000-insch | inste-store | stori-zwomm
         bold = Main text
     Partgrey = Comment text

1 II| millioen sestertiën ( f100.000.-) gehad, maar nu staat 2 II| Pompeius Diogenes biedt vanaf 1 Juli zijn zolderkamertje 3 IV| hij kent al de tafel van 10, hij leest gemakkelijk een 4 II| warempel, dat hij een dikke 100.000 naliet, en alles in baar 5 II| weet wel, waarmede hij zijn 1000 gouden denaren heeft verdiend. 6 II| Ik heb wel 100 bekers van 13 liter inhoud. Op een daarvan 7 Inl| wij kennen, verscheen in 1482 te Milaan. Omstreeks 1650 8 Inl| fragmenten behoorden tot het 15de en 16de boek. De eerste 9 Inl| 1482 te Milaan. Omstreeks 1650 vond men te Trau in Dalmatië 10 Inl| door Breugière de Barante (1670-1745), een beroemd advocaat 11 Inl| vrij algemeen erkend.~ In 1692 liet Nodot, een Frans officier, 12 Inl| Breugière de Barante (1670-1745), een beroemd advocaat te 13 Inl| Tacitus heeft ons in het 18de hoofdstuk van het 16de boek 14 II| geld voor, want hij heeft 30.000.000 geërfd; zijn vader heeft ' 15 I| mij goed herinner: ,,30 en 31 December dineert onze heer 16 II| toebehoort, geboren 30 knaapjes, 40 meisjes. Van de dorsvloer 17 II| gaan. Al geeft hij er ook 400.000 van uit, daar zal zijn vermogen 18 II| hij antwoordde: ,,Tot de 40ste," zei Trimalchio: ''Ben 19 IV| taxeerden de overledene op 50.000 sestertiën. Maar niettegenstaande 20 II| 500.000 schepels tarwe; 500 ossen onder 't juk gespannen. 21 II| de graanzolder gebracht 500.000 schepels tarwe; 500 ossen 22 IV| hadden, over, mij tot de 5de mijlpaal te vergezellen. 23 Inl| samenzwering beschuldigde (65 na Christus). Petronius 24 II| nu 800.000 sestertiën ( f 80.000.-). Hij is met niemendal 25 II| divan aanligt; hij heeft nu 800.000 sestertiën ( f 80.000.-). 26 Inl| tenzij Petronius het hem had aanbevolen.''~ Deze Petronius is de 27 II| Mammaea ons een maaltijd zal aanbieden, en twee denaren voor mij 28 IV| brandden dan eerst en dat de aanblik van de gehele zaal veranderd 29 IV| dicht doen, maar bij het aanbreken van de dag rende ik als 30 II| halen, maar je moet hem eer aandoen. Dank zij de Goden hoef 31 IV| je wilt, een weddenschap aangaan; kom op, hier is mijn inzet. 32 I| deurposten waren twee bordjes aangebracht: op het ene stond, als ik 33 I| Reeds was de derde dag aangebroken, en daarmee het in uitzicht 34 IV| laten voelen, wat je jezelf aangedaan hebt, zeg ik dit: Habinnas, 35 II| borsten drukten, waardoor werd aangeduid dat een zeug werd opgediend. 36 I| gekleurde knopjes waren aangegeven.~ Toen wij, door al dat 37 I| begeleiden.~ Nadat wij ons aangekleed hadden, begonnen wij ondertussen 38 IV| mijn meester Gaius terug. Aangekomen op de plaats, waar de kleren 39 I| laten wachten, heb ik mijn aangename bezigheden maar in de steek 40 IV| omdat de boze hand hem had aangeraakt. Daarop sloten wij de huisdeur 41 IV| dat hij boos was over de aangerichte schade, gaf Trimalchio de 42 IV| heeft zich een armstoel aangeschaft en twee bekers. Is dat nu 43 Inl| beroemd advocaat te Riom, werd aangetoond en ook nu is Petronius slechts 44 Inl| verworven en elke gelegenheid aangrijpt, om als een echte parvenu 45 II| gekwetst was, kwamen dokters aanhollen, en vóór allen uit liep 46 II| verteerd en als deze droogte aanhoudt, dan zal ik tenslotte nog 47 II| plan mijn landerijen door aankoop in Sicilië af te ronden, 48 IV| één plaats hoger dan ik aanlag; ik herkende hem aan de 49 IV| dat mijn leven niemand aanleiding geeft tot spot.~ Ik ben 50 IV| wreven daarmede de voeten der aanliggenden, nadat zij eerst de benen 51 II| laatste op de laatste divan aanligt; hij heeft nu 800.000 sestertiën ( 52 Inl| omdat hij daarvan de schijn aannam, werd hij in de kleine kring 53 IV| ongeveer op deze plaats (wat ik aanraak moge gezond blijven). Wij 54 IV| puntje van hun tenen konden aanraken. Wij daalden intussen, terwijl 55 IV| vruchten spoot bij de geringste aanraking safraan, en deze onaangename 56 II| Intussen verscheen voor 't aansnijden van de ever niet Deelman, 57 IV| binnentredende met grote verbazing aanstaarde. Hij was reeds aangeschoten, 58 IV| gekomen. Ik maakte daarom aanstalten om op te staan en mijn blote 59 IV| een van mijn vrijgelatenen aanstellen om mijn graf te bewaken, 60 I| stellage. Ook Fortuna was aanwezig met een enorme hoorn des 61 II| niets zonder reden, want de aarde, onze moeder, rond als een 62 II| springen en gelastte hem een aarden pot met zijn tanden vast 63 II| was op een begrafenis. Die aardige kerel, die goede Chrysanthus, 64 II| wijn erin." Wij prezen de aardigheid zeer, en vooral Agamemnon, 65 II| klauwen afsnijden. 't Is een aardje naar haar vaartje. Maar 66 IV| zijn dochter Iphigenia aan Achilles tot vrouw. Daarom werd Ajax 67 IV| bij deze verrassingen niet achterblijven; daarom bood hij op een 68 I| benen gebroken, toen ik met achterovergebogen hoofd alles bewonderde; 69 II| dan de mensen geboren, die achteruit trappen, ossenherders en 70 IV| overal met opgeschorte toga achtervolgen zal. Een mooie meneer , 71 II| Chrysanthus, heeft zijn laatste adem uitgeblazen. Nog kort geleden 72 IV| afgaande, bereikte intussen Aeneas~ 't Diep van de zee met 73 IV| ook een eetzaal daarop afbeelden, waarin het hele volk zich 74 IV| kleed zijn handen zou kunnen afdrogen. Duizend denaren heb ik 75 IV| stem: ,,Vast op zijn doel afgaande, bereikte intussen Aeneas~ ' 76 IV| stellage op de slavenmarkt afgehaald, en haar tot een dame gemaakt. 77 II| sestertius waard waren, oude afgeleefde kereltjes; als je er tegenaan 78 IV| door de lekkere beetjes afgeleid, was weer kalm geworden. 79 IV| bont en blauw, alsof hij afgeranseld was, omdat de boze hand 80 Inl| van Trimalchio" vormt een afgerond geheel. Deze maaltijd heeft 81 Inl| keizer genoot, wekte hij de afgunst van de machtige Tigellinus 82 I| aan alle kanten franjes afhingen. Ook droeg hij aan de pink 83 II| van Hermogenes goed zou aflopen? De vader kon een vliegende 84 IV| haar geweldig dikke armen afnam en ze aan Scintilla toonde, 85 II| die kennis kan niemand hem afnemen, dan alleen de onderwereld. 86 II| ronden, om, als ik eens naar Afrika wil, door eigen grondgebied 87 II| niet van een wilde ezel afstamt. Ziet ge al die kussens; 88 II| binnenkwam, zich het voorhoofd afveegde en zijn handen met wat reukwater 89 II| parfumerieën en allen, die wat afwegen. Onder de Schorpioen giftmengers 90 I| hebben, als ik op alles afzonderlijk had willen letten; wij gingen 91 IV| weet, dat ik niet lieg. Agatho, die de dame naast ons parfumerieën 92 I| ons rampzalige mensen.~ Aldus zullen wij zijn, zodra w' 93 IV| wijnkaas met mostsap, een alikruik voor ieder, en stukje pens, 94 IV| zilveren braadroostertje alikruiken aan en zong daarbij met 95 II| t ongewoon, dat het aller ogen tot zich trok. Er werd 96 IV| een geestig ogenblik een alleraardigste naam gegeven: hij heet n.l. ,, 97 IV| vrouwtje uit Tarentum, een allerliefst dikkertje. Maar ik hield 98 I| dobbelstenen; en nu zag ik het allermooiste: inplaats van witte en zwarte 99 Inl| geestigheid. Hij zond nl., alvorens te sterven, een verzegeld 100 II| heb ik besloten hem een ambacht te laten leren; hij kan 101 Inl| man en volkomen voor zijn ambt berekend. Daarna tot zijn 102 IV| vertel jij niet eens wat?Amuseer jij ons niet eens? Anders 103 II| toen hij zijn meesteres wat amuseerde. Je zult een strijd van 104 IV| anderen zich op deze wijze amuseerden, in de badkamer af, die 105 IV| anders." Toen kwam een ander amusement. De slaaf, die aan Habinnas' 106 II| hoornblazers; alle andere amusementen voor het oor beschouw ik 107 IV| omdat ze mij zo dikwijls anijswater voorschrijven; de geldwisselaar, 108 Inl| van het 16de boek zijner Annalen een hoogst merkwaardige 109 IV| het je vertellen," was het antwoord, "als ik kan; want ik heb 110 IV| stortvloed van verwijten antwoorden, maar Trimalchio sprak, 111 IV| mijn evenknie, behalve die Apelles alleen?" Toen bracht hij 112 II| Na het algemeen applaus volgde een gerecht, dat 113 IV| lukt mijn bezittingen met Apulië te verbinden, dan heb ik 114 II| zwoeren wij, dat Hipparchus en Aratus bij hem vergeleken niets 115 IV| ossen omdat wij aan hun arbeid danken, dat wij brood eten, 116 II| meepakken; onder de Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen 117 IV| en de schapen het meest arbeidzaam zijn: de ossen omdat wij 118 IV| zover, dat Fortunata haar armbanden van haar geweldig dikke 119 IV| van haar geweldig dikke armen afnam en ze aan Scintilla 120 IV| gekocht, hij heeft zich een armstoel aangeschaft en twee bekers. 121 IV| Vroeger was de spreker een armzalige kikvors, nu is hij een grote 122 I| ingenomenheid met deze fijne attentie hadden te kennen gegeven, 123 I| Pompeius Trimalchio, Sevir der Augustalen, van de rentmeester Cinnamus''. 