IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] wiens 3 wier 4 wierp 8 wij 123 wijde 1 wijn 28 wijnkaas 1 | Frequency [« »] 147 is 128 dan 128 mijn 123 wij 113 wat 111 trimalchio 108 had | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances wij |
Part
1 Inl| boeken moet hebben omvat. Wat wij nog over hebben, is slechts 2 Inl| uitgave van Petronius, die wij kennen, verscheen in 1482 3 Inl| Trimalchio, dat, voor zover wij weten, nog nimmer in het 4 I| gaan dan te blijven, waar wij waren. Toen wij nu treurig 5 I| blijven, waar wij waren. Toen wij nu treurig gestemd beraadslaagden, 6 I| gestemd beraadslaagden, hoe wij de dreigende storm zouden 7 I| leven verloren heeft.'' Wij vergaten dus al onze ongelukken, 8 I| badinrichting te begeleiden.~ Nadat wij ons aangekleed hadden, begonnen 9 I| aangekleed hadden, begonnen wij ondertussen wat rond te 10 I| slenteraars te voegen, toen wij plotseling een oude kaalkop 11 I| ballen aan de spelers uit. Wij merkten nog iets ongewoons 12 I| op de grond vielen. Toen wij al dat moois bewonderden, 13 I| afzonderlijk had willen letten; wij gingen dus in het bad en 14 I| getranspireerd te hebben, namen wij een koude douche. Trimalchio, 15 I| van het bewonderen volgden wij en kwamen tezamen met Agamemnon 16 I| gladiatorspel van Laenas.'' Wij hadden echter geen gelegenheid 17 I| nauwkeurig te bekijken.~ Wij waren reeds de eetzaal genaderd, 18 I| waren aangegeven.~ Toen wij, door al dat moois verzadigd, 19 I| waarheid te zeggen, waren wij een ogenblik bang, dat iemand 20 I| naar binnen zou gaan. Toen wij allen tegelijk met de rechtervoet 21 I| tien sestertiën kostten. Wij trokken onze rechtervoet 22 I| schurk genade hebben''. Wij betuigden hem voor deze 23 I| goedheid onze dank, en, toen wij de eetzaal binnentraden, 24 I| slaaf tegemoet, voor wie wij genade gesmeekt hadden, 25 I| en zo deed ieder, aan wie wij iets vroegen. Men zou gemeend 26 I| heerlijke gerechten waren wij juist bezig, toen Trimalchio 27 I| onderste kaliber gebruikte, en wij nog met 't voorgerecht bezig 28 I| bebroed zijn! Maar laten wij eens proberen of ze nog 29 I| woog, en daarmee maakten wij de eieren open, die uit 30 I| werd niet aangeboden. Toen wij de gastheer onze ingenomenheid 31 I| jaar van Opimius. Terwijl wij bezig waren de opschriften 32 I| deftiger gezelschap."~ Terwijl wij dus dronken en het prachtige 33 I| rampzalige mensen.~ Aldus zullen wij zijn, zodra w' ons bevinden 34 II| silphiumverkoper''. Toen wij niet veel lust hadden om 35 II| van de dienbak. Nu zagen wij in de onderste afdeling 36 II| voorstellen. Ook merkten wij bij de hoeken van de dienbak 37 II| zwommen. Hierop klapten wij in de handen (waartoe de 38 II| minder in zijn schik dan wij en riep: ,,Deelman!'' Dadelijk 39 II| schaapskoppen geboren." Wij bewonderden de geestigheid 40 II| zinnebeeld is.~ ,,Bravo," riepen wij allen tegelijkertijd en 41 II| tegelijkertijd en terwijl wij onze handen naar de zondering 42 II| zondering hieven, zwoeren wij, dat Hipparchus en Aratus 43 II| wat bij een jacht behoort. Wij wisten nog niet, wat dit 44 II| ik een Liber pater heb''. Wij prezen deze woordspeling 45 II| verwijderde zich even. Daar wij ons nu door de afwezigheid 46 II| vrijer voelden, begonnen wij de gasten aan het praten 47 II| nog wat kracht in zich, wij zijn niets meer waard dan 48 II| de andere. Daarom hebben wij kleine lui het zo slecht; 49 II| iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels hadden, 50 II| denaren heeft verdiend. Als wij maar fut hadden, dan zou 51 II| hebben, maar thuis zijn wij leeuwen en daarbuiten doodgewone 52 II| naar ons luisteren, omdat wij niet vroom meer zijn. De 53 II| ons, eenvoudige luidjes. Wij weten wel, dat u razend 54 II| mijn huisjes te bekijken. Wij zullen wel wat te bikken 55 II| waarheid wilden uitkomen." Wij bedankten hem voor zijn 56 II| lachen door een teug wijn. Wij wisten echter niet, dat 57 II| wisten echter niet, dat wij nog lang niet, zoals men 58 II| beklommen hadden, maar dat wij eerst halverwegen waren. 59 II| het helemaal niets."~ Toen wij deze en andere geestigheden 60 II| nam de tafel in beslag. Wij spraken natuurlijk onze 61 II| zijn dan het wilde, dat wij kort tevoren gehad hadden. 