Part

  1 Inl|          tijd opperceremoniemeester aan het hof van keizer Nero
  2 Inl|             voor een der deelnemers aan de tegen Nero gerichte samenzwering
  3 Inl|             maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij veroorloofde
  4 Inl|             een verzegeld geschrift aan Nero, waarin hij alle schanddaden
  5 Inl|            in een half-Griekse stad aan de golf van Napels, waarschijnlijk
  6 Inl|            naam betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'', Ascyltos, ,,
  7 Inl|         meester en de drie jongelui aan herinneren, dat het tijd
  8   I|        blazen, opdat hij er telkens aan herinnerd wordt, hoeveel
  9   I|   ongelukken, kleedden ons met zorg aan, en verzochten Giton, die
 10   I|             en deelde nieuwe ballen aan de spelers uit. Wij merkten
 11   I|         Twee eunuchen stonden ieder aan een kant van de speelplaats,
 12   I|         maaltijd". Menelaus was nog aan het spreken, toen Trimalchio
 13   I|       droogde zijn vochtige vingers aan de lokken van een bediende
 14   I|        kwamen tezamen met Agamemnon aan de deur, op de posten waarvan
 15   I|            was een reusachtige hond aan een ketting ... op de muur
 16   I|          alle slaven hadden bordjes aan hun hals hangen. Trimalchio
 17   I|           rentmeester geworden was. Aan het einde der galerij hief
 18   I|           meest frappeerde, was dat aan de deurposten van de eetzaal
 19   I|         bijlen waren bevestigd, die aan 't uiteinde iets als een
 20   I|          waarop geschreven stond: ,,Aan C. Pompeius Trimalchio,
 21   I|          dubbele lamp voorzien, die aan de zoldering hing en aan
 22   I|            aan de zoldering hing en aan de beide deurposten waren
 23   I|  binnentreden, riep een der slaven, aan wie dit opgedragen was: ,,
 24   I|              u zult dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen
 25   I|             Eindelijk gingen we dan aan tafel aanliggen en Alexandrijnse
 26   I|           gezang, en zo deed ieder, aan wie wij iets vroegen. Men
 27   I|         brons, met een knapzak, die aan de ene kant lichtgroene,
 28   I|            de ene kant lichtgroene, aan de andere zwarte olijven
 29   I|             zwarte olijven bevatte. Aan weerszijden van de ezel
 30   I|           Trimalchio en het gewicht aan zilver was gegraveerd. Op
 31   I|        brede purperen zoom, waarvan aan alle kanten franjes afhingen.
 32   I|             afhingen. Ook droeg hij aan de pink van de linkerhand
 33   I|            grote, vergulden ring en aan het laatste lid van de volgende
 34   I|             eigenlijk nog geen lust aan tafel te komen, vrienden,
 35  II|        volgde een gerecht, dat niet aan onze verwachting beantwoordde;
 36  II|           de uitgelezen lekkernijen aan. Ook Trimalchio was over
 37  II|           die slaaf, die de spijzen aan het verdelen is? Die heet
 38  II|            ik begon van 't begin af aan en vroeg, wie die dame was,
 39  II|          mag, daar houdt ze van, en aan wie ze 't land heeft, die
 40  II|         zijn zolderkamertje te huur aan, want hij heeft zelf een
 41  II|          kondigde hij een verkoping aan met 't volgende bordje: ,,
 42  II|            zeggen. Ja, men moet ook aan tafel zijn letterkunde kennen.
 43  II|          vrijheidsmuts op zijn kop. Aan de slagtanden van 't dier
 44  II|              Toen Trimalchio daarop aan ieder zijn vogel had laten
 45  II|         slaven naar de mandjes, die aan de slagtanden hingen, en
 46  II|             die een rustig plaatsje aan tafel had, voortdurend na
 47  II|          nog nooit bij nette mensen aan tafel had gezeten. Temidden
 48  II|              begonnen wij de gasten aan het praten te brengen. Dama
 49  II|              t beste, zo van je bed aan tafel te gaan. Wat hebben
 50  II|     wolkammer, 't heeft tanden, die aan ons lichaam knagen. Maar
 51  II|          kort geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog met hem
 52  II|           zijn broer, zijn vermogen aan de een of andere onbekende
 53  II|          wat houdt die droogte lang aan! 't Is al een jaar lang
 54  II|           Glycon heeft zijn familie aan de kaak gesteld; zo lang
 55  II|          dat doet, dan ontneemt hij aan Norbanus al zijn populariteit.
