Part

  1 Inl|      aanbevolen.''~ Deze Petronius is de geniale schrijver van
  2 Inl|           Wat wij nog over hebben, is slechts een zeer klein deel
  3 Inl|          werd aangetoond en ook nu is Petronius slechts in fragmenten
  4 Inl|            hoofdpersoon Trimalchio is wel 't hoogste, dat in de
  5 Inl|           karaktertekening bereikt is, zodat men Petronius terecht
  6 Inl|           herinneren, dat het tijd is naar het feest van Trimalchio
  7   I|         wie er vandaag wat te doen is? Bij Trimalchio, een man,
  8   I|          ons toelopen en zei: "Dit is nu de man, bij wie jullie
  9   I|             De wijn van de meester is de dank van de schenker."~
 10   I|            drinken, vrienden. Wijn is leven. Ik geef echte Opimianer.
 11   I|        zong hij:~ ~,,Ach, hoe kort is 't leven van ons rampzalige
 12  II|           te gaan eten, Heren, dat is nu eenmaal 't gebruik bij
 13  II|           spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak
 14  II| voortdurend op en neer liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio"
 15  II|         hebben willen aannemen. Nu is zij - hoe en waarom weten
 16  II|            heeft: zo puissant rijk is hij, maar dat loeder let
 17  II|         dat loeder let op alles en is overal, waar je haar niet
 18  II|           zoeken. Zij drinkt niet, is matig en niet dom, maar
 19  II|           heeft een kwade tong, 't is een echte sofa-ekster: die
 20  II|         kent. Om kort te gaan, hij is in staat ieder van die mooipraters
 21  II|         Ziet ge al die kussens; er is geen een, dat niet met purperen
 22  II|         purperen of scharlaken wol is opgevuld. Ja, hij heeft
 23  II|      sestertiën ( f 80.000.-). Hij is met niemendal begonnen. '
 24  II|         met niemendal begonnen. 't Is nog niet lang geleden, dat
 25  II|            gegeven heeft. Maar hij is wat poenig en wil zelf '
 26  II|            zijn hoofd van hem zelf is, maar, bij Hercules, dat
 27  II|            maar, bij Hercules, dat is zijn schuld niet; hij is
 28  II|           is zijn schuld niet; hij is de beste kerel van de wereld;
 29  II|   letterkunde kennen. Mijn patroon is 't (zijn gebeente ruste
 30  II|           vee, veel wol, bovendien is hij koppig, onbeschaamd
 31  II|           moeder, rond als een ei, is 't hart van het heelal en
 32  II|            de honing 't zinnebeeld is.~ ,,Bravo," riepen wij allen
 33  II|         kunnen vertellen; want dit is geen raadsel, maar iets
 34  II|      gevraagd had, zeide: ,,De dag is in een ogenblik voorbij.
 35  II|         men zich omgekeerd, of het is nacht. Daarom is 't maar '
 36  II|            of het is nacht. Daarom is 't maar 't beste, zo van
 37  II|      gemaakt. Maar een warme drank is als een kleermaker, die
 38  II|           er soeserig van. De wijn is me naar m'n hoofd gestegen."~
 39  II|      geleden sprak hij mij aan; 't is of ik nog met hem praat.
 40  II|          kruimeltje brood. En toch is hij daar heengegaan, waar
 41  II|          geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven, op
 42  II|           prachtig doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend (
 43  II|          had; hij heeft geleefd en is gestorven als een fatsoenlijk
 44  II|          een mesthoop te halen. Zo is hij langzamerhand omhoog
 45  II|        niet als hij een handelsman is. Intussen blijft 't waar,
 46  II|         degeen voor wie 't bestemd is. Hij was een echt gelukskind;
 47  II|   veranderde lood in goud. Maar 't is makkelijk, als alles op
 48  II|           die droogte lang aan! 't Is al een jaar lang honger
 49  II|        want voor de voorname kaken is 't iedere dag feest. Ik
