Part

  1   I|        begroette. Ik had intussen bijna mijn benen gebroken, toen ik
  2   I|                Voorzichtig! Hij bijt''. Mijn makkers lachten, maar zodra
  3   I|             draden te spinnen. Ook viel mijn oog in de zuilengang op
  4   I|              van een slaaf. Hij verloor mijn tafelkleren, die een van
  5   I|                tafelkleren, die een van mijn cliënten mij op mijn verjaardag
  6   I|                van mijn cliënten mij op mijn verjaardag geschonken had: '
  7   I|                te laten wachten, heb ik mijn aangename bezigheden maar
  8   I|               zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". Daarop
  9  II|             stond en schaamde mij niet, mijn buurman daar eens naar te
 10  II|              eten en wendde mij dus tot mijn buurman, om zo veel mogelijk
 11  II|                zijn letterkunde kennen. Mijn patroon is 't (zijn gebeente
 12  II|               leggen, uit vrees, dat ik mijn horoscoop zou bederven.
 13  II|                 overdacht, waagde ik 't mijn buurman, die mij reeds over
 14  II|           gastmaal terug." Ik verwenste mijn domheid, en deed geen enkele
 15  II|                 Die aedilen kunnen voor mijn part naar de hel lopen;
 16  II|               ik heb bijna alles tot op mijn hemd verteerd en als deze
 17  II|                dan zal ik tenslotte nog mijn huisje moeten verkopen.
 18  II|              hebben? Zo waar als ik van mijn kinderen plezier wil beleven,
 19  II|                twee denaren voor mij en mijn vrienden. Als hij dat doet,
 20  II|                 willen overhalen, om op mijn boerderij te komen en mijn
 21  II|              mijn boerderij te komen en mijn huisjes te bekijken. Wij
 22  II|             onze buik mee te vullen. En mijn zoontje wordt al zo groot,
 23  II|              moeite geeft, en hij leert mijn zoontje meer dan hij zelf
 24  II|                 hem geeft.~ Ik heb voor mijn zoontje ook van die boeken
 25  II|                al verscheidene dagen is mijn buik niet in orde. Ook de
 26  II|                zal doen. Anders rommelt mijn maag met 't geluid van een
 27  II|              boer ook klaar maken. Maar mijn koks braden in een ogenblik
 28  II|               smaakt, groeit op een van mijn landgoederen, dat ik nog
 29  II|              nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen bij Tarracina
 30  II|             grenzen. Ik ben nu van plan mijn landerijen door aankoop
 31  II|            gedaan, om er in eigen kring mijn nut mee te doen. Denk vooral
 32  II|             niet, dat ik voor de studie mijn neus heb opgetrokken; ik
 33  II|            drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon heeft nagelaten.
 34  II|                 en Petraites op een van mijn bekers, allemaal loodzware
 35  II|            loodzware bekers. Ja, ik zou mijn kunstgevoel voor geen geld
 36  II|            Vraagt dan niemand van u, of mijn vrouw Fortunata eens wil
 37  II|                 klucht laten spelen, en mijn Griekse fluitist moest voor
 38  II|              purperen wol te gebruiken. Mijn vermoeden was niet zo ver
 39  IV|              Valt de verfijnde luxe van mijn meester niet in je smaak?
 40  IV| belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven niemand aanleiding
 41  IV|                 te eten, zonder nog van mijn hond te spreken; mijn medeslavin
 42  IV|               van mijn hond te spreken; mijn medeslavin heb ik vrijgekocht,
 43  IV|             Duizend denaren heb ik voor mijn eigen vrijheid betaald.
 44  IV|               te sterven, dat ik mij na mijn dood niet behoef te schamen.
 45  IV|                 s avonds. Ik heb liever mijn crediet dan schatten geld.
 46  IV|              gedaan, wat ik kon, om het mijn heer naar de zin te maken,
 47  IV|              uit vriendelijkheid jegens mijn gastheer met rust: anders
 48  IV|             begin, dan geef ik zelfs om mijn moeder geen twee duiten.
 49  IV|                  jou rat, jou molshoop. Mijn groei mag stilstaan, als
 50  IV|                aangaan; kom op, hier is mijn inzet. Dan zul je zien,
 51  IV|             doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis zweren, zowaar
 52  IV|            hebben wij anders les gehad. Mijn onderwijzer zei altijd:,,
 53  IV|              goden voor alles wat ik in mijn tijd heb geleerd." Ascyltos
 54  IV|             gestreeld: ,,Alle winst mag mijn neus voorbijgaan, als ik
 55  IV|                 Nu wilde 't toeval, dat mijn meneer naar Capua was gegaan,
 56  IV|                 door een begraafplaats; mijn metgezel verwijderde zich
 57  IV|           grafstenen. Toen ik weer naar mijn vriend keek, zag ik dat
 58  IV|                was ik het. Toch trok ik mijn dolk, en de hele weg langs,
 59  IV|                 tot ik het landhuis van mijn vriendin bereikte. Ik zag
 60  IV|                binnenkwam; 't was bijna mijn laatste uur geweest; 't
 61  IV|                 zweet stroomde me langs mijn dijen; mijn ogen staarden
 62  IV|           stroomde me langs mijn dijen; mijn ogen staarden als die van
 63  IV|            herbergier naar het huis van mijn meester Gaius terug. Aangekomen
 64  IV|               niets dan bloed. Maar bij mijn thuiskomst lag de soldaat
