuwe 154 IV| vragen. En om je van nu af aan te laten voelen, wat je 155 IV| succes. Maar ben jij nu nog aan 't huilen, schreeuwlelijkerd? 156 IV| wilde, ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. Toen 157 IV| was gewoon, mij iedere dag aan hem te meten, en, om spoedig 158 IV| handel terug en leende geld aan vrijgelatenen. En ziet, 159 IV| toen ik mijn zaken reeds aan de kant wilde doen, haalde 160 IV| het ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat 161 IV| landerijen. Je koestert een slang aan je boezem. En, wat ik jullie 162 IV| hij heeft zelf een villa aan het zeestrand, een erfstuk 163 IV| daar geen muizen en motten aan komen; anders laat ik je 164 IV| en zeide: ,,Neemt nu eens aan, dat ik gestorven ben, en 165 IV| Agamemnon in de steek en gingen aan de haal, alsof het huis