 56  II|           die vervelende kerel daar aan 't leuteren! Dat komt omdat
 57  II|           blijven leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje
 58  II|    gewoonlijk op feestdagen bij ons aan huis, en is tevreden met
 59  II|         Dergelijke gesprekken waren aan de gang, toen Trimalchio
 60  II|       dokters weten niet, wat ze er aan moeten doen. Toch heeft
 61  II|        daardoor uit de slaap. Zelfs aan tafel verbied ik niemand
 62  II|            de kok:,,Pansa heeft mij aan U bij testament vermaakt." ,,
 63  II|           De kok, die op deze wijze aan de macht van zijn meester
 64  II|           ik nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen bij Tarracina
 65  II|           advocaat, ik heb toch wat aan letterkunde gedaan, om er
 66  II|           trok zijn kleren dus weer aan, nam zijn mes, en sneed
 67  II|         deed hij alsof hij de beker aan de keizer in handen gaf
 68  II|            drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon heeft nagelaten.
 69  II|          vallen. Trimalchio zag hem aan en zeide: ,,Vooruit, gauw
 70  II|            wat doen wil. Ik raad je aan, om aan jezelf te vragen,
 71  II|             wil. Ik raad je aan, om aan jezelf te vragen, niet meer
 72  II|             landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, geboren
 73  II|           dag: de slaaf Mithridates aan 't kruis geslagen, omdat
 74  II|              wat ben ik er ellendig aan toe!" Wat de knaap betreft,
 75 III|            tijd werd de eerste rang aan Mopsus uit Thracië toegekend,
 76 III|               Uw stad, Romein, gaat aan haar weeldezucht te loor.~
 77 III|             pot.~ Wat hebt gij toch aan paarlen uit de Rode zee?~
 78 III|       vrouwen met die zeegeschenken aan haar hals~ In hartstocht
 79  IV|            zijn: de ossen omdat wij aan hun arbeid danken, dat wij
 80  IV|           een letter": een muis die aan een kikker was gebonden
 81  IV|          Toen Ascyltos, zonder zich aan iets te storen, met omhoog
 82  IV|            die een plaats boven mij aan tafel had. ,,Waarom lach
 83  IV|            zou ik, als ik naast hem aan tafel zat, wel een einde
 84  IV|            tafel zat, wel een einde aan dat geblaat hebben gemaakt.
 85  IV|          vrijgekocht, opdat niemand aan haar kleed zijn handen zou
 86  IV|   leermeester, een man op leeftijd; aan hem bevallen wij. Jij melkmuil,
 87  IV|           hier.' Wat staar je me nu aan, als een bok in een veld
 88  IV|       beetje. Zijn bloed raakt gauw aan 't koken; wees jij nu wijzer
 89  IV|         haar en bood in haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus
 90  IV|          plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt nu, hoe
 91  IV|          gaf zijn dochter Iphigenia aan Achilles tot vrouw. Daarom
 92  IV|           Homeristen een geschreeuw aan, en midden tussen de door
 93  IV|         prikte hij de stukken vlees aan de punt en verdeelde het
 94  IV|     afgenomen, daalde naar beneden; aan deze hoepel hingen in het
 95  IV|            waagden wij 't niet, ons aan deze plicht te onttrekken.~
 96  IV|         Gewoonlijk ben je vrolijker aan de maaltijd dan nu; ik weet
 97  IV|       straatje; nu behoort het huis aan Gavilla. Daar werd ik (zoals
 98  IV|            karakter had. Wat ik ook aan haar vroeg, nooit zei ze ,,
 99  IV|        uitkleedde en al zijn kleren aan de kant van de weg legde.
100  IV|           en een groot aantal onzer aan de rouw deelnamen, begonnen
101  IV|             huisdeur weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder
102  IV|            verbaasd als goedgelovig aan, en terwijl wij de tafel
103  IV|                is voorbij, sinds ik aan podagra lijd. Maar toen
104  IV|           Toen bracht hij zijn hand aan de mond en floot een afschuwelijk
105  IV|            Hierdoor werd Trimalchio aan zijn plicht herinnerd, en
106  IV|           werd een reusachtige hond aan een ketting binnengebracht;
107  IV|             een trap van de portier aan herinnerd, dat hij moest
108  IV|           schaal wijn te mengen, en aan ieder der slaven, die voor
109  IV|             gasten zaten, een dronk aan te bieden met de bepaling: ,,
110  IV|       Ondertussen klopte een lictor aan de deur van de zaal, en