 65  IV|               haren (want ik leefde van mijn jeugd af als een weeldepop),
 66  IV|           stierf de lievelingsslaaf van mijn meester, een parel van een
 67  IV|            behoren tot het verleden." ,,Mijn tijd," antwoordde Plocamus, ,,
 68  IV|        kapperszaak! Wie was daarin ooit mijn evenknie, behalve die Apelles
 69  IV|            aanstalten om op te staan en mijn blote voeten op de grond
 70  IV|                Maar Agamemnon lachte om mijn onrust en zei: ,,Houd je
 71  IV|            slecht geheugen, dat ik vaak mijn eigen naam vergeet. Wij
 72  IV|          meegenomen; ziet, ik heb ze in mijn servet gerold, want als
 73  IV|                  want als ik niets voor mijn slaafje meebreng, krijg
 74  IV|            standje. Maar daar herinnert mijn vrouw mij aan iets. Als
 75  IV|          bekijken, en zeide: ,,Dank zij mijn man heeft niemand mooiere." ,,
 76  IV|                 schepen."~ Nooit werden mijn oren door een scheller geluid
 77  IV|                 toen voor het eerst van mijn leven tegenstond. Maar,
 78  IV|                gewoonte om de vrouw van mijn meester wat op te vrijen,
 79  IV|            dezelfde grondstof gemaakt." Mijn gezond verstand vertelde
 80  IV|                hoop toe te nemen, heeft mijn kok al deze lekkernijen
 81  IV|             Maar zij zullen nog tijdens mijn leven water drinken als
 82  IV|             Kort en goed, ik maak ze in mijn testament allen vrij. Philargyrus
 83  IV|       toebehoren. Fortunata maak ik tot mijn universele erfgename en
 84  IV|             erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden toe. Dit alles
 85  IV|                 ik hierom bekend, opdat mijn slaven mij nu reeds liefhebben,
 86  IV|             eens, waarde vriend, zul je mijn grafmonument bouwen, zoals
 87  IV|                dat je aan de voeten van mijn beeld mijn schoothondje,
 88  IV|                de voeten van mijn beeld mijn schoothondje, kransen en
 89  IV|               de herinnering aan mij na mijn dood moge voortleven; bovendien
 90  IV|           allerlei soort vruchtbomen om mijn as hebben en wijnstokken,
 91  IV|                kan niet 't eigendom van mijn erfgenamen worden." Verder
 92  IV|            worden." Verder zal ik er in mijn testament voor zorgen, dat
 93  IV|        testament voor zorgen, dat ik na mijn dood niet beledigd word.
 94  IV|               word. Ik zal n.l. een van mijn vrijgelatenen aanstellen
 95  IV|             vrijgelatenen aanstellen om mijn graf te bewaken, dat 't
 96  IV|              dat je aan de voorkant van mijn monument schepen uithouwt,
 97  IV|               spijzen te goed doet. Aan mijn rechterzijde moet je het
 98  IV|        vastgebonden is; beeld er verder mijn kleine slaafje op af, en
 99  IV|                tijd moet weten, vanzelf mijn naam leest, of hij wil of
100  IV|          begrafenis waren genodigd. Ook mijn tranen begonnen reeds te
101  IV|                loop was gegaan, werd in mijn dronkenheid, doordat ik
102  IV|         Vrienden, vandaag heeft een van mijn slaven voor het eerst zijn
103  IV|                dreef me zelf de bijl in mijn been. Maar enfin, ik zal
104  IV|              niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument plaatst, opdat
105  IV|               plaatst, opdat ik niet na mijn dood nog haar gekrakeel
106  IV|                en niet te maken, dat ik mijn tanden moet laten zien,
107  IV|              wat jullie bent, maar door mijn flinkheid heb ik het zover
108  IV|             verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen hebben natuurlijk
109  IV|                ik zeggen wilde, ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid.
110  IV|               ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. Toen ik uit
111  IV|            baard te krijgen, smeerde ik mijn lippen met lampenolie in.
112  IV|                 was ik de lieveling van mijn heer. 't Is toch geen schande
113  IV|           Ondertussen maakte ik het ook mijn meesters naar de zin. Jullie
114  IV|               zelf baas in huis; ik had mijn meester, om zo te zeggen,
115  IV|            meester, om zo te zeggen, in mijn zak. In één woord gezegd,
116  IV|                t ware het zuurdeeg voor mijn vermogen. Wat de goden willen,
117  IV|                op, die het eigendom van mijn vroegere meester geweest
118  IV|                  Toen ik meer bezat dan mijn hele vaderstad, dacht ik: ,,
119  IV|         vrijgelatenen. En ziet, toen ik mijn zaken reeds aan de kant
120  IV|               erfenis krijgen. Dat zegt mijn horoscoop. Als het mij nog
121  IV|         horoscoop. Als het mij nog lukt mijn bezittingen met Apulië te
122  IV|            verbinden, dan heb ik het in mijn leven ver genoeg gebracht.
123  IV|      logeerkamers voor de gasten.~ Toen mijn vriend Scaurus hier kwam,
124  IV|              meneer. Stichus, breng mij mijn doodskleren eens, waarin
125  IV|                 kruik met wijn, waarmee mijn beenderen moeten gewassen
126  IV|                Ik hoop, dat die olie na mijn dood even goed zal doen
127  IV|              even goed zal doen als bij mijn leven." Vervolgens liet
128  IV|                nu eens voor, dat ge bij mijn lijkplechtigheid zijt uitgenodigd."
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License