IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] midden 10 mij 88 mijlpaal 1 mijn 128 mijne 1 mijnheer 1 mijzelf 2 | Frequency [« »] 147 als 147 is 128 dan 128 mijn 123 wij 113 wat 111 trimalchio | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances mijn |
Part
1 I| begroette. Ik had intussen bijna mijn benen gebroken, toen ik 2 I| Voorzichtig! Hij bijt''. Mijn makkers lachten, maar zodra 3 I| draden te spinnen. Ook viel mijn oog in de zuilengang op 4 I| van een slaaf. Hij verloor mijn tafelkleren, die een van 5 I| tafelkleren, die een van mijn cliënten mij op mijn verjaardag 6 I| van mijn cliënten mij op mijn verjaardag geschonken had: ' 7 I| te laten wachten, heb ik mijn aangename bezigheden maar 8 I| zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". Daarop 9 II| stond en schaamde mij niet, mijn buurman daar eens naar te 10 II| eten en wendde mij dus tot mijn buurman, om zo veel mogelijk 11 II| zijn letterkunde kennen. Mijn patroon is 't (zijn gebeente 12 II| leggen, uit vrees, dat ik mijn horoscoop zou bederven. 13 II| overdacht, waagde ik 't mijn buurman, die mij reeds over 14 II| gastmaal terug." Ik verwenste mijn domheid, en deed geen enkele 15 II| Die aedilen kunnen voor mijn part naar de hel lopen; 16 II| ik heb bijna alles tot op mijn hemd verteerd en als deze 17 II| dan zal ik tenslotte nog mijn huisje moeten verkopen. 18 II| hebben? Zo waar als ik van mijn kinderen plezier wil beleven, 19 II| twee denaren voor mij en mijn vrienden. Als hij dat doet, 20 II| willen overhalen, om op mijn boerderij te komen en mijn 21 II| mijn boerderij te komen en mijn huisjes te bekijken. Wij 22 II| onze buik mee te vullen. En mijn zoontje wordt al zo groot, 23 II| moeite geeft, en hij leert mijn zoontje meer dan hij zelf 24 II| hem geeft.~ Ik heb voor mijn zoontje ook van die boeken 25 II| al verscheidene dagen is mijn buik niet in orde. Ook de 26 II| zal doen. Anders rommelt mijn maag met 't geluid van een 27 II| boer ook klaar maken. Maar mijn koks braden in een ogenblik 28 II| smaakt, groeit op een van mijn landgoederen, dat ik nog 29 II| nog niet ken. Het moet aan mijn bezittingen bij Tarracina 30 II| grenzen. Ik ben nu van plan mijn landerijen door aankoop 31 II| gedaan, om er in eigen kring mijn nut mee te doen. Denk vooral 32 II| niet, dat ik voor de studie mijn neus heb opgetrokken; ik 33 II| drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon heeft nagelaten. 34 II| en Petraites op een van mijn bekers, allemaal loodzware 35 II| loodzware bekers. Ja, ik zou mijn kunstgevoel voor geen geld 36 II| Vraagt dan niemand van u, of mijn vrouw Fortunata eens wil 37 II| klucht laten spelen, en mijn Griekse fluitist moest voor 38 II| purperen wol te gebruiken. Mijn vermoeden was niet zo ver 39 IV| Valt de verfijnde luxe van mijn meester niet in je smaak? 40 IV| belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven niemand aanleiding 41 IV| te eten, zonder nog van mijn hond te spreken; mijn medeslavin 42 IV| van mijn hond te spreken; mijn medeslavin heb ik vrijgekocht, 43 IV| Duizend denaren heb ik voor mijn eigen vrijheid betaald. 44 IV| te sterven, dat ik mij na mijn dood niet behoef te schamen. 45 IV| s avonds. Ik heb liever mijn crediet dan schatten geld. 46 IV| gedaan, wat ik kon, om het mijn heer naar de zin te maken, 47 IV| uit vriendelijkheid jegens mijn gastheer met rust: anders 48 IV| begin, dan geef ik zelfs om mijn moeder geen twee duiten. 49 IV| jou rat, jou molshoop. Mijn groei mag stilstaan, als 50 IV| aangaan; kom op, hier is mijn inzet. Dan zul je zien, 51 IV| doodgaan, dat de mensen bij mijn begrafenis zweren, zowaar 52 IV| hebben wij anders les gehad. Mijn onderwijzer zei altijd:,, 53 IV| goden voor alles wat ik in mijn tijd heb geleerd." Ascyltos 54 IV| gestreeld: ,,Alle winst mag mijn neus voorbijgaan, als ik 55 IV| Nu wilde 't toeval, dat mijn meneer naar Capua was gegaan, 56 IV| door een begraafplaats; mijn metgezel verwijderde zich 57 IV| grafstenen. Toen ik weer naar mijn vriend keek, zag ik dat 58 IV| was ik het. Toch trok ik mijn dolk, en de hele weg langs, 59 IV| tot ik het landhuis van mijn vriendin bereikte. Ik zag 60 IV| binnenkwam; 't was bijna mijn laatste uur geweest; 't 61 IV| zweet stroomde me langs mijn dijen; mijn ogen staarden 62 IV| stroomde me langs mijn dijen; mijn ogen staarden als die van 63 IV| herbergier naar het huis van mijn meester Gaius