IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] treurmarsen 1 treuzelde 1 trillende 1 trimalchio 111 trimalchionis 2 triomfboog 1 troep 1 | Frequency [« »] 128 mijn 123 wij 113 wat 111 trimalchio 108 had 108 voor 107 er | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances trimalchio |
Part
1 Inl| dat ,,Het gastmaal van Trimalchio'' bevatte. Na heftige discussies 2 Inl| Trimalchionis, ,,Het gastmaal van Trimalchio" vormt een afgerond geheel. 3 Inl| ten huize van een zekere Trimalchio, een vrijgelaten slaaf, 4 Inl| reusachtig vermogen te pochen. Trimalchio woont in een half-Griekse 5 Inl| karakter van de hoofdpersoon Trimalchio is wel 't hoogste, dat in 6 Inl| tijd is naar het feest van Trimalchio te gaan, waarvoor zij alle 7 Inl| huize van de vrijgelatene Trimalchio, dat, voor zover wij weten, 8 I| vandaag wat te doen is? Bij Trimalchio, een man, die er warmpjes 9 I| nog aan het spreken, toen Trimalchio met de vingers knipte, op 10 I| namen wij een koude douche. Trimalchio, die met welriekend water 11 I| op de grond morsten, zei Trimalchio, dat zij op zijn gezondheid 12 I| nog lelijker dan zijn heer Trimalchio. Terwijl hij weggedragen 13 I| bordjes aan hun hals hangen. Trimalchio zelf deed zijn intrede in 14 I| stond: ,,Aan C. Pompeius Trimalchio, Sevir der Augustalen, van 15 I| reeds plaats genomen behalve Trimalchio zelf, voor wie men volgens 16 I| schalen, op wier rand de naam Trimalchio en het gewicht aan zilver 17 I| waren wij juist bezig, toen Trimalchio zelf onder muziek naar tafel 18 I| verdeelden die onder de gasten. Trimalchio keerde zich naar dit gerecht 19 I| omgeven.~ Ondertussen was Trimalchio met zijn spel opgehouden 20 I| slaaf het opraapte, liet Trimalchio, die dit bemerkte, de knaap 21 I| opschriften te lezen, klapte Trimalchio in de handen en sprak: ,, 22 I| konden bewogen worden. Toen Trimalchio dit skelet enige malen op 23 II| spijzen te beginnen, zie Trimalchio: ,,Ik stel voor te gaan 24 II| uitgelezen lekkernijen aan. Ook Trimalchio was over deze goed gelukte 25 II| schijngevecht levert. Toch bleef Trimalchio maar steeds op langgerekte 26 II| heet Deelman. Zovaak als Trimalchio nu ,,Deelman" roept, noemt 27 II| liep. ,,Dat is de vrouw van Trimalchio" zeide hij; ,,zij heet Fortunata 28 II| Goden - als in de hemel en Trimalchio's rechterhand. Om kort te 29 II| meubelen laten veilen."~ Maar Trimalchio onderbrak deze genoegelijke 30 II| zaal rondfladderden. Toen Trimalchio daarop aan ieder zijn vogel 31 II| heer. Bij dit gezang wendde Trimalchio zich tot hem en zei: ,,Dionysus, 32 II| zijn eigen hoofd. Toen zei Trimalchio weer: ,,Jullie zult toegeven, 33 II| rondging. Na dit gerecht stond Trimalchio op en verwijderde zich even. 34 II| waren aan de gang, toen Trimalchio weer binnenkwam, zich het 35 II| kunstjes zouden vertonen. Maar Trimalchio stelde deze verwachting 36 II| antwoordde: ,,Tot de 40ste," zei Trimalchio: ''Ben jij gekocht, of hier 37 II| spijzen netjes opdient," zei Trimalchio, ,,of ik verlaag je tot 38 II| gerecht naar de keuken. Trimalchio keek nu met vriendelijke 39 II| man waren vijanden," vroeg Trimalchio: ,,Wat versta je eigenlijk 40 II| rede. Dadelijk daarop sprak Trimalchio: ,,Als dat werkelijk gebeurd 41 II| loftuitingen hadden geprezen, ging Trimalchio voort: ,,Vertel mij eens, 42 II| tevoren gehad hadden. Toen Trimalchio het hoe langer hoe nauwkeuriger 43 II| er uit te nemen, bulderde Trimalchio: ,,Wat! Vergeten! Je zou 44 II| geselslaven. Nu begonnen allen Trimalchio te smeken: ,,Zoiets komt 45 II| niet om gedacht had." Maar Trimalchio deed dit niet, en zeide, 46 II| beker nader bekeek, zeide Trimalchio: ,,Ik ben de enige, die 47 II| dienaar een beker vallen. Trimalchio zag hem aan en zeide: ,, 48 II| en smeekte genade, maar Trimalchio sprak: ,,Waarom smeek je 49 II| de tafel ... Daarop riep Trimalchio:,,Water eruit, wijn erin." 50 II| krijgen.~ Intussen dronk Trimalchio tengevolge der complimenten 51 II| dans opnieuw beginnen.