124 Inl| welsprekendheid. Nadat zij allerlei avonturen hebben beleefd, komt een 125 Inl| het vak van rondtrekkende avonturiers met dat van zakkenrollers 126 IV| opendoet. Vertel ons eens dat avontuur, dat je beleefd hebt, als 127 II| vond, toen ik indertijd uit Azië kwam. Dat was een leven; 128 II| granaatappelschil en hars opgelost in azijn me wat geholpen. Maar ik 129 IV| geplaatst, met een zilveren azijnstel er boven op. ,,Een hoofdkussen": 130 IV| melkmuil, je zegt geen boe of ba, je bent een hol vat, een 131 II| 100.000 naliet, en alles in baar geld. Een ding wil ik ronduit 132 II| Afrikaanse vijg, op de maagd de baarmoeder van een zeug, die nog niet 133 III| haar minnaars bed?~ Wat baat smaragd, dat groene kostb' 134 II| instemming met deze daad, en babbelden over de wisselvalligheid 135 III| pauw,~ Wiens vederdos een Babylonisch kleed gelijkt.~ Voor ú sterft 136 II| zorgenbevrijdende of de jubelende Bacchus voorstelde, met een mandje 137 I| op zich nam, ons naar de badinrichting te begeleiden.~ Nadat wij 138 II| was in de kamer van een badmeester, en die van een opzichter 139 II| van het atrium, die naar Baiae was verbannen; tenslotte 140 II| viel de regen dadelijk met bakken uit de hemel, (want als ' 141 IV| en dat hier vroeger een bakkerij was geweest. Toen hij vervolgens 142 II| lopen; zij spelen met de bakkers onder één hoedje. De ene 143 II| slaaf droeg op een zilveren bakpan brood rond en zong met een 144 I| ballen wierp. Viel er een bal op de grond, dan raapte 145 I| jonge langharige slaven het balspel beoefende. Het waren echter 146 II| schuldeisers zouden denken, dat hij bankroet zou gaan, kondigde hij een 147 Inl| zoals o.a. door Breugière de Barante (1670-1745), een beroemd 148 IV| dan weer zachter met een barbaarse uitspraak voordroeg, voegde 149 II| gans, op de vissen twee barbelen. In het midden lag een graszode, 150 II| Vroeger gingen de dames barrevoets naar het Capitool met fladderende 151 IV| een andere opvatting. Ik barst haast van succes. Maar ben 152 I| tafel gedragen en op tot barstens toe gevulde kussens werd 153 IV| paardebonen?"~ Na deze woorden barstte Giton , die achter ons stond, 154 IV| hier in de stad kwam; de basilica was nog niet gebouwd. Ik 155 IV| liepen hand aan hand rond het bassin en brulden van het lachen; 156 IV| soort koeienvla, en daarmee basta. Ook werd een schaal ingemaakte 157 I| geheel en vond een vette bastaardnachtegaal, door een gepeperde dooier 158 I| warempel bang, dat zij reeds bebroed zijn! Maar laten wij eens 159 IV| hoorns?"~ Toen Trimalchio wat bedaard was, gaf hij bevel, om in 160 IV| meester voor zijn goedheid te bedanken, toen hij alle scherts vergat 161 I| voor onze menslievendheid bedankte. ,,In één woord", zei hij, ,, 162 II| waarheid wilden uitkomen." Wij bedankten hem voor zijn vriendelijkheid 163 IV| russenkomst de hond tot bedaren bracht en ons, bibberend 164 II| zier om Juppiter, en allen bedekken hun ogen en tellen hun geld. 165 I| geheel door de mantel was bedekt, had hij nog een servet 166 IV| Scintilla was ontsteld en bedekte haar zenuwachtige vriendin 167 IV| lager zingt. En als ik dan bedenk, dat ik, domme kerel, een 168 II| op Trimalchio's arm. De bedienden schreeuwden van angst, en 169 IV| Jullie begrijpt, wat ik bedoel, maar ik zwijg er over, 170 II| ogenblik was dit geschied. Bedroefd stond de kok tussen twee 171 IV| opzichten. Terwijl zijn bedroefde moeder hem beweende en een 172 II| bronzen, gouden en zilveren beelden op één brandstapel brengen 173 IV| zelf, en daar ieder dit beeldje eerbiedig kuste, waagden 174 II| maakten er borden, schotels en beeldjes van. Zo is dus Corinthisch 175 IV| kruik met wijn, waarmee mijn beenderen moeten gewassen worden."~ 176 II| met een lange baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven 177 IV| huis, die mij nu en dan beentje wilden lichten, maar dankzij 178 IV| zeide, dat de kippen geen beentjes meer hadden.~ Ondertussen 179 IV| de voeten van Fortunata beet en wierp haar achterover 180 IV| de hond, door de lekkere beetjes afgeleid, was weer kalm 181 IV| was gebonden en een bundel beetwortels.~ Wij lachten er geruimen 182 II| heeft alles wat zijn hart begeert. Maar zie vooral niet neer 183 IV| Habinnas hem met gezang begeleidde, terwijl hij de benedenlip 184 I| naar de badinrichting te begeleiden.~ Nadat wij ons aangekleed 185 IV| druiven droeg. Wij strekten begerig onze handen naar deze lekkernijen 186 IV| vrijwillig in slavernij begeven heb en liever Romeins burger 187 IV| onze weg dwars door een begraafplaats; mijn metgezel verwijderde 188 IV| van hen, de slaaf van die begrafenis-ondernemer, die in dit gezelschap tot 189 II| gebracht heeft. Hij was begrafenisondernemer. Hij dineerde als een koning: 190 IV| verbond zijn hals. Toen begreep ik, dat de man een weerwolf 191 IV| meesters naar de zin. Jullie begrijpt, wat ik bedoel, maar ik 192 I| die de binnentredenden begroette. Ik had intussen bijna mijn 193 IV| jou, Cario, al ben je een begunstiger der ,,Groenen", om aan tafel 194 II| als hij haar niet zo goed behandeld had. Maar de vrouwen, de 195 I| anderen, om onze voeten te behandelen, en verwijderden met buitengewone 196 IV| zwijn, dat met worsten was behangen, daar omheen saucijsjes 197 IV| ik mij na mijn dood niet behoef te schamen. Maar heb jij 198 IV| onbetaalbaarder kerel op de wereld. Je behoeft maar te kikken, en hij maakt 199 II| Tot welke slavenafdeling behoor jij?", en toen hij antwoordde: ,, 200 IV| tot de deftigste mensen behoorde, blies zulk een fortissimo, 201 Inl| ons bewaarde fragmenten behoorden tot het 15de en 16de boek. 202 II| prachtig doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend (hij had nog al 203 IV| die genoegelijke dingen behoren tot het verleden." ,,Mijn 204 IV| uitspraak ontevreden, en elk van beiden sloeg met zijn stok de kruik 205 I| op, vóór ik de hele muur bekeken had. Het was een schilderij 206 II| Waarover heeft hij zich te beklagen? Hij begon met een halve 207 II| hoogste top der genietingen beklommen hadden, maar dat wij eerst 208 I| maar zodra ik van de schrik bekomen was, hield ik niet op, vóór 209 II| dat hij zich om ons leven bekommert. Daarom leidt hij binnenshuis 210 II| knaapje met wijnloof en klimop bekransd, die nu eens de luidruchtige 211 IV| Jij bent de enige die ons belachelijk vindt. Daar zit je leermeester, 212 I| moeite waard waren, die onze belangstelling trokken als de heer des 213 II| beschermgod van onze meester had belasterd. Diezelfde dag, in de geldkist 214 IV| burger wilde worden, dan een belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn 215 IV| sommetje aan de ontvanger der belastingen moeten betalen; want ze 216 II| mijn kinderen plezier wil beleven, zo waar geloof ik, dat 217 II| Spreek, als 't je belieft, niet zo somber," zei Echion, 218 IV| en wolfsbonen, noten naar believen, en voor ieder één appel. 219 II| varkens, van muilbanden en belletjes voorzien, in de zaal binnengebracht. ,, 220 IV| geen twee duiten. Maar ik beloof 't je, ik zal je op straat 221 IV| naar de vechtersbazen en bemerkten nu, dat uit de buik der 222 I| slaven ' t ons ook minder benauwd maken, dan wanneer zij in 223 IV| begeleidde, terwijl hij de benedenlip met zijn hand omlaag trok. 224 IV| bovendien een stuk land benevens zijn medeslavin, aan Cario 225 IV| betaald. Ik ben tot zesman benoemd, zonder dat het mij een 226 IV| In één woord gezegd, hij benoemde mij tezamen met de keizer 227 I| langharige slaven het balspel beoefende. Het waren echter niet zozeer 228 IV| dronk aan te bieden met de bepaling: ,,Wanneer een van hen niet 229 I| Toen wij nu treurig gestemd beraadslaagden, hoe wij de dreigende storm 230 Inl| zijn veroordeling hem zou bereiken, maar maakte tevoren een 231 Inl| volkomen voor zijn ambt berekend. Daarna tot zijn oude ondeugden 232 IV| hoofdschotel hadden wij een stuk berenvlees; toen Scintilla zo onvoorzichtig 233 Inl| echter niet, totdat het bericht van zijn veroordeling hem 234 Inl| Barante (1670-1745), een beroemd advocaat te Riom, werd aangetoond 235 Inl| INLEIDING~ ~Wie Sienkiewicz' beroemde roman ,,Quo Vadis'' heeft 236 IV| Cena Trimalchionis, het beroemdste fragment van Petronius' 237 II| de feestdagen: geen troep beroepsgladiatoren, maar voor 't merendeel 238 II| Boze Geest van zijn kap had beroofd, heeft die hem een schat 239 IV| beval Scylax te halen ,,de beschermer van het huis en zijn bewoners ", 240 II| kruis geslagen, omdat hij de beschermgod van onze meester had belasterd. 