IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] helft 2 helm 1 helpen 3 hem 104 hemd 1 hemel 9 hemelse 1 | Frequency [« »] 108 voor 107 er 106 toen 104 hem 101 om 94 zo 93 heeft | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances hem |
Part
1 Inl| machtige Tigellinus op, die hem van vriendschap voor een 2 Inl| bericht van zijn veroordeling hem zou bereiken, maar maakte 3 Inl| had, tenzij Petronius het hem had aanbevolen.''~ Deze 4 I| de pot de chambre onder hem hield, terwijl hij rustig 5 I| hadden. Daarop wikkelde men hem in een scharlaken mantel 6 I| scharlaken mantel en deed hem in een draagstoel plaats 7 I| hoofdeinde, en alsof hij hem een geheim in 't oor fluisterde, 8 I| de hand, terwijl Minerva hem leidde. Verder had de scherp-waarnemende 9 I| der galerij hief Minerva hem bij de kin op een hoge stellage. 10 I| te voet, die ons smeekte hem van zijn straf te bevrijden. 11 I| hij; want in het bad waren hem de kleren van de rentmeester 12 I| hebben''. Wij betuigden hem voor deze grote goedheid 13 I| onvoorzichtigen moesten vreselijk om hem lachen, want zijn kaalgeschoren 14 II| zulk een wijze, dat men hem voor de wagenstrijder zou 15 II| de voorsnijder en geeft hem tevens zijn order."~ Ik 16 II| Om kort te gaan, als zij hem op klaarlichten dag zou 17 II| de wol, die zijn schapen hem verschaffen, was hem niet 18 II| schapen hem verschaffen, was hem niet goed genoeg: welnu, 19 II| kap had beroofd, heeft die hem een schat getoond. Ik misgun 20 II| misgun niemand, wat de hemel hem gegeven heeft. Maar hij 21 II| niet gehad! Ik verwijt 't hem niet. Hij heeft eenmaal 22 II| haar van zijn hoofd van hem zelf is, maar, bij Hercules, 23 II| vervloekte vrijgelatenen hebben hem uitgezogen. En onthoud wel; 24 II| Hipparchus en Aratus bij hem vergeleken niets waren, 25 II| wendde Trimalchio zich tot hem en zei: ,,Dionysus, je zult 26 II| van de ever af, en zette hem op zijn eigen hoofd. Toen 27 II| aan; 't is of ik nog met hem praat. Helaas, de mens gaat 28 II| luchtbelletjes. En hoe zou 't wel met hem gegaan zijn, als hij geen 29 II| moeten. De dokters hebben hem doodgemaakt, of liever ' 30 II| die treurde niet erg om hem. Wat zou ze wel gedaan hebben, 31 II| en wat at je lekker bij hem! In het begin had hij ,, 32 II| eerste wijnoogst bracht hem er boven op; hij verkocht 33 II| hij zelf verkoos. Maar wat hem pas flink op de been hielp, 34 II| waarbij hij meer stal dan hem vermaakt was. En tenslotte 35 II| orakels waren, en die hebben hem verkeerde raad gegeven. 36 II| markten thuis. En ik neem het hem niet kwalijk; hij heeft 37 II| t is een heethoofd; bij hem is 't of dit of dat, maar 38 II| iets buitengewoons. Ik ken hem heel goed; hij houdt niet 39 II| en alleen de Hades kan hem daarvan af helpen. Maar 40 II| zeker van zijn, dat hij hem met volle zeilen voorbij 41 II| blijven leven, dan zult u aan hem een geschikt knechtje hebben. 42 II| putters de nek omgedraaid, en hem verteld, dat de wezel ze 43 II| tevreden met alles, wat men hem geeft.~ Ik heb voor mijn 44 II| rechten , dan heb ik besloten hem een ambacht te laten leren; 45 II| want die kennis kan niemand hem afnemen, dan alleen de onderwereld. 46 II| uitkomen." Wij bedankten hem voor zijn vriendelijkheid 47 II| een kok roepen, en gebood hem, zonder onze keuze af te 48 II| laten halen, maar je moet hem eer aandoen. Dank zij de 49 II| zei Agamemnon, en vertelde hem de korte inhoud van zijn 50 II| Ulysses, hoe de Cycloop hem met een nijptang de duim 51 II| komijn bij te doen. Trek hem zijn kleren uit." In een 52 II| zeide men, ,,kom, scheld hem de straf kwijt; als hij 53 II| zal niemand van ons voor hem genade vragen."