 50  II|         die geen drie vijgen waard is en zelf liever een as verdient,
 51  II|          en zijn dagelijks inkomen is groter dan het hele vermogen
 52  II|      geloof ik, dat alles het werk is van de goden. Want geen
 53  II|        meer, dat de hemel de hemel is. Niemand houdt meer zijn
 54  II|           gebeurt, lukt morgen: zo is 't leven nu eenmaal. Bij
 55  II|           t er slecht mee, maar 't is niet de enige stad, die '
 56  II|            niet te nauw nemen, het is overal precies hetzelfde.
 57  II| vrijgelatene. En onze vriend Titus is in alles wat hij doet royaal; '
 58  II|            wat hij doet royaal; 't is een heethoofd; bij hem is '
 59  II|          is een heethoofd; bij hem is 't of dit of dat, maar in
 60  II|           die geen dubbeltje waard is, zijn rentmeester voor de
 61  II|         dieren gebracht heeft! Dat is net zo goed als jezelf te
 62  II|         zijn klauwen afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje.
 63  II|        gesteld; zo lang hij leeft, is hij gebrandmerkt, en alleen
 64  II|          zelf kreeg. De ene dienst is de andere waard."~ ,,U kijkt
 65  II|   Agamemnon, of u zeggen wilt: Wat is die vervelende kerel daar
 66  II|          op zijn lei te kijken. 't Is een vlugge jongen en een
 67  II|          een goed soort jongen, al is hij ook letterlijk gek op
 68  II|          dan schilderen. Bovendien is hij al met 't Grieks begonnen
 69  II|      leermeester een pedante kerel is, die geen voet bij stuk
 70  II|    feestdagen bij ons aan huis, en is tevreden met alles, wat
 71  II|    vrienden; al verscheidene dagen is mijn buik niet in orde.
 72  II|         schamen. Niemand onder ons is van hout. Ik geloof niet,
 73  II|         dat er een groter kwelling is, dan inhouden. 't Is het
 74  II|      kwelling is, dan inhouden. 't Is het enige dat zelfs Jupiter
 75  II|          spijzen moest opnoemen, ,,is twee jaar oud, het andere
 76  II|          Als dat werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om
 77  II|          werkelijk gebeurd is, dan is het geen stof, om over te
 78  II|            en als het niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~
 79  II|           het niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~ Toen
 80  II|             Corinthus heet. En wat is nu Corinthisch anders dan
 81  II|       Corinthische metaal ontstaan is. Toen Troja was ingenomen,
 82  II|       schotels en beeldjes van. Zo is dus Corinthisch metaal uit
 83  II|          een mengsel ontstaan: het is geen vlees en geen vis.
 84  II|           goud; maar zoals glas nu is, heeft 't geen waarde. Er
 85  II|            toen de keizer sprak: ,,Is er nog een ander, die zulk
 86  II|       liter inhoud. Op een daarvan is voorgesteld, hoe Cassandra
 87  II|            heeft nagelaten. Hierop is afgebeeld, hoe Daedalus
 88  II|          zei Trimalchio, ,,wanneer is dat Pompejaanse park voor
 89  II|            de secretaris; ,,daarom is het nog niet geboekt." Nu
 90  II|      Wanneer voor mij land gekocht is, waar ook, en ik heb dat
 91 III|           professor, welk verschil is er volgens uw mening russen
 92 III|          paarlen uit de Rode zee?~ Is 't soms, dat vrouwen met
 93  IV|         wanneer de koorts op komst is, hoewel ik de geneesheren
 94  IV|         hun wol kunnen pronken. En is dat niet schandelijk? Een
 95  IV|           voor reden om te lachen? Is hij uit kostbaarder stof
 96  IV|         boven water te houden. Dat is pas ware verdienste, want
 97  IV|          man op de wereld te komen is net zo makkelijk als te
 98  IV|         het Saturnaliënfeest, zeg, is 't nu December? Wanneer
 99  IV|             zijn nonsenskerels. 't Is waar, wat 't spreekwoord