241 IV| waar als ik hoop, dat de beschermgodin van deze plaats mij genadig 242 IV| Ondertussen heb ik onder de bescherming van Mercurius dit huis laten 243 III| dikwijls gebeuren,~ Vaak beschikt de Fortuin buiten ons om 244 IV| bewijzen, Trimalchio te beschimpen, noemde hem een vuilik en 245 II| amusementen voor het oor beschouw ik als humbug. Ik had ook", 246 Inl| slemper of een verkwister beschouwd, zoals de meesten, die hun 247 Inl| Nero gerichte samenzwering beschuldigde (65 na Christus). Petronius 248 II| rentmeester in staat van beschuldiging was gesteld, en dat het 249 II| gebracht." Daarna werden beslissingen der aedilen voorgelezen, 250 II| overeenkwamen. Nooit zag ik hem zo besluiteloos: nu eens hield hij zich 251 IV| was hij volmaakt: hij is besneden en hij snurkt, want dat 252 IV| gasten met kokende olie bespatte. Om niet de indruk te maken, 253 IV| je de grote mensen niet bespot." Maar nu zijn 't allemaal 254 IV| omhoog geheven handen alles bespotte en lachte, tot hij tranen 255 IV| met een ritueel vocht was besprenkeld, een godsdienstige betekenis 256 IV| lamp met ongemengde wijn besprenkelen. Hij nam ook zijn ring van 257 IV| rondgegeven werden, en een daartoe bestemde slaaf de lijst van geschenken 258 II| sestertiën, omdat men er geen bestemming voor had. Diezelfde dag: 259 IV| de dag rende ik als een bestolen herbergier naar het huis 260 IV| hij een fles nardusolie, bestreek ons allen daarmee en zeide: ,, 261 I| met honig en papaverzaad bestrooide hazelmuizen, op een zilveren 262 IV| Forum tegen mij gezegd:,,Betaal wat je schuldig bent." Ik 263 IV| ontvanger der belastingen moeten betalen; want ze taxeerden de overledene 264 IV| Wij moesten daarop alles betasten, of het van goede wol was. 265 IV| besprenkeld, een godsdienstige betekenis had, stonden wij op en zeiden: ,, 266 III| biedt. Kan men zich iets beters denken dan deze verzen:~ ~ 267 Inl| naïveteit opgenomen. Toch betoonde Petronius zich als proconsul 268 II| zouden zijn een sterfgeval te betreuren, dat hun zo koud liet als 269 IV| ik spaarde, ging in haar beurs, en nooit heeft ze mij een 270 IV| man op leeftijd; aan hem bevallen wij. Jij melkmuil, je zegt 271 II| Als de wijn jullie niet bevalt, dan zal ik andere laten 272 II| t hart van het heelal en bevat alle goede dingen, waarvan 273 IV| te doen, wat de patroon beveelt. Ondertussen maakte ik het 274 IV| verloren had, en hield haar bevende handen voor haar gelaat. 275 I| zullen wij zijn, zodra w' ons bevinden bij Pluto.~ Geniet dus het 276 I| smeekte hem van zijn straf te bevrijden. Zijn misdrijf, waarvoor 277 IV| dat 't volk 't niet komt bevuilen. Ook wil ik, dat je aan 278 I| baard van de gastheer werd bewaard.~ Ik vroeg de opzichter 279 IV| jongen, die ieder kruimeltje bewaart. Laat ons daarom drinken, 280 IV| aanstellen om mijn graf te bewaken, dat 't volk 't niet komt 281 IV| sterfgeval in de buurt. De hemel beware ons ervoor. Maar wie die 282 I| geworpen had en het door de beweegbare verbinding verschillende 283 IV| verder: ,,Welk deel van ons beweegt zich en komt toch niet van 284 II| doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend (hij had nog al wat slaven 285 IV| zijn bedroefde moeder hem beweende en een groot aantal onzer 286 II| als een molensteen en deze beweging brengt ons altijd enig onheil, 287 II| sneed onder rhythmische bewegingen op de maat der muziek de 288 IV| van je vrienden. Niemand bewijst je een wederdienst. Je bezit 289 I| naar alle kanten konden bewogen worden. Toen Trimalchio 290 IV| beschermer van het huis en zijn bewoners ", zoals hij zeide. Onmiddellijk 291 I| vastgesoldeerde ijzeren sterretjes bezet was. En, om nog meer kostbaarheden 292 I| wachten, heb ik mijn aangename bezigheden maar in de steek gelaten. 293 IV| alle zeilen bij, om haar te bezoeken, want in 't ongeluk (zegt 294 IV| dood kan niemand hem dat bezorgen. Maar jij moet niet jaloers 295 II| stuiver, en hij zou er geen bezwaar tegen gehad hebben, om een 296 IV| hem bij zijn beschermgeest bezwoer, om toegevend te zijn. Nu 297 IV| tot bedaren bracht en ons, bibberend van koude, op het droge 298 II| opgetrokken; ik heb twee bibliotheken, één van Griekse boeken 299 II| om Juppiter om regen te bidden; en dan viel de regen dadelijk 300 IV| zaten, een dronk aan te bieden met de bepaling: ,,Wanneer 301 IV| toebereide kippenmaagjes, biet, eigengebakken brood met 302 II| werd opgediend. Ook deze biggetjes mochten de gasten als geschenk 303 II| meermalen dergelijke toneeltjes bijgewoond en zeide: ,,Zie je die slaaf, 304 IV| schijnen en dreef me zelf de bijl in mijn been. Maar enfin, 305 I| stond: ,,Voorzichtig! Hij bijt''. Mijn makkers lachten, 306 II| een strijd van het publiek bijwonen tussen de jaloerse echtgenoten 307 II| bekijken. Wij zullen wel wat te bikken krijgen b.v. een kippetje, 308 IV| want een wolf is het erf binnengedrongen en heeft alle vee als een 309 II| rondlopen. Zie nu eens, binnenkort krijgen we een schitterend 310 II| bekommert. Daarom leidt hij binnenshuis een lekker leventje en zijn 311 IV| door de deur, waardoor hij binnentrad, uitgelaten; door de ene 312 I| en, toen wij de eetzaal binnentraden, liep ons dezelfde slaaf 313 I| verzadigd, de eetzaal wilden binnentreden, riep een der slaven, aan 314 I| een bonte ekster, die de binnentredenden begroette. Ik had intussen 315 Inl| Petronius zich als proconsul van Bithynië en later als consul, een 316 IV| een dame gemaakt. Maar zij blaast zich op, als de kikvors 317 IV| gegeven hadden, aan het blaffende ondier toegeworpen, en de 318 IV| hele lichaam was bont en blauw, alsof hij afgeranseld was, 319 I| afloop van ieder uur te blazen, opdat hij er telkens aan 320 IV| deftigste mensen behoorde, blies zulk een fortissimo, dat 321 II| en de hele wereld was blij, al waren de mensen ook 322 III| soms uw braafheid beter blijken door hun glans?~ Moet een 323 Inl| uit de eerste hoofdstukken blijkt, hebben zij kennis gemaakt 324 IV| ontsteld, richtten wij onze blikken naar de vechtersbazen en 325 I| die door een plaatje van blinkend metaal gesloten was.~ Toen 326 II| werden, rolden saucijsjes en bloedworsten. De slaven begonnen bij ' 327 II| waarheid; hij sprak niet in bloemrijke stijl, maar voor 't vaderland 328 IV| dan andere mensen; loop blootshoofds op straat; ben niemand een 329 IV| s borst, en verborg haar blozend gezicht in haar zakdoek.~ 330 IV| is, ik zeg 't zonder te bluffen, een degelijke jongen, die 331 IV| bewijzen. Scintilla was al even blufferig, want zij nam van haar hals 332 II| dat hij op zijn gewone blufferige manier zeggen zou, dat zijn 333 IV| haar ijver als huisvrouw blufte, en de andere over de nukken 334 IV| Jij melkmuil, je zegt geen boe of ba, je bent een hol vat, 335 II| hele lichaam. Ik ken een boel mensen, die op die manier 336 II| willen overhalen, om op mijn boerderij te komen en mijn huisjes 337 II| Hij heeft al een troepje boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die 338 II| zijn eigen stommiteiten boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea 339 IV| zoals zij dat met veel bombarie plegen te doen, las hij 340 II| dan kan de koude me niet bommen. Vandaag kon ik echter niet 341 IV| bed: zijn hele lichaam was bont en blauw, alsof hij afgeranseld 342 IV| tamelijk wijde schort allerlei boomvruchten en druiven droeg. Wij strekten 343 IV| toneelspeler Ephesus na te bootsen, en wilde telkens opnieuw 344 I| voorgerecht bezig waren, werd een bord met een korf binnengebracht 345 IV| geen vrouw. Maar wie in een bordeel geboren is, droomt niet 346 II| goudsmeden wat af en maakten er borden, schotels en beeldjes van. 347 II| verkoping aan met 't volgende bordje: ,,G. Julius Proculus zal 348 II| gemaakt, die als 't ware de borsten drukten, waardoor werd aangeduid 349 IV| gehuil horen en vluchtte het bos in. Eerst wist ik niet, 350 II| een lekkere eikels deze bosbewoner gegeten heeft.'' Onmiddellijk 351 IV| slaapkamer voor mezelf, het boudoir van die slang daar, een 352 IV| terwijl Daedalus de kokende bouillon in een pan schepte, wreef 353 IV| zit als met een ijzeren bout vastgenageld. Maar laat 354 I| schilder zorgvuldig met bovenschriften weergegeven, hoe hij had 355 II| en verwijderden daarop 't bovenste deel van de dienbak. Nu 356 II| ogenblik hele kalveren in hun braadpannen." Toen liet hij dadelijk 357 IV| bood hij op een zilveren braadroostertje alikruiken aan en zong daarbij 358 I| zilveren rooster rokende braadworsten, en onder de rooster damastpruimen 359 IV| gekust, maar omdat hij zo braaf is : hij kent al de tafel 360 III| Carthaagse land?~ Zou soms uw braafheid beter blijken door hun glans?~ 361 IV| ongebruikelijke gewoonte brachten jonge slaven met lange haren 362 II| klaar maken. Maar mijn koks braden in een ogenblik hele kalveren 363 IV| alle kristallen glazen brak en verscheidene gasten met 364 IV| Trimalchio's huis in brand stond, braken snel de deuren open en begonnen 365 IV| voor, dat er meer lampen brandden dan eerst en dat de aanblik 366 II| daarop liet hij hem door brandende hoepels springen en gelastte 367 II| zilveren beelden op één brandstapel brengen en in brand steken. 368 IV| wekte. Daarom geloofden de brandweermannen, die in de omtrek de wacht 369 II| zijn broer, dat was een brave kerel, een echte vriend 370 I| een servet gebonden met brede purperen zoom, waarvan aan 371 IV| in de lengte, ik ga in de breedte"; los dit raadsel eens op. 372 II| lelijk. Ja, als het niet zo breekbaar was, dan had ik 't nog liever 373 II| gaarne zijn nek hadden zien breken, maar uit vrees, dat het 374 Inl| fraude, zoals o.a. door Breugière de Barante (1670-1745), 375 II| opkrijgen. Maar nu zijn de broden nog kleiner dan een koeienoog. 