~ Ik echter 54 II| zwijn te halen? Ik zou het hem nog niet vergeven, als hij 55 II| krans, en tevens reikte men hem een beker op een schaal 56 II| zeggen zou, dat zijn bekers hem regelrecht uit Corinthe 57 II| onbreekbaar was. Men liet hem dan ook met het geschenk 58 II| keizer in handen gaf en liet hem op de grond vallen. De keizer 59 II| dat de Olympus zich voor hem zou openen, vooral toen 60 II| na." Toen de kunstenaar hem ontkennend geantwoord had, 61 II| geantwoord had, liet de keizer hem onthoofden, omdat het goud, 62 II| beker vallen. Trimalchio zag hem aan en zeide: ,,Vooruit, 63 II| zijn." Eindelijk schonk hij hem op ons verzoek de straf 64 II| opgetreden zijn, als Fortumata hem niet iets in 't oor gefluisterd 65 II| gefluisterd had; zij zal hem wel gezegd hebben, denk 66 II| overeenkwamen. Nooit zag ik hem zo besluiteloos: nu eens 67 II| zingen; daarop liet hij hem door brandende hoepels springen 68 II| hoepels springen en gelastte hem een aarden pot met zijn 69 IV| waar zou ik, als ik naast hem aan tafel zat, wel een einde 70 IV| eigen water. Als ik rondom hem een kringetje waterde, zou 71 IV| een man op leeftijd; aan hem bevallen wij. Jij melkmuil, 72 IV| geen stukje brood meer met hem eten, al hadden ze me ook 73 IV| Terwijl zijn bedroefde moeder hem beweende en een groot aantal 74 IV| was, omdat de boze hand hem had aangeraakt. Daarop sloten 75 IV| Daarop wierp Trimalchio hem een stuk wittebrood toe, 76 IV| de knaap een kus en liet hem op zijn rug klimmen. De 77 IV| Trimalchio als paard, klopte hem meermalen met platte hand 78 IV| hen niet wil drinken, giet hem dan de wijn over zijn hoofd. 79 IV| geparfumeerd water liep hem van zijn voorhoofd tot in 80 IV| Tenslotte liet hij, opdat men hem niet voor een opsnijder 81 IV| school geweest, maar ik heb hem onderwijs gegeven, door 82 IV| onderwijs gegeven, door hem met straatventers te laten 83 IV| Driehonderd denaren heb ik voor hem betaald."~ Hierop viel Scintilla 84 IV| Na zijn dood kan niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet 85 IV| trompetters na, waarbij Habinnas hem met gezang begeleidde, terwijl 86 IV| muilezeldrijvers, tot Habinnas hem tot zich riep, hem kuste 87 IV| Habinnas hem tot zich riep, hem kuste en te drinken gaf 88 IV| heupbeen. Daarom heb ik hem in een geestig ogenblik 89 IV| hij zo handig is, heb ik hem uit Rome messen van Norisch 90 IV| dan ik aanlag; ik herkende hem aan de lucht van pekel en 91 IV| vergat en bevel gaf, dat men hem zijn testament moest brengen, 92 IV| had n.l. alles, wat wij hem van de maaltijd gegeven 93 IV| van de linkerhand en deed hem aan zijn rechter en zeide: ,, 94 IV| binnengebracht. Trimalchio liet hem slachten, om hem in een 95 IV| Trimalchio liet hem slachten, om hem in een ketel te laten koken. 96 IV| vissen had gemaakt, sneed hem in stukken en wierp hem 97 IV| hem in stukken en wierp hem in de ketel; en terwijl 98 IV| binnenkwam, vloog Trimalchio op hem af en kuste hem lange tijd. 99 IV| Trimalchio op hem af en kuste hem lange tijd. Hierop begon 100 IV| Trimalchio te beschimpen, noemde hem een vuilik en een ploert, 101 IV| kon bedwingen, en voegde hem tenslotte zelfs de woorden: ,, 102 IV| dit onweer begon Habinnas hem te smeken, om niet langer 103 IV| voornaam Gaius noemde en hem bij zijn beschermgeest bezwoer, 104 IV| gewoon, mij iedere dag aan hem te meten, en, om spoedig