IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] inzet 1 inzit 1 iphigenia 1 is 147 ivoren 1 ja 10 jaar 10 | Frequency [« »] 171 t 165 aan 147 als 147 is 128 dan 128 mijn 123 wij | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances is |
Part
1 Inl| aanbevolen.''~ Deze Petronius is de geniale schrijver van 2 Inl| Wat wij nog over hebben, is slechts een zeer klein deel 3 Inl| werd aangetoond en ook nu is Petronius slechts in fragmenten 4 Inl| hoofdpersoon Trimalchio is wel 't hoogste, dat in de 5 Inl| karaktertekening bereikt is, zodat men Petronius terecht 6 Inl| herinneren, dat het tijd is naar het feest van Trimalchio 7 I| wie er vandaag wat te doen is? Bij Trimalchio, een man, 8 I| ons toelopen en zei: "Dit is nu de man, bij wie jullie 9 I| De wijn van de meester is de dank van de schenker."~ 10 I| drinken, vrienden. Wijn is leven. Ik geef echte Opimianer. 11 I| zong hij:~ ~,,Ach, hoe kort is 't leven van ons rampzalige 12 II| te gaan eten, Heren, dat is nu eenmaal 't gebruik bij 13 II| spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak 14 II| voortdurend op en neer liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio" 15 II| hebben willen aannemen. Nu is zij - hoe en waarom weten 16 II| heeft: zo puissant rijk is hij, maar dat loeder let 17 II| dat loeder let op alles en is overal, waar je haar niet 18 II| zoeken. Zij drinkt niet, is matig en niet dom, maar 19 II| heeft een kwade tong, 't is een echte sofa-ekster: die 20 II| kent. Om kort te gaan, hij is in staat ieder van die mooipraters 21 II| Ziet ge al die kussens; er is geen een, dat niet met purperen 22 II| purperen of scharlaken wol is opgevuld. Ja, hij heeft 23 II| sestertiën ( f 80.000.-). Hij is met niemendal begonnen. ' 24 II| met niemendal begonnen. 't Is nog niet lang geleden, dat 25 II| gegeven heeft. Maar hij is wat poenig en wil zelf ' 26 II| zijn hoofd van hem zelf is, maar, bij Hercules, dat 27 II| maar, bij Hercules, dat is zijn schuld niet; hij is 28 II| is zijn schuld niet; hij is de beste kerel van de wereld; 29 II| letterkunde kennen. Mijn patroon is 't (zijn gebeente ruste 30 II| vee, veel wol, bovendien is hij koppig, onbeschaamd 31 II| moeder, rond als een ei, is 't hart van het heelal en 32 II| de honing 't zinnebeeld is.~ ,,Bravo," riepen wij allen 33 II| kunnen vertellen; want dit is geen raadsel, maar iets 34 II| gevraagd had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij. 35 II| men zich omgekeerd, of het is nacht. Daarom is 't maar ' 36 II| of het is nacht. Daarom is 't maar 't beste, zo van 37 II| gemaakt. Maar een warme drank is als een kleermaker, die 38 II| er soeserig van. De wijn is me naar m'n hoofd gestegen."~ 39 II| geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog met hem praat. 40 II| kruimeltje brood. En toch is hij daar heengegaan, waar 41 II| geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven, op 42 II| prachtig doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend ( 43 II| had; hij heeft geleefd en is gestorven als een fatsoenlijk 44 II| een mesthoop te halen. Zo is hij langzamerhand omhoog 45 II| niet als hij een handelsman is. Intussen blijft 't waar, 46 II| degeen voor wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind; 47 II| veranderde lood in goud. Maar 't is makkelijk, als alles op 48 II| die droogte lang aan! 't Is al een jaar lang honger 49 II| want voor de voorname kaken is 't iedere dag feest. Ik 50 II| die geen drie vijgen waard is en zelf liever een as verdient, 51 II| en zijn dagelijks inkomen is groter dan het hele vermogen 52 II| geloof ik, dat alles het werk is van de goden. Want geen 53 II| meer, dat de hemel de hemel is. Niemand houdt meer zijn 54 II| gebeurt, lukt morgen: zo is 't leven nu eenmaal. Bij 55 II| t er slecht mee, maar 't is niet de enige stad, die ' 56 II| niet te nauw nemen, het is overal precies hetzelfde. 57 II| vrijgelatene. En onze vriend Titus is in alles wat hij doet royaal; ' 58 II| wat hij doet royaal; 't is een heethoofd; bij hem is ' 59 II| is een heethoofd; bij hem is 't of dit of dat, maar in 60 II| die geen dubbeltje waard is, zijn rentmeester voor de 61 II| dieren gebracht heeft! Dat is net zo goed als jezelf te 62 II| zijn klauwen afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje. 63 II| gesteld; zo lang hij leeft, is hij gebrandmerkt, en alleen 64 II| zelf kreeg. De ene dienst is de andere waard."~ ,,U kijkt 65 II| Agamemnon, of u zeggen wilt: Wat is die vervelende kerel daar 66 II| op zijn lei te kijken. 't Is een vlugge jongen en een 67 II| een goed soort jongen, al is hij ook letterlijk gek op 68 II| dan schilderen. Bovendien is hij al met 't Grieks begonnen 69 II| leermeester een pedante kerel is, die geen voet bij stuk 70 II| feestdagen bij ons aan huis, en is tevreden met alles, wat 71 II| vrienden; al verscheidene dagen is mijn buik niet in orde. 72 II| schamen. Niemand onder ons is van hout. Ik geloof niet, 73 II| dat er een groter kwelling is, dan inhouden. 