376 IV| opvoeren? Er waren eens twee broers, Diomedes en Ganymedes; 377 II| kennis van de wet zit een broodje. Want van de letterkunde 378 IV| smaad": zoute hardgebakken broodjes en een staak met een appel. ,, 379 I| vastgesoldeerde bordjes in de vorm van bruggetjes lagen met honig en papaverzaad 380 IV| aan Habinnas' voeten zat, brulde plotseling, ik denk op bevel 381 IV| hand rond het bassin en brulden van het lachen; de andere 382 IV| opgediend, waarvan sommigen brutaalweg drie handen vol namen. De 383 II| hondentong gegeten: hij had een brutale mond, hij praatte te veel, ' 384 IV| ander in stukken. Door de brutaliteit van deze dronken kwajongens 385 IV| hoofd zóver achterover te buigen, dat zij 't uiterste puntje 386 I| ledematen en de wervels buigzaam waren en naar alle kanten 387 I| behandelen, en verwijderden met buitengewone voorzichtigheid de stroopnagels 388 II| kwamen de koorddansers. Een buitengewoon domme stoffel van een man 389 II| maar in ieder geval iets buitengewoons. Ik ken hem heel goed; hij 390 I| dineert onze heer Gaius buitenshuis''. Op het andere waren de 391 II| ingewanden er uit te nemen, bulderde Trimalchio: ,,Wat! Vergeten! 392 IV| begeven heb en liever Romeins burger wilde worden, dan een belastingbetalend 393 IV| een sprekend-gelijkende buste van Trimalchio zelf, en 394 Inl| onvermoeibare'', en Giton, ,,het buurjongetje'', een schone lievelingsslaaf 395 IV| geef je een paar laarzen cadeau."~ Er zou aan deze verveling 396 IV| honderden andere dergelijke cadeautjes, maar ik ben vergeten welke.~ 397 II| Geen mens danst zo mooi de cancan als zij." Hij zelf hief 398 IV| was ik niet groter dan die candelaber daar. Kort gezegd, ik was 399 II| dames barrevoets naar het Capitool met fladderende haren en 400 IV| toeval, dat mijn meneer naar Capua was gegaan, om oude lorren 401 III| geven u karbonkels van 't Carthaagse land?~ Zou soms uw braafheid 402 II| daarvan is voorgesteld, hoe Cassandra haar zonen vermoordt. En 403 Inl| karaktertekenaar met Shakespeare en Cervantes op één lijn heeft gesteld.~ 404 II| dagen liet hij uit Indië champignonzaad komen. Wat muildieren aangaat, 405 Inl| samenzwering beschuldigde (65 na Christus). Petronius wachtte echter 406 II| aardige kerel, die goede Chrysanthus, heeft zijn laatste adem 407 III| volgens uw mening russen Cicero en Publilius?Ik vind dat 408 I| Augustalen, van de rentmeester Cinnamus''. Met dit zelfde opschrift 409 II| zijn eigen terrein, wol, citroenen, peper, ja al zou je kippenmelk 410 I| tafelkleren, die een van mijn cliënten mij op mijn verjaardag geschonken 411 II| Trimalchio door een speciaal codicil buiten de erfenis was gehouden; 412 Inl| metgezel van Encolpius. Zij combineren het vak van rondtrekkende 413 IV| Habinnas maar, een lid van de commissie der zesmannen, eigenaar 414 II| Trimalchio tengevolge der complimenten steeds met meer genoegen 415 Inl| van Bithynië en later als consul, een krachtig man en volkomen 416 II| bekers hem regelrecht uit Corinthe gestuurd werden, maar hij 417 II| ik weet heel goed, hoe 't Corinthische metaal ontstaan is. Toen 418 IV| in kapitaal, maar niet in corpulentie hoop toe te nemen, heeft 419 II| Juli: op het landgoed bij Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, 420 II| geschiedenis van Ulysses, hoe de Cycloop hem met een nijptang de 421 II| onze instemming met deze daad, en babbelden over de wisselvalligheid 422 IV| groot vat was afgenomen, daalde naar beneden; aan deze hoepel 423 IV| tenen konden aanraken. Wij daalden intussen, terwijl de anderen 424 IV| met een helm op zijn kop. Daarachter liep Ajax, die met getrokken 425 IV| braadroostertje alikruiken aan en zong daarbij met een trillende en afschuwelijke 426 II| thuis zijn wij leeuwen en daarbuiten doodgewone vossen. Wat mezelf 427 II| iedere nacht houd je me daardoor uit de slaap. Zelfs aan 428 IV| wasbekken binnen, en wreven daarmede de voeten der aanliggenden, 429 II| gedroogde dadels gevuld.~ Daaromheen lagen kleine varkentjes 430 IV| hoog opgetrokken was, dat daaronder een kersrode tunica tevoorschijn 431 IV| rondgegeven werden, en een daartoe bestemde slaaf de lijst 432 IV| noemde. Vervolgens haalde zij daaruit twee oorbelletjes tevoorschijn, 433 Inl| Bovendien werden zijn woorden en daden, hoe ongegeneerder zij waren, 434 II| lekker leventje en zijn dagelijks inkomen is groter dan het 435 IV| van de ezel, die op het dak geklommen was. Toen ik nog 436 IV| durft uit te lachen! Zo'n dakloze, zo'n nachtwandelaar, nog 437 IV| koorddanser naar beneden zou dalen. Ook de overige gasten, 438 Inl| 1650 vond men te Trau in Dalmatië een manuscript, dat ,,Het 439 II| aan het praten te brengen. Dama was de eerste, die, toen 440 I| braadworsten, en onder de rooster damastpruimen met granaatappels.~ Met 441 II| geld. Vroeger gingen de dames barrevoets naar het Capitool 442 IV| omdat wij aan hun arbeid danken, dat wij brood eten, de 443 IV| beentje wilden lichten, maar dankzij zijn Beschermgeest wist 444 II| dan weer wilde hij zijn dans opnieuw beginnen.~ Trimalchio' 445 II| begeleiding van 't orkest al dansend toe en verwijderden daarop ' 446 II| zongen. Hij zou dan ook als danser opgetreden zijn, als Fortumata 447 II| dansen? Gelooft me. Geen mens danst zo mooi de cancan als zij." 448 IV| lange, sterke slaaf, die de dapperheid zelf was. Hij had een woedende 449 II| het geen stof, om over te debatteren, en als het niet gebeurd 450 II| onderwerp heb je vandaag een declamatie gehouden? Want al ben ik 451 IV| Hoewel hij te Rome tot alle decuriën toegang had kunnen hebben, 452 I| had er een zak vol van, en deelde nieuwe ballen aan de spelers 453 IV| aantal onzer aan de rouw deelnamen, begonnen plotseling vampiers 454 Inl| vriendschap voor een der deelnemers aan de tegen Nero gerichte 455 II| geruststellen. Met dat al is hij deftig begraven, op een bed met 456 I| en toch had ik toen veel deftiger gezelschap."~ Terwijl wij 457 IV| gevolg binnen. Door zijn deftigheid geïntimideerd dacht ik, 458 IV| in dit gezelschap tot de deftigste mensen behoorde, blies zulk 459 II| die geniet er van, niet degeen voor wie 't bestemd is. 460 IV| t zonder te bluffen, een degelijke jongen, die ieder kruimeltje 461 IV| dank mijn vermogen aan mijn degelijkheid. Toen ik uit Klein-Azië 462 IV| medevrijgelatenen woedend; het was juist degene, die een plaats boven mij 463 II| tevreden ben, dat jullie op de deksel van de dienbak gezien hebt? 464 Inl| als een man, die van alle denkbare genietingen een studie had 465 IV| Deze gerechten hadden er desnoods nog mee door gekund, als 466 IV| niet al de kunsten van die deugniet van een slaaf verteld, ' 467 IV| brand stond, braken snel de deuren open en begonnen met emmers 468 IV| verstandig", dat is mijn devies; anderen hebben natuurlijk 469 II| veredeld worden." En hoor eens, dezer dagen liet hij uit Indië 470 IV| altijd gezelliger, je droeg dialogen uit toneelstukken voor, 471 IV| en toen de Homeristen een dialoog van Griekse verzen hielden, 472 IV| bood in haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt 473 IV| hoorde, kon ik geen oog meer dicht doen, maar bij het aanbreken 474 IV| waar ik was; toen kwam ik dichter bij, om zijn kleren op te 475 III| epigram kwam 't gesprek op de dichters en lange tijd werd de eerste 476 II| gegaan zijn, als hij geen dieet gehouden had. Vijf dagen 477 II| hij dit vertelde, liet de dienaar een beker vallen. Trimalchio 478 II| zeide, snelde een viertal dienaren onder begeleiding van 't 479 II| dan ik zelf kreeg. De ene dienst is de andere waard."~ ,, 480 IV| wendde Trimalchio zich tot 't dienstpersoneel en zeide: ,,Hoe staat het 481 II| de twaalf tekens van de dierenriem in een kring waren getekend; 482 IV| zweet stroomde me langs mijn dijen; mijn ogen staarden als 483 IV| Tarentum, een allerliefst dikkertje. Maar ik hield van haar 484 II| begrafenisondernemer. Hij dineerde als een koning: wilde zwijnen 485 I| man, bij wie jullie gaat dineren; ge ziet hier reeds 't voorspel 486 IV| Attische honing. ,,Iets voor diners en 't zakenleven": een stukje 487 II| voorzien: ,,C. Pompeius Diogenes biedt vanaf 1 Juli zijn 488 IV| waren eens twee broers, Diomedes en Ganymedes; die hadden 489 II| Trimalchio zich tot hem en zei: ,,Dionysus, je zult vrij zijn." Daarop 490 Inl| Trimalchio'' bevatte. Na heftige discussies over de echtheid van dit 491 II| de laatste op de laatste divan aanligt; hij heeft nu 800.000 492 I| terebinthisch hout en met kristallen dobbelstenen; en nu zag ik het allermooiste: 493 II| ruiters, die Norbanus liet doden, waren niet veel groter, 494 IV| zij haar handen aan een doek, die aan haar hals hing, 495 IV| zingende stem: ,,Vast op zijn doel afgaande, bereikte intussen 496 II| drinkt niet, is matig en niet dom, maar ze heeft een kwade 497 II| terug." Ik verwenste mijn domheid, en deed geen enkele vraag 498 II| de Waterman kroegbazen en domkoppen; onder de Vissen koks en 499 II| man kon je gerust in 't donker ,,Bok, bok, hoeveel hoorns" 500 IV| gelukkige omstandigheden doodgaan, dat de mensen bij mijn 501 II| moeten. De dokters hebben hem doodgemaakt, of liever 't lot wilde ' 502 II| wij leeuwen en daarbuiten doodgewone vossen. Wat mezelf betreft, 503 II| een bed met een prachtig doodskleed. Ook is hij behoorlijk beweend ( 504 IV| Stichus, breng mij mijn doodskleren eens, waarin ik begraven 505 I| bastaardnachtegaal, door een gepeperde dooier omgeven.