100  IV|            die geen 2 duiten waard is, je geen zier helpen. Enfin,
101  IV|  weddenschap aangaan; kom op, hier is mijn inzet. Dan zul je zien,
102  IV|            die in een pot gevallen is. Houd dus je mond of houd
103  IV|             zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal met opgeschorte
104  IV|           zo'n opvoeding geeft; 't is een idioot in plaats van
105  IV|         jongens van niks; geen een is twee duiten waard. Ik, zoals
106  IV|          hij. In deze soort dingen is de overwonnene de eigenlijke
107  IV|         ons daarom, wat veel beter is, weer opnieuw vrolijk zijn
108  IV|           dat gewoonlijk het geval is, in zijn tamelijk wijde
109  IV|       schaadt mij zoo'n lacher? 't Is beter zelf een grappige
110  IV|       kunnen helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen
111  IV|         geen plezier van gehad, al is hij ons ontvlucht; want
112  IV|          leugens vertelt, want hij is betrouwbaar en geen kletser.
113  IV|        geschiedenis vertellen; het is een verhaal, net zo merkwaardig
114  IV|             antwoordde Plocamus, ,,is voorbij, sinds ik aan podagra
115  IV|        toch kalm, gekke kerel, het is Habinnas maar, een lid van
116  IV|         zit meer voedsel in en het is gezonder voor me. Het daarop
117  IV|            vertel mij eens, waarom is Fortunata niet aan tafel?" ,,
118  IV|          evenveel goud vervaardigd is als de duizendste penning
119  IV|            als er nog iets lekkers is, breng het dan maar."~ Ondertussen
120  IV|           de handen, en zei: ,,Hij is nooit op school geweest,
121  IV|         deksels veel talenten: hij is schoenmaker, kok, bakker,
122  IV|         die van alle markten thuis is. Maar hij heeft twee fouten;
123  IV|          dan was hij volmaakt: hij is besneden en hij snurkt,
124  IV|          van een slaaf verteld, 't is je koppelaar, maar ik zal
125  IV|     Habinnas een echte Cappadociër is; hij laat zich niets ontgaan,
126  IV|            nu op tafel ziet staan, is uit dezelfde grondstof gemaakt."
127  IV|         van mest of modder gemaakt is. Ik heb met het Saturnaliafeest
128  IV|           varkensvlees gemaakt. Er is geen onbetaalbaarder kerel
129  IV|             En omdat hij zo handig is, heb ik hem uit Rome messen
130  IV|    kwistige hand geplant, want het is onzinnig, wanneer men bij
131  IV|           haar gordel vastgebonden is; beeld er verder mijn kleine
132  IV|       jullie niet zal spijten. Het is zo warm als een oven." ,,
133  IV|          ingekomen bent. Nog nooit is een gast door de deur, waardoor
134  IV|            baard laten scheren; 't is, ik zeg 't zonder te bluffen,
135  IV|            Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres
136  IV|        geluk weer te verliezen. 't Is een stuk hout, geen vrouw.
137  IV|         wie in een bordeel geboren is, droomt niet van een paleis.
138  IV|       Niemand van ons," zei hij, ,,is zonder fouten. Wij zijn
139  IV|            maar omdat hij zo braaf is : hij kent al de tafel van
140  IV|        aangeschaft en twee bekers. Is dat nu niet een jongen om
141  IV|          tot mensen, al het andere is gekheid. ,,Koop verstandig,
142  IV|           verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen hebben
143  IV|        lieveling van mijn heer. 't Is toch geen schande te doen,
144  IV|      schepen leden schipbreuk; het is geen praatje, maar de volle
145  IV|         het was eerst een krot, nu is het een tempel. Het heeft
146  IV|     erfstuk van zijn vader. En dan is er nog veel meer, dat ik
147  IV|          een armzalige kikvors, nu is hij een grote meneer. Stichus,
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License