111  IV|      ontvangen was. ,,Het heeft mij aan niets ontbroken," zeide
112  IV|             nog een aardig sommetje aan de ontvanger der belastingen
113  IV|             taart at ik niets, maar aan de honing deed ik me duchtig
114  IV|            herinnert mijn vrouw mij aan iets. Als hoofdschotel hadden
115  IV|            waarom is Fortunata niet aan tafel?" ,,Ken je haar 
116  IV|            Habinnas, ,,als zij niet aan tafel komt, ga ik er vandoor,"
117  IV|             droogde zij haar handen aan een doek, die aan haar hals
118  IV|            handen aan een doek, die aan haar hals hing, af en nam
119  IV|             dikke armen afnam en ze aan Scintilla toonde, die een
120  IV| tevoorschijn, gaf die op haar beurt aan Fortunata om ze te bekijken,
121  IV|    wegschoof. Daarop wierp zij zich aan Scintilla's borst, en verborg
122  IV|            amusement. De slaaf, die aan Habinnas' voeten zat, brulde
123  IV|            laarzen cadeau."~ Er zou aan deze verveling geen einde
124  IV|  pseudo-diners gezien."~ Ik was nog aan het spreken, toen Trimalchio
125  IV|          stond hij ons toe, om eens aan onze wangen te proberen,
126  IV|          binnen, die bij de fontein aan het krakelen waren geweest;
127  IV|          hadden ieder nog een kruik aan hun hals hangen. Toen Trimalchio
128  IV|          braadroostertje alikruiken aan en zong daarbij met een
129  IV|      begunstiger der ,,Groenen", om aan tafel plaats te nemen; zeg
130  IV|          tafel plaats te nemen; zeg aan je vriendin Menophila, dat
131  IV|             aanlag; ik herkende hem aan de lucht van pekel en saus,
132  IV|   uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan tafel was, begon hij dadelijk
133  IV|           benevens zijn medeslavin, aan Cario een huis, om te verhuren,
134  IV|          wil in ieder geval, dat je aan de voeten van mijn beeld
135  IV|             zij jou, de herinnering aan mij na mijn dood moge voortleven;
136  IV|          bovendien moet 't monument aan de voorkant 100 voet lang
137  IV|        bevuilen. Ook wil ik, dat je aan de voorkant van mijn monument
138  IV|           maaltijden gegeven heb en aan elke gast twee denaren.
139  IV|           waarin het hele volk zich aan de spijzen te goed doet.
140  IV|            de spijzen te goed doet. Aan mijn rechterzijde moet je
141  IV|        schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden
142  IV|               Ik keek Ascyltos eens aan, en sprak: ,,Wat vind je
143  IV|           bij de deur, waar de hond aan de ketting ons met zulk
144  IV|            maaltijd gegeven hadden, aan het blaffende ondier toegeworpen,
145  IV|          Maar toen wij nog huiverig aan de portier vroegen, om ons
146  IV|             Wij verzochten dus zelf aan de portier, om ons naar
147  IV|       binnen; deze was nauw en deed aan een kuip van een koudwaterbad
148  IV|           onuitstaanbare kletspraat aan te horen; want hij zeide,
149  IV|            zijn dronkenmansmond tot aan het plafond en begon de
150  IV|          overige gasten liepen hand aan hand rond het bassin en
151  IV|         Laat ons daarom drinken, en aan tafel blijven, tot het licht
152  IV|           de linkerhand en deed hem aan zijn rechter en zeide: ,,
153  IV|             weg, dan kunnen anderen aan de beurt komen." Een nieuwe
154  IV|          vragen. En om je van nu af aan te laten voelen, wat je
155  IV|         succes. Maar ben jij nu nog aan 't huilen, schreeuwlelijkerd?
156  IV|        wilde, ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. Toen
157  IV|          was gewoon, mij iedere dag aan hem te meten, en, om spoedig
158  IV|         handel terug en leende geld aan vrijgelatenen. En ziet,
159  IV|            toen ik mijn zaken reeds aan de kant wilde doen, haalde
160  IV|             het ontbrak er nog maar aan, dat hij mij opnoemde, wat
161  IV|   landerijen. Je koestert een slang aan je boezem. En, wat ik jullie
162  IV|            hij heeft zelf een villa aan het zeestrand, een erfstuk
163  IV|          daar geen muizen en motten aan komen; anders laat ik je
164  IV|           en zeide: ,,Neemt nu eens aan, dat ik gestorven ben, en
165  IV|     Agamemnon in de steek en gingen aan de haal, alsof het huis
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License