~ Ondertussen was 506 IV| die in een nieuw soort doolhof ingesloten waren, en voor 507 IV| heeft zijn hals met een lans doorboord."~ Toen ik dat hoorde, kon 508 IV| had ingewikkeld; daarop doorboorde hij een der vampiers ongeveer 509 II| ander lijk innam en had doorgehakte kniepezen. Er was maar één 510 IV| Daarop kwamen kweeperen met doornen doorprikt om op egels te 511 IV| kwamen kweeperen met doornen doorprikt om op egels te gelijken. 512 III| getrouwde vrouw zich hullen in doorschijnend kleed,~ Moet zij naakt te 513 I| hield, terwijl hij rustig doorspeelde. Toen hij zich wat ontlast 514 I| begeleiding, haar nest te doorzoeken, haalden pauweneieren te 515 I| zijn middel, die erwten dopte in een zilveren schotel. 516 II| knaapjes, 40 meisjes. Van de dorsvloer naar de graanzolder gebracht 517 IV| tanden moet laten zien, dotje; anders zul je eens ondervinden, 518 I| hebben, namen wij een koude douche. Trimalchio, die met welriekend 519 I| mantel en deed hem in een draagstoel plaats nemen, terwijl vier 520 IV| mens eet schapenvlees en draagt een wollen tunica. Maar 521 II| in de redenaarskunst. Zo draait de wereld als een molensteen 522 I| die bezig waren gouden draden te spinnen. Ook viel mijn 523 Inl| gelatinizeerde Griekse naam dragen: Encolpius, de verteller, 524 IV| wispelturig schijnen en dreef me zelf de bijl in mijn 525 I| beraadslaagden, hoe wij de dreigende storm zouden kunnen ontgaan, 526 I| zilveren schotel. Boven de drempel hing een gouden kooi met 527 IV| te kraken en de hele zaal dreunde. Ontsteld sprong ik op, 528 IV| staat bijna nooit stil. Driehonderd denaren heb ik voor hem 529 IV| je eens ondervinden, hoe driftig ik kan worden. Je kent me; 530 IV| inhouden, en toch ben ik geen driftkop, maar wanneer ik begin, 531 II| loshangend haar, en een drinkbeker in de hand, terwijl zij 532 II| Dan heb ik nog duizend drinkbekers, die Mummius aan mijn patroon 533 IV| hier brengt, krijgt een drinkgeld." Nauwelijks had hij dit 534 II| haar niet zou zoeken. Zij drinkt niet, is matig en niet dom, 535 I| binnen, die kleine zakken droegen, zoals die, waarmee men 536 IV| Giton bij de ingang begon te drogen, traden wij de badkamer 537 II| Agamemnon in het oor: ,,Drommels, dit moet een prul van een 538 IV| tot zingen genodigd, zijn dronkenmansmond tot aan het plafond en begon 539 IV| stoom gevuld had.~ Toen onze dronkenschap voorbij was, werden wij 540 I| overgoten was, liet zich reeds droogwrijven, niet met gewoon linnen, 541 IV| een bordeel geboren is, droomt niet van een paleis. Zowaar 542 Inl| een uitgave van Petronius drukken, die met nieuwe fragmenten 543 II| die als 't ware de borsten drukten, waardoor werd aangeduid 544 I| zelfde opschrift was ook een dubbele lamp voorzien, die aan de 545 II| Glycon een kerel, die geen dubbeltje waard is, zijn rentmeester 546 IV| aan de honing deed ik me duchtig te goed. Rondom lagen erwten 547 IV| ben niemand een koperen duit schuldig; ben nog nooit 548 IV| punt de wijsgeren onder de duiven te schieten, toen loten 549 IV| goud vervaardigd is als de duizendste penning voor Mercurius bedraagt." 550 IV| kunst," zeide Trimalchio, ,,dunkt u het moeilijkst na de letteren? 551 III| zien zijn door een wolk van dunne stof?~ ~ 552 IV| een bad te gaan nemen; ik durf te wedden, dat 't jullie 553 IV| rotte appel, die anderen durft uit te lachen! Zo'n dakloze, 554 II| verkocht zijn wijn voor net duur als hij zelf verkoos. Maar 555 II| daar open; en ziet, het duurde niet lang, of uit de openingen, 556 II| denk ik, dat dergelijke dwaasheden niet met zijn waardigheid 557 IV| geen kritiek en andere dwaasheid geleerd, maar ik kan opschriften 558 IV| gegeven ogenblik liep onze weg dwars door een begraafplaats; 559 IV| niet een jongen om mee te dwepen? Maar Fortunata verbiedt 560 II| belieft, niet zo somber," zei Echion, de lompenkoopman. ,,Nu 561 Inl| veroorloofde zich echter nog een echt-Petroniaanse geestigheid. Hij zond nl., 562 II| bijwonen tussen de jaloerse echtgenoten en de minnaars. Maar dat 563 Inl| heftige discussies over de echtheid van dit handschrift werd 564 IV| gelegenheid deed Fortunata iets edelmoedigs; zij verkocht al haar gouden 565 I| Tyrisch purper, maar reeds éénmaal gewassen. Maar wat doet 566 II| raadsel, maar iets heel eenvoudigs. Gisteren toen dit everzwijn 567 II| halen, maar je moet hem eer aandoen. Dank zij de Goden 568 II| eens hield hij zich uit eerbied voor Fortunata in, dan weer 569 IV| en daar ieder dit beeldje eerbiedig kuste, waagden wij 't niet, 570 II| verdiende die oude waterpot eerder om door de stier op de hoorns 571 I| straf kwijt te schelden. Eerstgenoemde hief zijn hoofd met trotse 572 I| zang inplaats van in de eetkamer van een particulier.~ Ondertussen 573 IV| tempel. Het heeft 4 grote eetzalen, 20 slaapkamers, 2 marmeren 574 IV| doornen doorprikt om op egels te gelijken. Deze gerechten 575 II| daarop een honingraat. Een Egyptische slaaf droeg op een zilveren 576 IV| commissie der zesmannen, eigenaar van een steenhouwerswerkplaats, 577 II| verscheidene benen, en heb ik veel eigendommen te land en ter zee; want 578 IV| toebereide kippenmaagjes, biet, eigengebakken brood met zemelen, dat ik 579 IV| dingen is de overwonnene de eigenlijke overwinnaar. Toen jij nog 580 II| eens op, wat een lekkere eikels deze bosbewoner gegeten 581 Inl| maar maakte tevoren een eind aan zijn leven. Hij veroorloofde 582 IV| werkelijk in brand stond.~ ~Hier eindigt de Cena Trimalchionis, het 583 II| een kippetje, een paar eitjes; 't zal heel aardig zijn, 584 I| gouden kooi met een bonte ekster, die de binnentredenden 585 IV| uitspraak ontevreden, en elk van beiden sloeg met zijn 586 IV| waren, tegen elkaar, kusten elkander in hun dronkenheid, terwijl 587 II| gastheer leunde op zijn elleboog en sprak: ,,Deze wijn moet 588 II| ongelukkig, wat ben ik er ellendig aan toe!" Wat de knaap betreft, 589 IV| deuren open en begonnen met emmers water en bijlen een ontzettend 590 II| beweging brengt ons altijd enig onheil, hetzij dat er mensen 591 IV| Toen na deze huldiging enigen van ons naar de vruchten 592 II| aangaat, hij heeft er geen enkel, dat niet van een wilde 593 IV| zij eerst de benen en de enkels der gasten met kransjes 594 II| of een schotel met het enorm grote zwijn nam de tafel 595 I| Fortuna was aanwezig met een enorme hoorn des overvloeds, en 596 II| geestigheden met de meest enthousiaste loftuitingen hadden geprezen, 597 IV| dadelijk de toneelspeler Ephesus na te bootsen, en wilde 598 III| Falernische wijn."~ ~Van dit epigram kwam 't gesprek op de dichters 599 IV| helpen; want een wolf is het erf binnengedrongen en heeft 600 IV| dat ik, domme kerel, een erfdochter met 10.000.000 sestertii 601 IV| tezamen met de keizer tot erfgenaam; ik kreeg een kapitaaltje, 602 IV| maak ik tot mijn universele erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden 603 IV| niet 't eigendom van mijn erfgenamen worden." Verder zal ik er 604 IV| villa aan het zeestrand, een erfstuk van zijn vader. En dan is 605 IV| hond."~ Daar de jongen zich ergerde, dat Trimalchio Scylax zo 606 I| Niet zozeer het verlies ergert mij, als wel de onoplettendheid 607 II| Trimalchio:,,Water eruit, wijn erin." Wij prezen de aardigheid 608 Inl| ten slotte vrij algemeen erkend.~ In 1692 liet Nodot, een 609 IV| over zijn hoofd. Overdag ernstig, maar 's avonds vrolijk!"~ 610 II| riep Trimalchio:,,Water eruit, wijn erin." Wij prezen 611 IV| en sprak: ,,Wat vind je ervan? Wat mij betreft, als ik 612 IV| buurt. De hemel beware ons ervoor. Maar wie die ongeluksprofeet 613 I| binnengebracht, op wier halzen etiketten waren bevestigd met 't opschrift: 614 I| knipte, op welk teken de eunuch de pot de chambre onder 615 I| iets ongewoons op. Twee eunuchen stonden ieder aan een kant 616 IV| zwemmer te hulp wilde komen, eveneens in het water getrokken. 617 IV| Wie was daarin ooit mijn evenknie, behalve die Apelles alleen?" 618 IV| armband van tien pond, die uit evenveel goud vervaardigd is als 619 II| eenvoudigs. Gisteren toen dit everzwijn als hoofdgerecht bestemd 620 I| voorgerechten was bestemd, een ezeltje van Corinthisch brons, met 621 II| nu 800.000 sestertiën ( f 80.000.-). Hij is met niemendal 622 II| een millioen sestertiën ( f100.000.-) gehad, maar nu staat 623 IV| op, als de kikvors in de fabel, en vreest geen ogenblik, 624 I| opschrift: Honderdjarige Falerner uit het jaar van Opimius. 