IntraText Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | Search |
| Alphabetical [« »] zinnebeeld 1 zit 5 zitten 6 zo 94 zó 4 zoals 22 zodat 5 | Frequency [« »] 106 toen 104 hem 101 om 94 zo 93 heeft 88 mij 80 ons | Caius Petronius Het Gastmaal van Trimalchio Concordances zo |
Part
1 Inl| roem verwerven door ijver, zo had hij zich door niets 2 I| minder snerpend gezang, en zo deed ieder, aan wie wij 3 I| tafel laten neerzetten. Zo zullen die stinkende slaven ' 4 I| handen en sprak: ,,Ach, zo leeft dan de wijn langer 5 II| dus tot mijn buurman, om zo veel mogelijk te weten te 6 II| hoeveel geld hij heeft: zo puissant rijk is hij, maar 7 II| bijen uit Athene halen; zo zullen bovendien de inlandse 8 II| wil zelf 't beste hebben. Zo liet hij zijn huisje van ' 9 II| vak had hij, dat hij 't zo ver gebracht heeft. Hij 10 II| gezien hebt? Staat Ulixes zo bekend, zou Vergilius zeggen. 11 II| twaalf Goden wonen, kan even zo veel gedaanten aannemen; 12 II| professoren in de redenaarskunst. Zo draait de wereld als een 13 II| Daarom is 't maar 't beste, zo van je bed aan tafel te 14 II| of liever 't lot wilde 't zo. Een dokter doet niets anders 15 II| hebben, als hij haar niet zo goed behandeld had. Maar 16 II| Maar de vrouwen, de een zo goed als de andere, zijn 17 II| uit een mesthoop te halen. Zo is hij langzamerhand omhoog 18 II| hij plezier gehad heeft, zo lang hij leefde. Wie het 19 II| met ere; zijn haar was nog zo zwart als een raaf. Ik kende 20 II| knijpen. Ik heb vandaag, zo waar ik leef, geen mondvol 21 II| hebben wij kleine lui het zo slecht; want voor de voorname 22 II| niet onder 't spreken, net zo min als de Perzen. En wat 23 II| Daarom was 't koren toen ook zo spotgoedkoop. Een brood, 24 II| stad medelijden hebben? Zo waar als ik van mijn kinderen 25 II| kinderen plezier wil beleven, zo waar geloof ik, dat alles 26 II| al waren de mensen ook zo nat als verdronken muizen. 27 II| als 't je belieft, niet zo somber," zei Echion, de 28 II| Nu eens zus, dan weer zo, zei de boer, die zijn bonte 29 II| niet gebeurt, lukt morgen: zo is 't leven nu eenmaal. 30 II| de gebraden varkens maar zo rondlopen. Zie nu eens, 31 II| gebracht heeft! Dat is net zo goed als jezelf te grabbel 32 II| familie aan de kaak gesteld; zo lang hij leeft, is hij gebrandmerkt, 33 II| stommiteiten boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea ons 34 II| die de kunst van spreken zo goed verstaat, geen mond 35 II| En mijn zoontje wordt al zo groot, dat hij bij u les 36 II| een ander stokpaardje en zo doet hij nu niets liever 37 II| dat men zich inhoudt. En zo nodig, alles staat buiten 38 II| maar ieder merk, dat ons nu zo lekker smaakt, groeit op 39 II| dat zelfs een haan niet zo snel had kunnen gebraden 40 II| geworden was: ,,Nu, daar je zo'n slecht geheugen hebt, 41 II| jullie moet me niet voor zo onnozel houden, ik weet 42 II| schotels en beeldjes van. Zo is dus Corinthisch metaal 43 II| ieder geval riekt 't niet zo lelijk. Ja, als het niet 44 II| lelijk. Ja, als het niet zo breekbaar was, dan had ik ' 45 II| jezelf een klap, omdat je zo lomp bent." Dadelijk trok 46 II| jezelf te