't Is het 74 II| kwelling is, dan inhouden. 't Is het enige dat zelfs Jupiter 75 II| spijzen moest opnoemen, ,,is twee jaar oud, het andere 76 II| Als dat werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om 77 II| werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om over te 78 II| en als het niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~ 79 II| het niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~ Toen 80 II| Corinthus heet. En wat is nu Corinthisch anders dan 81 II| Corinthische metaal ontstaan is. Toen Troja was ingenomen, 82 II| schotels en beeldjes van. Zo is dus Corinthisch metaal uit 83 II| een mengsel ontstaan: het is geen vlees en geen vis. 84 II| goud; maar zoals glas nu is, heeft 't geen waarde. Er 85 II| toen de keizer sprak: ,,Is er nog een ander, die zulk 86 II| liter inhoud. Op een daarvan is voorgesteld, hoe Cassandra 87 II| heeft nagelaten. Hierop is afgebeeld, hoe Daedalus 88 II| zei Trimalchio, ,,wanneer is dat Pompejaanse park voor 89 II| de secretaris; ,,daarom is het nog niet geboekt." Nu 90 II| Wanneer voor mij land gekocht is, waar ook, en ik heb dat 91 III| professor, welk verschil is er volgens uw mening russen 92 III| paarlen uit de Rode zee?~ Is 't soms, dat vrouwen met 93 IV| wanneer de koorts op komst is, hoewel ik de geneesheren 94 IV| hun wol kunnen pronken. En is dat niet schandelijk? Een 95 IV| voor reden om te lachen? Is hij uit kostbaarder stof 96 IV| boven water te houden. Dat is pas ware verdienste, want 97 IV| man op de wereld te komen is net zo makkelijk als te 98 IV| het Saturnaliënfeest, zeg, is 't nu December? Wanneer 99 IV| zijn nonsenskerels. 't Is waar, wat 't spreekwoord 100 IV| die geen 2 duiten waard is, je geen zier helpen. Enfin, 101 IV| weddenschap aangaan; kom op, hier is mijn inzet. Dan zul je zien, 102 IV| die in een pot gevallen is. Houd dus je mond of houd 103 IV| zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal met opgeschorte 104 IV| zo'n opvoeding geeft; 't is een idioot in plaats van 105 IV| jongens van niks; geen een is twee duiten waard. Ik, zoals 106 IV| hij. In deze soort dingen is de overwonnene de eigenlijke 107 IV| ons daarom, wat veel beter is, weer opnieuw vrolijk zijn 108 IV| dat gewoonlijk het geval is, in zijn tamelijk wijde 109 IV| schaadt mij zoo'n lacher? 't Is beter zelf een grappige 110 IV| kunnen helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen 111 IV| geen plezier van gehad, al is hij ons ontvlucht; want 112 IV| leugens vertelt, want hij is betrouwbaar en geen kletser. 113 IV| geschiedenis vertellen; het is een verhaal, net zo merkwaardig 114 IV| antwoordde Plocamus, ,,is voorbij, sinds ik aan podagra 115 IV| toch kalm, gekke kerel, het is Habinnas maar, een lid van 116 IV| zit meer voedsel in en het is gezonder voor me. Het daarop 117 IV| vertel mij eens, waarom is Fortunata niet aan tafel?" ,, 118 IV| evenveel goud vervaardigd is als de duizendste penning 119 IV| als er nog iets lekkers is, breng het dan maar."~ Ondertussen 120 IV| de handen, en zei: ,,Hij is nooit op school geweest, 121 IV| deksels veel talenten: hij is schoenmaker, kok, bakker, 122 IV| die van alle markten thuis is. Maar hij heeft twee fouten; 123 IV| dan was hij volmaakt: hij is besneden en hij snurkt, 124 IV| van een slaaf verteld, 't is je koppelaar, maar ik zal 125 IV| Habinnas een echte Cappadociër is; hij laat zich niets ontgaan, 126 IV| nu op tafel ziet staan, is uit dezelfde grondstof gemaakt." 127 IV| van mest of modder gemaakt is. Ik heb met het Saturnaliafeest 128 IV| varkensvlees gemaakt. Er is geen onbetaalbaarder kerel 129 IV| En omdat hij zo handig is, heb ik hem uit Rome messen 130 IV| kwistige hand geplant, want het is onzinnig, wanneer men bij 131 IV| haar gordel vastgebonden is; beeld er verder mijn kleine 132 IV| jullie niet zal spijten. Het is zo warm als een oven." ,, 133 IV| ingekomen bent. Nog nooit is een gast door de deur, waardoor 134 IV| baard laten scheren; 't is, ik zeg 't zonder te bluffen, 135 IV| Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres 136 IV| geluk weer te verliezen. 't Is een stuk hout, geen vrouw. 137 IV| wie in een bordeel geboren is, droomt niet van een paleis. 138 IV| Niemand van ons," zei hij, ,,is zonder fouten. Wij zijn 139 IV| maar omdat hij zo braaf is : hij kent al de tafel van 140 IV| aangeschaft en twee bekers. Is dat nu niet een jongen om 141 IV| tot mensen, al het andere is gekheid. ,,Koop verstandig, 142 IV| verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen hebben 143 IV| lieveling van mijn heer. 't Is toch geen schande te doen, 144 IV| schepen leden schipbreuk; het is geen praatje, maar de volle 145 IV| het was eerst een krot, nu is het een tempel. Het heeft 146 IV| erfstuk van zijn vader. En dan is er nog veel meer, dat ik 147 IV| een armzalige kikvors, nu is hij een grote meneer. Stichus,