625 I| masseurs voor zijn ogen Falernerwijn en, daar zij al twistend 626 III| Daarom geef ons, knaap, fijne Falernische wijn."~ ~Van dit epigram 627 IV| zweren, zowaar als 't een feit is, dat ik jou overal met 628 Inl| herinnert zich de onvergetelijke figuur van Petronius, die geruime 629 I| gewoon linnen, maar met de fijnste wollen handdoeken. Ondertussen 630 II| barrevoets naar het Capitool met fladderende haren en reine harten om 631 IV| zegenen." Toen opende hij een fles nardusolie, bestreek ons 632 II| eigen ogen de Sibylle in een flesje hangen, en telkens wanneer 633 IV| rond gouden kransen met flesjes odeur. Terwijl men ons verzocht 634 II| jachtmes en gaf de ever een flinke stoot in de zijde: en ziet, 635 II| omgevallen. Neen, dan heb ik wel flinkere kerels met de wilde dieren 636 IV| jullie bent, maar door mijn flinkheid heb ik het zover gebracht. 637 II| spelen, en mijn Griekse fluitist moest voor mij geen andere 638 IV| slaven binnen, die bij de fontein aan het krakelen waren geweest; 639 IV| behoorde, blies zulk een fortissimo, dat hij de hele buurt wekte. 640 III| gebeuren,~ Vaak beschikt de Fortuin buiten ons om wat zij wil.~ 641 IV| liet grotere, betere, en fortuinlijker schepen bouwen, zodat iedereen 642 II| danser opgetreden zijn, als Fortumata hem niet iets in 't oor 643 IV| Trimalchionis, het beroemdste fragment van Petronius' Saturae.~ ~ ~ 644 I| waarvan aan alle kanten franjes afhingen. Ook droeg hij 645 Inl| In 1692 liet Nodot, een Frans officier, te Rotterdam bij 646 I| ontvangst nam. Wat mij 't meest frappeerde, was dat aan de deurposten 647 Inl| niets dan een literaire fraude, zoals o.a. door Breugière 648 II| heeft verdiend. Als wij maar fut hadden, dan zou hij zoveel 649 II| met 't volgende bordje: ,,G. Julius Proculus zal zijn 650 II| van een gastheer, die zij gaarne zijn nek hadden zien breken, 651 I| geworden was. Aan het einde der galerij hief Minerva hem bij de 652 IV| slaapkamers, 2 marmeren galerijen, boven een eetzaal, een 653 I| het in uitzicht gestelde galgemaal, maar door zoveel slagen 654 IV| 5% betaald? Wat wil dat galgenaas, dat ravenvlees? Ik zal 655 IV| vetgemeste kippen voor, en ganzeneieren ,,au capuchon", die Trimalchio 656 II| kleinigheden. Gelooft me de gassen stijgen naar het hoofd en 657 Inl| er steeds op uit, ergens gastvrijheid te genieten. Zoals uit de 658 II| waartoe de slaven 't sein gaven) en vielen lachend op de 659 IV| nu behoort het huis aan Gavilla. Daar werd ik (zoals de 660 II| kunstenaar hem ontkennend geantwoord had, liet de keizer hem 661 II| gegeven" zei hij. ,,En ik heb geapplaudisseerd" zei ik. ,,Reken 't maar 662 II| zwijnen met huid en al, gebak en wild, ja, hij hield er 663 IV| te vertellen, wat er nu gebeurde: want volgens een in ons 664 II| Trimalchio, ,,wij mogen deze gebeurtenis niet zonder een toepasselijk 665 Inl| de wereldliteratuur op 't gebied van realistische karaktertekening 666 IV| zat, wel een einde aan dat geblaat hebben gemaakt. Zo'n rotte 667 Inl| daar de keizer in zijn geblaseerdheid van mening was, dat niets 668 II| kereltjes; als je er tegenaan geblazen had, waren zij omgevallen. 669 II| vrouwen en weggelopen en geboeide slaven; onder de Weegschaal 670 II| daarom is het nog niet geboekt." Nu werd Trimalchio woedend, 671 II| dadelijk een kok roepen, en gebood hem, zonder onze keuze af 672 II| waarop jachtnetten waren geborduurd en jagers met jachtsprieten 673 IV| beenringen en Griekse met goud geborduurde muiltjes. Daarop droogde 674 IV| de basilica was nog niet gebouwd. Ik heb gedaan, wat ik kon, 675 II| gemak weer netjes de oude gedaante terug. Toen de glasbewerker 676 II| wonen, kan even zo veel gedaanten aannemen; soms b.v. wordt 677 IV| alleen miste ik jou, maar in gedachten was ik hier. Het was er 678 II| was hij alleen een beetje gedeukt, alsof hij van brons was. 679 II| zong met een hoog stemmetje gedichten van zijn heer. Bij dit gezang 680 II| zonder een toepasselijk gedichtje laten voorbijgaan." Daarop 681 IV| manen? Veertig jaar heb ik gediend, maar niemand heeft ooit 682 IV| bovenkleed. Ook hield het gedienstige slaafje een koele kruik 683 II| in het eerste tweegevecht gedood werd, was niet veel meer 684 IV| tevoorschijn kwam, en ook haar gedraaide beenringen en Griekse met 685 I| onder muziek naar tafel gedragen en op tot barstens toe gevulde 686 IV| vampiers, thuis te blijven gedurende de tijd, dat wij van de 687 I| af. Het zou mij te lang geduurd hebben, als ik op alles 688 IV| het ongeluk hen ook omlaag geduwd. Maar zij zullen nog tijdens 689 II| niet alleen met een dronk geëerd, maar ook met een zilveren 690 II| de gekneusde arm van zijn geer met witte wol had omwikkeld , 691 II| want hij heeft 30.000.000 geërfd; zijn vader heeft 't ongeluk 692 IV| Daarom heb ik hem in een geestig ogenblik een alleraardigste 693 II| Toen wij deze en andere geestigheden met de meest enthousiaste 694 II| hem niet iets in 't oor gefluisterd had; zij zal hem wel gezegd 695 II| afloop der voorstelling gegeseld, want 't publiek riep niets 696 IV| die op warme honing was gegoten. Van de taart at ik niets, 697 I| het gewicht aan zilver was gegraveerd. Op kleine daaraan vastgesoldeerde 698 IV| en de binnentredende: ,,Gegroet Gaius."~ Hierop werd onze 699 I| zolang als u de tijd wordt gegund."~ ~ 700 IV| hebt me 't vel over 't been gehaald om die glazen bonen voor 701 I| maar door zoveel slagen gehavend en gewond hadden we meer 702 Inl| het gehele werk, Satyrae geheten; de ons bewaarde fragmenten 703 IV| iets te storen, met omhoog geheven handen alles bespotte en 704 II| opgelost in azijn me wat geholpen. Maar ik hoop, dat hij weer 705 IV| toch nooit een wijsgeer gehoord. 't Ga u goed." - ,,U ook."~ 706 IV| je 't eerst heeft leren gehoorzamen. Ik heb geen wiskunde, geen 707 IV| geworden was, liet hij een gehuil horen en vluchtte het bos 708 II| boerenkinkels en een vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten 709 IV| binnen. Door zijn deftigheid geïntimideerd dacht ik, dat er een praetor 710 II| al is hij ook letterlijk gek op vogels. Ik heb al drie 711 IV| Terentius; jullie hebt haar wel gekend, Melissa, dat vrouwtje uit 712 IV| medevrijgelatene:,,Kom, nu geen gekibbel meer. Laten wij ons liever 713 IV| zei: ,,Houd je toch kalm, gekke kerel, het is Habinnas maar, 714 IV| in korte witte tunica's gekleed; twee hunner plaatsten op 715 IV| met saffraan en vermiljoen gekleurd was, op de vloer en, wat 716 I| ongunstige dagen met verschillend gekleurde knopjes waren aangegeven.~ 717 IV| de ezel, die op het dak geklommen was. Toen ik nog een aardig 718 II| begon te geselen, die de gekneusde arm van zijn geer met witte 719 IV| schotel van 200 pond een gekookt kalf binnengebracht met 720 IV| dat het mij een cent heeft gekost. Ik hoop dan ook in zulke 721 IV| afwezigheid werd hij tot zesman gekozen. Hoewel hij te Rome tot 722 IV| niet na mijn dood nog haar gekrakeel heb te verdragen. En verder 723 IV| jij ook al te lachen, jij gekrulde ui? Hebben wij soms het 724 IV| er desnoods nog mee door gekund, als niet een veel wonderlijker 725 IV| niet om zijn schoonheid gekust, maar omdat hij zo braaf 726 II| zijn arm bekeek, alsof hij gekwetst was, kwamen dokters aanhollen, 727 IV| ongepast in een schaterend gelach uit, dat hij reeds lange 728 IV| hebben, dat ik 't zelf zo gelast had, want alle vijf schepen 729 II| brandende hoepels springen en gelastte hem een aarden pot met zijn 730 Inl| jongelui, die ieder een gelatinizeerde Griekse naam dragen: Encolpius, 731 II| belasterd. Diezelfde dag, in de geldkist gelegd 10.000.000 sestertiën, 732 IV| bovenkleed door middel van een gele gordel zo hoog opgetrokken 733 II| hij recht had; hij heeft geleefd en is gestorven als een 734 IV| al ben ik ook voor die geleerde mensen bang, dat ze mij 735 II| Hij had nog niet al zijn geleerdheid uitgekraamd, of een schotel 736 Inl| roman ,,Quo Vadis'' heeft gelezen, herinnert zich de onvergetelijke 737 IV| ontgaan, en hij heeft groot gelijk, vind ik. Na zijn dood kan 738 IV| doorprikt om op egels te gelijken. Deze gerechten hadden er 739 III| vederdos een Babylonisch kleed gelijkt.~ Voor ú sterft d'Afrikaanse 740 II| glasbewerker dat gedaan had, geloofde hij, dat de Olympus zich 741 IV| goede zaken doen en onder zo gelukkige omstandigheden doodgaan, 742 II| bestemd is. Hij was een echt gelukskind; in zijn hand veranderde 743 IV| een Profijtman, de tweede Geluksman, en de derde Winstman heette. 744 II| Trimalchio was over deze goed gelukte grap niet minder in zijn 745 II| en gaf de beker op zijn gemak weer netjes de oude gedaante 746 IV| tafel van 10, hij leest gemakkelijk een boek, hij heeft van 747 I| wij iets vroegen. Men zou gemeend hebben, dat men in een theater 748 IV| zoals wij geloofden, een gemeste gans was opgedragen, waaromheen 749 II| meer wijn onder zijn tafel gemorst, dan menigeen in zijn hele 750 I| Wij waren reeds de eetzaal genaderd, bij de ingang waarvan de 751 IV| zijn bed als een os, en een geneesheer verbond zijn hals. Toen 752 IV| op komst is, hoewel ik de geneesheren niet kan uitstaan, omdat 753 Inl| Deze Petronius is de geniale schrijver van een roman, 754 IV| om de juistheid van het genoemde gewicht te bewijzen. Scintilla 755 Inl| vertrouwen van de keizer genoot, wekte hij de afgunst van 756 IV| fijn.