terug. Aangekomen 64 IV| niets dan bloed. Maar bij mijn thuiskomst lag de soldaat 65 IV| haren (want ik leefde van mijn jeugd af als een weeldepop), 66 IV| stierf de lievelingsslaaf van mijn meester, een parel van een 67 IV| behoren tot het verleden." ,,Mijn tijd," antwoordde Plocamus, ,, 68 IV| kapperszaak! Wie was daarin ooit mijn evenknie, behalve die Apelles 69 IV| aanstalten om op te staan en mijn blote voeten op de grond 70 IV| Maar Agamemnon lachte om mijn onrust en zei: ,,Houd je 71 IV| slecht geheugen, dat ik vaak mijn eigen naam vergeet. Wij 72 IV| meegenomen; ziet, ik heb ze in mijn servet gerold, want als 73 IV| want als ik niets voor mijn slaafje meebreng, krijg 74 IV| standje. Maar daar herinnert mijn vrouw mij aan iets. Als 75 IV| bekijken, en zeide: ,,Dank zij mijn man heeft niemand mooiere." ,, 76 IV| schepen."~ Nooit werden mijn oren door een scheller geluid 77 IV| toen voor het eerst van mijn leven tegenstond. Maar, 78 IV| gewoonte om de vrouw van mijn meester wat op te vrijen, 79 IV| dezelfde grondstof gemaakt." Mijn gezond verstand vertelde 80 IV| hoop toe te nemen, heeft mijn kok al deze lekkernijen 81 IV| Maar zij zullen nog tijdens mijn leven water drinken als 82 IV| Kort en goed, ik maak ze in mijn testament allen vrij. Philargyrus 83 IV| toebehoren. Fortunata maak ik tot mijn universele erfgename en 84 IV| erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden toe. Dit alles 85 IV| ik hierom bekend, opdat mijn slaven mij nu reeds liefhebben, 86 IV| eens, waarde vriend, zul je mijn grafmonument bouwen, zoals 87 IV| dat je aan de voeten van mijn beeld mijn schoothondje, 88 IV| de voeten van mijn beeld mijn schoothondje, kransen en 89 IV| de herinnering aan mij na mijn dood moge voortleven; bovendien 90 IV| allerlei soort vruchtbomen om mijn as hebben en wijnstokken, 91 IV| kan niet 't eigendom van mijn erfgenamen worden." Verder 92 IV| worden." Verder zal ik er in mijn testament voor zorgen, dat 93 IV| testament voor zorgen, dat ik na mijn dood niet beledigd word. 94 IV| word. Ik zal n.l. een van mijn vrijgelatenen aanstellen 95 IV| vrijgelatenen aanstellen om mijn graf te bewaken, dat 't 96 IV| dat je aan de voorkant van mijn monument schepen uithouwt, 97 IV| spijzen te goed doet. Aan mijn rechterzijde moet je het 98 IV| vastgebonden is; beeld er verder mijn kleine slaafje op af, en 99 IV| tijd moet weten, vanzelf mijn naam leest, of hij wil of 100 IV| begrafenis waren genodigd. Ook mijn tranen begonnen reeds te 101 IV| loop was gegaan, werd in mijn dronkenheid, doordat ik 102 IV| Vrienden, vandaag heeft een van mijn slaven voor het eerst zijn 103 IV| dreef me zelf de bijl in mijn been. Maar enfin, ik zal 104 IV| niet, dat je haar beeld op mijn grafmonument plaatst, opdat 105 IV| plaatst, opdat ik niet na mijn dood nog haar gekrakeel 106 IV| en niet te maken, dat ik mijn tanden moet laten zien, 107 IV| wat jullie bent, maar door mijn flinkheid heb ik het zover 108 IV| verkoop verstandig", dat is mijn devies; anderen hebben natuurlijk 109 IV| ik zeggen wilde, ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. 110 IV| ik dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. Toen ik uit 111 IV| baard te krijgen, smeerde ik mijn lippen met lampenolie in. 112 IV| was ik de lieveling van mijn heer. 't Is toch geen schande 113 IV| Ondertussen maakte ik het ook mijn meesters naar de zin. Jullie 114 IV| zelf baas in huis; ik had mijn meester, om zo te zeggen, 115 IV| meester, om zo te zeggen, in mijn zak. In één woord gezegd, 116 IV| t ware het zuurdeeg voor mijn vermogen. Wat de goden willen, 117 IV| op, die het eigendom van mijn vroegere meester geweest 118 IV| Toen ik meer bezat dan mijn hele vaderstad, dacht ik: ,, 119 IV| vrijgelatenen. En ziet, toen ik mijn zaken reeds aan de kant 120 IV| erfenis krijgen. Dat zegt mijn horoscoop. Als het mij nog 121 IV| horoscoop. Als het mij nog lukt mijn bezittingen met Apulië te 122 IV| verbinden, dan heb ik het in mijn leven ver genoeg gebracht. 123 IV| logeerkamers voor de gasten.~ Toen mijn vriend Scaurus hier kwam, 124 IV| meneer. Stichus, breng mij mijn doodskleren eens, waarin 125 IV| kruik met wijn, waarmee mijn beenderen moeten gewassen 126 IV| Ik hoop, dat die olie na mijn dood even goed zal doen 127 IV| even goed zal doen als bij mijn leven." Vervolgens liet 128 IV| nu eens voor, dat ge bij mijn lijkplechtigheid zijt uitgenodigd."