~ Trimalchio's lust om te dansen werd 52 II| landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, geboren 30 knaapjes, 53 II| opzichter Nasta." ,,Wat," zei Trimalchio, ,,wanneer is dat Pompejaanse 54 II| nog niet geboekt." Nu werd Trimalchio woedend, en sprak: ,,Wanneer 55 II| van jachtopzieners, waarin Trimalchio door een speciaal codicil 56 II| zijn tanden vast te houden. Trimalchio was de enige, die deze kunststukjes 57 II| knaap van de ladder boven op Trimalchio's arm. De bedienden schreeuwden 58 II| koud liet als ijs. Toen Trimalchio luid kreunde en zijn arm 59 II| straf volgde een bevel van Trimalchio, om de knaap vrij te laten, 60 II| menselijk leven.~ ,,Ja," zei Trimalchio, ,,wij mogen deze gebeurtenis 61 III| uit Thracië toegekend, tot Trimalchio op eens tot Agamemnon zeide: ,, 62 IV| Welke kunst," zeide Trimalchio, ,,dunkt u het moeilijkst 63 IV| ogen kreeg, werd een van Trimalchio's medevrijgelatenen woedend; 64 IV| verwijten antwoorden, maar Trimalchio sprak, verheugd over de 65 IV| tegen hun schilden sloegen. Trimalchio ging op een kussen zitten, 66 IV| stuk verduidelijken." Toen Trimalchio dat gezegd had, hieven de 67 IV| Goden, zijt ons genadig." Trimalchio vertelde ons, dat de een 68 IV| sprekend-gelijkende buste van Trimalchio zelf, en daar ieder dit 69 IV| gezondheid" had gewenst, wendde Trimalchio zich tot Niceros en zeide: ,, 70 IV| hoogste verbaasd waren, zei Trimalchio:,,Ik wil geen kwaad zeggen 71 IV| zaal veranderd was, toen Trimalchio zeide: ,,Zeg eens, Plocamus, 72 IV| Grieks liedje was.~ Toen Trimalchio de trompetblazers had nagedaan, 73 IV| verzette. Hierdoor werd Trimalchio aan zijn plicht herinnerd, 74 IV| tafel uit. Daarop wierp Trimalchio hem een stuk wittebrood 75 IV| jongen zich ergerde, dat Trimalchio Scylax zo uitbundig prees, 76 IV| aangerichte schade, gaf Trimalchio de knaap een kus en liet 77 IV| gebruikte zonder talmen Trimalchio als paard, klopte hem meermalen 78 IV| hoeveel hoorns?"~ Toen Trimalchio wat bedaard was, gaf hij 79 IV| ganzeneieren ,,au capuchon", die Trimalchio ons met alle geweld wilde 80 IV| dadelijk om wijn en warm water. Trimalchio, die pleizier had in zijn 81 IV| kregen jullie te eten?" vroeg Trimalchio. ,,Ik zal het je vertellen," 82 IV| je haar zó slecht?" zei Trimalchio. ,,Als zij het tafelzilver 83 IV| dat het zuiver goud was. Trimalchio bemerkte dit, liet al haar 84 IV| ogenblikken daarna, toen Trimalchio het dessert had laten brengen, 85 IV| glas. Tegelijkertijd zeide Trimalchio: ,,Ik had met dit gerecht 86 IV| een nachtegaal na, waarbij Trimalchio voortdurend riep: ,,Nu iets 87 IV| gebrandmerkt wordt." Hierom lachte Trimalchio: ,,Ik zie, dat Habinnas 88 IV| soorten vogels lagen, zei Trimalchio: ,,Vrienden, alles, wat 89 IV| nog aan het spreken, toen Trimalchio zeide: ,,Zo waar als ik 90 IV| aan hun hals hangen. Toen Trimalchio tussen de twistenden recht 91 IV| haar handen klappen, toen Trimalchio tot een paar slaven zeide: ,, 92 IV| over deze weddenschap sprak Trimalchio: ,,Vrienden, slaven zijn 93 IV| Hier rust C. Pompeius Trimalchio Maecenatianus. In zijn afwezigheid 94 IV| goed." - ,,U ook."~ Toen Trimalchio dit gezegd had, vergoot 95 IV| vloeien, maar opeens riep Trimalchio: ,,Daar wij zo goed weten, 96 IV| blote voeten op en volgde Trimalchio, die van plezier in zijn 97 IV| een koudwaterbad denken. Trimalchio stond hierin rechtop. Maar 98 IV| badkamer af, die men voor Trimalchio met stoom gevuld had.~ Toen 99 IV| zak vloeide. Toen sprak Trimalchio: ,,Vrienden, vandaag heeft 100 IV| geluid verschrikt, liet Trimalchio wijn onder de tafel gieten 101 IV| omgeving werd binnengebracht. Trimalchio liet hem slachten, om hem 102 IV| lekkernij genuttigd was, wendde Trimalchio zich tot 't dienstpersoneel 103 IV| slaafje binnenkwam, vloog Trimalchio op hem af en kuste hem lange 104 IV| leer om leer" te bewijzen, Trimalchio te beschimpen, noemde hem 105 IV| hond van een kerel," toe. Trimalchio, op zijn beurt, door haar 106 IV| haar gezicht legde. Maar Trimalchio zeide: ,,Wat is dat? Die 107 IV| ogen hetzelfde, terwijl zij Trimalchio bij zijn voornaam Gaius 108 IV| toegevend te zijn. Nu kon Trimalchio zijn tranen niet langer 109 IV| goede wol was. Toen zei Trimalchio: ,,Stichus, pas op, dat 110 IV| graad onuitstaanbaar, toen Trimalchio, die stomdronken was, bevel 111 IV| omtrek de wacht hielden, dat Trimalchio's huis in brand stond, braken