~ Nadat deze lekkernij genuttigd was, wendde Trimalchio zich 757 IV| verscheidene kransen versierd en geparfumeerd water liep hem van zijn 758 IV| wijnstokken, met kwistige hand geplant, want het is onzinnig, wanneer 759 II| vrolijke stemming waren geraakt, lieten zich de wijn goed 760 I| bracht een slaaf een zilveren geraamte, dat kunstig vervaardigd 761 IV| getrokken. Maar wij werden gered door de portier, die door 762 II| Vogelvangers stonden met lijmroeden gereed en vingen ze in een ogenblik 763 I| zilveren tandenstoker had gereinigd, zeide hij: ,,Ik had eigenlijk 764 II| te dansen werd plotseling geremd door de komst van een secretaris, 765 Inl| deelnemers aan de tegen Nero gerichte samenzwering beschuldigde ( 766 IV| en vruchten spoot bij de geringste aanraking safraan, en deze 767 IV| slaven meer dan viermaal was geroepen. Zij kwam dus, terwijl haar 768 IV| ik heb ze in mijn servet gerold, want als ik niets voor 769 IV| vampiers hadden de knaap geroofd en er een strooien pop voor 770 Inl| figuur van Petronius, die geruime tijd opperceremoniemeester 771 IV| beetwortels.~ Wij lachten er geruimen tijd om. Er waren honderden 772 IV| levert."~ Door deze woorden gerustgesteld, ging ik weer aanliggen, 773 II| je wat moed geven en je geruststellen. Met dat al is hij deftig 774 II| In een ogenblik was dit geschied. Bedroefd stond de kok tussen 775 Inl| opsomde. De grote Romeinse geschiedschrijver Tacitus heeft ons in het 776 IV| En ook ik, die al voor de geschilderde hond op de loop was gegaan, 777 I| cliënten mij op mijn verjaardag geschonken had: 't was natuurlijk echt 778 II| dit jaar alles in de war geschopt. Maar we zullen wel wat 779 IV| hieven de Homeristen een geschreeuw aan, en midden tussen de 780 I| scheepssnavel hadden, waarop geschreven stond: ,,Aan C. Pompeius 781 Inl| te sterven, een verzegeld geschrift aan Nero, waarin hij alle 782 II| toen men de slaaf begon te geselen, die de gekneusde arm van 783 II| stond de kok tussen twee geselslaven. Nu begonnen allen Trimalchio 784 I| tegemoet, voor wie wij genade gesmeekt hadden, en overstelpte ons 785 II| Deelman, die de vogels had gesneden, maar een reusachtige kerel 786 II| 500 ossen onder 't juk gespannen. Diezelfde dag: de slaaf 787 IV| en imiteerde nu eens met gespleten rietjes de koorfluitisten, 788 IV| tussen de twistenden recht gesproken had, waren ze met zijn uitspraak 789 II| wijn is me naar m'n hoofd gestegen."~ Toen mengde Seleucus 790 I| daarmee het in uitzicht gestelde galgemaal, maar door zoveel 791 I| waren. Toen wij nu treurig gestemd beraadslaagden, hoe wij 792 IV| ringen, die je van je meisje gestolen hebt? Moge Occupo mij genadig 793 I| Zijn misdrijf, waarvoor hij gestraft zou worden, was niet groot, 794 IV| hartelijkheid van zijn vriend gestreeld: ,,Alle winst mag mijn neus 795 II| regelrecht uit Corinthe gestuurd werden, maar hij maakte 796 II| heeft die hem een schat getoond. Ik misgun niemand, wat 797 I| na een paar minuten flink getranspireerd te hebben, namen wij een 798 I| met de rechtervoet binnen getreden waren, viel ons een geheel 799 IV| door een scheller geluid getroffen; want behalve dat hij nu 800 III| door hun glans?~ Moet een getrouwde vrouw zich hullen in doorschijnend 801 II| volgen, want ik was dat gevalletje met de kok nog niet vergeten, 802 II| gesteld, en dat het vonnis was geveld door een rechtbank van kamerdienaars.~ 803 II| hingen twee uit palmtakken gevlochten mandjes, het ene met verse, 804 II| gaan, dan zijn de vrienden gevlogen. En wat een fatsoenlijk 805 II| onderste afdeling vetgemest gevogelte, een varkensuier en een 806 IV| kwam, trad met een groot gevolg binnen. Door zijn deftigheid 807 II| begonnen te lopen. Zij werden gevolgd door een dienbak met een 808 IV| trachtten met op de rug gevouwen handen, door middel van 809 I| gedragen en op tot barstens toe gevulde kussens werd gezet. Vele 810 IV| een rechterstoel in een gewaad met purperen strepen en 811 IV| Trimalchio ons met alle geweld wilde laten opeten, terwijl 812 IV| en goede gezondheid" had gewenst, wendde Trimalchio zich 813 IV| maar niemand heeft ooit geweten, of ik een slaaf was of 814 IV| hebben, heeft hij dit niet gewild. Hij was vroom, dapper en 815 II| verwachtte, dat hij op zijn gewone blufferige manier zeggen 816 IV| tevoren gezien had, tot poeder gewreven moscovisch glas. Tegelijkertijd 817 IV| niettegenstaande dat was het er heel gezellig, ofschoon wij uitgenodigd 818 IV| eens? Anders was je altijd gezelliger, je droeg dialogen uit toneelstukken 819 I| toe gevulde kussens werd gezet. Vele onvoorzichtigen moesten 820 II| nette mensen aan tafel had gezeten. Temidden van dit gesprek, 821 IV| die kreeg nooit meer zijn gezonde kleur terug en stierf enige 822 IV| meer voedsel in en het is gezonder voor me. Het daarop volgende 823 IV| van hen niet wil drinken, giet hem dan de wijn over zijn 824 II| afwegen. Onder de Schorpioen giftmengers en moordenaars; onder de 825 IV| ging in de hoogte alsof er gist in zat. Toen ik meer bezat 826 II| ons gedaan! Hij gaf ons gladiatoren, die geen sestertius waard 827 II| krijgen we een schitterend gladiatorengevecht, drie dagen lang met de 828 I| Odyssee'', zei hij, ,,en het gladiatorspel van Laenas.'' Wij hadden 829 III| braafheid beter blijken door hun glans?~ Moet een getrouwde vrouw 830 II| gedaante terug. Toen de glasbewerker dat gedaan had, geloofde 831 IV| vergulde baard, zoals een godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin 832 IV| godenbeeld. Ik zal maken, dat de godin Athene 't jou betaald zet 833 IV| vocht was besprenkeld, een godsdienstige betekenis had, stonden wij 834 II| vriend voor zijn vrienden, goedgeefs en wat at je lekker bij 835 IV| hoorden dit even verbaasd als goedgelovig aan, en terwijl wij de tafel 836 IV| vrouwen hadden, zou alles even goedkoop zijn als modder, maar nu 837 IV| laten uitsterven." Maar ik, goeie lobbes die ik ben, wilde 838 Inl| half-Griekse stad aan de golf van Napels, waarschijnlijk 839 II| goed als jezelf te grabbel gooien. Wat heeft nou een slaaf 840 II| Van dit mengsel namen de goudsmeden wat af en maakten er borden, 841 IV| werd intussen in de hoogste graad onuitstaanbaar, toen Trimalchio, 842 II| Van de dorsvloer naar de graanzolder gebracht 500.000 schepels 843 II| net zo goed als jezelf te grabbel gooien. Wat heeft nou een 844 IV| hij wil of niet. Wat het grafgeschrift betreft, moet je eens zien, 845 IV| heeft, dat hij de beste grafmonumenten levert."~ Door deze woorden 846 IV| deuntje te neuriën en telde de grafstenen. Toen ik weer naar mijn 847 I| rooster damastpruimen met granaatappels.~ Met deze heerlijke gerechten 848 II| doen. Toch heeft een beetje granaatappelschil en hars opgelost in azijn 849 II| was over deze goed gelukte grap niet minder in zijn schik 850 II| midden lag een graszode, met gras en al uitgesneden en daarop 851 IV| vingers uit het graf wilt graven, om mij vergiffenis te vragen. 852 II| bij Tarracina en Tarentum grenzen. Ik ben nu van plan mijn 853 IV| van ons naar de vruchten grepen, vulden ook wij onze servetten: 854 Inl| onverschilligheid zij verrieden, des te gretiger als een soort naïveteit 855 IV| stadje was gekomen, een Griek (Serapa was zijn naam) knap 856 IV| Tegelijkertijd trad een schaar Grieken en Trojanen binnen, die 857 IV| jullie zelf ook eens een griezelige geschiedenis vertellen; 858 IV| rat, jou molshoop. Mijn groei mag stilstaan, als ik je 859 III| Wat baat smaragd, dat groene kostb're schitterglas,~ 860 I| op pantoffels lopend met groengekleurde ballen wierp. Viel er een 861 II| scheelkijkers, die naar de groente kijken en 't spek meepakken; 862 I| moppen te tappen, en ons bij groepjes van andere slenteraars te 863 II| beantwoordde hij vriendelijk onze groet; hij noemde ons allemaal 864 II| slechter. De stad gaat ,,te gronde" alsof ze een kalfsstaart 865 II| naar Afrika wil, door eigen grondgebied te kunnen varen.~ Maar vertel 866 IV| ziet staan, is uit dezelfde grondstof gemaakt." Mijn gezond verstand 867 III| úwe tongen mest men vet de gulden pauw,~ Wiens vederdos een 868 I| haar nest te doorzoeken, haalden pauweneieren te voorschijn 869 IV| overwinnaar. Toen jij nog een jong haantje was, kraaide je ook kukeleku, 870 IV| beenringen en van haar gouden haarnetje, waarvan zij zeide, dat 871 II| gebrandmerkt, en alleen de Hades kan hem daarvan af helpen. 