vragen, niet meer zo lomp te zijn." Eindelijk 47 II| Gelooft me. Geen mens danst zo mooi de cancan als zij." 48 II| overeenkwamen. Nooit zag ik hem zo besluiteloos: nu eens hield 49 II| sterfgeval te betreuren, dat hun zo koud liet als ijs. Toen 50 II| Mijn vermoeden was niet zo ver mis: want in plaats 51 II| zou kunnen zeggen, dat een zo groot man door een slaaf 52 IV| kan uitstaan, omdat ze mij zo dikwijls anijswater voorschrijven; 53 IV| gewoonlijk beter dan vandaag. Zo waar als ik hoop, dat de 54 IV| plaats mij genadig moge zijn, zo waar zou ik, als ik naast 55 IV| geblaat hebben gemaakt. Zo'n rotte appel, die anderen 56 IV| anderen durft uit te lachen! Zo'n dakloze, zo'n nachtwandelaar, 57 IV| te lachen! Zo'n dakloze, zo'n nachtwandelaar, nog niet 58 IV| schamen. Maar heb jij het zo druk, dat je geen tijd hebt, 59 IV| de wereld te komen is net zo makkelijk als te zeggen: ' 60 IV| niet onder de duim houdt.~ Zo waar als ik steeds genoeg 61 IV| wat 't spreekwoord zegt: zo de heer, zo de knecht. Ik 62 IV| spreekwoord zegt: zo de heer, zo de knecht. Ik kan me haast 63 IV| niet sparen, al schreeuw je zo hard, dat Juppiter het op 64 IV| crediet heeft. Een mooi ding, zo'n halfverdronken vos als 65 IV| goede zaken doen en onder zo gelukkige omstandigheden 66 IV| Een mooie meneer , die je zo'n opvoeding geeft; 't is 67 IV| ik weet niet waarom je zo stil bent en geen mond opendoet. 68 IV| van vreugde zwel, omdat je zo vriendelijk voor mij bent. 69 IV| wellust, maar meer omdat ze zo'n goed karakter had. Wat 70 IV| we op weg; de maan scheen zo helder als de zon tegen 71 IV| Melissa was verwonderd, dat ik zo laat kwam en zei: ,,Wanneer 72 IV| het is een verhaal, net zo merkwaardig als dat van 73 IV| ergerde, dat Trimalchio Scylax zo uitbundig prees, zette hij 74 IV| als ik kan; want ik heb zo'n slecht geheugen, dat ik 75 IV| berenvlees; toen Scintilla zo onvoorzichtig was geweest 76 IV| daarvan te proeven, moest zij zo hevig vomeren, dat haar 77 IV| middel van een gele gordel zo hoog opgetrokken was, dat 78 IV| kluisters van een vrouw: zo halen zij ons arme sukkels 79 IV| klaagde.~ En terwijl ze elkaar zo omstrengelden, stond Habinnas 80 IV| hij scheel kijkt, vind ik zo erg niet; Venus kijkt net 81 IV| erg niet; Venus kijkt net zo. Daarom kan hij niets geheim 82 IV| ik ken de vrouwen ook. Zo waar ik gezond mag blijven, 83 IV| toen Trimalchio zeide: ,,Zo waar als ik in kapitaal, 84 IV| Daedalus." En omdat hij zo handig is, heb ik hem uit 85 IV| van onze sofa's verdreven: zo geheel werd de zaal door 86 IV| riep Trimalchio: ,,Daar wij zo goed weten, dat wij sterven 87 IV| niet zal spijten. Het is zo warm als een oven." ,,Juist," 88 IV| Fortunata haar kunstvoorwerpen zo had geplaatst, dat ik lampen 89 IV| schoonheid gekust, maar omdat hij zo braaf is : hij kent al de 90 IV| verbiedt me dat. Denk je er zo over, opgeblazen schepsel? 91 IV| ik had mijn meester, om zo te zeggen, in mijn zak. 92 IV| gedacht hebben, dat ik 't zelf zo gelast had, want alle vijf 93 IV| ik merkte het verlies net zo min, alsof er niets gebeurd 94 IV| tot z uiteen; hij keek, om zo te zeggen, door mij heen;