62 II| Water eruit, wijn erin." Wij prezen de aardigheid zeer, 63 II| door een slaaf gewond was.~ Wij betuigden onze instemming 64 II| Ja," zei Trimalchio, ,,wij mogen deze gebeurtenis niet 65 IV| arbeidzaam zijn: de ossen omdat wij aan hun arbeid danken, dat 66 IV| aan hun arbeid danken, dat wij brood eten, de schapen omdat 67 IV| schapen omdat zij maken, dat wij met hun wol kunnen pronken. 68 IV| een bundel beetwortels.~ Wij lachten er geruimen tijd 69 IV| leeftijd; aan hem bevallen wij. Jij melkmuil, je zegt geen 70 IV| jij gekrulde ui? Hebben wij soms het Saturnaliënfeest, 71 IV| verdiende loon gegeven. Wij hebben hier allemaal veel 72 IV| delen. Kort en goed, laten wij, als je wilt, een weddenschap 73 IV| mij genadig zijn. Laten wij naar het Forum gaan en geld 74 IV| opvoeder. Neen, dan hebben wij anders les gehad. Mijn onderwijzer 75 IV| geen gekibbel meer. Laten wij ons liever amuseren, en 76 IV| onder de verbaasde gasten.~ Wij hadden niet lang de tijd 77 IV| boomvruchten en druiven droeg. Wij strekten begerig onze handen 78 IV| godsdienstige betekenis had, stonden wij op en zeiden: ,,De keizer, 79 IV| vruchten grepen, vulden ook wij onze servetten: vooral ik 80 IV| eerbiedig kuste, waagden wij 't niet, ons aan deze plicht 81 IV| vriendelijk voor mij bent. Laten wij ons daarom eens echt amuseren, 82 IV| nog een slaaf was, woonden wij in een nauw straatje; nu 83 IV| en haalde een gast, die wij hadden, over, mij tot de 84 IV| werd nagejaagd. Nu hadden wij in die dagen een Cappadociër, 85 IV| aanraak moge gezond blijven). Wij hoorden een gezucht, maar ( 86 IV| de vampiers zelf zagen wij niet. Toen de stumper terug 87 IV| aangeraakt. Daarop sloten wij de huisdeur weer en gingen 88 IV| dagen later krankzinnig."~ Wij hoorden dit even verbaasd 89 IV| goedgelovig aan, en terwijl wij de tafel kusten, baden wij 90 IV| wij de tafel kusten, baden wij tot de vampiers, thuis te 91 IV| blijven gedurende de tijd, dat wij van de maaltijd terug zouden 92 IV| heel gezellig, ofschoon wij uitgenodigd werden de helft 93 IV| de helft van hetgeen dat wij dronken over zijn gebeente 94 IV| mijn eigen naam vergeet. Wij hadden dan eerst een zwijn, 95 IV| Als hoofdschotel hadden wij een stuk berenvlees; toen 96 IV| opeten? Tenslotte hadden wij zachte wijnkaas met mostsap, 97 IV| vol namen. De ham lieten wij maar onaangeroerd.~ Maar 98 IV| oren afsnijden. Wanneer wij geen vrouwen hadden, zou 99 IV| schotel gemaakt had, dat wij liever van honger hadden 100 IV| proeven. Toen namelijk, zoals wij geloofden, een gemeste gans 101 IV| kwajongens ontsteld, richtten wij onze blikken naar de vechtersbazen 102 IV| in één woord te zeggen, wij werden bijna van onze sofa' 103 IV| dezelfde melk gedronken als wij, al heeft het ongeluk hen 104 IV| riep Trimalchio: ,,Daar wij zo goed weten, dat wij sterven 105 IV| Daar wij zo goed weten, dat wij sterven moeten, waarom zullen 106 IV| sterven moeten, waarom zullen wij dan niet van het leven genieten? 107 IV| ik al een ongeluk. Laten wij doen, alsof wij hun voorbeeld 108 IV| ongeluk. Laten wij doen, alsof wij hun voorbeeld volgen, en 109 IV| tussenuit knijpen."~ Daar wij het hierover eens waren, 110 IV| hierover eens waren, kwamen wij, terwijl Giton ons door 111 IV| het water getrokken. Maar wij werden gered door de portier, 112 IV| hij had n.l. alles, wat wij hem van de maaltijd gegeven 113 IV| kalm geworden. Maar toen wij nog huiverig aan de portier 114 IV| men er uit."~ Wat moesten wij ongelukkige stakkers doen, 115 IV| uitkomst begon te worden? Wij verzochten dus zelf aan 116 IV| bad te brengen, en nadat wij onze kleren uitgetrokken 117 IV| begon te drogen, traden wij de badkamer binnen; deze 118 IV| rechtop. Maar ook hier waren wij gedwongen zijn onuitstaanbare 119 IV| hun tenen konden aanraken. Wij daalden intussen, terwijl 120 IV| dronkenschap voorbij was, werden wij in een andere eetzaal gebracht, 121 IV| hij, ,,is zonder fouten. Wij zijn nu eenmaal mensen, 122 IV| purperen zoom in de eetzaal. Wij moesten daarop alles betasten, 123 IV| dat bij hun werk hoort. Wij maakten van deze gunstige