872 Inl| Trimalchio woont in een half-Griekse stad aan de golf van Napels, 873 IV| eten, al hadden ze me ook halfdood geslagen. Laten anderen 874 IV| heeft. Een mooi ding, zo'n halfverdronken vos als jij bent. Zowaar 875 II| hadden, maar dat wij eerst halverwegen waren. Want zodra de tafel 876 II| Daarna haalde de man een hamertje uit zijn kleedplooi en gaf 877 I| maar met de fijnste wollen handdoeken. Ondertussen dronken drie 878 II| onder de Weegschaal slagers, handelaars in parfumerieën en allen, 879 II| vooral niet als hij een handelsman is. Intussen blijft 't waar, 880 IV| Daedalus." En omdat hij zo handig is, heb ik hem uit Rome 881 Inl| over de echtheid van dit handschrift werd deze ten slotte vrij 882 I| livrei vooruitgingen en een handwagentje, waarin zijn lievelingsknaap 883 II| Troja was ingenomen, liet Hannibal, een sluwe listeling, alle 884 IV| sparen, al schreeuw je zo hard, dat Juppiter het op de 885 II| hoornige huid krijgen door 't harde werk; in de Waterman kroegbazen 886 IV| wijsheid en smaad": zoute hardgebakken broodjes en een staak met 887 I| zuilengang op een aantal hardlopers, die zich met hun ,,trainer'' 888 I| een houten kip zat, die hare vleugels uitbreidde, alsof 889 II| beetje granaatappelschil en hars opgelost in azijn me wat 890 IV| Daarop zei Niceros, door de hartelijkheid van zijn vriend gestreeld: ,, 891 II| fladderende haren en reine harten om Juppiter om regen te 892 III| zeegeschenken aan haar hals~ In hartstocht schaamt'loos liggen in haar 893 I| en papaverzaad bestrooide hazelmuizen, op een zilveren rooster 894 IV| vastgenageld. Maar laat ons om het heden denken. Ik verzoek u, goede 895 Inl| waarschijnlijk in Puteoli, het hedendaagse Pozzuoli.~ De optredende 896 II| een ei, is 't hart van het heelal en bevat alle goede dingen, 897 II| brood. En toch is hij daar heengegaan, waar we allemaal naar toe 898 I| een voorgerecht op, dat er heerlijk uitzag, want allen hadden 899 I| granaatappels.~ Met deze heerlijke gerechten waren wij juist 900 II| worden veelvraten geboren en heerszuchtigen. In de Maagd vrouwen en 901 II| hij doet royaal; 't is een heethoofd; bij hem is 't of dit of 902 IV| Geluksman, en de derde Winstman heette. Daarop bracht men een sprekend-gelijkende 903 Inl| Trimalchio'' bevatte. Na heftige discussies over de echtheid 904 IV| de vader des vaderlands, heil." Toen na deze huldiging 905 IV| werkelijk geloven: er bestaan heksen: dat zijn de vampiers van 906 IV| op weg; de maan scheen zo helder als de zon tegen de middag. 907 II| niet gebeurd is, dan is het helemaal niets."~ Toen wij deze en 908 IV| Ganymedes; die hadden een zuster Helena. Agamemnon roofde haar en 909 IV| kalf binnengebracht met een helm op zijn kop. Daarachter 910 II| bijna alles tot op mijn hemd verteerd en als deze droogte 911 IV| tunica. Maar de bijen vind ik hemelse dieren, omdat zij honing 912 IV| rende ik als een bestolen herbergier naar het huis van mijn meester 913 II| stel voor te gaan eten, Heren, dat is nu eenmaal 't gebruik 914 II| alleen de onderwereld. Daarom herhaal ik iedere dag opnieuw: ,, 915 II| vermoedde, dat deze voortdurende herhaling met een of ander woordspeling 916 IV| die ik mij zelf niet meer herinnerde; hij zette mij alles van 917 Inl| en de drie jongelui aan herinneren, dat het tijd is naar het 918 IV| opdat, dank zij jou, de herinnering aan mij na mijn dood moge 919 IV| hoger dan ik aanlag; ik herkende hem aan de lucht van pekel 920 II| dat het met de spruit van Hermogenes goed zou aflopen? De vader 921 II| ons altijd enig onheil, hetzij dat er mensen sterven of 922 IV| ham, en een kip van een heupbeen. Daarom heb ik hem in een 923 II| hem pas flink op de been hielp, dat was, dat hij een erfenis 924 IV| uit verzadiging verzette. Hierdoor werd Trimalchio aan zijn 925 IV| knijpen."~ Daar wij het hierover eens waren, kwamen wij, 926 IV| haar plaats aan Diana een hinde aan. Homerus vertelt nu, 927 IV| houd op, je meerdere te hinderen, je meerdere zeg ik, die 928 II| hieven, zwoeren wij, dat Hipparchus en Aratus bij hem vergeleken 929 IV| zijn hondje op de grond, en hitste het op, om Scylax nijdig 930 II| met de bakkers onder één hoedje. De ene hand wast de andere. 931 II| aandoen. Dank zij de Goden hoef ik nooit wijn te kopen, 932 II| jullie even weg wilt gaan, hoeft hij zich niet te schamen. 933 I| Bovendien merkte ik in een hoek een grote kast op en daarin ' 934 II| Ook merkten wij bij de hoeken van de dienbak vier saters 935 II| liet hij hem door brandende hoepels springen en gelastte hem 936 IV| woord, wie heeft mij ooit hoeven te manen? Veertig jaar heb 937 Inl| opperceremoniemeester aan het hof van keizer Nero was. Daar 938 IV| had gemaakt, één plaats hoger dan ik aanlag; ik herkende 939 IV| geen boe of ba, je bent een hol vat, een natte leren riem; 940 II| lawaai ontstond en Spartaanse honden rondom de tafel begonnen 941 IV| Deze laatste vulde naar hondengewoonte de zaal met een afschuwelijk 942 II| zeggen, want ik heb een hondentong gegeten: hij had een brutale 943 I| de deur uitgaat, krijgt honderd slagen". Vlak bij de ingang 944 IV| geruimen tijd om. Er waren honderden andere dergelijke cadeautjes, 945 I| bevestigd met 't opschrift: Honderdjarige Falerner uit het jaar van 946 I| een miniatuur-fluit zijn hoofdeinde, en alsof hij hem een geheim 947 II| Gisteren toen dit everzwijn als hoofdgerecht bestemd was, maakten de 948 IV| azijnstel er boven op. ,,Een hoofdkussen": een stukje schapenhals 949 Inl| vooral het karakter van de hoofdpersoon Trimalchio is wel 't hoogste, 950 IV| vrouw mij aan iets. Als hoofdschotel hadden wij een stuk berenvlees; 951 Inl| genieten. Zoals uit de eerste hoofdstukken blijkt, hebben zij kennis 952 IV| naar de zin te maken, een hooggeëerd en waardig man, wiens vingernagel 953 Inl| boek zijner Annalen een hoogst merkwaardige karakterschets 954 IV| ter hand nam, ging in de hoogte alsof er gist in zat. Toen 955 IV| Habinnas, zowaar als je hoopt van je kapitaal te genieten, 956 II| wat veredeld worden." En hoor eens, dezer dagen liet hij 957 I| aanwezig met een enorme hoorn des overvloeds, en de drie 958 II| van koorddansers en van hoornblazers; alle andere amusementen 959 II| Steenbok arbeiders, die een hoornige huid krijgen door 't harde 960 IV| zoals dat bij hun werk hoort. Wij maakten van deze gunstige 961 II| oude knol, de ander had een horrelvoet, de derde, die de plaats 962 IV| Maar ben jij nu nog aan 't huilen, schreeuwlelijkerd? Ik zal 963 IV| aangeraakt. Daarop sloten wij de huisdeur weer en gingen aan het wek, 964 I| hierin stonden zilveren Huisgoden, een marmeren Venusbeeld 965 II| boerderij te komen en mijn huisjes te bekijken. Wij zullen 966 I| kwam een slaaf, die voor 't huisraad moest zorgen, en veegde 967 IV| de een op haar ijver als huisvrouw blufte, en de andere over 968 IV| geworden. Maar toen wij nog huiverig aan de portier vroegen, 969 I| trokken als de heer des huizes zelf, die op pantoffels 970 IV| vaderlands, heil." Toen na deze huldiging enigen van ons naar de vruchten 971 III| een getrouwde vrouw zich hullen in doorschijnend kleed,~ 972 IV| doordat ik de zwemmer te hulp wilde komen, eveneens in 973 II| het oor beschouw ik als humbug. Ik had ook", ging hij voort, ,, 974 IV| witte tunica's gekleed; twee hunner plaatsten op de tafel Larenbeeldjes 975 II| Juli zijn zolderkamertje te huur aan, want hij heeft zelf 976 II| stommiteiten boeten. Ik heb zo'n idee, dat Mammaea ons een maaltijd 977 IV| opvoeding geeft; 't is een idioot in plaats van een opvoeder. 978 IV| fortuinlijker schepen bouwen, zodat iedereen mij een ondernemend man 979 Inl| betekent: ,,hij die aan iemands boezem rust'', Ascyltos, ,, 980 II| dat hun zo koud liet als ijs. Toen Trimalchio luid kreunde 981 III| laatste rustplaats in een ijz'ren pot.~ Wat hebt gij toch 982 II| dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; hij droeg zijn leeftijd 983 I| in het midden waren. ,,De Ilias en de Odyssee'', zei hij, ,, 984 IV| het midden van de zaal en imiteerde nu eens met gespleten rietjes 985 II| dezer dagen liet hij uit Indië champignonzaad komen. Wat 986 IV| verlaten kunt, waar je er ingekomen bent. Nog nooit is een gast 987 II| reeds over allerlei had ingelicht, de vraag te stellen, die 988 IV| basta. Ook werd een schaal ingemaakte olijven opgediend, waarvan 989 II| ontstaan is. Toen Troja was ingenomen, liet Hannibal, een sluwe 990 I| Toen wij de gastheer onze ingenomenheid met deze fijne attentie 991 IV| een nieuw soort doolhof ingesloten waren, en voor wie het bad 992 IV| linker hand zorgvuldig had ingewikkeld; daarop doorboorde hij een 993 IV| waanzinnige, op het kalf inhakte. En terwijl hij nu eens 994 II| keuren af, dat men zich inhoudt. En zo nodig, alles staat 995 II| leventje en zijn dagelijks inkomen is groter dan het hele vermogen 996 II| zo zullen bovendien de inlandse door de Griekse nog wat 997 Inl| INLEIDING~ ~Wie Sienkiewicz' beroemde 998 IV| zijn leven zijn huis mooi inricht, maar niet zorgt voor de 999 II| zijn vriendelijkheid en inschikkelijkheid en onderdrukten telkens 1000 IV| knaap, die een warme drank inschonk, een nachtegaal na, waarbij


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License